'Ik betreur het verlies aan stabiliteit'

Pavel Sjibin (41) werkt bij de overheid, als manager bij een centrum dat apparatuur voor kankeronderzoek verstrekt. Hij is vader van zes kinderen.

"Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie kwam voor iedereen onverwacht. Ik kom uit een familie van overwegend arbeiders. Mijn overgrootvader werkte tot aan de revolutie op de fabriek. Mijn vader was zijn hele leven chauffeur op een ambulance. Als kind maakte de Sovjet-Unie indruk op me, met grote, blijde gebeurtenissen als de Olympische Spelen. Alles was rustig, er waren geen conflicten, etnische of anderszins. Na de opdeling werd duidelijk dat ze het land gewoon in stukken hadden gezaagd, verdeeld in verschillende territoria. Ik had familieleden in Loegansk, die kregen ineens Oekraiense paspoorten. We waren nu gescheiden.

Het deed me pijn dat het imperium gewoon uit elkaar was gevallen. Ik ben geboren in de Sovjet-Unie, ik heb mijn hele bewuste jonge jaren daar gewoond, mijn karakter is er gevormd. Dat grote land dat de oorlog had gewonnen en honger had uitgebannen was ineens niet meer nodig. Iedereen dacht alleen aan zichzelf, de een ging aan de haal met de onafhankelijkheid, een ander was belust op geld. Ik geloof nog steeds dat Gorbatsjov waarschijnlijk berecht zou moeten worden, omdat hij dat heeft laten gebeuren. Maar wij zijn zelf natuurlijk ook schuldig, want ze zeggen wel dat een volk de leiders krijgt die het verdient. Daarom moet je niet alleen Gorbatsjov daarvan betichten, maar ook onszelf, vanwege onze halfslachtige houding. Als we op dat moment iets meer eensgezind waren geweest, dan was dat misschien niet gebeurd.

Wat ik nog het meest betreur is niet het verlies aan grondgebied, maar aan stabiliteit. Want heel veel mensen, goede specialisten, onderwijzers, wetenschappers, vielen buiten de boot. De commercie deed meteen zijn intrede, die maakte het onmogelijk voor bepaalde takken van wetenschap zich te ontwikkelen. We kwamen meteen op een achterstand van twintig jaar in de industrie. Wie zich in de Sovjet-Unie bekwaamde in een bepaald vak kon rekenen op werk. Je kon erop rekenen dat de staat je zou betalen voor dat werk. Je wist dat je op een bepaalde leeftijd met pensioen zou gaan en je pensioen daadwerkelijk zou ontvangen, en ook dat de prijzen van levensmiddelen tijdens de duur van dat pensioen niet ineens drie of vijf of tien keer zo hoog zouden worden.

Tot op heden betreur ik het dat de Sovjet-Unie niet meer bestaat. Ik heb veel vrienden uit Armenië, uit Georgië, uit Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië, die ik vaak spreek. Ze zeggen wel: wij zijn voor onafhankelijkheid, maar vroeger was het toch gemakkelijker en stabieler. Mensen verlangen er naar terug, zelfs al begrijpen we elkaar niet altijd helemaal. Maar op dat enorme grondgebied praten we toch allemaal praktisch dezelfde taal. Misschien dat er toch nog iets gebeurt waardoor we ons weer verenigen. Waarom niet? Ik ben daar alleen maar voor. Want ook als je naar vrienden in Georgië of Abchazië gaat, is er niets van spanning, je wordt net als altijd blij onthaald als gast, en we praten tot diep in de nacht met elkaar. Er zijn geen problemen.

Uiteindelijk zijn we toch allemaal één volk."

'Het heeft na 1991 niet zo uitgepakt als we hadden gehoopt'

Michail Gochman (54) is zakenman en leidde in 1991 de persdienst van Democratisch Rusland, de beweging die Boris Jeltsin steunde.

"Dat de Sovjet-Unie was opgehouden te bestaan was moeilijk voor te stellen, want ik was er geboren en had er altijd gewoond. Dat je land er ineens niet meer is, is moeilijk te bevatten. Ik begreep wel dat het beter was, want de Sovjet-Unie was naar mijn idee een nogal kunstmatige constructie. Het gevoel dat overheerste was blijdschap, want Boris Jeltsin, de man die we in grote mate vertrouwden en die we een half jaar eerder hadden gekozen tot onze president, had de Sovjet-Unie ontmanteld. Rusland zou nu vrij zijn en we zouden een nieuw leven beginnen met een schone lei. Het heeft niet zo uitgepakt als we hadden gedroomd, maar de Sovjet-Unie, in de vorm waarin hij bestond, moest hoe dan ook ophouden te bestaan.

De enigen die heel goed begrepen wat er gebeurde en zich daarop hadden voorbereid waren de Baltische staten, maar zij waren dan ook nooit echt onderdeel geweest van de Sovjet-Unie. De andere unierepublieken waren waarschijnlijk niet klaar voor de onafhankelijkheid en hadden behoorlijk veel tijd nodig om uit die Sovjet-Unie te stappen die ze in hun hoofd hadden. Want die Sovjet-Unie bestond voor een groot gedeelte in ons hoofd.

Afscheid nemen van het ideologische keurslijf was wel het prettigste in 1991. Dat was voor mij altijd het moeilijkst te verteren geweest, dat rigide, eensluidend denken en alles wat daarmee samenhing. Dat begon al bij de geboorte. Het eerste dat een pasgeboren kind zag was een portret van Lenin. Daarna zag hij hetzelfde portret ook bij de kleuteropvang en op school, in boeken en aan de muur. Vanaf de eerste kinderjaren werden de mensen opgevoed zoals ze dat nu doen in Noord-Korea. Maar omdat de Sovjet-Unie toch altijd veel minder gedisciplineerd was is dat nooit helemaal gelukt. Je kon iets van de norm afwijken, maar wel binnen strakke grenzen.

Wie zich daarbuiten waagde, bijvoorbeeld door niet-gedoogde literatuur te verspreiden, werd het leven onmogelijk gemaakt. De KGB werkte snel en trad hard op.

Er waren ook andere dingen. Vanaf mijn kinderjaren wist ik dat bepaalde beroepen voor mij gesloten waren. Joden werden niet toegelaten tot de meeste hogere opleidingen. In Moskou waren er vijf instituten waar je als Jood mocht studeren. Het feit dat er nu zoveel Joden werkzaam zijn in de oliesector komt doordat de Goebkin Olie- en Gasuniversiteit een van die vijf was. Die beperkingen waren nooit officieel aangekondigd, maar iedereen wist ervan. In mijn instituut studeerden geniale jongens, ze wonnen alle wiskundige Olympiades, maar mochten niet naar de Moskouse Staatsuniversiteit. De meesten zitten nu in Californië.

Of ik ook iets jammer vind? Waarschijnlijk het verlies van een zeker idealisme, dat er toch bestond. Misschien hoort dat bij de jeugd. De meeste mensen betreuren denk ik het verlies van stabiliteit die er bestond in de Sovjet-Unie. Maar dat was de stabiliteit van een kamp. Als je werkt krijg je van ons een stuk brood zodat je niet omkomt van de honger. Maar mensen hebben toch een hang naar hun jeugd."

'Niemand geloofde in de ideologie'

Galina Smirnova (45) is werkloos journaliste en woont met haar dochter in Moskou.

"Toen in augustus 1991 de staatsgreep tegen Michail Gorbatsjov was mislukt begreep iedereen de nieuwe situatie die toch was ontstaan. Het ontslag van Gorbatsjov en het einde van de Sovjet-Unie waren naar mijn idee nog slechts een formaliteit. Het stemde mij wel treurig, want ik geloofde in de vriendschap der volken die de Sovjet-Unie proclameerde, ook al omdat ik uit een etnisch gevarieerde familie kom, met Armeniërs, Joden, Oekraïners en Russen. Er waren nooit conflicten.

Mijn ouders hebben vroeger de hele Sovjet-Unie afgereisd, dat was heel goedkoop. Ik heb die mogelijkheid niet meer gehad, het werd na 1991 te duur. Daar staat tegenover dat we dankzij de teloorgang van de Sovjet-Unie de hele wereld erbij hebben gekregen. Het eerste kapitalistische land dat ik in 1991 bezocht was Nederland, daarvoor was ik alleen in de DDR geweest.

De Sovjet-Unie kon bestaan dankzij het IJzeren Gordijn. De mensen konden niet naar het buitenland reizen. Iedereen was arm maar gelijk, dat principe bepaalde ons leven. Tot op heden betreuren veel mensen het verlies van de Sovjet-Unie, vooral de oudere generatie, juist om die 'sociale rechtvaardigheid'.

Voor hen was het belangrijk dat er geen rijken waren. Laat iedereen maar in dezelfde mate arm zijn, als maar niemand zich boos hoeft te maken dat een ander een dikker stuk brood heeft, met boter erop en misschien zelfs nog kaviaar op die boter.

Maar daarbij bestond natuurlijk een dubbele moraal, want aan de ene kant waren we allemaal gelijk, aan de andere kant werd er gegrapt: 'Kan de Sovjetmens gelukkig zijn? Ja, als hij een slager onder zijn bekenden heeft'. Dus als je een plek wist waar je onderhands vlees kon kopen, of goede kleren. We stonden veel in de rij, voor toiletpapier, voor sinaasappels. Bananen kopen, zelfs groene, was een toppunt van geluk. We legden ze in een krant gewikkeld onder de bank of het bed. De kinderen gingen steeds kijken of de bananen al geel waren geworden. Het was een delicatesse in de Sovjettijd.

Er was een agressief atheïsme. Ik herinner me heel goed hoe mijn moeder probeerde naar de kerk te gaan, een kruisje kocht en dat verstopte, ze hield het zelfs verborgen voor mijn vader, ze wist dat hem dat zenuwachtig zou maken. Mijn opa was een zoon van een 'vijand van het volk'. Zijn vader werd gearresteerd toen mijn opa achttien was en aan het front zat. Opa kwam na vier jaar oorlog terug als invalide en hoorde toen pas van zijn vaders arrestatie. Die kwam gelukkig weer levend vrij, maar mijn opa heeft de rest van zijn leven in angst geleefd en altijd de kaken op elkaar gehouden.

Mijn ouders waren lid van de Communistische Partij. Niemand dwong je daartoe, maar als je geen lid was kon je geen carrière maken. In de jaren tachtig geloofde al niemand meer in de ideologie, maar toch leerden we tot het eind toe de partijgeschiedenis.

Ironie daarover was uit den boze, we acteerden alsof we geloofden in wat we zeiden. Dat was natuurlijk heel lachwekkend. En het moment dat we ons bevrijdden van die leugens, dat was een moment van grote vreugde."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden