'Ik ben van onder het water, een Vlaming dus'

DEN HAAG - Als eerste spelregel 'voor een heerlijk weekeinde' adviseerde de Stichting Dichter aan huis vooraf: “Maak er geen race van, probeer geen records te vestigen. Geniet van de gastvrijheid, van Den Haag, van poëzie. U kunt niet alle dichters ontmoeten, niet alle huizen bekijken.”

Dat was een heel wijs advies, want tijdens de Dichter aan huis-dagen, die afgelopen zaterdag en zondag in verschillende Haagse huizen werden gehouden, bekroop je gaandeweg wel degelijk de neiging om er nog een paar dichters extra bij te nemen. Niet uit hebzucht of kwartetdwang, maar louter uit geestdrift. Het Haagse poëzieweekeinde bleek allerminst een tot knikkebollen nodende gebeurtenis. Hoewel, er werd ook een beroep op het selectievermogen van de toeschouwers gedaan en daarnaast moest je simpelweg wat geluk hebben. De deelnemers aan het Poëzieweekeinde konden kiezen uit vijfentwintig Belgische en Nederlandse dichters, die in evenveel particuliere huizen kris kras door Den Haag hun werk voordroegen. Van Benno Barnard tot Anneke Brassinga, Tom van Deel, Anton Ent, Hester Knibbe, Frank Koenegracht, Gwij Mandelinck, Rob Schouten, Ad Zuiderent en Nachoem Wijnberg. De dichters bleven zitten waar ze zaten, de toeschouwers dienden van huis naar huis te wandelen. Om het hele uur begon steeds een dichter met zijn voordacht, die van tien minuten tot drie kwartier varieerden. Alle vijfentwintig dichters horen was door de tijdafbakening niet eens mogelijk: 2 middagen van 12 tot 6 uur in continudienst leveren maximaal veertien dichters op.

Het ging natuurlijk om de poëzie zelf, om de dichters te zien en te horen, vrijwel bij hen op schoot te zitten, maar het waren de wisselende locaties en de gedwongen (loop)pauzes die de reis in beweging brachten en hielden. En dat valt van het dichtgemetselde karakter van een Nacht van de Poëzie minder makkelijk te zeggen. De Hagenezen die hun huizen vrijwillig hadden opengesteld, schonken niet alleen koffie, sinaasappelsap en overige gastvrijheid, maar toonden ook de intimiteit van hun huiselijk leven.

De dichters noch de huisbezitters mochten een voorkeur voor elkaar uitspreken - dat deed de stichting Dichter aan huis - zodat oeverloos gekrakeel over plek en persoon achterwege kon blijven. Bij het wisselen van de wacht, steeds om het hele uur, trokken clubjes poëziegangers door Den Haag, elkaar gaandeweg herkennend en op zoek naar het volgende, met een poëzievlag aan de pui gemarkeerde poëziehuis. Enthousiasme en teleurstelling werden op straat uitgewisseld, waarna het reisplan alsnog gewijzigd kon worden. Een huisbezitter kon naar eigen luim of inzicht beslissen dat er genoeg mensen in huis waren en hing dan het bordje 'vol' op de deur. In het ene huis zat je soms met z'n drieën te luisteren, in het andere moest je op de grond zitten.

Wanneer de aandacht voor dichter of poëzie verslapte kon je op je gemak het gasthuis eens taxeren en, aan de hand van kleding en inrichting, beoordelen op welke partij de gastheer of -vrouw zou stemmen. Mooie plafonds hebben ze daar toch in Den Haag, en wat veel - al dan niet gelakte - houten vloeren! Haarden met glimmend koperwerk, kniehoge schaakspelen, kunststoffen Jacobschelpen aan de muur die sluimerverlichting verhullen, glazen tafels waarop nog net een stapeltje romans is gelegd om te ontkrachten dat in dit boekenkastloze huis niet gelezen zou worden, opmerkelijk veel Vlaamse (neo)Naïeven aan de muur, vooral rond het Sweelinckplein.

De Vlaming Gust Gils pakte tamelijk uitvoerig uit en verhaalde van Miss Navel, die haar navel ter beschikking van het Wereldkampioenschap Navelstaren heeft gesteld, en besloot met een handvol pseudo-aforismen of 'verzwikte wijsheden' zoals 'Wie het kleine begeert weet niet beter' en 'Eigenlof is beter dan geen'. Neeltje Maria Min droeg uit haar nog te verschijnen bundel 'Kindsbeen' voor ('In deze stad wil ieder uur wel wat. . .') en was meervoudig kernachtig want binnen elf minuten klaar.

De ene dichter begon plompverloren en wist niet van ophouden, de andere beheerste de kunst van het zichzelf voorstellen tot in de puntjes. De introductie en toelichtende woorden van Eriek Verpale waren nog dichterlijker dan z'n eigen poëzie en proza al zijn. In een hartversmeltende bescheidenheid heette hij zijn gehoor welkom (“Goedenamiddag. Zoals u reeds kon horen, ben ik van onder het water, een Vlaming dus.”) en vertelde dat hij gescheiden en veertien keer verloofd, aan de zuip en de snuif is geweest, ooit onvrijwillig brand heeft gesticht, de koning nog heeft ontmoet en een overval overleefde waardoor hij nu nog steeds een (opgevouwen) Opinel bij zich draagt, “en voor de rest gebeurt er in mijn leven altijd niets”.

Als je de fragiele dichter uit Zelzate voor je ziet kost het wel erg veel moeite om je voor te stellen hoe hij met z'n vouwmes een belager te lijf wil gaan. Van te voren berichtte hij de Stichting Dichter aan huis: “Hartelijk dank voor uw schrijven van 2 maart 1995 waarop ik door een ongelukkige val helaas niet eerder kon antwoorden: mijn rechteroog zat dicht, mijn bril was kapot, ook wou ik mij weer eens doodleuk ophangen - die dingen gebeuren. Gezien mijn werkzaamheden als telefonist op een fabriek opteer ik voor zaterdag 30 september en belief ik gaarne zondag 1 oktober kort na het middaguur huiswaarts te keren zodat ik de volgende dag, maandag 2 oktober, ietwat toonbaar achter mijn loket verschijn.”

Verpale is een rasverteller, en heeft dat aan zijn overgrootmoeder uit Litouwen te danken die hem tot z'n twaalfde opvoedde. Als gevluchte en Baltische jodin schotelde zij hem in de verhalende traditie zo veel bloed voor dat Bonanza, toen die voor eerst op tv verscheen, er subiet bij verbleekte. De poëzie van Verpale voert langs stelselmatig opgezopen congégeld (vakantiegeld) van zijn vader, langs Café 'De Atlas' of Café 'De Veertien Billekens' en langs de Kunst van het Scheppen (= een vrouw achterwaarts bij de kont vatten).

Als je een stichting zou kunnen omhelzen doe ik dat nu en ter plekke met de Stichting Dichter aan huis, die zo trefzeker wist te bewerkstelligen waar menige ziel zo naar snakt: kleurrijkheid, beweeglijkheid, elegantie en souplesse. Het Haagse Poëzieweekeinde was, kortweg, schoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden