'Ik beschouw buiten als een interieur'

Zowel de Sint Jan in Den Bosch als de Beurs van Berlage in Amsterdam worden 's avonds volgens haar ontwerp verlicht. Het onlangs gerenoveerde Haags Gemeentemuseum hoort ook tot haar opdrachtgevers. Christa van Santen is een van de weinige lichtontwerpers die Nederland telt. “Een van mijn uitgangspunten voor het aannemen van een opdracht is, dat het sociaal relevant moet zijn.”

Slechts een paar lampen verlichten de kamer van haar huis aan een van de Amsterdamse grachten. Het is het moment tussen middag en avond. Het schemert. Een van de mooiste momenten van de dag, volgens Christa van Santen.

“Dan komen de mensen van hun werk en gaan overal de lichten aan. Prachtig.”

Musea en kerken, maar ook het gebouwencomplex rondom het voetbalstadion van Fortuna Sittard worden volgens ontwerp van Christa van Santens in het licht gezet. “Dat is méér dan een forse schijnwerper op een gebouw zetten.”

Tien jaar geleden begon ze met een collega lichtbureau Lite. Ze had daarvoor vijfentwintig jaar lesgegeven op de Technische Universiteit in Delft.

“Ik heb altijd gezegd dat ik, voordat ik in een verzorgingstehuis terecht zou komen, mijn kennis in praktijk wilde brengen. Ik gaf vormstudie aan bouwkundestudenten en ben mij steeds meer gaan bezighouden met de vormgeving van licht. Kleur zie je door middel van licht, kun je door licht weer een andere kleur geven. Dat is als schilderen met licht.”

Een van haar uitgangspunten voor het aannemen van een opdracht is, dat het sociaal relevant moet zijn. Haar eerste opdracht was om de verlichting van de fietspaden in Almere te bekijken en te onderzoeken waarom mensen zich onveilig voelen.

“Ik fietste 's nachts van Almere-Stad naar Almere-Binnen en bedacht toen, dat het probleem niet de verlichting van het fietspad zelf was, maar de verlichting van de omgeving. Ik zag in de verte een rare plek en dat bleek, toen ik dichterbij kwam, een waterplas te zijn. We hebben toen de verlichting aangepast. Het geeft een veilig gevoel om naar het licht toe te gaan.”

Van Santen ervaart buiten ook als binnen. “Ik zie buiten als een interieur. De gebouwen vormen de wanden. Pleinen worden gevormd door bomen, gebouwen of straatmeubilair. Het daglicht verbindt de gebouwen. 's Avonds hebben we de verlichting, die ons duidelijk moet maken hoe een stad in elkaar zit. Als je in een vreemde stad bent, moet je de weg kunnen vinden. Openbare verlichting kan misleidend zijn, terwijl het juist moet begeleiden. Je moet je weg kunnen vinden in een stad, je moet je er veilig voelen.”

“Er wordt vooral in de stadscentra steeds meer aandacht besteed aan verlichting. Dat heeft een economische achtergrond. Vroeger leverden de etalages een bijdrage aan de verlichting. Tegenwoordig spelen de winkels 's avonds vaak geen rol in de verlichting in de stad. Iedereen is bang voor inbraak.”

“Neem de Kalverstraat. Die is op het moment behoorlijk verlicht, daar ben ik nog bij betrokken geweest. Maar de rolgordijnen zijn een groot euvel. Er worden subsidies verstrekt voor open rolgordijnen, opdat het licht uit de etalages bijdraagt aan het gevoel van veiligheid. Maar wat doen de winkeliers? Die doen 's avonds het licht uit.”

Ooit maakte ze een zwartboek van alle slechtverlichte gebouwen. Op nummer één staat het Amstel Hotel in Amsterdam. Doodzonde vindt ze dat - zo'n mooi gebouw en zo slecht verlicht.

“Licht ontwerpen is een vak. We verlichten geen gevels of een reliëf, we laten iets zien van de hoogte en de breedte van een gebouw, van de driedimensionaliteit. Aanlichten moet iets verrassends zijn, iets extra's.”

“Je moet een technisch bureau geen gebouw laten verlichten. Als lichtontwerper moet je kennis hebben van een ander chapiter: wat architectuur betekent. Hoe een stad is geformeerd. Ik roep al jaren, dat het aanlichten van gebouwen en de openbare verlichting bij elkaar horen. Net zo goed als in de woonkamer moet er buiten ook harmonie zijn. Je hoeft ook niet alles te verlichten.”

Van Santen vraagt altijd naar de redenen waarom men een gebouw wil verlichten.

“Is het echt nodig, gaat het misschien om veiligheidsoverwegingen. Doe het dan zo, dat het esthetisch en artistiek ook iets betekent. Vaak wordt er rücksichtslos mee omgesprongen. Met heel veel schijnwerpers. Ongeacht of dat gebouw nou uit de zeventiende eeuw of de negentiende eeuw stamt.”

“Het kan best wat minder en wat artistieker. Soms hoef je alleen maar een timpaan aan te lichten en weet je al genoeg. Het is toch luxe waar we 't over hebben.”

“Je zet een gebouw in licht dat het nooit heeft gehad. Gebouwen worden niet gemaakt om aangelicht te worden. Die worden gemaakt voor het daglicht. Voor de zon. 's Avonds kun je de karakteristieken van een gebouw uit laten komen.”

De Sint Jan in Den Bosch werd ook door Christa van Santen verlicht. “Die kerk, dat is een belangrijk gebouw. Als je iets slechts zegt over de Sint Jan, vliegt de Bosschenaar je naar de keel. De kerk moet door de belichting een eenheid worden; die mag je niet uit elkaar slaan. Je moet hem vanaf de A 2 kunnen zien.”

“Het is zo leuk, als je in een kerk kunt kijken. Dat er licht uit komt. Dat-ie leeft. Ik pleit ervoor dat ze 's avonds het licht aan laten. Op de begane grond kun je dan door de ramen naar binnen kijken. Die mooie ramen vallen nu pas op.”

“Het kerkbestuur heeft het idee dat ze de Sacramentskapel ontwijden, als ze het licht laten branden. Als er een begrafenis is geweest, moet het licht ook uit. Het gevolg is, dat ze op die ene plek het licht uit doen en de rest aan laten.”

“Voor mij is dat een wezenlijk probleem. De verlichting van de kathedraal vormt aan de buitenkant één geheel met de binnenkant. Het is alsof ze een stuk afsnijden van een schilderij. Ik ben er zelfs mee naar Beeldrecht (auteursrechtenorganisatie) geweest, maar die hebben nog nooit zoiets aan de hand gehad. Je bent overgeleverd aan conciërges en vrijwilligers. Die voelen niet aan dat de totaliteit belangrijk is.”

Van Santen werkt nauw samen met architecten en technische bureaus. Het frustreert haar enorm, als ze merkt dat ze niet krijgt waar ze om heeft gevraagd. “Het helpt ook niet dat ik een vrouw ben. Dan zeggen ze: 'Ja mevrouwtje, maar de lampen die u wil, daar krijgen wij geen korting op. Dan lopen we dertig procent mis'.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden