'Ik ben m'n eigen beul en knecht'

Achtendertig wordt Claudia de Breij vandaag. 'Dat is te jong om niets meer te durven en op mijn comfortabele zolder te blijven zitten.' Bij haar comeback, deze maand in theater DeLaMar, staan de liedjes centraal, en dat vindt ze doodeng.

Claudia de Breij was 29 jaar en in New York. Volwassen dus en wereldwijs, maar van binnen ook nog puberaal en provinciaal genoeg om op een echte New Yorker te willen lijken. In de namiddagzon liep ze te doen alsof ze er woonde, toen ze bij 63th Street een kerkje zag, ingeklemd tussen hoogbouw. Uit de openstaande deur klonk muziek. Binnen speelde een zwarte man piano. Tussen de lege stoelen zat een ongeschoren blanke man met baseballpet te luisteren.

Het is een herinnering waarover de cabaretier, tv-presentator en radio-dj al eens een lied schreef, 'Angry young Dutch girl in New York', en waarin haar lyrische ik die enige luisteraar was. Iedereen krijgt wat-ie nodig heeft, zong ze, zíj de muziek en híj z'n publiek. Zo maken ze elkaar mogelijk.

De gebeurtenis heeft een voorname plaats gekregen in de voorstelling die ze deze maand in theater DeLaMar in Amsterdam speelt, haar eerste serie optredens in lange tijd. Het verhaal was 'blijven plakken' en drukt precies uit wat ze nu met haar liedjes en monologen wil vertellen. "Het was een ervaring die me veel duidelijk maakte over mijn vak, namelijk dat publiek en artiest elkaar laten bestaan. Ook toont het hoe ik de wereld zie: de ene mens heeft geen zin zonder de andere."

De maand in DeLaMar mondt uit in een cd die in april verschijnt. Het werkt prettiger met al die toeschouwers dan in de opnamestudio. "In de studio speel je squash, in je eentje tegen de muur. Een theatervoorstelling is een tenniswedstrijd waarin je rekening houdt met de backhand van de tegenpartij."

De avond gaat 'enorm over samenzijn', zegt De Breij. Ze zingt en vertelt over liefdesrelaties, maar ook over de maatschappij. Van de paraplu die SGP-politicus Van der Staaij voor haar kocht, tot het vertrouwen dat uitgaat van appelkraampjes langs de weg, die ze vaak op de foto zet. Het maakt 'Alleen' een eigenaardige titel. Waarom niet 'Niet Alleen'?

"Ik heb al eens een album gemaakt dat zo heet. Verder sta ik deze maand alleen in DeLaMar en nergens anders: wel zo mooi om dat op een poster te kunnen zetten. Belangrijker is het inzicht dat ik de laatste jaren heb opgedaan over de liefde. De liefde deugt niet als de ander zegt: ik wil jou, en jij daarin meegaat omdat het comfortabel is om gewild te worden. Je moet er zelf voor kiezen om samen met iemand te zijn, en die keuze maak je ten diepste alleen. Zo alleen als je eigenlijk niet wilt zijn, besluit je niet alleen te kunnen zijn. Voor mij is dat niet paradoxaal, maar rechtlijnig."

Het geldt niet alleen voor geliefden, maar ook voor de relatie publiek-artiest. "Ik wil alleen maar op tournee als ik echt iets te vertellen heb. Pas als ik de ander ook wil, gebeurt er wat tussen ons."

In december 2011 besloot De Breij de geplande voorstelling 'Landgenoten', uitverkocht in 120 theaters, af te zeggen. Willen, kunnen en weten zijn de drie pijlers onder een voorstelling. "Ik wilde het niet, of kon het niet, of wist het niet." Ze was net gescheiden van haar vrouw, verliefd geworden, zat in een verhuizing, en vond de geschreven teksten in haar schrift niet goed genoeg.

"De theaters die mij al steunden toen ik nog onbekend was, waren vol begrip. De paar zure reacties die ik kreeg hadden enkel met geld te maken. Voor sommige theaters ben ik inwisselbaar met de Weense Reisopera. Ze weten niet wie ik ben of wat ik doe. Een act die de begroting sluitend maakt. Daarom nemen ze me straks heus wel terug."

Dat waren ook de theaters die om schadevergoeding vroegen, iets waarover De Breij niet in detail treedt. "Het voelt goed om voor je eigen beslissing te staan en zo'n kwestie als een grote meid af te wikkelen. Ik ben mijn eigen beul en knecht. Niet alleen de directeur van Breijwerk BV maar ook het product. Soms met tegengestelde belangen." Zo ook bij de keuze om een nieuwe vorm te zoeken. "Doodeng om de liedjes zoveel gewicht te geven, en voor het eerst mee te schrijven aan de muziek. Doodeng om een voorstelling zonder pauze te spelen, waarin de mensen willen roken, drinken, of denken: komt ze weer met een liedje. Maar de directeur in mij voelde dat de artiest een stap moest maken."

Ook omdat ze voor haar vorige show 'Hete Vrede', waarin ze vanuit de toekomst bezorgd terugkijkt op het Nederland van nu, de theaterprijs Poelifinario had gewonnen. Wat nou als die voorstelling haar hoogtepunt is geweest? "Ja, wat als de gouden eeuw achter me ligt. In eerste instantie werkte die mogelijkheid verlammend. Ik weet precies waarom en hoe de structuur van 'Hete Vrede' werkt. Ik had daarop kunnen variëren, maar de valkuil voor artiesten is juist dat ze op hun comfortabele zolder blijven zitten. Voor mij is het te vroeg om niets meer te durven, ik word pas 38."

In haar beleving is ze de eerste twintig minuten van 'Alleen' streng voor het publiek. "Daarin geef ik ze weinig keet. Niet de gezellige Claudia." Ze begint met haar besluit om de tournee te schrappen, over de publieke verwachting dat artiesten in een burn out schieten, en haar groepstherapeutische ervaringen in een kuuroord. "Het is een apologie. In de zaal zitten vast mensen die toen kaartjes hadden gekocht."

De eerste keer dat De Breij besefte dat de mens er alleen voor staat, was toen het uit ging met haar eerste grote liefde. Vol liefdesverdriet ging ze als leidster mee op een schoolkamp. Met haar telefoonkaart in een afgelegen telefooncel kon ze niemand bereiken die ertoe deed. Ze schreef erover in de verhalenbundel 'Dingen die fijn zijn': 'De enige van wie ik zeker wist dat ik er mijn hele leven mee te maken zou hebben, was ikzelf. Van niemand anders, zelfs mijn moeder niet, kon ik verwachten dat ze zouden blijven.' "Dat was een openbaring", zegt ze nu.

Tegelijkertijd zit haar werk vol verlangen om niet alleen te zijn. Bovenal in het lied 'Mag ik dan bij jou?', waarin ze iemand zoekt om bij te schuilen, als de oorlog komt, het onweer, de avond, of de dood. Kan ze eigenlijk wel alleen zijn?

"Dat kan ik heel goed, als ik moet schrijven bijvoorbeeld, maar of ik daarvoor een schouderklopje verdien? Gek hoe alleen zijn bijna een calvinistische deugd is geworden. Wat 'Mag ik dan bij jou?' betreft: er zit een wereld van verschil tussen de angst om alleen te zijn, en de wil om samen te zijn.

"Ik zing het ook niet namens mezelf, maar namens het publiek, wat vast wat hoogdravend klinkt. Ik wil die vrouw op rij acht troosten die aan haar overleden man denkt. Het publiek hoeft echt niet aan mijn sterfbed te komen zitten."

Maar bij het schrijven ging de tekst toch over een bekende? "Ja, ik schreef het vanuit persoonlijke associaties: dat ik vroeger bij het onweer op de kamer van mijn broer mocht. Maar soms wordt de allerindividueelste vertaling van de allerindividueelste emotie, een universele vertaling van een universele emotie. Bij dit lied is me dat gelukt, tot mijn eigen verbazing. Het is een beetje groter dan mezelf geworden."

Het publiek vraagt het steevast als toegift. Het wordt gezongen door koren, en in een kerkpreek in één adem besproken met Psalm 91. "Ik kan opstandig worden van bepaalde religieuze doctrines, maar zoiets vind ik heel vertederend."

In de voorstelling zingt ze het nieuwe lied 'Ik zie jou', over een muurbloempje dat wel wat zelfvertrouwen kan gebruiken: 'Het is donker om je heen/ en je knijpt je ogen dicht/ zo kun je zelf niet zien/ dat jij alles verlicht'. Een tekst die de EO Jongerendag zomaar kan annexeren. Simpelweg een kwestie van Ik met een hoofdletter schrijven. "Ja dat mag, hoor, dat mag allemaal."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden