Ik ben niet de wijze oude vis

Een schrijver moet maar hopen dat zijn wensen ten aanzien van zijn oeuvre na zijn dood gerespecteerd worden, schrijft Daniël Rovers. Dat er geen moderne heilige van hem wordt gemaakt, zoals David Foster Wallace overkwam.

De Amerikaanse schrijver David Foster Wallace (1962-2008) is zonder dat hij er zelf weet van heeft de auteur geworden van een spreukenboekje, het soort dat je aantreft in de zelfhulpsectie van de boekhandel.

Onder de titel ’This Is Water’ publiceerde zijn uitgever dit jaar een toespraak die Wallace hield voor de afgestudeerden van Kenyon College in 2005, een zogenaamde commencement speech. Met een ogenschijnlijk kleine ingreep: elke zin uit dit levensbeschouwelijke betoog van 3000 woorden – je zou er twee krantenpagina’s mee kunnen vullen – verscheen op een aparte bladzijde. De prozaïsche zinnen veranderden zo in veelbetekenende spreuken. De bescheiden (én beslist briljante) Wallace werd tot een moderne heilige gemaakt.

Een seculiere heiligverklaring volgt al snel als een bewonderde auteur onverwacht overlijdt. Een biografie moet nog geschreven worden, zodat de overlevering in eerste instantie berust op wat vrienden en familie zich in hun rouw herinneren. Een aureool verschijnt op het portret. En uit het onaffe oeuvre dat de auteur nalaat zullen citaten worden aangehaald ter troost of verklaring. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Sylvia Plath, toen ze in 1963 op eenendertigjarige leeftijd uit het leven stapte, en dat gebeurde, in de loop der jaren, bij Franz Kafka, die in 1924 ten gevolge van tuberculose stierf. Een lezer stelt uit het nagelaten oeuvre zijn eigen herdenkingsbundel samen. Men wil de schrijver vatten in die ene essentiële zin. Zijn niet al Kafka’s claustrofobische teksten, inclusief zijn brieven en dagboekfragmenten, terug te voeren tot de wens die hij uitte in zijn debuutbundel uit 1912, namelijk de wens om Indiaan te worden? „Als je toch eens een Indiaan was, meteen op je hoede, en op het hollende paard scheef in de lucht altijd weer trilde op de trillende grond, tot je de sporen vergat, want er waren geen sporen, tot je de teugels wegsmeet, want er waren geen teugels, en nauwelijks het land voor je als glad gemaaide heide zag, al zonder paardennek en zonder paardenhoofd.”

Er bestaat een verschil tussen een aforisme, als we het fragment van Kafka zo mogen noemen, en een spreuk. Spreuken pretenderen wijsheid te brengen, maar irriteren omdat ze zijn geformuleerd in vage frases die falsificatie moeilijk, zo niet onmogelijk maken – horoscoopschrijvers zijn daar erg bedreven in. Ze worden meestal verzameld in dunne boekjes waarvan de niet al te complexe boodschap luidt dat geluk een keuze is. Wat dat laatste betreft past ’This Is Water’ eigenlijk wel in dit genre. De keuze van de uitgever valt daarom niet te billijken, maar wel te begrijpen.

De toespraak die Wallace in 2005 op Kenyon College hield, was gedurfd. Hij liet de angst voor Grote Woorden varen en formuleerde waar het in het leven volgens hem werkelijk om draaide. Hij begon met de mop van twee jonge vissen die een oudere vis tegenkomen. De oude vis vraagt: „How’s the water?” De jonge vissen antwoorden: „What the hell is water?”

Wallace beweerde niet de ’wijze oude vis’ te willen uithangen, maar legde wel degelijk uit wat voor hem water betekende. In zijn pleidooi voor compassie stelde hij dat niemand kan leven zonder iets of iemand te aanbidden, en concludeerde: „In the day-to-day trenches of adult life, there is actually no such thing as atheism.” (In de dagelijkse loopgraven van het volwassen leven bestaat er eigenlijk niet zoiets als atheïsme). Probleem is alleen dat we geleerd hebben de verkeerde goden te aanbidden. We wanen ons heersers over onze ’schedelgrote koninkrijken’, streven steeds meer rijkdom na, willen ons lichaam ten koste van alles behoeden voor het verval.

Wallace riep zijn jonge gehoor op om zich niet zomaar te conformeren aan de heersende ’rat race’. Hij wees hen op de mogelijkheid om een eigen keuze te maken voor wat hij ’vrijheid’ noemde. Aan dit begrip gaf hij een nogal christelijke invulling. Voor hem bestond vrijheid uit de liefde en aandacht die een mens kan opbrengen voor anderen – een vrijheid die volgens hem om grote offers vroeg.

Zelfs als spreukenboek moet deze toespraak volstrekt serieus worden genomen. Wie durft vandaag met een gerust hart te zeggen dat hij genoeg aandacht aan zijn naasten schenkt? Neemt niet weg dat er kritische vragen bij de inhoud van ’This Is Water’ kunnen worden gesteld. Bijvoorbeeld of het eigenlijk wel waar is dat een zinvol en gelukkig bestaan begint met de keuze om meer aandacht te schenken aan anderen. En of het niet goed zou zijn hier een nuance in aan te brengen, namelijk dat aandacht voor anderen – een geliefde, een vriend, een ouder – vaak inderdaad leidt tot een gelukkiger leven, maar dat daar niet altijd een duidelijke beslissing aan voorafgaat. Aandacht en compassie laten zich niet afdwingen, ze zijn de uitkomst voor wie de tijd neemt (of krijgt) met mensen om te gaan. Wallace lijkt er bovendien van overtuigd dat een leven van compassie niet mogelijk is zonder daarvoor grote offers te brengen. Dat klinkt wel érg boetevaardig. Uit ’This Is Water’ spreekt de niet aflatende vrees voor een ziekelijke zelfvergetelheid, veroorzaakt door dwangmatig denken. Wie Wallace’ proza las, met name diens magnum opus ’Infinite Jest’ uit 1996, weet welke epische vormen die dwangmatigheid (gestimuleerd of gestild door overmatig drugsgebruik) kan aannemen.

Tot drie keer toe refereert Wallace in ’This Is Water’ aan de dreiging van suïcide, bijvoorbeeld als hij stelt dat het zaak is om de dertig te halen zonder de wens ’jezelf door het hoofd te schieten’. Die uitspraken kunnen natuurlijk begrepen worden als een aankondiging van Wallace’ zelfdoding, ruim een jaar geleden. Dat zou ook de reden kunnen zijn waarom de uitgever één zin uit het originele betoog verwijderd heeft. Het betreft de passage waarin Wallace het gezegde aanhaalt dat de geest een goede bediende is, maar een slechte meester. Vervolgens stelt hij dat het geen toeval is dat bij zelfdoding mensen zich door het hoofd schieten. Daarop volgde de zin die werd geschrapt: „They shoot the terrible master.” (Ze schieten de verschrikkelijke heer en meester dood).

Een schrijver moet maar hopen dat zijn wensen of onuitgesproken intenties met betrekking tot zijn oeuvre na zijn dood gerespecteerd zullen worden. En dat er geen heilige van hem zal worden gemaakt. Iedere uitgever of erflater maakt zijn eigen afwegingen. Franz Kafka, over wie David Foster Wallace het ontroerende ’Some Remarks on Kafka’s Funniness...’ schreef, wilde dat zijn ongepubliceerde romans vernietigd zouden worden na zijn overlijden. Dat gebeurde gelukkig niet.

Jaren later kwamen ook Kafka’s dagboeken en brieven beschikbaar voor het grote publiek. Toen Willy Haas in de jaren vijftig Kafka’s brieven aan Milena Jesenská uitgaf, vroeg de Duitse uitgever hem alle kritische opmerkingen over het Jodendom te schrappen. De tekst stond na de oorlog in een compleet andere context. Haas weigerde. Mocht Kafka overigens voor 1924 zélf een einde aan zijn leven hebben gemaakt, dan zouden er ook genoeg suïcidale opmerkingen uit zijn werk zijn opgediept. Nu blijven de laatste woorden die hij aan zijn dagboek toevertrouwde zijn lezers in herinnering, de woorden van een man die zijn hele leven in een doodsstrijd verwikkeld was: „Een troost is: het gebeurt, of je het nu wilt of niet. En wat je wilt, dat helpt maar ongemerkt weinig.” Gevolgd door de zin, laat het een spreuk zijn: „Meer troost is: ook jij beschikt over wapens.”

In het geval van David Foster Wallace lijkt de zelfcensuur van uitgever/nabestaanden overdreven. De suïcidale referenties in ’This Is Water’ bevestigen alleen maar de tragiek van Wallace’ einde. David Foster Wallace was een auteur die wilde leven.

In het jaar voor zijn dood stopte hij na ernstige buikklachten met het medicijn dat hij gebruikte om de klinische depressie te onderdrukken waaraan hij al sinds zijn studietijd leed. Het vervangende medicijn bleek echter niet te werken. De auteur raakte in een ernstige depressie, een aandoening die hij niet meer te boven kwam, ook niet toen hij zijn oude medicijn weer ging gebruiken. Op 12 september 2008 verhing hij zich. Er waren krachten aan het werk waartegen de wil niet opgewassen bleek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden