Ik ben nooit op Ameland geweest. Gek hè?

Albert Beintema (1944), bioloog en nesofiel

"De basis van mijn nesofilie - mijn liefde voor eilanden - is vermoedelijk gelegd op Texel. Als jongetje van tien, elf jaar verbleef ik daar met enige regelmaat omdat ik last had van piepende longen. De zeelucht deed me goed. Ik herinner me nog de overtocht, de wind in mijn haren, dat eiland dat opdoemde en steeds groter werd, tot de boot ten slotte aanmeerde. Ik vond het prachtig.

Inmiddels heb ik honderden eilanden bezocht. Ik besloot dat daarover een boek moest komen. Negentig beschrijf ik er in 'Eilanden' en wie denkt dat dat er veel zijn, moet zich bedenken dat alleen al in de Stille Oceaan zo'n 25.000 eilanden liggen.

De aantrekkingskracht van een eiland ligt volgens mij in het feit dat het alleen per boot te bereiken is. Op Tenerife kun je tegenwoordig ook per vliegtuig komen, dat neemt een deel van de charme weg. Gelukkig kan een nesofiel de boot nemen van Tenerife naar La Gomera, om alsnog aan zijn trekken te komen.

Voor mij als bioloog is er nog een reden om van eilanden te houden. Op eilanden leven namelijk vaak endemische soorten, unieke organismen die alleen dáár voorkomen. Op Aldabra bijvoorbeeld, in de Indische Oceaan, leeft een niet-vliegend ralletje dat krabben eet die twee keer zo groot zijn als hijzelf. Het ralletje danst om de krab heen en prikt het in zijn ledematen, tot het beest uiteenvalt. Schitterend. Daar moet ik zeker nog naartoe.

Als jongen van veertien kreeg ik mijn eerste vogelgids, waarin ik las over de grote pijlstormvogel. Deze geheimzinnige vogel zou alleen broeden op Tristan da Cunha, het geïsoleerdste eiland ter wereld, gelegen in de Atlantische Oceaan. Ooit zou ik naar Tristan da Cunha reizen, wist ik.

Tijdens mijn studie biologie in Groningen verbleef ik een jaar lang op Schiermonnikoog, waar ik onderzoek deed naar het gedrag van bergeenden. Mijn vrouw Dineke deed daar tegelijk vegetatiekundig onderzoek. Aan dat jaar bewaar ik warme herinneringen. Pas veel later vertrok ik naar Tristan da Cunha, op zoek naar een niet-vliegend waterhoentje dat daar wel, of juist niet geleefd zou hebben. Over die zoektocht schreef ik 'Het waterhoentje van Tristan da Cunha', 500 pagina's over dat ene beestje. Ik ben er elf keer geweest. Zo'n wetenschappelijke studie is natuurlijk een prachtige smoes. De boottocht erheen duurt een volle week. Laatst realiseerde ik me dat ik Tristan da Cunha, het moeilijkst te bereiken eiland ter wereld, het vaakst heb bezocht.

Het grootste eiland dat ik bereisde is Borneo, het kleinste is Klein Bollenbult, een kneuterig eilandje in de rivier de Drentse Aa. Het mooiste vond ik Zuid-Georgië. Ik ken geen andere plaats ter wereld die zó afgeladen is met leven, ik moest de pelsrobben, de zeeolifanten en de albatrossen bij wijze van spreken opzij schoppen om aan land te kunnen. Het lelijkste eiland ter wereld? IJburg.

Ameland ontbreekt in mijn boek, ik ben er nog nooit geweest. Gek hè, voor een nesofiel? Maar ik kan best zonder, hoor. Ik denk dat ik wel zo'n beetje een idee heb van hoe het er daar uitziet."

Albert Beintema: Eilanden. Van Andøya tot Vuurland. Atlas Contact, Amsterdam; 368 blz. euro 24,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden