'Ik ben ongeduldig en dat wil ik graag zo houden'

De Britse schrijver, televisiepresentator en filosoof Alain de Botton (43) vindt dat iedereen, op zijn eigen manier, een tikkeltje gestoord is. "Dat moet je accepteren."

Les 1

Wees niet naïef

"Vroeger werden kinderen gezien als een soort dieren. Je kunt heel aardig zijn tegen dieren, maar je neemt ze niet serieus. Tegenwoordig weten we de kindertijd meer op waarde te schatten. Wat je in je jeugd overkomt, bepaalt voor een groot deel hoe het je later in het leven vergaat, is de nu heersende opvatting. Moderne ouders sloven zich uit en behandelen hun kinderen alsof ze van breekbaar glaswerk zijn.

Mijn ouders waren van de oude stempel. Niet alleen lagen ze te veel met zichzelf overhoop om kalme, toegewijde opvoeders te kunnen zijn, ze interesseerden zich überhaupt niet voor de zieleroerselen van hun kroost. Ze vroegen mij nooit wat ik dacht of hoe ik mij voelde. Kinderen, die kon je prima negeren en je kon er ook best af en toe tegenaan schoppen.

Mijn vader, hij... nee. Nu voel ik me ongemakkelijk. Met een journalist over mijn vader praten, ik doe het liever niet meer. De keren dat ik het wel deed, liepen steevast uit op een ramp. Journalisten zijn geen psychologen maar ze doen net alsof ze dat wel zijn. Ze zijn uit op sensatie en vereenvoudigen de zaak. Het resultaat is vaak tenenkrommend karikaturaal. Waarom zou ik met jou over mijn vader praten? Jij hebt mijn vader niet gekend, ik ken jou niet. Het is een bizarre gewoonte dat je wordt geacht tijdens een interview alles open en bloot op tafel te leggen. Ik wil de controle houden over wat ik van mijzelf laat zien. Daarom nodig ik journalisten ook nooit thuis uit, maar zitten we hier, in mijn kantoor. Mijn verhouding tot mijn vader, sorry, die is privé.

Het is niet dat ik iets wil verzwijgen, maar ik heb door schade en schande moeten leren om niet meer naïef te zijn. Die behoedzaamheid druist in tegen mijn karakter: ik ben van nature een heel open persoon. Maar toen ik voor de zoveelste keer een interview terug las waarin ik mijzelf totaal niet herkende, zei ik tegen mezelf: grow up. Zo werkt de wereld. Wat je terloops tegen een journalist zegt, kan de beeldvorming over jou meer beïnvloeden dan wat je na drie jaar hard nadenken opschrijft in een boek. Wees voorzichtig."

Les 2

Terugkijken helpt niet

"Maar jij bent natuurlijk nog lang niet tevreden. Jij wilt weten hoe ik als kind omging met de situatie thuis. Ik zal het je zeggen: ik weet het niet. Echt, ik weet het niet. Dat is het eerlijke antwoord. Ik kan natuurlijk een simpel theorietje ophangen over de geboorte van de schrijver in een ongelukkige jeugd, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik zulke verhalen wantrouw.

Mijn kindertijd is heel ondoordringbaar voor me. Ik herinner mij bijvoorbeeld niets meer van voor mijn achtste. Bovendien zijn er allerlei ervaringen die mij hebben gemaakt tot de persoon die ik nu ben. Hoe moet je die knoop aan invloeden ontwarren, hoe weet je of iets genetisch is of juist gevormd in je jeugd, en hoe kun je ooit nog achterhalen waardoor dan precies? Het heeft er misschien mee te maken dat ik nu zelf vader ben. Ik observeer mijn kinderen en besef hoe weinig ik van ze begrijp: ik weet niet hoe ik hun karakter beïnvloed.

Terugkijken helpt niet, het verleden geeft me geen antwoorden op de vragen en raadsels van het heden. Ik besef dat het paradoxaal klinkt: aan de ene kant vind ik het mooi dat we onze kindertijd tegenwoordig zo serieus nemen, aan de andere kant heb ik geen idee hoe mijn jeugd mij heeft gevormd. Ik wil het eerlijk gezegd ook niet weten. Mijn jeugd verveelt me."

Les 3

Humor is onmisbaar in een huwelijk

"Toen ik op mijn 22ste mijn eerste boek schreef, de roman 'Essays in Love', had ik al wel een paar korte relaties achter de rug, maar ik was toch vooral vertrouwd met onbeantwoorde liefde, met wanhopig, romantisch smachten. Ik was een beetje een lost case, een triest geval. Jonge vrouwen vallen niet op verlegen, intellectuele types die narcistisch met een boekje in een hoekje zitten te lijden.

Pas rond mijn dertigste kreeg ik meer zelfvertrouwen. Niet door een bewuste keuze, ik was die onzekerheid simpelweg ontgroeid. Ik had een langere relatie, ik werd uitgegeven en genoot succes. Mijn zelfmedelijden begon me de keel uit te hangen.

Ik ben nu zo'n tien jaar getrouwd. Met het huwelijk kwam een ander soort lijden: dat van het conflict. Liefdesverhalen gaan vaak over de obstakels vóór de kus, de seks, het huwelijk. Maar de werkelijke obstakels liggen daarachter. Het huwelijk is alles behalve saai.

Mijn vrouw en ik hebben voortdurend ruzie. We hebben veel gemeen, maar daar let je doorgaans niet op, je merkt alleen waar je met elkaar botst. Mijn vrouw is bijvoorbeeld op het neurotische af beleefd: bedankbriefjes, verjaardagen onthouden, mensen uitnodigen omdat zij ons ook hebben uitgenodigd.

Mijn vrouw vindt zulke dingen extreem belangrijk. Zelf heb ik ook mijn neurotische kanten. Zo ben ik obsessief ordentelijk, ik wil alles goed geregeld hebben, als iets kapot gaat moet het meteen gerepareerd. Ik ben ook wilder, gepassioneerder dan mijn vrouw, en ik kan heel overtrokken reageren.

Aan het begin van ons huwelijk zei mijn vrouw dingen als: 'Afgaande op je boeken had ik niet verwacht dat je door zoiets pietluttigs zo van streek zou raken'. Zij dacht dat ik een soort Socrates was. Ik had haar nooit beloofd dat ze met Socrates ging trouwen. Trouwens, als je mijn boeken goed leest, dan zeg ik voortdurend dat we allemaal, op onze eigen manier, een beetje gestoord zijn. Je moet dat abnormale in jezelf en de ander leren zien en accepteren.

Humor, zo heb ik ontdekt, is onmisbaar in het huwelijk. Het is een fantastische, subtiele manier om de ander kritiek te geven: je ergert je en in plaats van een botte opmerking maak je een grap. De boodschap is dezelfde, maar de ander wordt niet gekwetst.

Je moet van de liefde niet alles verwachten. We hopen soms dat de liefde al onze eenzaamheid voor eens en voor altijd zal doen verdwijnen, dat we helemaal één worden met de ander. Dat is dus niet zo.

Gelukkig is er de kunst. Dat is een prachtige plaats om naar toe te gaan met mijn resterende eenzaamheid. Schrijven is een poging om heel zorgvuldig te communiceren. Het is als praten met een reusachtige denkbeeldige vriend."

Les 4

Schakel je onbewuste in

"Als ik na wil denken ga ik op mijn sofa liggen, daar, bij de muur. Pen en papier in de hand. Ik noteer alles wat naar boven borrelt: woorden, zinnen, flarden van dagdromen. Het meeste denken vindt plaats in het onbewuste. Je moet je gedachten de kans geven te ontstaan, te rijpen, naar boven te drijven, je moet ze niet al te streng willen dresseren. Je weet niet altijd meteen wat je denkt. Mysterieus, vind je niet? Wie of wat denkt er eigenlijk? Plato zei: we weten alles al, we moeten het ons alleen herinneren. Dat klopt natuurlijk niet, maar het beeld drukt wel iets wezenlijks uit over het denkproces.

Voordat ik naar bed ga, kijk ik even naar waar ik de volgende dag over wil schrijven. Dan ga ik slapen. Ik zet het pannetje als het ware op het vuur. De volgende dag, als ik wakker word, borrelt het en kan ik er meteen mee aan de slag. Gisteravond, bijvoorbeeld, ging ik naar bed met de vraag wat er nu eigenlijk slecht is aan de 'consumptiemaatschappij'. Toen ik vanochtend opstond had ik een heldere gedachte: je moet niet naar het consumptie-artikel kijken - het restaurant, de auto, het vakantieoord - maar naar de fantasie die mensen over dat artikel hebben. Dan blijkt het ze bijvoorbeeld te doen om zaken als rust of liefde. Geestelijke dingen dus.

Ik kom altijd in opstand tegen het gangbare verhaal. Als iedereen zegt dat consumentisme verderfelijk is, wil ik bewijzen dat het goed is. Shoppen is niet slecht, het is heel interessant.

Ik zie mezelf als een vreedzaam persoon, maar ik moet toegeven dat ik op intellectueel vlak altijd ruzie zoek. Ik ben een onverbeterlijke provocateur. Dat is misschien kinderachtig, maar zo werkt mijn brein nu eenmaal."

Les 5

Durf gekwetst te worden

"Na mijn boek over Proust zei mijn uitgever: 'Waarom schrijf je het volgende niet over Balzac?' Maar een vervolg schrijven lijkt mij vreselijk saai om te doen. Elk boek moet een risico zijn, alles wat ik onderneem moet een risico zijn. Critici zeggen: je rent van het ene onderwerp naar het andere en raakt telkens alleen maar de oppervlakte, maar als ik aldoor hetzelfde zou doen, zouden ze daarover zeuren. Kritiek is er altijd.

Soms kom ik in de verleiding om mijn critici aan betere nare recensies te helpen. Vernietigender. Kom op, denk ik dan, pak me nu eens écht aan. Het is altijd hetzelfde: 'De Botton maakt filosofie te plat'. Lezen ze wel goed? In mijn laatste vier boeken noem ik niet één filosoof.

Hoe je mijn werk wél onderuit zou moeten halen? Goed, laat ik jou eens van munitie voorzien. Bij mijn laatste boek, 'Religie voor atheïs-ten', zou ik uiteenzetten dat er van alles ontbreekt. Er vallen gaten in de argumentatie. Er zou bijvoorbeeld absoluut een hoofdstuk over de dood in moeten. Of over de politiek, die dimensie mist ook volledig. Geen enkele recensent die het is opgevallen.

Critici verwijten mij dat ik lessen probeer te trekken uit kunst en literatuur, dat ik alles 'instrumentaliseer'. Inderdaad, en ik schaam me daar niet voor. Sterker nog, ik ben er diep van overtuigd dat je filosofie en cultuur moet kunnen toepassen, dat je er wat aan moet hebben. In je eigen leven, in de politiek, in het bedrijfsleven. De kloof tussen de wereld van de ideeën en de praktijk vind ik frustrerend. Al die prachtige monografieën die volkomen in de lucht blijven hangen zonder ook maar de minste ambitie iets in de wereld te veranderen - dat irriteert me.

Bevriende schrijvers zeggen: 'Ik trek me niets aan van recensies, ik lees ze niet meer'. Maar als je openstaat voor de wereld - en als schrijver moet dat - dan moet je ook gekwetst durven worden. Trouwens, het is niet eens een bewuste keuze, die recensies kwetsen me gewoon. En ik geef het toe. Ik wil geen boeddha zijn."

Les 6

Wees megalomaan

"Ik heb altijd ambivalent gestaan tegenover het schrijverschap. Een deel van mij haat het, op een heel vulgaire manier. Ik vind het eigenlijk iets verwijfds. Een beetje thuis achter je bureau zitten en boeken schrijven, kom op, that's not a life. Iets in mij bewondert actie. Niet de stoere, militaire variant, maar de directe manier waarop mensen elkaars leven beïnvloeden en veranderen. Vandaar mijn interesse in religie. Er is nooit een beter mechanisme uitgevonden om de innerlijke levens van mensen te veranderen. Ja, ik ben misschien een gemankeerde dominee.

Op een gegeven moment besefte ik dat ik meer wilde zijn dan alleen een toeschouwer. Ik wil niet alleen schrijven over architectuur, ik wil ook daadwerkelijk veranderen hoe steden er uitzien. Toen heb ik twee organisaties opgericht: de School of Life en Architecture Now. Vroeger staarde ik me blind op wat ik goed kon - schrijven. Nu denk ik breder. Ik ga niet meer uit van wat ik kan, maar van waar ik om geef. Ik wil die delen van de wereld veranderen waar ik om geef. Er zijn allerlei manieren waarop dat kan; een boek schrijven is daar maar één van.

Ik heb zo mijn megalomane momenten. Dat bedoel ik slechts ten dele sarcastisch. Ik daag mijzelf continu uit: wat is de grootste versie van wat ik probeer te doen? Ik ben ongeduldig en dat wil ik graag zo houden. Het leven is veel te kort om niet ambitieus te zijn."

Alain de Botton
Alain de Botton (1969) is geboren in Zürich, als zoon van een joodse emigrant. Zijn vader, de puissant rijke Egyptenaar Gilbert de Botton, werd verbannen uit Alexandrië en richtte in Zwitserland een investeringsbank op. Hij was een dominante figuur, een verwoed kunstverzamelaar die twaalf talen sprak, in wiens ogen Alain het naar eigen zeggen nooit goed kon doen. Hij overleed in 2000 en liet voor zijn kinderen (Alain heeft een zus, Miel) een fonds na van 50 miljoen Britse ponden. Alain heeft daar naar eigen zeggen nooit gebruik van gemaakt. Op zijn achtste verhuisde Alain naar Engeland, waar hij naar een elitaire kostschool in Oxford werd gestuurd en later naar Harrow in Londen. Zijn tijd daar beschreef hij later als een 'hel'. Hij studeerde geschiedenis, filosofie en begon aan een PhD in Franse filosofie, die hij niet afmaakte. Zijn eerste boek, 'Proeven van liefde' uit 1993, werd met twee miljoen verkochte exemplaren een bestseller. Een reeks andere bestsellers volgden, zoals 'Hoe Proust je leven kan veranderen' (1997), 'De troost van de filosofie' (2000) en 'Statusangst' (2004). De Botton trouwde in 2003 en heeft twee zonen. Hij is een veelzijdig man, die door onorthodoxe initiatieven, vele optredens en populariserende manier van schrijven de nodige weerstand oproept.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden