'Ik beschouw mezelf niet als een held'

Op 11 september dacht Pat Sullivan voor het eerst in de acht jaar dat hij bij de FDNY, de Newyorkse brandweer, werkt dat hij het einde van zijn werkdag niet zou halen. Bijna vier maanden later heeft hij nog steeds moeite te geloven wat er toen is gebeurd. Maar hij houdt nog steeds hartstochtelijk van 'het mooiste beroep ter wereld'.

Pat Sullivan (34) is een man van weinig woorden. Zoals veel brandweermensen. Van sommigen hoor je dat ze in twintig jaar hun echtgenote nooit iets hebben verteld over hun werk. Praten doe je in de kazerne, waar wordt gekookt, gelezen, televisie gekeken, gekaart en lol gemaakt -tot het alarm weer gaat. Newyorkse brandweerlieden -veelal afkomstig uit Ierse immigrantengemeenschappen- zijn veelal no nonsense-types, gek op hun vak, die bij elkaar in de buurt wonen en hechte sociale groepen vormen. De meesten lijken zich nauwelijks raad te weten met de heldenstatus die ze sinds 11 september hebben en die hun ontelbare geschenken uit het hele land heeft opgeleverd. Kindertekeningen, quilts, brieven en vlaggetjes volgekrabbeld met heilwensen, gedichtjes en liefdevolle dankwoorden, sieren iedere kazerne in de stad.

In de keuken van Engine 240, de kazerne in Windsor Terrace (Brooklyn) die op die dag twee mensen verloor, leveren buurtbewoners nog dagelijks versgebakken koekjes, maaltijden en door kinderen geschreven kaarten af. ,,Ik beschouw mezelf niet als een held'', relativeert Sullivan. ,,Maar het is fijn te merken dat mensen ons waarderen en blijk geven van hun medeleven.''

Op 11 september was Sullivan juist ten zuidwesten van de zuidelijke toren (als tweede door een vliegtuig geraakt) gearriveerd, toen hij een enorm geraas hoorde. Het gebouw stortte in. Sullivan en zijn collega's renden voor hun leven. Hij school dicht tegen een vrachtwagen aan, waar hij binnen een oogwenk was omhuld door dikke zwarte rook. ,,Alsof ik onder water zat. Ik kon niet zien, horen of ademen.'' Sullivan, getrouwd en vader van twee kinderen, bad om te mogen overleven. ,,Maar ik had er weinig hoop op. Dus bad ik voor mijn familie en om een snelle dood.'' Toen de stofwolk minder dicht werd, probeerde hij water te vinden om de brandende brandweerwagens te blussen, maar hij was verblind door het stof. Een Rode Kruis-medewerker bracht hem terug naar Brooklyn, waar een dokter hem behandelde.

Eén keer is hij teruggekeerd naar de plek des onheils om te helpen puinruimen. Daarna wilde hij niet meer. De verwoesting ter plekke kon hij nauwelijks bevatten. ,,Er moeten duizenden bureaus en stoelen in het WTC hebben gestaan, maar ik ben er niet één tegengekomen. Glas, beton, alles was verpulverd. Het enige wat je zag, was stof en staal.'' Sullivan was voor die tijd nauwelijks politiek bewust, ,,ik wist niet eens dat er een land was dat Afghanistan heet''. Maar nu leest hij zoveel mogelijk, in een poging te begrijpen waarom dit is gebeurd.

Geen enkele Newyorkse brandweerman (het korps kent nog steeds weinig vrouwen) is de afgelopen maanden ongeschonden doorgekomen. Wie op 11 september niet zijn eigen huid moest redden heeft wel op 'Ground Zero' gewerkt of collega's, vrienden of familie verloren. Op die ene dag kwamen 343 brandweerlieden om -een adembenemend aantal in de geschiedenis van de FDNY, die volgens de cijfers die sinds 125 jaar worden bijgehouden gemiddeld zes brandweerlieden per jaar verliest.

Stap een willekeurige kazerne binnen en je hoort de aangrijpendste verhalen. Zoals over een gepensioneerde brandweerman die op één dag zijn beide zonen, ook brandweermannen, verloor. Sinds 11 september heeft hij op 'Ground Zero' tevergeefs naar hun resten gezocht. Of over het lichaam van een brandweerman dat tot opluchting van zijn familie was gevonden en begraven, waarna op basis van DNA-gegevens werd vastgesteld dat het om het lichaam van een collega ging. Of over de uitputtingsslag die de eindeloze reeks begrafenissen en herdenkingsdiensten is geweest. Een voormalige lieutenant die twee jaar geleden na 21 dienstjaren vertrok en tientallen omgekomen brandweermensen kende, besloot op een gegeven moment de diensten niet langer bij te wonen. ,,Mijn vrouw condoleert de weduwen, zelf kan ik er niet meer tegen.''

Dat móet z'n weerslag hebben op het werk. Een collega van Sullivan, Eddy Witkowski: ,,We zijn prikkelbaarder. Er zijn veel meer spanningen dan er ooit zijn geweest.'' ,,Maar we lossen het altijd snel weer op'', haast Sullivan zich er aan toe te voegen.

Voor het Newyorkse politiekorps, dat op 11 september 23 werknemers verloor, is inmiddels een programma opgesteld dat alle politiemensen helpt bij het psychisch verwerken van de gebeurtenissen. Voor de brandweer is dat nog niet gebeurd. Maar Sullivan en Witkowski zeggen er geen enkele behoefte aan te hebben. ,,Politiemensen werken veel individueler, hooguit met een partner'', zegt Sullivan. ,,Wij werken altijd in een groep, we vormen een soort familie. We praten ontzettend veel met elkaar. Als iemand zich vreemd gedraagt, stappen we erop af.'' Witkowski, die nog steeds last heeft van nachtmerries: ,,Ik heb heel wat gehuild met mijn maten. Ik merk dat de begrafenissen, de mogelijkheid om afscheid te nemen, een belangrijk onderdeel zijn van mijn therapie.'' Speelt de machocultuur binnen de brandweer een rol in hun weerzin tegen psychische hulp? Ja, geeft Sullivan toe. ,,Maar ook de stoere types praten onder elkaar.''

Net als de meeste Newyorkers had Sullivan niet kunnen dromen dat de geliefde Twin Towers zouden instorten. Maar hij is ervan overtuigd dat sommige brandweermensen die de gebouwen ingingen dat wel hebben geweten. Zijn er inschattingsfouten gemaakt? Sullivan denkt van niet. ,,We zouden nu weer precies hetzelfde doen. Het is niet je vak om buiten te blijven staan wanneer de situatie een beetje griezelig wordt. Je wilt er toch op af.''

In de laatste editie van het vakbondsblad WNYF staan alle portretten van de omgekomen brandweerlieden, verspreid over 15 pagina's. Al bladerend wijst Sullivan op diverse mannen die grijnzend in de lens kijken. ,,Met hem heb ik de opleiding gedaan. En die woonde hier in de buurt en laat tien kinderen na. Als we daar langsgaan, noemen ze ons 'papa'. Dit hier was een captain, die drie jaar geleden bij een brand door een vloer viel en beide benen verbrandde. Het heeft hem twee jaar gekost om te revalideren. Toen was hij eindelijk terug op het werk en kwam hij om. En dit was de hoogste man in uniform, die na het instorten van de eerste toren de tweede is ingerend om zijn mannen eruit te halen. Hij wist dat ook dat gebouw naar beneden zou komen.''

Ondanks alles spreekt Sullivan nog steeds vol passie over zijn vak. ,,Volgens mijn moeder wist ik al op piepjonge leeftijd dat ik brandweerman wilde worden. Ik zeg altijd: 'Dit werk is voor mij gemaakt'. Ik hou van dit vak en zou niets anders willen doen. Ik weet dat deze mannen hun leven zullen riskeren om mij te redden en dat ik hetzelfde voor hen zal doen. Dat is een geweldig gevoel.''

Toch heeft de nabijheid van de dood op 11 september z'n sporen nagelaten. ,,Ik kijk niet anders tegen mijn werk aan, ik accepteer nog steeds het risico dat ik in functie sterf'', zegt Sullivan. ,,Maar op het persoonlijke vlak heeft het wel iets met me gedaan. Ik waardeer het leven meer, want ik ben me bewuster van mijn sterfelijkheid. Ik weet dat ik ooit doodga. Alleen hoop ik dat dat pas gebeurt als ik negentig ben.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden