Ik ben woedend geweest op God

Volgens Desmond Tutu is religie als een mes: je kunt ermee moorden, maar je kunt er ook brood mee snijden. Zelf blijft hij geloven in de kracht van religie, en in het goede in de mens, ook na de gruwelverhalen die hij aanhoorde in zijn ’waarheidscommissie’. Gisteren kreeg hij in Brussel een prijs van een oude vriend, de dalai lama.

’Ik ben blij dat ik God niet ben”, zegt aartsbisschop Desmond Tutu. „Want dan zou ik moeten zien hoe de mensen zoeken, terwijl de oplossing zo simpel is.” Volgens hem kan bij uitstek religie mensen de vrijheid geven om voor het goede te kiezen.

Hij wil wel een glas water. „Doet me er interessant uitzien. Komt er een moeilijke vraag, neem ik een slok, en dan lijkt het of ik heel hard nadenk.” Tutu lacht uitbundig. „Wacht nog even.”

Hij buigt het hoofd, vouwt zijn handen en spreekt snel een gebed uit. „Amen. Zeg het maar.”

Hij logeert in het luxueuze Conrad Hotel, een plaats waar ’s werelds hoogste bazen plegen neer te strijken als ze in Brussel zijn. Tutu (75) is er om een onderscheiding in ontvangst te nemen van een oude vriend van hem, de dalai lama. Als ze straks samen in het hotel hebben geluncht, zal de dalai lama hem vereren met de Light of Truth Award.

De prijs zelf is een eenvoudige lamp die brandt op jakboter, maar ze staat symbool voor het enorme licht dat de ontvanger heeft laten schijnen op de strijd voor mensenrechten en democratie in Tibet, dat al sinds 1949 hardhandig wordt onderdrukt door China.

Niet alleen Tutu valt in de prijzen. Ook de Belgische stripheld Kuifje is door de dalai lama onderscheiden, omdat hij ooit het bestaan van Tibet onder de aandacht bracht. De Hergé Foundation, die de herinnering aan de schepper van Kuifje in leven houdt, verzette zich bovendien met succes tegen censuur van het album ‘Kuifje in Tibet’. Een poging van de Chinese overheid om het boek gecensureerd en met de titel ‘Kuifje in China’s Tibet’ in de handel te brengen, liep spaak door protest van de stichting.

Tutu vindt het ’prachtig’ dat hij zijn prijs deelt met een stripheld, en hij voelt zich vereerd door de dalai lama. „Tibetanen zijn aardig en begiftigd, en hun leven is doortrokken van geloof. ’Laat ons zijn wie we zijn’ is echt alles wat ze de Chinezen vragen. Ze vragen niet eens om onafhankelijkheid, alleen maar om autonomie en de vrijheid om hun geloof te beleven. Ik vind het ongelofelijk dat de dalai lama in al die 47 jaar sinds zijn ballingschap nooit meer heeft opgeroepen tot geweld. Géén aanslagen, géén zelfmoordterroristen, alleen maar zoeken naar een vreedzame uitkomst. Ik hoop dat de Chinese bezetter ooit zal inzien dat vrijheid en democratie ook hem tot voordeel strekt.”

Tutu heeft een uitgesproken opgewekte uitstraling. Hij luistert en praat met al zijn aandacht. Hij maakt veel grappen en kan schaterend lachen. Wie hem niet kent, zou hem ook achter een piano in Chicago kunnen situeren. Hij heeft een ontwapenend effect op zijn omgeving, maar juist die houding is hem diepe ernst. „Ik ben ervan overtuigd dat mensen zijn gemaakt voor het goede. Dat het kwaad de uitzondering is en het goede de norm. Of ik een optimist ben? Nee, ik ben een man van hoop.”

Dat zegt de man die al in 1984 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg vanwege zijn vreedzame strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika, tien jaar vóór aan dat regime een einde kwam. Als voorzitter van de in 1995 opgerichte Waarheids- en Verzoeningscommissie hielp Tutu de wonden te helen van het apartheidsregime van 1960 tot 1994. Hij zag 21.000 getuigen aan zich voorbijtrekken, een eindeloze verzameling verhalen over mensonterende praktijken. Slachtoffers en nabestaanden moesten de kans krijgen om hun verhalen te vertellen en schadeloosstelling te eisen, het overheidsapparaat moest worden gedwongen onder ogen te zien welk gigantisch leed er was veroorzaakt.

Tutu betoonde zich destijds al een warm pleitbezorger van vergeving, maar niet zonder de daders te dwingen eerst hun schuld te bekennen. Eerder deze maand trad hij aan tot een nieuw orgaan van de Verenigde Naties, het zogenoemde Genocidepanel, dat secretaris-generaal Kofi Annan moet attenderen op zware misdaden tegen de mensheid in de wereld, als etnische zuiveringen en genocide. Tutu is een van de prominente leden, maar gelooft niet dat hij met zijn Zuid-Afrikaanse ervaring een toverformule op zak heeft. „Andere landen kunnen leren van wat we in Zuid-Afrika fout hebben gedaan en hebben bereikt. Maar als ze onze hulp vragen, moeten ze wel begrijpen dat het altijd maatwerk is. Uiteindelijk moet elk volk zijn eigen oplossingen vinden.”

Als voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie mobiliseerde Tutu daarbij de kracht van religie. Maar nu lijkt religie juist ’s werelds grootste bron van conflicten te zijn. Tutu erkent dat, maar hij blijft religie als inspiratiebron hartstochtelijk verdedigen. „Als iemand tegen u zegt: ’u bent religieus’, is dat inderdaad niet altijd een compliment. Het geloof brengt mensen voort als Martin Luther King, de dalai lama en Moeder Teresa, maar ook fundamentalisten en terroristen. De Amerikaanse Klu Klux Klan gebruikt het kruis ook als symbool, en in Noord-Ierland stonden twee christelijke groepen tegenover elkaar. Het geloof is als een mes. Je kunt er brood mee snijden, maar je kunt er ook een ander mee vermoorden. Maar het is niet het geloof zélf dat het fout doet. Religie is wat men er zelf van maakt.”

Religie kan mensen de weg wijzen, zegt Tutu, maar niet in de vorm van een dwingend keurslijf. „Het hart van het geloof is de overtuiging dat mensen zijn begiftigd met vrijheid. De vrijheid om te kiezen. De kwestie is of je een robot wilt zijn, of niet. God heeft de mensen niet voor niets allemaal verschillend gemaakt. Ze zijn blank, zwart, groot, klein, mooi of minder mooi, en waarom? Om te zeggen dat we elkaar nodig hebben. Je kunt alleen maar een individu zijn door de aanwezigheid van anderen.”

Maar wat betekent dat voor de talloze Zuid-Afrikanen voor wie de toestand na twaalf jaar democratische vrijheid nog altijd even uitzichtloos is? „Ik ben verrast door het enorme geduld dat mensen aan de dag leggen”, zegt Tutu. „Ik denk aan het volk van de Israëliërs dat veertig jaar in de woestijn moest leven, voor het aankwam in het Beloofde Land. Véértig jaar! Maar uiteindelijk was het vrij. Daarbij heeft het volk wel mensen achtergelaten, dat zeker. En ik vind dat er in Zuid-Afrika veel te veel mensen zijn achtergelaten.”

Tutu staat open voor het leed dat mensen aanrichten als ze hun vrijheid gebruiken om slechte dingen te doen. „Oorlog is altijd een tragische vergissing. Defensiebudgetten zijn budgetten voor leed en vernieling. In Irak zijn alleen al in april en mei negenhonderd mensen omgekomen. Maar ik blijf geloven dat het uiteindelijk goed komt. In Zuid-Afrika leek de apartheid het ook heel lang te winnen, net als dat ooit gold voor het kolonialisme. Maar er hebben ook al weer veel dictaturen in het stof gebeten.”

„Mensen kunnen decennialang met elkaar vechten, maar er komt een moment dat ze gaan zitten en onderhandelen, in het besef dat ze samen veilig en vrij kunnen zijn. In Irak lijden miljoenen mensen, maar zelfs daar zie je dat mensen ook goede dingen doen. Op zulke momenten zie ik God denken: ’Haha, zie je wel? Daarvoor heb ik de mens gemaakt’.”

Tutu kan gebukt gaan onder het wereldleed, de goede afloop lijdt voor hem geen twijfel. Maar is dat wel zo simpel als het klinkt?

„Ik ben vaak woedend geweest op God. Hoewel nu ouder en rustiger, ben ik het soms nog. Je ziet de armoede in Afrika en Azië, en dan kom je hier en vraag je je af waarom. Hoe ik daar overheen kom? Ik huil. Want ik lach heel snel, maar ik huil ook heel gemakkelijk. En als ik ben uitgehuild, dan denk ik weer: Het komt allemaal goed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden