'Ik ben me nu aan het losweken'

Na 35 jaar staat vandaag de laatste column van Mart Smeets in Trouw.Beeld ANP

Liefst 35 jaar lang schreef Mart Smeets wekelijks een sportrubriek voor deze krant. Vandaag staat zijn laatste op de sportpagina. "Het is altijd mijn bedoeling geweest om uit te leggen."

Och, wat is Bretagne toch mooi. De rommelige huizen op de heuvels rond Saint-Malo, de binnenpleintjes van Dinard, de teder met elkaar schommelende bootjes in de baai van Calcane; een geschiktere omgeving voor een uitzending van 'De Avondetappe' bestaat niet.

Ja, Corsica. Dat is waar. Daar was het nóg mooier.

Mart Smeets (Arnhem, 1947) geniet er met zo'n veertig Tours op zak meer van dan ooit. In de foyer van zijn hotel, kijkend naar de Franse televisie, schrijft Smeets op wat hij ziet: '3 minuut 40 - prachtig shot van Mont Saint Michel', staat er dan. "Dat geef ik straks door aan de mensen van montage. Kunnen ze mooi gebruiken voor onze eigen uitzending."

Smeets (gezonde Tour de France-tint op de wangen, magenta poloshirt, Leffe binnen handbereik) oogt ontspannen. Spreekt met dezelfde stem die ook tegen je praat als je naar de televisie kijkt: meestal rustig en gedragen, soms ineens emotioneler.

35 jaar lang voor zijn krant
Hij neemt bijna een etappe lang de tijd voor de krant. Voor zijn krant. Vijfendertig jaar - tot vandaag dus - schreef hij week in week uit een sportrubriek voor Trouw.

De band met de krant blijkt al bij binnenkomst, als we hem een aandenken geven: de sportpagina van 10 april 2000 met het verslag van Parijs-Roubaix, geschreven door Mart Smeets. Geen vrolijk aandenken, wel tekenend voor Smeets' loyaliteit aan de krant, vonden we.

De presentator krijgt er een dikke keel van, is echt even van slag: "Nou, je hebt me. Hartelijk dank."

Het Parijs-Roubaixverslag had van Johan Woldendorp moeten zijn, destijds gewaardeerd wielerreporter van deze krant. Maar Woldendorp stierf in een restaurant in Compiègne, de avond voor de koers.

Smeets: "Wij zaten in een restaurant verderop, toen er iemand binnenkwam: Johan is dood! We waren er allemaal kapot van. De dood, dat was iets voor anderen, dat kwam bij ons niet voor. Ineens kreeg ik een merkwaardige ingeving: wie schrijft straks dat stuk? Ik heb het geschreven in een vlaag van woede: waarom hebben ze dit Johan aangedaan?"

Vriendje van Lance?
Dat was twee jaar na 'Le Tour Dopage', zoals de Tour van 1998 bekendstaat. Sinds die editie zei de Franse justitie voor het eerst massaal 'non' tegen doping. Sinds die Tour wordt het evenement niet langer uitsluitend bewierookt. Vanaf toen werd de ene na de andere toprenner van zijn bed gelicht, betrapt of tot een bekentenis gedwongen, met als meest bekende zondaar natuurlijk zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong.

En wie Armstrong zegt, zo redeneerden velen, die zegt Mart Smeets. Was Mart niet een vriendje van Lance? Dan heeft hij toch alles geweten?

Alle pijlen richtten zich op het boegbeeld van de wielerjournalistiek. Smeets werd er gek van. Eind oktober gaf hij een interview aan deze krant, waarin hij zei: "Ik ben nu zover dat ik best inzie dat ik tekortgeschoten ben. Ja. Mea culpa. Dat leg ik hier neer. Ik ben er bij wijze van spreken met open ogen ingetrapt."

Dat verhaal gaan we hier vandaag niet overdoen, dat hoort niet bij een afscheidsinterview.

Maar het speelt natuurlijk wel. Hoe gaat u als hoge boom om met de wind die u vangt?
"Ik ben opgehangen, ik moest kanker krijgen, en tyfus. En allebei tegelijk. Ja, ik ben wat gewend, maar dit was bijna fysiek. Inmiddels heb ik een oliejas aangetrokken. Dat is zo'n jas waar alles van afglijdt. Natuurlijk hadden wij onze vermoedens! Natuurlijk bespraken we die met elkaar. Maar de laatste vraag was bij ons altijd: kunnen we het bewijzen? En het antwoord was steeds: nee. Wat kun je dan doen? Het de renners vragen? En wat denk je dat ze dan zullen antwoorden? Ja, ik heb gebruikt?

Mijn vrouw zegt: trek het je niet aan. En hoge bomen vangen veel wind, ja. Nou, dat is dan de prijs."

Weet u nog wanneer uw eerste rubriek in Trouw verscheen?
"Ik heb daar eens over zitten nadenken. Ergens in de jaren zeventig."

Op vrijdag 6 oktober 1978. De rubriek heette 'Mensen in de sport' en de eerste aflevering ging over Leon Spinks, de Amerikaanse bokser.
"Ik heb in al die jaren twee keer moeten verzaken. Een keer in 1988 tijdens de Olympische Spelen van Calgary, toen mij als de weerlicht werd opgedragen een reportage over Yvonne van Gennip te maken. De tweede keer ging het mis omdat mijn vrouw vergeten was mijn column te faxen. De rubriek bleek nog in haar achterzak te zitten. Ik heb wel eens staande in een bar in Los Angeles aan de steno mijn column doorgegeven! En toen ik in de jaren negentig in het ziekenhuis lag, schreef ik ze in de roes van een morfinewolk."

Wat door de jaren heen opvalt zijn de Amerikaanse sporten. Honkbal, basketbal. Die passeren vaak in uw rubriek. Waar komt die liefde vandaan?
"Mijn vader werkte voor Remmington, een Amerikaanse firma. Die kennen wij van de typemachines maar ze maakten ook scheerapparaten. Altijd als mijn vader weer thuis kwam, nam hij Amerikaanse kranten mee. Ik denk dat mijn interesse voor de Amerikaanse sport de schuld is van de Herald Tribune. Het geordende van de Amerikaanse sportcultuur spreekt me aan. De beleving van sport daar. Dat vind ik leuk om uit te leggen. Wij hebben in Nederland heel snel: het is Amerikaans en dus deugt het niet."

Trouw is niet bepaald een sportkrant. Hield u daar rekening mee?
"Het is helemaal niet erg dat Trouw geen sportkrant is. Ik begrijp dat wel. Het is een dagblad voor mensen die veel bezig zijn met geestelijk leven en met cultuur. Daarom is het altijd mijn bedoeling geweest om uit te leggen. Wat is de NBA? Hoe zit de wielercultuur in elkaar? De wereld van de lezer groter maken. Ik ga daarbij niet alleen maar uit van het goeie, maar ik wil het wel op een nette manier benaderen."

Moet een journalist er wel iets nets van vinden? Neem die doping. Wat kan u het nou schelen of dat goed of fout is? Een journalist hoeft toch geen moreel oordeel te vellen?

"...................."

Lijkt mij.

"..................."

Toch?
"Dat wordt wel een beetje van ons verwacht. We leven in een rare tijd. Van Powned en Rutger Castricum. Prachtig vind ik het, al die meningen. Fantastische uitvinding, die sociale media. Echt waar. En ik ben heel liberaal opgevoed, heel egaal. Dus van mij mag het allemaal. Maar wat is er mis met een nette mening? Wat is er in vredesnaam mis met een gewone, nette mensenmening? Ik ben met de opdrachtgevers voor wie ik werk altijd aan de nette kant van het spectrum gebleven. Dat is een vorm van bewust leven."

En dat nooit verzaken? Is dat discipline, arbeidsethos, plichtsbesef?
"Het is loyaliteit. Ik ben ontzettend loyaal. Ten opzichte van de NOS, ten opzichte van mijn vrienden, ten opzichte van Trouw.

Weet je, ik zeg altijd: Trouw is de beste manier om wakker te worden. Je krijgt het nieuws op een manier waarmee je de dag doorkomt. Ik zal zo nu en dan nog grote sportverhalen schrijven, en verder houdt het op. Ik ben geen uitzondering. Er moet ruimte komen voor verjonging, dat begrijp ik heel goed. Ik zal mijn plaats afstaan."

De krant stopt, bij de NOS bent u met pensioen; we gaan zowaar beleven dat Mart Smeets het rustiger aan moet doen. Of zien we u volgend jaar toch weer terug met 'De Avondetappe'?
"Het zou kunnen. Ik ben nu zzp'er, ze kunnen me zo inhuren. Zzp'er! We maken er wel eens grapjes over. Ik werk nu héél anders, zeg ik dan."

Dan serieuzer: "Ze hebben me bij de NOS gezegd dat ze mij er in ieder geval bij willen houden. Hoe, dat is afwachten. Natuurlijk heb ik aanbiedingen gehad. Van commerciële partijen, ja. Keurig nette aanbiedingen. Met een plan en alles erop en eraan. Maar dan kom ik weer op die loyaliteit: ik zou niet snel voor een ander gaan werken. Ik ben nu 66, ik zie dat dingen ophouden. Ik ben me aan het losweken. Het zal moeten, ik zal er aan moeten geloven."

Altijd dat harde werken kan de bedoeling van het leven toch ook niet zijn.
"Mijn opa, een echte socialist was dat, had al als credo: van hard werken gaat niemand dood. En als mijn vader na een dag hard werken thuiskwam, deed hij in één moeite door de afwas. De volgende ochtend was hij als eerste op en wekte mij en mijn broer steevast met de vijfde van Beethoven: ta-ta-ta-taaa!

Hard werken zit er helemaal ingebakken. Misschien moet ik straks wel angstig snel naar het nummer van Korrelatie zoeken als ik thuiszit. Maar mijn kinderen, mijn kleinkinderen en Karen, mijn vrouw, hebben er recht op."

Karen komt dan net binnen en schuift nog even aan. Ze is er de hele Ronde van Frankrijk bij. Als chauffeur rijdt ze haar man van de ene Avondetappe naar de andere.

A perfect match, dat zie je direct. Karen is ex-basketbalster, kent de Tour, en zit bovendien boordevol sportfeitenkennis - de interviewer wordt nog eventjes vilein afgetroefd. Daarna vraagt ze: "Hoe denk jij dat de Avondetappe nog beter zou kunnen?"

Stevige persoonlijkheid. Kan nooit kwaad aan de zijde van een man van het type 'anchor'.

Smeets: "Karen gaat al tien jaar met me mee. Zij zorgt voor me."

Zijn kinderen - zoon Tjerk en dochter Nynke - laat hij vrij in de keuzes die ze maken in het leven, vertelt hij. "Laatst nog belde Tjerk. Die is helemaal idolaat van honkbal. Dat is alles voor hem, nog steeds. Pap, ik kan een baan krijgen bij Ajax, vertelde hij. Dat is nogal wat, natuurlijk. Ik luister dan en help waar ik hem kan helpen. Maar het is zijn keuze. We zijn er voor elkaar als we er moeten zijn, maar je kiest je eigen weg, zo gaat dat bij ons."

Straks kunt u rustig thuis op de bank tv kijken. Naar uw opvolger.
"Wij kijken nooit televisie. Alleen in uiterste nood kijken wij. Televisie is veranderd, het heeft iets haastigs gekregen. Daardoor is er minder tijd om een persoonlijkheid te worden. Je moet ook niet in dat vak kruipen. Dat vak kruipt in jou. Als hij dat plurkerige los zou laten, zou Rutger Castricum best goeie tv kunnen maken. Ik kan je zo een eredivisie-rijtje noemen van aankomend talent. Mensen die doorhebben dat presenteren meer is dan alleen 'goedenavond dames en heren' zeggen. Bob Spaak, mijn leermeester, zei altijd: 'Probeer je blikveld zo ruim mogelijk te houden'. Dat heb ik gedaan door er veel bij te gaan doen. Radio maken, over muziek schrijven, boeken schrijven. Ik vond al snel dat ik meer was dan alleen dat hoofd op de televisie. Ik wilde uit dat vierkantje."

600 woorden, binnen een half uur
In 35 jaar heeft Mart Smeets twee keer verzaakt met zijn wekelijkse column voor Trouw. Het werd op de valreep bijna nog een derde keer. Een paar weken geleden, tijdens de derde Tourwoensdag, belde de redactie om 21.15 uur naar Mart, omdat zijn column niet te vinden was. Het was even stil aan de andere kant van de lijn. "Ik ben hier net. Ik ga nu tikken." Een half uur later rolden er 600 woorden binnen. Over Jan Janssen en Joop Zoetemelk. En weer een half uur later ging Mart live met 'De Avondetappe'. Met Jan en Joop aan tafel.

Lees zijn laatste column hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden