Ik ben het volk

Er moet een volk zijn, het Nederlandse volk geheten, dat ergens, ik weet niet waar en wanneer, heeft besloten zich te laten vertegenwoordigen door de leider van een politiek eenmansbedrijf. Een grote verantwoordelijkheid voor een enkel individu, zo ervaart hij dat zelf ook. Maar hij strijdt voor ons, hij twijfelt niet aan de uiteindelijke zege, en zijn tegenstanders houdt hij voor dat hun lafhartige houding niet vergeten zal worden. "Het Nederlandse volk, dat ik vertegenwoordig, zal winnen", zei hij in de rechtszaal. "En het zal zich goed herinneren wie aan de goede kant van de geschiedenis stond."

Hoe was het zo gekomen dat deze man, die een zekere onaangename energie uitstraalde, het volk belichaamde? Had ik niet goed opgelet? Opeens werd ik vertegenwoordigd door iemand op wie ik, voorzover me bijstond, nooit had gestemd. Of behoorde ik misschien plotseling niet meer tot het volk, had ik een decreet gemist dat de leider had doen uitgaan? Het zou kunnen. Nu ik erover nadacht drong tot me door dat ik helemaal niet wist wat of wie hij onder 'het volk' verstond. Het zou arrogant zijn zomaar aan te nemen dat ik daar deel van uitmaakte.

Het is ook een wendbaar begrip, volk. Net als ras bijvoorbeeld. We weten wie burgers zijn: mensen die een bepaalde nationaliteit delen. Dat staat geregistreerd. Maar waar begint en eindigt een volk? Of een ras? Wie bewaakt daarvan de ingang? De partijleider had het in de rechtszaal over 'onzinredeneringen', het moest niet veel gekker worden, zei hij, en hij verwees naar Zwarte Piet als ankerpunt. Dat gaf me enige richting qua volksidee, maar nog geen echt houvast.

Mij schoot de term 'volksrepubliek' te binnen. Landen waar het volk het voor het zeggen heeft, waar de volkswil - niet gehinderd door de inbreng van lieden die aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan - onverdund in de praktijk wordt gebracht. Noord-Korea, China, Laos. Vroeger ook de DDR, Roemenië en Albanië, onder andere. Landen met een groot verleden en een grote toekomst, steevast bewoond door uitzonderlijk begaafde volken, tot de boel in elkaar ploft.

Nederland was altijd het omgekeerde, een land van tegenstellingen, met allerlei geschiedenissen en allerlei kanten, gevormd door burgers die niet veel moesten hebben van nationale eigendunk (waar ze dan stiekem weer erg trots op waren). 's Lands grootste historicus, Johan Huizinga, beschreef dit bescheiden volksgevoel in 1934 als een typerende en prijzenswaardige karaktertrek. 'Onder de deugden, die wij ons mogen toekennen, behoort buiten kijf een relatief geringe neiging tot nationale zelfverheerlijking en zelfverheffing.'

Maar de tijden zijn veranderd, burgers zijn zich zorgen gaan maken over wat er van het volk overblijft. Zoals de zeven mannen in Steenbergen die - kwaad over de mogelijke komst van vreemdelingen - bij een gemeenteraadsvergadering zwijgend achterin de zaal gingen staan. De leider van het politieke eenmansbedrijf geeft hen een stem. Hij bepaalt wie het volk is. Sterker nog: hij is het zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden