'Ik ben natuurlijk gek als ik dit theater niet gebruik als een totempaal'

Een afgeplatte rechthoek. Eigenlijk niets aan, dat beroemde Vrijthof. Meer een paradeveld, markthof of een plek om te demonstreren. De muziektent in het midden stinkt naar urine. Dubbele rijen bomen omzomen de vaalgele vlakte die sinds een aantal jaren ook het dak van een enorme parkeergarage is. Achter het groen aantrekkelijke gevelwanden. De panden aan de oostzijde bieden een bonte varieteit aan eten en drinken, zowel binnen als buiten op riante terrassen te nuttigen. De tegenoverliggende zijde ligt er vrij bij: de kerkgebouwen van de Sint Jan en Sint Servaas mogen hun achterstuk vrij tonen. Kerk, kunst en keuken, ieder een wand aan het plein. Want horeca en kerk kregen er een publiekstrekker bij: het Generaalshuis aan de noordwand dient als gevel en voorhuis voor een niet zichtbare nieuwbouw, het Vrijthoftheater.

De indruk dat directeur Piet van Hest de zaken anders aanpakt dan anderen, wordt versterkt door het voorwoord - waar geen seizoensbrochure meer zonder kan. Het begint weliswaar met de belegen aanspraak van 'Zeer geachte theatervrienden' (zijn Sittardse collega Gorissen houdt het op gewoon 'geachte theaterliefhebber') en de in alle brochures voorkomende mededeling dat 'er weer veel te gebeuren staat'; de Heerlense collega Bruins voert de 'gemengde fruitvlaai' op als beeld van de diversiteit van het aanbod.

Na dat ene zinnetje maakt Van Hest een onverwachte draai naar de prijs van de entree-bewijzen. Hij pepert het publiek meteen bij het eerste seizoen van het nieuwe huis in dat die prijs niet altijd goedkoop kan blijven. 'Goede voorstellingen kosten namelijk veel geld. Neem het concert op 9 oktober door het Koninklijk Concertgebouworkest. Ondanks een prijs van 75,moet, bij een uitverkocht huis (900 stoelen), eenzelfde bedrag door de Gemeente Maastricht worden bijgelegd.'

"Daar heb ik heel wat kritiek op gekregen, dat ik zo openhartig over geld, subsidies en de kostprijs praat. Dat hoort niet in zo'n brochure, werd mij gezegd," reageert Van Hest met iets van stoute pret in zijn ogen. "Het heeft geen zin om er struisvogelachtig over te doen dat er grote financiele inspanningen mee gemoeid zijn om belangrijke theatergroepen, orkesten en produkties hier naar toe te halen. Ik ben natuurlijk gek als ik dit prachtige theater niet gebruik als totempaal. Maastricht is toch de hoofdstad van de provincie, dus moet je gebruik maken van een status die er is."

Gelegen achter de deftige classicistische gevel van een paleisachtig gebouw uit de vorige eeuw, en aan een plein dat door velen als het mooiste van Nederland wordt beschouwd, heeft het Theater aan het Vrijthof al een voorsprong op de drie andere schouwburgen/concertzalen. Hun aanzicht wordt bepaald door de betonnen architectuur uit de jaren zestig en zeventig en ze zijn omgeven met fantasieloze grootwinkelcentra.

Met hun vieren dingen zij binnen een afstand van dertig kilometer naar de gunst van 750 000 inwoners. De brochures tonen veel foto's van dezelfde artiesten en namen van produkties uit het landelijke circuit als 'De roze krokodillen' (een nieuwe Nederlandse musical), 'Tsjechov', Herman Finkers, of het Nederlands Danstheater.

De regionale ensembles Limburgs Symphonie Orkest en Opera Zuid, en showprodukties als 'Andre Rieu in Wenen' ontbreken op geen van de vier podia. Bont is de verscheidenheid aan voornamelijk Oosteuropese gezelschappen die, nu nog betrekkelijk goedkoop, graag geimporteerde gasten zijn om weer voor zoveel avonden het theater draaiende te houden: Wit-Russen, Wolga-Kozakken, Litouwers en Polen trekken zingend of dansend hun spoor door het mergeilland.

Zou enige specialisatie naar geschiktheid van zaal niet heilzaam werken op de kwaliteit en mogelijk ook op de kostprijs? Heeft het zin dat een Limburgs Symphonie Orkest, als vaste bewoner van het akoestisch voortreffelijke Vrijthoftheater, de provincie doorkruist om zijn klank te smoren in het alleszins knusse roodpluche van de Heerlense schouwburg? Kunnen de Heerlenaren niet beter naar Maastricht? Het is een kippe-eindje met trein of auto, vergelijkbaar met de afstanden die theater- en concertgangers afleggen in de Randstad. Amsterdamse orkesten spelen toch ook niet in Amstelveen of Hilversum.

Dat is gemakkelijk geredeneerd. Peter van der Braak, directeur van het Limburgs Symphonie Orkest heeft nog geen tekenen gezien die wijzen op een massale overstap. Wel loopt de verkoop in Maastricht voor de concerten 'heel goed'; hij kan nu al een stijging van ruim 20 procent melden wat betreft het aantal verkochte stoelen voor de concerten.

"Als iets toeneemt, dan wel het bezoek uit Duitsland, uit Aken vooral. Met het orkest daar gaat het niet goed, en de zaal is er erg ongezellig."

Van den Braak geeft toe dat het artistiek niet zo zinvol is om in elke Limburgse stad te spelen. Sittard mist er de akoestiek voor en Kerkrade is alleen mooi voor kamermuziek. Maar het orkest zou niet zo maar alle concerten kunnen concentreren aan het Vrijthof omdat het geen eigenaar van de zaal is.

Een aanzet tot concentratie gaf drie jaar geleden het Wijngrachttheater (600 plaatsen) in Kerkrade. Het afficheert zich nu als Wijngracht-MUZIEKtheater, een verandering die tot een opgaande lijn in de kaartverkoop heeft geleid.

"Vergeleken met vorig jaar hebben we twintig procent meer abonnementen verkocht," meldt Catharina van Dam, de pr-medewerker van het theater. "Wij richten ons op kamermuziek en kamerorkesten, op koren, operette en opera want de zaal is daar akoestisch geschikt voor. Zuiver toneel brengen we niet meer, want we hebben gemerkt dat ons publiek duidelijk in muziek is geinteresseerd. Kerkrade profileert zich als klankstad. Het Orlando Festival iedere zomer en het vierjaarlijkse Wereldmuziekconcours, maar ook het Schlagerfestival vormen daar een onderdeel van."

"Bovendien komt een toenemend deel van ons publiek uit Duitsland. Aan Nederlandstalig toneel heb je dan niets. Kerkrade grenst aan de Duitse gemeente Herzogenrath waar geen schouwburg of concertzaal staat. Er is vorig jaar tussen beide gemeenten een samenwerkingscontract gesloten om af te stemmen op elkaars activiteiten. Wij brengen onze brochure ook in het Duits uit. In feite bespeel je hier een gebied dat over de grens heen loopt, de Euregio."

Dat woord komt het helderst tot uitdrukking in Maastricht. Het zuidelijk gekleurde Nederlands van de Vlaamse Belgen valt misschien niet zo op in het Maastrichts spraakverkeer, maar het Frans van Waalse Belgen en het Duits laten horen dat de stad een draaischijf is naar alle windrichtingen.

Geen wonder dat het begrip Euregio ook de toekomstvisie kruidt van Piet van Hest. "Na een interview in een Duitse krant regende het hier bestellingen voor abonnementen. Die enorme potentie in de Euregio vind ik interessant. Je moet het totaal bezien van wat Maastricht, Hasselt, Luik en Aken te bieden hebben."

Ook binnen de eigen provincie kijkt Van Hest optimistischer naar de mogelijkheden dan je vaak hoort vanuit Limburgse instellingen:

"Ik heb gemerkt dat het chauvinisme hier een stukje sterker is dan in het westen. Je moet dus zorgen voor een breed aanbod want het theater staat er voor iedereen. Andre van Duin staat dus ook bij ons."

In zijn voorwoord van de seizoensbrochure wuift Van Hest meteen de veronderstelling weg dat het Vrijthoftheater op die produktie bij een toegangsprijs van 60 gulden 'een hoop geld zal verdienen'. Mis! 'Er is op toegelegd', aldus het voorwoord.

Van Hest: "Het ligt echter ook aan ons, de theaterdirecteuren, hoe we ieder die brede programmering opzetten en aanbieden. Ik heb het geluk dat ik er van buiten in gekomen ben. Ik vraag steeds: waarom is het zo, waarom kan het niet anders. Die houding is het resultaat van mijn vorige leven, twintig jaar lang tv-producer bij de KRO (onder andere van Klassewerk)."

"Ik hou van resultaat gericht werken. Het moet mogelijk zijn om hier in het Vrijthoftheater een kaartje te kopen voor een voorstelling elders. En omgekeerd. Dat wil ik bij voorbeeld realiseren. Net als de andere theaters brengen we toneel. Maar ik heb gezegd: we hoeven niet dezelfde serie hoogtepunten te hebben en ook niet van alles een beetje."

"Ik heb allereerst geluisterd naar de gezelschappen, die geen zin hebben om voortdurend te reizen omdat ze geen binding en dus geen publiek kunnen opbouwen. Een produktie van een toneelgezelschap is als een stuk uit een trui. Ik wil die hele trui hier hebben en dan zullen we wel zien of we die willen dragen."

Van Hest deelt zijn 'zeer geachte theatervrienden' in het voorwoord mee dat hij "om wederzijdse betrokkenheid van publiek en theatermakers te vergroten" van enkele toonaangevende Nederlandse gezelschappen, namelijk Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Toneel uit Den Haag en het Zuidelijk Toneel uit Eindhoven plus een Belgisch gezelschap, de Blauwe Maandag Compagnie, zo goed als het hele repertoire in de programmering is opgenomen. Vandaar die opvallende foto op de omslag uit een produktie ('Gyges en zijn ring') van Toneelgroep Amsterdam.

"Je doet de groepen geen recht als je hier en daar wat uit hun seizoen plukt. Laten ze hier zich aan het Vrijthof maar gaan thuisvoelen met hun applausstukken en met hun boe-opwekkers. Het publiek is heilig voor mij, maar de kunstenaars heb ik nog wat hoger zitten."

Dat zal heel wat discussie-stof geven voor het 'apres-theatre' dat naar keuze kan worden genoten in de rococo-zaaltjes van het eigen theatercafe of in een van de vele etablissementen langs de oostelijke gevelwand van het plein. Met de komst van het Vrijthoftheater is de ambiance op het plein immers aanzienlijk versterkt.

Voor de muziek zal het moeilijker om zo'n kwaliteitsetalage op te bouwen aan het plein. Voorlopig duidt de foto van het Concertgebouworkest op een enkele avond (9 oktober; meteen totaal uitverkocht). Orkesten zijn in hun standplaatsen zo druk bezet, voor het reizen bestaat nog minder animo dan bij toneelgezelschappen, en het is een kostbare zaak.

Toch introduceert Van Hest de serie 'Wereldberoemde orkesten', een ruim begrip want na het Concertgebouworkest komen nog de Wiener Symphoniker (niet de wereldberoemde Philharmoniker) en de werkelijk overal, in steeds nieuwe samenstellingen optredende 'Academy of Saint Martin in the Fields'.

Het Brabants Orkest dat zich in eigen Eindhovense huis in de serie 'Palmares' oftewel 'Lijst van bekroonden' wel meet met het Concertgebouworkest, schikt zich aan het Vrijthof met het Limburgse orkest onder de algemene aanduiding 'klassieke muziek'.

De vooralsnog voorzichtige opzet met gastorkesten voorkomt dat het Limburgs Symphonie Orkest te weinig ruimte krijgt om een eigen speelcultuur te ontwikkelen en een groter publiek op te bouwen.

Had het ministerie van WVC wel voet bij stuk gehouden om het LSO geheel te schrappen en waren daaruit vrijkomende gelden gestort in een fonds om de grote randstadorkesten naar de regionale concertpodia te sturen, dan had de Vrijthof-directeur pas echt Euregionaal cultuurbeleid kunnen voeren, want de toporkesten uit het westen van Nederland zijn over de grens meer waard dan onze top-toneelgroepen.

Voorlopig richt Piet van Hest zich op aantrekkelijke aanbiedingen vanuit het buitenland. Leningrad-

Petersburg was kort geleden zijn reisdoel. "Ik heb er schitterende balletvoorstellingen gezien, erg goede opera, niet echt goedkoop, maar iets feestelijks dat in onze programmering past. Goedkoop is het niet, en daar ben ik in eerste instantie niet op uit. Het publiek moet kosten bewuster worden, kleur bekennen, dat het voor iets moois ook wat over heeft."

Daarom hamert hij in zijn voorwoord op dat prijskaartje. En de prijs aantrekkelijk houden door inschakeling van sponsors? Diverse zalen in het complex kregen immers de naam van een geldgever. In de brochure ontbreekt echter iedere verwijzing, terwijl vergelijkbare programmeringen in de Randstad niet meer zonder sponsornaam schijnen te kunnen.

Een gevaarlijk weg, houdt Van Hest mij voor:

"Sponsors bekijken wat zij voor hun bijdrage terugkrijgen: naamsbekendheid, uitstraling naar relaties. Op het moment dat iets niet meer trendy is, of de economie loopt terug, ben je die inkomsten kwijt. Sponsorgelden moet je gebruiken voor bijzondere zaken, voor een extra, of voor de inrichting van het theater zoals hier is gebeurd. Sponsors moet je buiten de gewone boekhouding houden. Ik heb het in twintig jaar zelf ervaren bij de televisie: het je zelf belazeren door niet de echte kosten berekenen."

"Echt, een theater als dit, is belangrijk voor het leven van de stad en voor de hele omgeving. Ook het feit dat hier een orkest gevestigd is, een operakern en twee theaterwerkplaatsen, draagt bij aan die cultuur. De gebruikers moeten er wel voor willen betalen, maar ook de overheid dient zijn aandeel daarin te nemen."

"Subsidies zullen onmisbaar zijn. Dan kan ik aantrekkelijk programmeren, maar ook zaken die minder succes lijken te hebben. Zoals een opera als 'Wozzeck' van Alban Berg door Opera Forum. 'Waar begin je aan, kreeg ik te horen. Ik waag alles."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden