'Ik ben moe van het kwaad zijn'

Oprah Winfrey gaf roman over hard, armoedig familieleven een zetje

Oprah Winfrey's Book Club 2.0 is in de Verenigde Staten een machtig instituut. Wordt je boek door haar geselecteerd, dan ben je verzekerd van honderdduizenden, zo niet miljoenen lezers, vooral vrouwen. Dat laatste bevalt overigens lang niet iedereen; zo was Jonathan Franzen niet gecharmeerd van Oprah's verkiezing van zijn roman 'De correcties' omdat hij vreesde dat mannen het boek daardoor links zouden laten liggen. Oprah kan het succes van een werk dus sturen. Zo bracht ze bijvoorbeeld de romans van William Faulkner over het racistische Zuiden weer onder de aandacht en werd ze de belangrijkste pleitbezorgster van Nobelprijswinnares Toni Morrison.

Toen Oprah's oog viel op de eerste roman van Ayana Mathis, 'De twaalf stammen van Hattie', was de naam van de debutante dan ook in één klap gemaakt. Het is een boek dat past in de trend van nogal wat zwarte literatuur van het moment: wat zijn je roots, hoe moet je je tot het verleden verhouden? De tijd dat zwarte schrijvers hun lezers wilden emanciperen is allang voorbij. Veeleer gaat het ze erom de Afro-Amerikaanse cultuur in beeld te brengen, zoals zeg maar Philip Roth New Yorkse intellectuelen en John Updike modale Amerikanen neerzet. Daarbij lijkt het soms of er wordt afgerekend met de idyllische feelgood van een generatie geleden: de 'Bill Cosby Show' of 'Sanford and Sons'.

Het is een harde wereld in 'De twaalf stammen van Hattie'. Sterke vrouw Hattie, niet gesteund door lapzwansige echtgenoot August, voedt haar elf kinderen (een tweeling sterft jong) en een kleindochter zorgzaam maar zonder warmte op in Philadelphia. De droge slotzin van het boek is veelzeggend: "Ze klopte ietwat hardhandig op de rug van haar kleindochter, want tederheid was niet iets waarmee ze vertrouwd was." Mislukte musicus Floyd, overspelige gebedsgenezer Six, netjes getrouwde Alice, onwettig verwekte liefdesvrucht Ruth, Vietnamsoldaat Franklin, paranoïde Cassie en zo nog een handvol kinderen van Hattie zijn stuk voor stuk getekend door hun harde, armoedige jeugd. Maar ook zijn ze allemaal anders geaard en door dat meerdimensionale perspectief laat Mathis zien hoe individuele levens ondanks een gemeenschappelijke achtergrond verschillend kunnen uitpakken: de een mislukt, de ander slaagt, de een raakt aan de drugs, de ander trouwt een arts. In dat opzicht lijkt deze familiegeschiedenis op elke andere. Even realiseer je je niet dat het om een zwart gezin gaat, later wordt dat je als het ware weer ingepeperd.

Zoals in de scène waarin een zwart stel in de jaren veertig van een picknickplaats voor blanken wordt weggejaagd. Mathis beschrijft het koel en objectief maar het effect is werkelijk hartverscheurend, vooral ook door de gelatenheid van de slachtoffers, heel erge blues. Of je lees dat treinwagons voor zwarten vroeger geen toiletten kenden waardoor zij zich buiten moesten ontlasten ('Vanaf dat moment waren ze alleen nog gaan plassen als een van hen bijna verging van de pijn van het ophouden'). Maar het gaat Mathis niet om die racistische vernederingen, het gaat haar om de universelere vraag hoe het verleden doorwerkt.

Niet alle portretten van Hattie's kinderen en kleinkinderen, de twaalf stammen, zijn even geslaagd. Zo vind ik dat Mathis de mannen in haar verhaal, de vader en zoons, nogal clichématig neerzet als oppervlakkige losers, terwijl de vrouwen er veel genuanceerder en tragischer vanaf komen. Dat valt des te meer op omdat Mathis verhaal het overduidelijk van psychologische portrettekening moet hebben.

Niettemin geeft 'De twaalf stammen van Hattie' een soms navrant maar vooral ook realistisch beeld van het leven van een vorige generatie Afro-Amerikanen, die nog getekend is door rassenhaat en de strijd voor gelijke burgerrechten. Het zijn de ouders van onze tegenwoordige rappers en hiphoppers.

Dat de schrijfster zelf met zo'n scherpe arendsblik en zonder een spoortje morele verontwaardiging kan en wil kijken zegt trouwens wel iets over de ontwikkeling die zwart Amerika de laatste decennia met vallen en opstaan heeft doorgemaakt: van tweederangs burgers naar gelijkwaardigen. Hattie spreekt als het ware voor de hele gemeenschap als ze aan het eind van het boek verzucht: "Ik ben mijn hele leven al kwaad, en ik ben er eindelijk achter gekomen dat ik dat allemaal niet met me mee kan slepen. Het is te zwaar en ik ben er te moe voor. Uiteindelijk slijt het wel. Alles slijt altijd."

Ayana Mathis: De twaalf stammen van Hattie. (The Twelve Tribes of Hattie) Vert. Harm Damsma en Niek Miedema. Atlas Contact, Amsterdam; 368 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden