'Ik beschouw mijn fotografie als een dienende taak'

Soms is de bijrol belangrijker dan de hoofdrol, soms zit een hoofdrol er niet in, en vaak blijven belangrijke bijdragen voor het grote publiek 'buiten beeld'. Bijrollen dus, in soorten en maten. Als laatste vandaag Tom Haartsen, fotograaf.

Ik weet langzamerhand wel hoe ik kunst moet fotograferen, maar daarmee is het nog geen kunstfotografie geworden. Ik creëer zelf niet, ik moet registreren. In die zin beschouw ik de fotografie als een dienende taak. Mij gaat het er om het bewuste voorwerp zo eerlijk mogelijk weer te geven. Die foto komt terecht in een catalogus, in een kunstboek of in de documentatie van een museum of een kunstenaar. Daar vormen ze een essentieel onderdeel van, maar met mijn foto's reik ik niet verder dan een ondersteuning van een groter geheel. Natuurlijk is het leuk om te zeggen dat ik dat en dat boek heb gedaan. Maar mijn werk is niet anders dan wat de lithograaf en de drukker doen. Zij zijn ook ondergeschikt aan de weergave van de kunst.''

Haartsen (1952) heeft er geen moeite mee dat zijn werk een ondergeschikte plaats inneemt. De dagelijkse omgang met kunst vindt hij zo prettig dat hij niets anders hoeft. Haartsen heeft van kunstfotografie zijn specialisme gemaakt, hij weigert andere opdrachten. Wie een portret, een bruidsreportage of een reclame-opdracht wil zien uitgevoerd, is bij hem aan het verkeerde adres. “Behalve op de Fotovakschool in Apeldoorn waar ik voor mijn examen een trouwerij moest fotograferen, heb ik dat nooit gedaan. Ik zal het ook niet doen, daar moet je andere specialisten voor zoeken.”

Haartsen kan het zich permitteren, want hij is met zijn specialisme een veel gezochte fotograaf geworden. Musea als Boijmans in Rotterdam, het Catharina Gasthuis in Gouda, het Van Abbe in Eindhoven, het Drents Museum in Assen, het Koninklijk Paleis in Amsterdam en het Boerhaave in Leiden kent hij van binnen en buiten omdat hij er voor het maken van catalogi en andere projecten al vaak is geweest. Via die weg komt zijn werk uiteindelijk ook in dagbladen en tijdschriften die over exposities publiceren. Daarnaast bezoekt hij bedrijven die hun kunstbezit gedocumenteerd willen zien en is hij bij kunstenaars kind aan huis als ze hun meest recente werk willen vastleggen vooraleer dat via de galerie wordt verkocht.

Zijn laatste, spectaculaire project is het fotograferen van tweeëntwintig schilderijen van Mondriaan die zich her en der in Europa bevinden. Ze staan afgebeeld in een binnenkort uit te brengen catalogue raisonné waarin alle Mondriaans worden besproken door Mondriaankenner Joop Joosten. Spectaculair was trouwens ook het fotograferen van alle schilderkunst die zich in de Oranjezaal van Huis ten Bosch bevindt. In opdracht van het Koninklijk Huisarchief moest Haartsen daar onlangs de schilderijen vastleggen, “een ongehoorde kans om de koninklijke collectie te zien die nooit voor het publiek wordt opengesteld.”

Haartsen rolde gemakkelijk in de kunstfotografie. Door zijn vader kwam hij bij terecht bij de Stichting Kunst en Bedrijf in Amsterdam, een instelling die contacten legt tussen kunstenaars en bedrijven en overheidsinstellingen. Daar heeft hij drie jaar lang, tussen 1973 en 1976, voorwerpen van kunst gefotografeerd. “Veel grafiek, maar ook projecten als pleinbehandeling, kunst die in opdracht op straat werd neergezet.”

Het leverde hem zo veel relaties op dat hij in 1976 voor zichzelf kon beginnen, ook al lag er een verzoek van de stichting om in vaste dienst te komen. Sindsdien heeft hij niet zonder werk gezeten, slaagde hij er zelfs in om binnen de kunst eigen specialismen op te bouwen. Haartsen legt zich toe op specifiek moeilijk te fotograferen materialen als zilver en glas. “Bij het zoeken naar de juiste materiaalweergave kom je bij zilver, maar ook bij glas, valse reflecties tegen. Zo'n object gaat dan veel te veel glimmen, dat maakt het kitscherig. Van een glazen object maak je snel een kerstboom vol glim-pitjes. Dat hoeft niet van mij. Voor een boek over de edelsmid Jan Eisenloeffel dat bij een expositie in het Singer Museum in Laren verscheen, moest ik bij particulieren werken. Doorgaans krijg ik de objecten in mijn eigen studio waar je de situatie naar je eigen hand kunt zetten, maar deze keer moest ik de eigenaren van de objecten bezoeken. Dan moet je improviseren. De mensen blijken die voorwerpen nog te gebruiken, ze halen ze overal vandaan. Het gaat er om dat je voor de foto over een compleet servies kunt beschikken. Dan hoor je na verloop van tijd 'oh, hier heb ik nog een suikerpotje, ja, dat moet er ook nog bij'. Dat is wel zo leuk, hoor, om dan goed te improviseren. Je moet het wel volhouden dat je eenheid in je beelden bereikt. Anders zit je zo maar met uiteenlopende foto's.”

Zijn omgang met kunst zorgt er voor dat hij grote belangstelling voor het medium is gaan koesteren. “Ja, ik heb steeds meer kunst om me heen gekregen. Dat komt ook omdat je mogelijkheden steeds beter worden, ik kan nu wat gemakkelijk kopen” zegt hij wijzend op een groot doek van de schilder Jurriaan van Hall. “Door veel voor musea te werken ontwikkel je je kijk, krijg je ervaring. En het bepaalt je voorkeur: ik houd steeds meer van hedendaagse kunst boven oude kunst. Bij veel kunstenaars kan ik hun ontwikkeling volgen, omdat ik er regelmatig kom. Zo volg ik Constant en Jef Diederen, die heb ik in de loop der jaren heel anders zien gaan werken. Dat is veel interessanter dan bij oude kunst, die voor mij veel meer is afgesloten.”

Bij het werken met zoveel uiteenlopende kunst moet hij ook slechte kunst tegenkomen. Haartsen beaamt dat, maar wacht zich er voor om namen te noemen. “Eerlijk gezegd houdt dat me niet echt bezig. Ik hoef er niet per se feeling mee te hebben, ik kan er toch een prachtige foto van maken ook als ik het niet zie zitten. Nee, ik heb er nooit problemen mee. Ik ben geen type dat zijn vinger opheft en zegt 'dat is geen kunst, dat hoort niet bij mij thuis'. Kijk, ik hoef anders dan de schrijver van het bijbehorende artikel geen sfeer te maken. Voor mij is het net zo gemakkelijk of net zo moeilijk een goede foto te maken van een goed als van een slecht schilderij. Ik kom trouwens zelden iets tegen dat ik echt niet van smaak vindt getuigen.”

Zo veel als hij kunst fotografeert, zo weinig doet hij op het terrein van vormgeving. “Ik fotografeer meubels, maar die zijn historisch. Bij nieuwe meubels kom je als fotograaf al snel in de reclamesfeer terecht. Dat ligt me helemaal niet. Ik fotografeer sec. Dan moet het voorwerp het doen, niet het mooie kleurtje op de achtergrond. Om die reden manipuleer ik ook niet. Ik weet dat je een scala van mogelijkheden hebt om er iets moois van te maken, maar dat vind ik toch een heel andere wereld dan de mijne.”

Juist om die reden is Haartsens werk, ondanks de relatieve neutraliteit, heel herkenbaar: het valt op door de grote rust waarmee het onderwerp wordt omgeven, de wijze waarop het karakter voor zichzelf spreekt en de realistische kracht die de fotograaf altijd opzoekt.

Haartsen: “De kunstenaar ziet graag dat zijn werk er uitspringt. Dat werk probeer ik zo eerlijk mogelijk weer te geven, maar een klein krasje draai ik naar achter, hoor. Je moet het object wel interpreteren. Je zoekt naar de bedoeling, wat voor gedachte er achter zit. Dan is de aanwezigheid van de kunstenaar bij het fotograferen geen nadeel, hij kan zeggen hoe het werk in elkaar zit.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden