Ik ben jaloers op God

Tien geboden | interview | Simone van Saarloos (Summit, Verenigde Staten, 1990) is filosofe, columniste en schrijfster. In 2015 verschenen de bundeling van haar NRC Next-columns 'Ik deug/ik deug niet' en het pamflet 'Het monogame drama'. Onlangs debuteerde ze bij Nijgh & van Ditmar met haar roman 'De vrouw die'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Vroeger bad ik tot de maan. In God geloofden we thuis niet. Mijn ouders zijn atheïsten en mijn grootouders waren het ook. Ik was niet erg gelukkig als kind, voelde me vaak eenzaam en dacht: wat nou als ik wél een getuige had? Die mooie bol, in een donkere nacht, leende zich daar uitstekend voor. Mijn eigen 'religie' als de opening in alles wat al lijkt te zijn vastgelegd. Misschien ben ik vanwege die gebeden tot de maan wel filosofie gaan studeren; ik begreep dat er méér was dan die ene beleving van de werkelijkheid, op dat moment. Er is zoveel aan de hand. Tegelijkertijd. Continu."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Ik ben niet voor het verafgoden van wie of wat dan ook, maar ik denk wel dat het goed is om te erkennen dat we voorbeelden nodig hebben. Mensen zijn niet vanwege hun gelijkheid interessant, maar juist vanwege hun verschillen. In mijn roman zet ik het ideale Amerika - lees: New York - tegenover het negatiefste beeld van Nederland. Daar zie je altijd wel iemand die twintig keer dikker is dan jij. Of twintig keer dunner. Twintig keer armer of twintig keer rijker. Zwarter of witter. De variabelen zijn véél groter, waardoor iedereen kan zijn zoals 'ie zou moeten zijn. In Nederland heb je een brede, grijze middenstroom, veel van hetzelfde, waardoor een acceleratiedrift ontstaat; het verlangen om op te vallen, uniek te zijn. Dat gedrag wordt al snel gezien als aanstellerij. Uitschieters, mensen die opvallen, zijn aandachtshoeren met een 'ego-probleem', hun werk wordt zelden inhoudelijk beoordeeld. Alles lijkt beter dan het creëeren van nieuwe variabelen. Volgens mij verpulver je met zo'n houding de mogelijkheden van de mens."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Op een persoonlijk niveau houd ik zeker rekening met andersdenkenden, hoewel het me ook wel intrigeert als iemand ergens aanstoot aan neemt... misschien wel omdat ik dat zelf niet zo snel doe. Ik houd ervan om een bepaalde orde te verstoren. Als ik word gevraagd voor televisie - een massamedium dat zo veel tijd steekt in het gladstrijken van kreukels of het wegpoetsen van oneffenheden - zou ik het liefst morsend, vloekend, lelijk in beeld verschijnen. Om het schoonheidsideaal, of het idee van wat leuk is, te ontregelen, zal ik mijn best doen om zo saai mogelijk over te komen. Tijdens mijn optreden in 'Zomergasten' (VPRO, 9 augustus 2015, AV) is dat deels gelukt: ik las laatst ergens dat het door mij gekozen fragment over het werk van fotografe Charlotte Dumas, het grootste wegzapmoment sinds tijden was geweest. Dat beschouw ik in zekere zin als een groot compliment; volgens mij is wegzappen de beste daad die je kunt stellen."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Stilvallen is mijn grootste angst. Ik kan ook letterlijk niet stil zitten. Het liefst zou ik lopend werken. De nacht na de presentatie van 'De vrouw die' lag ik alweer plannen te maken voor een volgend boek. Om te kunnen stoppen moet ik mezelf eerst uitputten. Feesten tot ik erbij neerval, sporten tot ik een blessure krijg. Ze zeggen wel eens: wees nou verstandig, doe het wat rustiger aan, maar het probleem is dat ik mezelf helemaal niet als snel of onrustig ervaar. Ik ben ambitieus, dat is waar, maar niet in de zin dat ik ergens naartoe op weg ben. Ik wil vooral in beweging blijven."

V Eer uw vader en uw moeder

"Mijn vader is natuurkundige en mijn moeder is classica. Literair gezien een mooie combinatie, maar ik heb er persoonlijk niet veel voordeel aan ondervonden. Ik had zo graag al hun kennis onmiddellijk opgezogen, meegekregen. De dagelijkse praktijk - het runnen van een gezin met drie dochters, onze verhuizing van Amerika naar Nederland - stond dit allemaal in de weg.

"Ik haatte school, ik haatte de kinderen van mijn eigen leeftijd, ik voelde me totaal niet op mijn plek en ik was bijzonder ongeduldig. Waarom moest het allemaal zo lang duren? Ik was liever geboren met alles wat ik inmiddels te weten ben gekomen. Anderen bepaalden wanneer je wat zou leren. Als zevenjarige kwam ik bij een kinderpsycholoog terecht die later rapporteerde dat ik een jongetje wilde zijn. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo'n wens heb uitgesproken. Misschien wilde ik wel iets duidelijk maken over hoe de maatschappij genderwise was ingericht, maar had ik er de woorden nog niet voor. Waarom heb ik een probleem als ik dingen wil doen die als 'typisch jongensachtig' worden gezien? Die psychologisering vond ik heel kwalijk. Er wordt je als kind van alles aangepraat; je wordt voortdurend klein gehouden.

"Nee, ik heb zelf beslist geen zin om moeder te worden. De belangrijkste reden is misschien wel dat ik dan niet zomaar meer uit het leven zou kunnen stappen. Niet dat ik zoiets van plan ben, maar de gedachte dat je zo'n besluit zou kunnen nemen, geeft me al enorm veel vrijheid. Als ik een kind op de wereld zet, heb ik er een grote verantwoordelijkheid bij. Daarnaast zou het een knieval voor de instituties zijn. Ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om een kind naar school te sturen; om het mee te laten draaien in een systeem dat mij zelf zo heeft beknot.

"Ik heb overigens, samen met een geliefde, wel een denkbeeldig kind. Als je heel blij bent met iemand, is er toch de drang om samen iets te maken... We dachten eerst aan een onzijdig kind, maar het is uiteindelijk toch een hij met veel zij-kanten geworden. Met naam en al, ja, maar die ga ik niet verklappen. We hebben een boekje waarin we om beurten een brief aan hem opschrijven. Kinderen worden altijd gebruikt in een generationeel perspectief: hoe willen we dat de wereld er later voor hen uit gaat zien? Volgens mij kan je daar veel beter over nadenken als je zelf geen kinderen hebt. Het klinkt misschien een beetje megalomaan, maar door te schrijven aan onze conceptuele zoon richt ik me in zekere zin tot alle kinderen."

VI Gij zult niet doodslaan

"Er bestond geen morele code - ik werd tijdens mijn opvoeding op alle gebieden vrij gelaten - maar er was wel één duidelijk principe: doden is het allerergste wat je zou kunnen doen. De dood was zo fucking groot, het eindpunt in een groter geheel. Over die aanname ging ik doordenken toen ik op mijn vijftiende een soort tussenjaar volgde op een highschool in Maryland. Daar kreeg ik tijdens American Literature 'Thanatopsis' van William Cullent Bryan (Amerikaans dichter, 1794-1878, AV) te lezen. Het gedicht gaat over de dood en hoe die overal aanwezig is, hoe grafzerken wasemen, hoe ze een soort adem geven aan de wereld. Ik weet nog hoe mooi ik dat beeld van de verhalende kracht van de doden vond, en dat ik me toen realiseerde dat de dood ook scheppend kan zijn. Breder getrokken dan de relaties tussen individuen: als verhalen blijven voortleven, hoe erg is het dan dat iemand verdwijnt? Dit moest in mijn denken een optie zijn; ik wilde mezelf bevrijden van het idee dat dood een plek is waar je niet komt of, sterker nog, dat je nooit zou mogen doden. Als je de wereld wil verbeteren, zou dan de consequentie daarvan niet moeten zijn dat je óók bereid moet zijn een ander te doden? Ik weet niet of dit leven het meest heilige is, misschien moet het goede het meest heilige zijn. Het goede is moeilijk te vinden, maar stel dát je het vindt: zou je daar dan niet voor moeten doden?

"Ik zou een leven kunnen nemen, mits ik zeker zou weten dat zo'n moord zin zou hebben. De moord moet een middel zijn voor een goed doel, maar meestal zijn de consequenties niet zeker. Neem de politieke moordaanslag: stopt daarmee de kwalijke beweging of wordt het daarna alleen nog maar erger? Daarover doordenkend zou ik kunnen zeggen dat ik mijn arm wil afstaan als ik daarmee mijn vriendin kan genezen die met chronische depressies kampt. Maar zo werkt het niet. Voor zo'n uitruil of compensatie heb je God of een andere, almachtige onderhandelaar nodig en daar geloof ik helaas niet in.

"Toen ik nog actief rugbyde, heb ik wel eens iets bij een ander gebroken. Per ongeluk. En hoewel ik zelf ook niet altijd netjes ben behandeld, heb ik nooit last gehad van wraakgevoelens. Of ja, bij wijze van historisch wraakgevoel heb ik ooit gedacht dat ik de eerste, de beste man die mij op straat zou nafluiten uit naam van alle vrouwen om zeep zou helpen. Terwijl ik op het moment zelf waarschijnlijk zal denken: ach, zo erg is het nou ook weer niet... Misschien zit mijn empathie me wel in de weg. Die strekt namelijk naar twee kanten toe uit: ik kan me inleven in de rol van slachtoffer én dader.

"Wat overblijft is een grote nieuwsgierigheid naar het letterlijke doodslaan. Wat zou dat met mij doen, fysiek? Wat doet het met mijn hand, mijn arm, mijn huid? Het is jammer dat ik niet in een lab-setting iemand dood mag slaan. En dat diegene dan vervolgens niet écht zou sterven, begrijp je?"

VII Gij zult niet echtbreken

"Er is een X - man of vrouw, dat laat ik in het midden - die ik mijn geliefde noem, maar het zou bij wijze van spreken net zo goed jouw geliefde kunnen zijn. Geen idee. Ik geloof dat het belangrijk is om cirkels te tekenen, om verbindingen te maken, maar ik heb al eerder ('Het monogame drama', pamflet van Van Saarloos uit 2015, AV) vragen willen stellen over de vanzelfsprekendheid waarmee monogamie als enige echte invulling van de liefde wordt gezien. Het gaat niet over vrije seks of zo, maar over het benoemen van waarden. Een van de eerste vragen die een vreemde je soms stelt is: heb je een relatie? Daar word je al een waarde toegekend. Relaties zijn vormend, dus in die zin is zo'n bepaling niet erg, maar de druk die erop ligt, dat dit meteen De Relatie moet zijn, is wel een beetje fout. Volgende vraag is dan: hoe lang al? Dus de duur wordt er ook als een soort keurmerk opgeplakt waarbij lang staat voor 'echt' en kort voor: 'stelt nog niet veel voor'. Alsof je over het verlies van een kortdurende relatie niet verdrietig zou mogen zijn. Dat wat wij als liefde herkennen is cultureel bepaald.

"In 'Het monogame drama' heb ik een aantal stelregels opgenomen waar ik naar probeer te leven. Was het niet Bukowski die zei: 'Those who preach God, need God'? Dat wat je niet hebt, moet je wel prediken. Opdat je er naar kunt streven. Ik streef naar een open en nieuwsgierige houding. Ik wil expliciet zijn, dingen benoemen, dingen beschrijven, dingen aangaan. Alles wat ik doe gaat met elkaar in gesprek. Ik vind het fijn om ervan uit te gaan dat alles, bewust en onbewust, van invloed op mijn leven is. Dat is de gelaagde werkelijkheid waar we het eerder over hadden; er zijn zoveel mogelijkheden, zoveel perspectieven, zoveel interpretaties mogelijk. Vreemdgaan - het verzwijgen van een relatie - zou óók een optie kunnen zijn, maar die vind ik juist vanwege het afgesloten aspect ervan niet zo interessant. Ik heb er geen moreel oordeel over, maar een affaire is mij veel te karig."

VIII Gij zult niet stelen

"Vroeger werd ik vaak opgebeld door de ouders van vriendinnetjes die me dan vertelden dat ze niet wilden dat hun dochters nog met mij zouden spelen. Een keer was het omdat ik met een vriendinnetje was gaan stelen. Haar moeder zei: 'Je moet je schamen, je bent een kleptomaan!' Ik had geen idee wat het woord betekende, maar ik voelde wel aan dat ik het niet aan mijn ouders kon vragen.

"Ik weet niet meer waarom ik stal. Was het voor de kick? Of was het omdat ik dacht dat alles mij toebehoorde? In feite geloof ik dat nog steeds; ik ervaar niet veel grenzen. Letterlijk: ik begrijp er niets van als mensen het hebben over 'mijn land'. 'Mijn land'? Hoezo? Hoe bepaal je wat van jou is? Als jij er straks met mijn tas vandoor gaat, zou ik dat naar vinden omdat er een laptop in zit, maar ik zal het je toch niet aanrekenen. Kennelijk heb je goed over die diefstal nagedacht en daar wil ik je best voor belonen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Als je het gesprek dat wij nu voeren straks gaat navertellen, heb je waarschijnlijk een andere versie dan ik. En dan is het ook nog eens van belang waar, wanneer en aan wie je het doorgeeft. Met andere woorden: inhoud en inbedding van een verhaal hebben met elkaar te maken. Ik geloof dat we met betrekking tot 'de waarheid' niet al te veeleisend moeten zijn. Wat je probeert is de best mogelijke, meest kleurrijke interpretatie van de werkelijkheid te brengen - al dan niet met gebruik van een beetje fantasie."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Ik ben jaloers op God, óók als ze niet bestaat. Ik zou best zo'n wezen willen zijn dat alles, altijd, overal in de gaten kan houden. Een enorme verantwoordelijkheid ja, maar toch, het lijkt me heerlijk: de wereld op m'n schouders."

'Stilvallen is mijn grootste angst. Ik kan ook letterlijk niet stil zitten. Het liefst zou ik lopend werken.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden