Ik ben misschien te veel op mezelf gericht

Andries Knevel (Naarden, 1952) is programmadirecteur bij de Evangelische Omroep. De meeste bekendheid geniet hij echter door zijn werk als presentator. Hij heeft een eigen talkshow -'Het Elfde Uur', presenteert het actualiteitenprogramma 'Knevel op Zaterdag' en tekent eveneens voor de serie 'Andries' waarin hij, op locatie, openhartige gesprekken voert met bekende Nederlanders.

I

GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN VOOR MIJN AANGEZICHT HEBBEN

,,Jezus zegt: 'Wie mij ziet, heeft de Vader gezien'. Ik ken God in het gelaat van Christus. Daardoor krijgt God voor mij een gezicht en is Hij een persoon. Onze band wordt intiemer, maar God komt mij ook steeds raadselachtiger voor. Ik voel hoe dichtbij Hij is, maar ik kan tegelijkertijd Zijn ogenschijnlijke afwezigheid in de geschiedenis, in de cultuur, niet verklaren. Ik weet mij getroost door anderen -niet de minsten- die, geconfronteerd met de rafelranden van het bestaan, ook met de raadselachtigheid van God hebben geworsteld, of dat nog altijd doen. Nee, het zijn niet de rafelranden van mijn eigen, kleine leventje; het gaat altijd over mijn naasten, over het leed in de wereld. Ik lijd aan het lijden dat anderen hebben in hun leven. Als ik naar God verlang, dan is dat niet omdat ik mijn Schepper wil zien -dat zal, hoop ik, ooit gebeuren- maar vooral omdat er, met Zijn terugkeer op aarde, een einde komt aan al het lijden.''

II

GIJ ZULT U GEEN GESNEDEN BEELD MAKEN NOCH ENIGE GESTALTE VAN WAT BOVEN IN DE HEMEL, NOCH VAN WAT BENEDEN OP DE AARDE, NOCH VAN WAT IN DE WATEREN ONDER DE AARDE IS

,,In de kinderbijbel van Vreugdenhil, waarmee ik ben grootgebracht, stond Jezus niet afgebeeld. Als hij in een tekening figureerde, dan zag je hem van opzij, of op de rug. Zijn gezicht kreeg je nooit te zien. Ik heb me, ook tijdens gebed of meditatie, nooit zo beziggehouden met de vraag hoe Christus er heeft uitgezien. Daar kwam pas verandering in toen ik naar een voorvertoning van 'The Passion of the Christ', van Mel Gibson, was geweest. We hebben vorig jaar gediscussieerd over de aankoop van die film voor de EO. Uiteindelijk zal RTL de film uit gaan zenden, maar wij waren het er wel over eens: het is legitiem om Jezus op deze manier in beeld te brengen. En toch spijt het me dat ik die film heb gezien omdat ik sindsdien, iedere keer als ik mij tot Jezus richt, het beeld van de hoofdrolspeler, James Caviezel, op mijn netvlies krijg.''

III

GIJ ZULT DE NAAM VAN DE HERE, UW GOD, NIET IJDEL GEBRUIKEN

,,Ik toets mijzelf regelmatig op het misbruik van Zijn naam. Ben ik, als ik Zijn naam expliciet in mijn programma gebruik, zuiver in mijn motieven? Sta ik, door mijn optreden, God als het ware niet in de weg? Creëer ik, door wie ik ben, niet een bepaald beeld van de christen, of zelfs van God? Dat zijn vragen die ik mezelf dagelijks stel. En het antwoord? Ja, da's niet zo eenvoudig te geven... Kijk, ik wil mij dienstbaar opstellen. Primair gaat het mij om de EO. Ik heb wel eens gezegd: als ik de rest van mijn leven op mijn handen moet lopen om de EO op de kaart te zetten, dan zal ik dat doen. Ik werk hier nu 27 jaar; ik ben vergroeid met dit bedrijf, vergroeid met de missie. Ik ben blij, ik ben trots, dat de EO als een buitengewoon serieuze omroep wordt bejegend en een afgeleide daarvan is, hopelijk, dat ook onze boodschap serieus wordt genomen. Daarna -echt, pas daarna- heb ik zelf, af en toe, het gevoel: zo, dat heb je goed gedaan.''

IV

GEDENK DE SABBATDAG, DAT GIJ DIE HEILIGT, ZES DAGEN ZULT GIJ ARBEIDEN EN AL UW WERK DOEN; MAAR DE ZEVENDE DAG IS DE SABBAT VAN DE HERE UW GOD, DAN ZULT GIJ GEEN WERK DOEN

,,Vijf of zes keer per jaar sta ik 's zondags op de kansel. Mijn boodschap is: leven vanuit de persoon en het werk van Christus. Die boodschap -van kruis en opstanding, van schuld en boete, van zonde en vergeving- probeer ik te plaatsen in een driehoek van God, mens en cultuur en -Wat zeg je? Voor wie ik daar op de preekstoel sta? Ik probeer de mensen iets door te geven van wie God is. Nee, je hebt gelijk: ik kan God zelf ook niet doorgronden. Laat ik het dan zo zeggen: ik verkondig alleen datgene wat ik zelf geloof. Ik verkondig wat mijn passie is en dat is een passie die overeenkomt met de kern van de Schrift, dus dat komt mooi uit. Ik hoop dat ik met mijn preken anderen verder kan helpen en in zekere zin gaat hetzelfde op voor de programma's die ik bij de EO maak. Evangelisatie. Wist je dat tachtig procent van de kijkers van Het Elfde Uur géén lid is van de EO? Ik wil laten zien wat geloof in mensenlevens doet. Ik wil de aantrekkelijkheid van het geloof in God laten zien. Het geloof is mijn werk en mijn leven nee, andersom: het is mijn leven en mijn werk. Ik ga er helemaal in op. Ik moet je eerlijk zeggen dat het mij moeite kost rust te nemen. De rustmomenten in mijn leven spelen zich vaak laat in de avond af: in het gezelschap van mijn vrouw, een goed glas wijn, een cd van Bach, Mahler of Sjostakovitsj en een theologisch boek. Ja. Vrouw, boek, muziek, wijn. Die volgorde graag.''

V

EER UW VADER EN UW MOEDER

,,Christelijke gereformeerden zijn prettige mensen, zeg ik altijd maar. Ik ben opgegroeid in zo'n typisch christelijk-gereformeerd gezin: op een prettige manier maatschappelijk betrokken, niet al te radicaal, ieder draagt zijn steentje bij. Je bent hier om de samenleving te dienen. Mijn ouders zijn ons voorgegaan in praktisch christenzijn, hoewel dat voor hen, door de ziekte van mijn vader, niet altijd gemakkelijk moet zijn geweest.

Hij is mijn leven lang ziek geweest. Vorig jaar, in juni, is hij overleden. Ik hield zielsveel van hem. Ik had enorme bewondering voor de manier waarop hij met zijn lijden omging. Geen klacht kwam ooit over zijn lippen. Hij voelde zich met het weinige waartoe hij in staat was rijk gezegend. Dat respect geldt misschien nog meer voor mijn moeder, die ervoor koos om in de ontwikkeling mee te gaan; ze heeft hem letterlijk en figuurlijk op haar rug genomen door haar leven in zijn dienst te stellen. Mijn vader werd rond zijn twintigste ziek, maar ze wisten niet dat het multiple sclerose was. Dat werd pas later, toen ze al getrouwd waren, bekend. Toen werd ook duidelijk wat MS voor hun beider toekomst zou betekenen. Zij is dat leven met een geweldige opgewektheid aangegaan. Mijn ouders wisten allebei dat het almaar erger zou worden, maar ze hebben ervoor gewaakt mijn vaders ziekte de doem van het gezin te laten zijn. Ze hebben ervoor gezorgd dat wij een normaal functionerend, gezellig, leuk gezin konden zijn. De laatste jaren zijn daar allerlei boekjes over geschreven, over hoe je om moet gaan met ernstig zieken binnen het gezin. Mijn vader en moeder hadden die wijsheid zelf in huis.

Natuurlijk, met een zieke vader heb je een andere relatie dan met een gezonde vader. Ik heb nooit met hem kunnen voetballen, wat gezonde vaders, hopelijk, wel met hun kinderen doen. Ik voelde mij, op jonge leeftijd, verantwoordelijk voor mijn vader, voor mijn ouders, voor de gang van zaken in het gezin. Van het tillen van mijn vader, tot het in de gaten houden of mijn moeder zich wel staande hield. Ja, dat is veel voor een kind... maar echt -die vraag is mij vaker gesteld- ik heb er niets aan overgehouden. Goed, ik heb misschien geen zorgeloze jeugd gehad, maar ik ben het me nooit zo bewust geweest. Het zijn geen concrete keuzes, het zijn de omstandigheden die je tot besluiten dwingen, het is een situatie waar je in meegroeit. Dat klinkt nu zo oppervlakkig, maar het is wel zo. Ik heb nooit de kettingen horen rammelen. Ik ben tijdens mijn studie thuis blijven wonen en bleef ook na mijn huwelijk, samen met mijn vrouw, altijd voor haar en mijn ouders zorgen. Inmiddels zijn er, in vrij korte tijd, drie van hen overleden. Alleen mijn moeder leeft nog.

Ja, het was moeilijk om afscheid van mijn vader te nemen. We hadden een diepe band met elkaar. Maar de ziekte was heel ver doorgevreten in zijn leven, op 't laatst kon hij nauwelijks meer spreken... Gelukkig weet ik dat hij op de vraag die hij zichzelf een leven lang heeft gesteld -kan een mens wel zeker zijn van zijn geloof?- een mooi antwoord heeft gekregen. Ja, hij is naar de hemel. Dat geloof ik, dat belijd ik. Of ik hem daar ooit nog zal tegenkomen? Ik ben nooit zo'n invuller geweest, heb geen behoefte aan beelden van hoe het later zal zijn. Het zou kunnen. Dat is voor mij genoeg.''

VI

GIJ ZULT NIET DOODSLAAN

,,Mijn vader heeft regelmatig -gelukkig altijd tijdelijk- in verpleeghuizen gelegen en daar hoor je die vraag als het ware tegen de plinten opklotsen: Hoe denkt u over euthanasie? Ik ben dankbaar dat die vraag bij mijn vader nooit aan de orde is geweest. Ik zou er niet mee in kunnen stemmen. In een discussie over het staken van zinloos medisch handelen ga ik wel een eind mee. Ik denk mee over alle mogelijke grijs tinten: Trekken we de stekker eruit? Geven we meer morfine? Een extra medicijn? Of juist niet? Maar met het plegen van euthanasie -hoezeer ik me die vraag ook kan voorstellen- ga je een grens over die wij, mensen, niet over mogen gaan.

De discussie over abortus vind ik enerzijds lastiger, anderzijds makkelijker. Zie je beginnend leven als een klompje cellen, of zie je het leven, vanaf de conceptie, als leven? Ik begrijp nooit zo goed hoe het komt dat de mensen die voor de eerste definitie kiezen uiteindelijk toch moeite hebben met abortus. Waar zit dan, ergens in die opklimmende wekenreeks, het moment waarop je gaat spreken van beschermwaardigheid? Voor mij zijn er, wat abortus betreft, geen grijstinten. Of een verkrachte vrouw zich mag laten aborteren? Daar... daar geef ik geen antwoord op. Nee, daar kun je, vanaf de zijlijn, geen antwoord op geven! Vanaf de tribune zou ik roepen: naar de VBOK (Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind, AV), die kunnen je verder helpen. Maar dat is al te veel gezegd. Ik ben slechts een toeschouwer. Als ik mij hierover uitlaat ben ik net zoals de supporter op de Ajax-tribune die roept: 'Koeman, rot op!'.''

VII

GIJ ZULT NIET ECHTBREKEN

,,Weet je, ik heb voor een vrouw gekozen -of heeft ze voor mij gekozen?- met wie ik nu al 28 jaar een fantastische relatie heb, waardoor ik nooit in de omstandigheden ben gekomen waarin een mens gaat nadenken over echtbreuk. Ik kan het diepst van mijn wezen met een ander delen. We zijn samen in de grote en de kleine dingen van het leven. Stil naast elkaar in de auto zitten en daarvan genieten, maar ook: zorg dragen voor onze kinderen, voor onze ouders. Ik weet hoe plat dit klinkt, maar ik zeg het toch: Ik ben ontzettend gelukkig met haar. Mazzel? Zo kun je het noemen. Maar ik til het liever naar een ander niveau en zeg: Ik ben God dankbaar voor deze vrouw. Ik geloof dat Hij ons bij elkaar heeft gebracht, maar er komt ook nog iets anders bij kijken: wij komen uit een ouderwets tijdperk, waarin je eerst nog een lange periode bekeek of het huwelijk wel een goed idee zou zijn. Kunnen wij de komende vijftig jaar -als God ons die geeft- met elkaar doorbrengen? Wat zeg ik? Doorbrengen? Kunnen we elkaar inspireren?! Kunnen we er zijn, voor elkaar? Ik denk dat veel huwelijken stranden op een te korte voorbereidingstijd, maar ik geloof ook dat het te makkelijk is om te scheiden. Tegelijkertijd moet ik ook voorzichtig zijn met mijn oordeel omdat ik praat vanuit een buitengewoon gelukkige situatie. Af en toe moet je de hand op de mond leggen. Misschien is dit zo'n moment.''

VIII GIJ ZULT NIET STELEN

,,Natuurlijk heb ik bij de groenteboer wel eens een appel gejat, maar je kunt ook zeggen dat een deel van de welvaart waarin ik leef, is genomen van mensen die het slechter hebben, dus ik zal op de vraag 'Heeft u wel eens gestolen?' niet zo makkelijk nee zeggen. Wat ik eraan doe? Mijn vrouw en ik geven een deel van onze inkomsten aan een aantal projecten in de Derde Wereld. Het voelt goed om je geld weg te geven, zelfs als je weet dat je slechts een beperkt aantal mensen kunt helpen.

Braaf? Eh... Ik wil het eigenlijk ontkennen, maar ik moet nu erg zoeken naar een goede reden om dat te doen... Braaf is zo'n naar woord. Saai? Nee, ik ben niet saai en ik leid ook geen saai leven. Dus hoe kom ik hier onderuit? Eens even denken... wat doe ik fout... natuurlijk doe ik dingen fout... ja, ik rijd te hard! Maar goed, dat is een pekelzonde. Ik sla niemand neer, ik drink binnen verantwoorde grenzen, ik ga niet vreemd, ik probeer goed te zijn voor anderen, ik neem mijn verantwoordelijkheid in de samenleving, ik lijd aan het lijden... dus, waar ga ik de mist in?

Oké, laat ik deze noemen: ik ben bang dat ik, ten diepste, misschien te veel op mezelf gericht ben. Ik roep wel dat het niet zo is, maar toch... Wat is de volgorde in mijn leven? Het bijbels gebod zegt: God, je naaste, jezelf. Ik geloof dat ik moet toegeven dat het bij mij wel eens andersom loopt. Lastig hoor, zuiver zijn. We hadden het er al eerder over: Zijn mijn motieven altijd zuiver? Eerlijk zijn. Tot op de grond, tot op de bodem van mijn bestaan... dat vind ik ontzettend moeilijk.''

IX

GIJ ZULT GEEN VALSE GETUIGENISSEN SPREKEN TEGEN UW NAASTE

,,Ja, daar ben ik flink geraakt: toen Abdul Jabbar van der Ven eind vorig jaar in een uitzending zei dat hij Geert Wilders doodwenste, werd mij verweten dat ik deze godsdienstleraar slechts als een vehikel had gebruikt om mee te scoren. Dat is niet waar.

Ik ken die scoringsdrift wel, ik ben echt geen heilige, maar ik bemerk de laatste jaren bij mezelf dat ik steeds oprechter ben. Ik wil volstrekt integer zijn, geen spel spelen, geen dirty tricks uithalen. Het is altijd mijn bedoeling de ander tot zijn recht te laten komen. Dat is mijn hoofdmotief; een van mijn ethische kaders, als het ware. Kijk, als ik een professionele fout heb gemaakt, accepteer ik die kritiek, maar dit gaat over een van de essentialia van mijn 'zijn'.

Ik ben niet oneerlijk geweest. Het was mijn blik, mijn te gretige gezicht, in combinatie met mijn gekozen woorden, die sommige mensen op een verkeerd been hebben gezet. Dat begrijp ik nu wel. Maar het motief... was het motief om hem uit te nodigen zuiver? Ja.

Die uitzending gaat de geschiedenis in als het heftigste, journalistieke moment uit mijn loopbaan bij de EO. Positief of negatief? Gemixt. Als je het op gevoelsniveau vraagt: negatief. Ik had, achteraf, met die jongen te doen. Ik heb ook spijt van de vraag of hij Wilders kanker toewenste. Daar heb ik veel kankerpatiënten diep mee geraakt. Ik kan het allemaal wel uitleggen, maar toch... Goed, en aan de andere kant kan ik de keuze voor Abdul Jabbar van der Ven als gast in mijn programma nog altijd rechtvaardigen. Dus, ja, we hebben 'gescoord', maar niet met die intentie.''

X

GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN HUIS; GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN VROUW, NOCH ZIJN DIENSTKNECHT, NOCH ZIJN DIENSTMAAGD, NOCH ZIJN RUND, NOCH ZIJN EZEL, NOCH IETS DAT VAN UW NAASTE IS

,,Als een vrouw mooi is, zie ik dat echt wel, maar daar laat ik het bij. Materiële zaken doen mij niet veel. Er is slechts één verleiding die ik kennelijk niet kan weerstaan: ik wil God doorgronden. Ik weet dat het mij nooit zal lukken en toch blijf ik ermee bezig. Soms, als ik een of ander theologisch boek lees, denk ik: waar ben ik nou eigenlijk mee bezig? Het levert me misschien een paar prachtige vergezichten op, maar ik weet dat het mij, aan het eind van het boek, niet veel verder heeft gebracht. Het is kennelijk het proces, het ermee bezig zijn, dat mij zoveel voldoening geeft. Maar als ik mijn grootste begeerte zou moeten definiëren, kom ik uiteindelijk toch daar op uit: dat wij, mijn dierbaren en ik, God mogen kennen. Als je mij 's nachts wakker maakt en roept: 'Andries! Wat is je diepste wens?' zal dat mijn antwoord zijn.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden