'Ik besefte niet dat we hier 48 jaar zouden blijven'

Dick Tuhusula maakte als 16-jarige scholier op 17 april 1950 in Ambon-stad de bijeenkomst mee die leidde tot het uitroepen van de onafhankelijke republiek der Zuid-Molukken, de Republik Maluku Selatan (RMS).

,,Mijn vader was sergeant-majoor in het Koninklijk Nederlands-Indisch leger, het Knil. Hij heeft het ver geschopt; die rang was niet voor iedereen weggelegd. De Ambonezen werden in het Knil wel in alles voorgetrokken boven de Menadonezen en de Javanen. Daarom was de teleurstelling ook zo groot toen we in Nederland kwamen en de regering niets deed. Zeker de eerste generatie dacht: wij hebben zoveel voor Nederland gedaan, nu zal Nederland ook wel voor ons regelen dat we binnen zes maanden op een vrij Ambon zitten.

In de oorlog hebben wij (vader, moeder en zes kinderen van wie ik de oudste ben) drie jaar en acht maanden vastgezeten in een kamp bij Makassar, Celebes. De Japanse bezetting was verschrikkelijk. Ze hebben mijn vader bijna kapot gemaakt op beschuldiging dat hij contact zou hebben onderhouden met een Nederlande overste die in een ander kamp vast zat. Vlak voor de capitulatie is mijn vader vrijgekomen, ondervoed en met beri-beri.

Na de capitulatie werd mijn vader weer opgeroepen om in het Knil te dienen. We kwamen eerst in Makassar terecht, van daar naar Balikpapan en daarna in Banjarmasin op Borneo. Vanwege de gevangenschap kreeg mijn vader vier maanden verlof, die we op Ambon doorbrachten. Hij moest terug naar Banjarmasin, maar zat vlak voor zijn pensioen. Blijven jullie maar op Ambon, zei hij, het is nog maar een paar maanden, dan verlaat ik de dienst.

De politieke situatie was gespannen. Overal werd gevochten en gemoord tussen de Nederlandse troepen en de TNI, dat is het Indonesische leger. De Molukken maakten deel uit van de deelstaat Oost-Indonesië, de Negara Indonesia Timur (NIT). Nederland heeft op 27 december 1949 de soevereiniteit overgedragen aan de verenigde staten van Indonesië overgedragen, niet aan de republiek. Maar niet lang daarna heeft Soekarno de verenigde staten opgedoekt en er een eenheidsstaat van gemaakt, de republiek Indonesië. Begin 1950 zagen onze leiders, Manusama en Soumokil, die bui al hangen: de eenheidsstaat als begin van de javanisering. Als de NIT niet meer kan blijven bestaan, zeiden ze, dan maken we gebruik van het recht op zelfbeschikking.

Ik zat in Ambon-stad op de Mulo, toen we hoorden dat er op het voetbalveld een massabijeenkomst was georganiseerd over een onafhankelijke republiek. Dat was op 17 april 1950. Kom, laten we gaan! We waren nieuwsgierig naar wat ze te vertellen hadden. Politiek bewust waren we als scholieren niet. Zelf snapte ik eigenlijk niet wat de bedoeling was. Er gingen veel mensen naar het voetbalveld, dus zal het wel belangrijk zijn. Tijdens die meeting drong tot me door: we moeten ons afscheiden van Indonesië. Manusama heeft op het voetbalveld uitgelegd hoe het zat met zelfbeschikking en onafhankelijkheid. De massa was enthousiast, hoor. Zelf klap ik niet zo gauw. Ik moet eerst precies weten wat het voorstelt. Manusama zei er ook bij dat het zeker niet makkelijk zal zijn, dat er veel problemen zullen zijn. Maar we kunnen beter nu lijden dan straks, als de Indonesische troepen hier zijn, zei hij. Ik vond dat begrip 'moeilijkheden' nogal vaag, maar dat werd korte tijd later wel duidelijk.

Een week later is de Republik Maluku Selatan uitgeroepen. Indonesië stuurde oorlogsschepen om de Zuid-Molukken te blokkeren. Er kwam niets meer door; de mensen moesten leven van wat ze hadden. Wij waren inmiddels ondergebracht bij familie van mijn vader in de negorij Latuhalat, ongeveer twintig kilometer van Ambon-stad. Daar konden we heel zuinigjes leven van de opbrengst van de tuin en het vissen.

Toen begreep ik pas wat Manusama had bedoeld met moeilijke tijden. Maar de mensen op Ambon mopperden niet. Dit is de prijs die we moeten betalen; we ondervinden de gevolgen van de RMS-proclamatie aan den lijve.

Op 2 november 1950 landde het Indonesische leger op Ambon. Ik was toevallig in Ambon-stad, mee met een neef die politieagent was. We sliepen in het politiekampement. De volgende ochtend om half zeven begonnen de oorlogsschepen granaten op Ambon af te vuren. Een paniek op die vroege ochtend! Ik ben teruggegaan naar mijn negorij en heb als vrijwilliger eten gebracht naar de RMS-militairen die aan het front waren. Als het nodig was geweest, had ik ook willen meevechten. Ik heb nog meegeholpen met het omzagen van bomen langs de weg, een sabotage-actie. Als je iets kunt doen voor de vrijheid van je volk, dan doe je dat. Dat bewustzijn is toen heel sterk geworden - en gebleven. Ik heb achter een zaak gestaan die rechtvaardig was en is. De TNI was natuurlijk veel sterker. Het RMS-leger (daar zaten ook Knil-militairen bij) moest zich terugtrekken in hoger gelegen gebieden.

Al die tijd wisten we niet waar mijn vader was. Bij ons in de negorij werden barakken gebouwd voor Knil-militairen die uit het leger gingen. Een van die mannen bleek bij mijn vader in het onderdeel te hebben gezeten. Hij zei: reken er maar op dat jullie naar Holland moeten. En inderdaad kregen we een poosje later een telegram dat we ons moesten klaarmaken voor vertrek naar Semarang op Java, waar mijn vader zat. We zijn op 11 mei 1951 met een KPM-schip vertrokken, de laatste groep die van Ambon is vertrokken. Wat ik dacht toen we wegvoeren? Jammer, jammer. Maar mijn vader zei: het is een kwestie van zes maanden, dan gaan we weer terug. Ik kon niet beseffen dat we 48 jaar lang in Nederland zouden blijven. Op 25 mei 1951 zijn we met de Kota Inten uit Batavia vertrokken en op 21 juni in Rotterdam aangekomen. Via een kamp op Schouwen-Duiveland zijn we eind 1951 in Barneveld terecht gekomen, waar mijn moeder nog woont.

Mijn vader is in 1987 overleden. Hij was liever op Ambon gestorven, maar was ook nuchter en reëel en aanvaardde dat hij in Nederland moest sterven. Mijn ouders zijn nog twee keer terug geweest op Ambon, in 1979 en 1980. Mijn vader werd terug in Nederland ziekelijk van de toestand waarin zijn broers en zuster en hun gezinnen op Ambon leefden; nachten kon hij niet slapen. En de mensen op Ambon zeggen: geef ons die oude koloniale tijd maar terug, dan zijn onze magen tenminste gevuld. Nu zijn we zogenaamd vrij, maar onze magen zijn leeg. Eind van het jaar is het vijftig jaar geleden dat de soevereniteit werd overgedragen, maar ik kan nog niet eens bellen naar onze negorij. Dat geeft wel aan dat er al die jaren voor de Molukken heel weinig is gedaan.

Ik heb het gevoel dat de Molukken nog steeds als een achtergebleven gebied worden behandeld. Als je ziet hoe de situatie in Indonesië nu is en hoe het bestuurd wordt, dan denk ik dat het land met zoveel verschillende bevolkingsgroepen en culturen te groot is om centraal, als eenheidsstaat, geregeerd te worden. Daarom vind ik persoonlijk dat de gedachte van de laatste gouverneur-generaal, Van Mook (door Soekarno en de zijnen afgedaan als een koloniale gedachte) om Indonesië te besturen in de vorm van verenigde staten, beter is geweest dan de eenheidsstaat.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden