Review

'Ik ben rijk aan beloofde goudstukken'

Het tweede deel van de uitgave van een keuze uit de brieven van Erasmus is verschenen. Na 1500 was Erasmus al beroemd, maar hij moest nog steeds bedelen om geld.

'Mijn geesteskinderen, uw pleegkinderen, strekken smekend de handen naar u uit en bidden u om uw gunsten'', schrijft Desiderius Erasmus in een lange brief aan een adellijke dame, die hij prijst omdat haar vrijgevigheid het hem mogelijk maakt 'voor de letteren te leven'.

Nog dezelfde dag vertrouwt hij een vriend toe dat hij dergelijke bedelbrieven, de 'vleierijen van een parasiet', alleen met grote weerzin uit zijn pen krijgt. En zo vrijgevig was die dame ook niet: ,,Zij heeft wel het geld om die hoerenlopende monniken en schandelijke windbuilen te onderhouden, maar niet om iemand de nodige vrije tijd te garanderen om boeken met eeuwigheidswaarde te schrijven, als ik ook eens iets ten gunste van mezelf mag zeggen.''

Beide brieven staan in het tweede deel van de (uitstekende) Nederlandse vertaling van Erasmus' correspondentie, die een levendig beeld geeft van het intellectuele leven in de Renaissance. Erasmus schreef in het Latijn, de universele taal van de Europese geleerden in die tijd.

Dit deel beslaat de eerste vijftien jaar van de zestiende eeuw, toen hij de middelbare leeftijd bereikte en zijn roem steeds groter werd. Desondanks bleef hij deze hele periode nog afhankelijk van wat adellijke of bisschoppelijke weldoeners hem toestopten, en dat was doorgaans aanzienlijk minder dan wat ze hem toezegden. ,,Ik ben buitengewoon rijk aan beloofde goudstukken'', klaagt hij. ,,Voor het overige lijd ik honger!''

Toch verkoos hij dit veredelde bedelaarsbestaan boven het kloosterleven dat hij als jongeman een paar jaar had geleid, onder dwang van zijn voogden, die uit waren op het kapitaaltje dat hij van zijn vroeg overleden ouders had geërfd. In een uitvoerige brief aan de prior in Gouda schrijft Erasmus dat hij lichamelijk noch geestelijk bestand is tegen de discipline van het kloosterleven. Maar hij laat tevens blijken daar ook helemaal geen zin meer in te hebben: tot de vele prestaties die hij na zijn vertrek had geleverd, en waarvoor hij werd 'geprezen door de meest prijzenswaardige mensen', zou hij als kloostermonnik nooit de kans hebben gekregen.

Uit andere brieven blijkt dat Erasmus ook zijn bekomst had van Holland, waar de 'epicurische drinkgelagen' hem afstootten. ,,Voeg daar nog bij dat slonzige soort lieden, zonder enige cultuur, met een diepe verachting voor de studie, geen enkele beloning voor geleerdheid en bijzonder veel haat en nijd.''

De tweede helft van zijn leven heeft hij geen voet meer gezet in zijn geboorteland, waar destijds nog geen universiteit te vinden was. Hij reisde langs de grote cultuurcentra van Europa -Parijs, Leuven, Londen, Cambridge, Rome, Bazel- nu eens op aandrang van zijn bewonderaars, dan weer op de vlucht voor de pest, die telkens weer de kop opstak.

De ontberingen en onzekerheden van dit zwerversleven waren de prijs die hij moest betalen voor de vrijheid zijn eigen interesses te volgen. Als een der eerste humanisten wijdde hij zich aan de studie van het Grieks, omdat 'de Latijnse geleerdheid zonder de Griekse maar half werk' was. Uit die taal vertaalde hij Euripides maar ook de door hem bewonderde satiricus Lucianus. Die was een inspiratiebron voor het boek waar Erasmus het meest bekend om is gebleven, 'Lof der zotheid', geschreven in 1509 ten huize van zijn vriend Thomas More, toen een aanval van nierstenen hem weerhield van serieuzer werk.

Bij al zijn enthousiasme voor de antieke cultuur verloochende hij de christelijke vroomheid allerminst. Hij verzorgde bijvoorbeeld een kritische uitgave van het Nieuwe Testament, aan de hand van de Griekse teksten. De kennis van Latijn en Grieks verwierf hij immers niet 'om ijdele roem te verwerven of uit een kinderlijk genoegen', maar omdat hij er goed had over nagedacht hoe hij ,,naar beste krachten, de tempel des Heren, door de onwetendheid en barbaarsheid van sommige lieden al te zeer onteerd, met exotische rijkdommen kon opsieren, zodat ook de edele geesten zich vol liefde aan de Heilige Schrift konden wijden''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden