'Ik ben hier om te vergeven, laat me er nu door'

ROTTERDAM - “Hoe vond u het om bondskanselier Kohl te mogen ontmoeten?” vraagt een Duitse verslaggever aan Agatha Stap-Priem (73), de enige Rotterdamse die het vrouwenkamp in Ravensbrück overleefde. Haar reactie doet de journalist even met de mond vol tanden staan. “U kunt beter aan meneer Kohl vragen hoe híj het vond om hier te zijn en mij een hand te geven. Dit moet voor hem nog meer betekend hebben dan voor mij.”

Toch was het ook voor Agatha Stap gisteren een bijzonder emotioneel moment toen de Duitse bondskanselier dr. Helmut Kohl aan het begin van zijn tweedaags bezoek, een bloemenkrans legde bij het Rotterdamse oorlogsmonument 'De Verwoeste Stad' van Ossip Zadkine. “Het maakt me zo gelukkig dat we hier samen op het Plein 1940 staan, Duitsers en Nederlanders. Vergeten kan ik nooit wat ze ons en de stad hebben aangedaan, maar we moeten wel leren vergeven. Daarom ben ik hier gekomen.”

Veel van haar 'kameraden' snappen niet dat ze er bij wil zijn, als Kohl bloemen komt brengen in Rotterdam als gebaar van verzoening. “Die kunnen maar niet vergeven. Toch moeten ze dat leren. Ik ben een gelovig mens. Onze lieve Heer zei aan het kruis: vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen. Onze beulen wisten wel wat ze deden, maar die zijn er niet meer. Nu is de tijd gekomen om te vergeven en dat zal ik tot m'n dood toe uitdragen.”

Dat heeft ze ook tegen Kohl gezegd, toen hij haar de hand kwam drukken. In de zenuwen is het haar ontgaan dat 'die aardige blonde dame' met wie ze heeft staan praten over haar oorlogservaringen, Kohl's echtgenote Hannelore was. “Oh, was dat mevrouw Kohl, helemaal geen erg in gehad.” Maar burgemeester Peper van Rotterdam, premier Kok en diens echtgenote, die haar ook allemaal kwamen begroeten, heeft ze wel opgemerkt. “Die Peper is een goeie, die heeft er hoogst persoonlijk voor gezorgd dat ik hier bij mocht zijn, ook al ben ik maar een gewone Rotterdamse.”

Het had een haartje gescheeld of mevrouw Stap had de plechtigheid niet kunnen bijwonen. Een agent weigerde haar door te laten, omdat ze geen pasje had. Ze was in tranen uitgebarsten en had de agent uitgefoeterd. “Jongen, laat me er nu door. Ik heb een jaar en negen maanden in Ravensbrück gezeten. Mijn beulen zijn al lang dood, die kan ik niet meer te pakken krijgen. Daarom kom ik hier om te vergeven, laat me er nu door.” Dankzij ingrijpen van een medewerker van Peper had ze alsnog een plaats gekregen, temidden van leerlingen van het Zadkine-college en naast de Marinierskapel.

Tegenstanders van het 'ongepaste' bezoek van Kohl laten zich niet horen. De politie komt alleen in actie als een vrouw, wier man in Dachau is omgekomen, een spandoek wil ontrollen, waarop staat dat Hitler haar echtgenoot heeft vermoord. Terwijl de grote-stadsgeluiden onverminderd doorgaan, legt Kohl om één minuut over elf een krans van rode en blauwe bloemen aan de voet van het monument.

Aan de krans hangt een lint met de tekst 'Der Bundeskanzler der Bundesrepublik Deutschland'. Tijdens de minuut stilte kijkt Kohl eerst strak voor zich uit, later blikt hij omhoog naar de verwrongen menselijke figuur zonder hart, Zadkine's verbeelding van de verwoeste stad-zonder-hart na het bombardement van mei 1940.

- Vervolg op pagina 3

'Hoe keek-ie?' VERVOLG VAN PAGINA 1

Na het vertrek van het gezelschap naar de Erasmus Universiteit, waar Kohl de studenten zal toespreken, stromen de Rotterdammers toe. Velen voorzien van foto- en filmapparatuur en de meesten duidelijk van-voor-de-oorlog. Ze hebben de kranslegging van enige afstand kunnen volgen. Sommigen zijn daarover slecht te spreken. “Het is schandalig”, meent E. Knoef. “De hoge heren hebben de mond vol van verzoening. Nou, dan horen toch juist de gewone mensen hier te staan. En als het vanwege de veiligheid van meneer Kohl niet kan, hadden ze toch iedereen kunnen fouilleren of met metaaldetectoren controleren?”

Hij krijgt bijval van J. W. Bijvoets. “In 1940 had de eerste bom mij te pakken, we woonden op de Binnenweg. Toen zijn we door de bommen verjaagd, nu worden we door dranghekken weggejaagd.” Aan de voet van het monument ontspinnen zich heftige discussies over de waarde van het verzoeningsgebaar van de Duitse bondskanselier. “Wat jammer dat Kohl hier niet meer is”, verzucht een vrouw. “Als hij hier met de gewone Rotterdammers in gesprek was gegaan, zou zijn bezoek veel meer inhoud hebben gekregen.” Een oudere man mag onder begeleiding van personeel van een beveiligingsdienst, die de krans de komende dagen zal 'bewaken', een bosje witte seringen neerleggen. “Toen ik hoorde dat de Duitsers ons verzoeningsbloemen kwamen brengen, dacht ik: dan neem ik witte seringen mee uit mijn tuin. Dat doe je toch als je graag goeie buren en vrienden wilt zijn.”

Hij vindt het jammer de bloemen niet in het bijzijn van Kohl te hebben kunnen neerleggen. “Ik had zo graag z'n postzegel (hij bedoelt het gezicht van Kohl - red.) gezien op het moment dat hij voor Zadkine stond. Hoe keek-ie toen? Was-ie aangedaan?”

Barbaars

Terwijl de discussies op Plein 1940 nog voortduren en personeel van de beveiligingsdienst een omheining van ijzeren hekken om de krans plaatst, is Kohl al op de Erasmus Universiteit gearriveerd. In zijn toespraak gaat hij ook in op de 'barbaarse verwoesting' van Rotterdam door Duitse bommenwerpers. Veel indruk op de studenten maakt Kohl met een passage uit een brief die hij kort voor zijn vertrek naar Nederland had gekregen van twee Duitsers, die als geboren en getogen Rotterdammers tijdens het bombardement van mei 1940 hun vader verloren. De auteurs vragen Kohl of hij in zijn toespraak in Rotterdam ruimte wil vrijmaken 'om uit te drukken dat er ook Duitsers waren, die schaamte voelden, die solidair waren met de mensen in de verwoeste stad en het bezette land'.

Later maakt Kohl een vaartocht door de Rotterdamse haven en een rondvlucht boven de Deltawerken en beoekt hij Amsterdam. Vandaag voert hij politieke gesprekken in Den Haag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden