column

Ik ben overtuigd: onze voetballers moeten harder trainen

Beeld Maartje Geels

Aan de Fox-tafel van Kees Jansma zei werkloos trainer Fred Rutten dat we in Nederland harder moeten trainen, meer van onszelf moeten eisen. Hij had het al vaker gezegd. Mij lijkt dat hij gelijk heeft.

Sommige reacties kun je dan uittekenen. Niet serieus te nemen, Rutten. Wat heeft die als trainer gepresteerd? Ook zo één: de definitiekwestie. Wat is dat dan, harder trainen? Definieer dat eerst eens tot achter de komma, voor we er misschien aan gaan denken. Alsof we in ons diepe dal de luxe nog hebben om elke methode navelstarend uit te pluizen op de in sport sowieso nooit volledig bewijsbare werking ervan.

Maar ik had geen zin in weer een chagrijnige column over Nederland kakelland, betweterland. Ik belde Foppe de Haan, de gepensioneerde trainer die altijd zei dat we hard moeten trainen en die dat bij Heerenveen in praktijk bracht. Foppe nam Rutten serieus. “Zulke mensen moeten zeggen wat ze vinden”, zei hij.

Het kernprobleem ligt, zei De Haan, in de leeftijd van 17 tot 21 jaar, de jongens die zo goed als uitgegroeid zijn. Trainers zijn gericht op de wedstrijd, daarvoor moeten de spelers fit zijn. Om ze heel te houden trainen ze niet om een stapje erbij te zetten. Hij zag Franse jongens van 17, 18 jaar in Nantes ‘spijkerhard’ trainen. “Dat komen wij tekort”, zei Foppe.

Ik belde werkloos trainer Gertjan Verbeek, ook een propagandist van hard werken. “We zijn doorgeslagen in de theorie: planning, voorzichtig zijn”, zei hij. “Topsport gaat om grenzen verleggen. Het fysieke is steeds belangrijker. Als we meewillen, moeten we het niet over kunstgras hebben, maar over een betere ontwikkeling van spelers.”

Harder trainen onverantwoord? Flauwekul, zei De Haan, als het maar verstandig gebeurt. Alles is tegenwoordig te monitoren, zei Verbeek. Een definitie had Foppe wel. “Soms meer trainen, soms harder, in elk geval meer.” Daarmee kunnen we zo aan de slag, lijkt me. De omvang moet groter en de intensiteit omhoog, zei Verbeek. “We voetballen in uren al minder dan wij vroeger op straat en als we dan ook nog minder gaan doen, heeft dat zijn weerslag.”

Ik legde de mannen een gedachte voor die bij mij althans al langer knaagt. Natuurlijk kunnen wij niet aan het grote geld tippen: Manchester City bijvoorbeeld, dat de beste spelers bij elkaar koopt. Maar dat die spelers individueel zo goed zijn geworden, dat heeft toch weinig of niets met geld te maken? Dat is toch training, wil, overgave, toewijding? “Dat is precies het verhaal”, zei De Haan. “Niets heeft het met geld te maken, alles met eigen passie en beleving”, zei Verbeek.

Fred Rutten zou een gegadigde kunnen zijn voor de vacante positie van technisch directeur bij de KNVB. Maar zou iedereen naar hem luisteren in kakelland, betweterland? In de tijd dat de Duitsers hun voetbal hervormden, was Matthias Sammer er technisch directeur, een oud-topvoetballer die in een korte carrière als trainer niet bijster succesvol was geweest. Ik wil er geen eng etiket als landsaard op plakken, maar we moeten toch concluderen dat ze daar hebben geluisterd, dat ze zo collectief mogelijk de grote lijn hebben gevolgd.

We kunnen zeggen dat Foppe’s tijd is geweest, dat Rutten en Verbeek zonder werk zitten – wie zijn zij dan? “Bij onze clubs is altijd verdiend aan spelers die zich hadden ontwikkeld”, zei Verbeek. “We hadden een fysiek fit elftal. Je hoort het van spelers meestal achteraf: ik heb toch wel wat geleerd van Rutten, van Verbeek.”

We zouden ook eindelijk eens, twee keer per dag en zoveel later dan alles om ons heen, de mouwen kunnen gaan opstropen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden