Review

'Ik besta alleen maar omdat jij dat wilt'

'Hallo, is daar iemand?' Zo luidt de titel van het nieuwste 'filosofieboek voor kinderen' van de Noorse auteur Jostein Gaarder (45), wiens 'De wereld van Sofie' in 1994 maandenlang de boeken-toptiens aanvoerde. Ook 'Het geheim van de kaarten' (1995) en 'Door een spiegel, in raadselen' (1996) zijn ideeënrijke jeugdromans. In elk van die boeken tracht Gaarder kinderen aan het denken te zetten, maar steeds legt hij een ander accent: in 'De wereld van Sofie' is de verhaallijn mager en ligt de nadruk op de geschiedenis van de filosofie. 'Het geheim van de kaarten' is nog het meest verhaal gebleven, en wel over een fascinerende zoektocht, in hoofdstukken die volgens de 4x13 kaarten van een kaartspel geordend zijn. En in 'Door een spiegel, in raadselen' ontmoet een doodziek meisje de engel Ariël, en komen vooral theologische vragen aan bod.

In 'Hallo, is daar iemand?' staat de evolutietheorie centraal. Om precies te zijn: Gaarder stelt de vraag of die evolutie een ontwikkeling in den blinde is, of een ontwikkeling waar een soort grote stuurman (God?) achter zit, die daar een bepaalde bedoeling mee heeft.

Het is geschreven in de vorm van een brief van een oom aan zijn nichtje, waarin de oom vertelt wat hij meemaakte toen hij een jaar of acht was. Op een dag ontmoette hij in de tuin een wezentje, Mika, dat er bijna net zo uitzag als hijzelf, maar dat van een andere planeet kwam.

Vanwege die andere planeet, en het relativeren van vanzelfsprekendheden, kwam even de associatie met 'De Kleine Prins' (1944) op, het klassieke sprookje van Antoine de Saint-Exupéry, waarvan zojuist een fraaie luxe-editie verscheen. 'De Kleine Prins' is echter speelser, minder educatief, en gaat meer over liefde dan over waarheid en wetenschap.

Aanvankelijk is het verhaal avontuurlijk: Mika is uit een ruimteschip gevallen en ondersteboven in een appelboom terechtgekomen. Voor hem is boven onder, en onder boven, en Joachims werkelijkheid is Mika's droom. Voor een goede vraag buigt hij diep; niet voor een goed antwoord, want 'een antwoord is altijd een stukje van de weg die achter je ligt. Alleen een vraag kan je verder brengen.' Zo wrikt Gaarder de (voor)lezer alvast een beetje los uit zijn vanzelfsprekendheden. Al snel ontpoppen Joachim en Mika zich echter tot vroegrijpe mini-wetenschappertjes, die elkaar vertellen over het ontstaan van het leven op hun planeet.

Dan breekt Jostein Gaarder op waar hij in eerdere boeken ook mee worstelde: hij laat het verhaal niet zijn eigen gang gaan, maar gebruikt het om een bepaalde gedachte over te brengen. En hoe inspirerend die gedachte op zich ook is, dat gaat ten koste van het verhaal. Hier gaat het om de gedachte dat de evolutie in het heelal centraal gestuurd wordt. Gaarder laat het voorkomen alsof Joachim en Mika dit samen ontdekken: de soort van Joachim, de mens op de planeet aarde, heeft zich in de loop van miljarden jaren ontwikkeld uit de zoogdieren, en de soort van Mika, op de planeet Eljo, uit de reptielen: Mika is uit een ei gekropen. En toch lijken ze op elkaar. Dat kan alleen als ze vanuit die verschillende hoeken eenzelfde richting op gaan. Met een sturende intelligentie erachter. Ongeveer zoals de grote wereldgodsdiensten tegenwoordig wel gezien worden als verschillende wegen naar dezelfde 'bergtop'.

Jammer dat dit fascinerende idee zo slecht verpakt wordt. Want wat doet Gaarder? Hij hanteert een cirkelredenering: wat hij als bewijs voor zijn hypothese aandient, stopt hij er aan het begin eerst in: hijzelf is degene die een wezentje van een andere planeet verzint dat sprekend op een aards mens lijkt. Een E.T.-achtige Mika zou zijn 'bewijs' onmogelijk gemaakt hebben. Bovendien is Joachim voor zijn acht jaar een wel erg wijsneuzig schoolmeestertje. Mika ook, maar van een wezentje van een andere planeet weet je niet wat je verwachten kunt. Gaarder is hier dus boeiend als denker, maar zwak als verteller.

Literair veel sterker is 'Kleine Koning December' van de Duitse journalist Axel Hacke (41). Ook dit is een soort filosofie voor kinderen. Met minder logica en meer fantasie, maar daarom niet minder 'waar'. Het verhaal is gebaseerd op een omkering: koning December is niet als baby geboren, maar als groot oud mens, en wordt steeds kleiner, totdat hij kind wordt en ten slotte zo klein als een stofje verdwijnt. Een even originele als absurde gedachte, opgedist met een aan Toon Tellegen verwante sprookjesachtige allure. Niet voor niets werd Tellegen als vertaler gevraagd.

Het verhaal begint als de ik-figuur bezoek krijgt van de kleine, dikke koning December, 'niet langer dan mijn wijsvinger'. Ook zij vertellen elkaar over hun leven, en dat levert prachtige gedachtenexperimenten op. Zo vindt Koning December dat de mensen ook groot beginnen, want kleine mensen hebben een enorme fantasie en kunnen nog van alles worden. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer mogelijkheden zich afsluiten. En dat is ook een soort kleiner worden. En hij vertelt over zijn grootvader die steeds kleiner werd terwijl diens dozen vol dromen even groot bleven. Er wordt gemijmerd over (on)sterfelijkheid, over opgaan in de ruimte, en over fantasie: 'Ik besta alleen maar omdat jij dat wilt.' Buitengewoon vermakelijk is het laatste hoofdstuk, waarin koning December in een speelgoedauto gaat rijden, in een tafelvoetbalspel rondrent en zichzelf speelt op een schaakbord. Een sprankelend verhaal over waar en verzonnen, klein en groot, leven en dood.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden