'Ik ben geen rolmodel en heb er ook geen nodig'

Een filosoof met een sigaret, dat roept weerstand op. Denker des Vaderlands René Gude: 'Ik wil mijn beperkingen niet verhelen.'

INTERVIEW PETER HENK STEENHUIS

Vanaf het moment dat Trouw bij de stukjes van René Gude, de Denker des Vaderlands, een foto plaatste mét sigaret, kreeg de redactie brieven. Een lezer vond de foto verdacht veel lijken op een reclamefoto voor een duidelijk leesbaar sigarettenmerk - wat een slecht voorbeeld voor de jeugd. En welk signaal wil de krant eigenlijk met die foto geven? Dezelfde foto siert ook het omslag van het boek 'Stand-up filosoof' van Wilma de Rek met René Gude, dat inmiddels vijf drukken kent. Niet alleen de krant prikkelt haar lezer, de Denker heeft dat zelf ook nadrukkelijk gedaan.

"Ja, inderdaad, ik heb met de foto op het boek een statement willen maken", erkent Gude. "Ik heb die foto op de cover gezet, omdat ik een filosofiebeoefening voorsta waarbij je eerst je tekortkomingen genadeloos inziet, om er vervolgens geduldig aan te blijven klussen zonder jezelf en anderen het leven tegen te maken. Bij die benadering hoort geen zuiverheidsideaal of een filosoof als moreel rolmodel. Die methode kun je ook gebruiken om de zeden te verbeteren, maar dat doe ik niet in dit boek. Ik wil mijn beperkingen niet verhelen."

Een van die beperkingen is dat u rookt.

"Ik ben een klojo die geen maat kan houden - dat straalt die foto uit."

Wat wilt u eigenlijk bereiken met die uitstraling?

"Het vervangen van ongewenste gewoontes door betere, is het enige middel om vooruitgang te boeken. Ik ben ervoor om niet wreed te zijn voor jezelf, maar wel gericht streng. Als je iets ziet dat verbeterd kan worden, denk dan niet dat het de volgende dag voor elkaar is, maar gooi er een trainingsprogramma tegenaan. Mijn makke is maat houden, en daarvoor is de deugd 'temperantia' of 'sophrosunè' het trainingsprogramma. Het doel van dat programma is een plezierige balans tussen abstinentie en zwelgerij."

En dan moet u als filosoof uitstralen dat u slechte gewoontes hebt?

"Nou, ik hoef het niet per se te verbergen. Veruit de meeste biografen stellen ons verlichtingsfilosoof Immanuel Kant voor als het toonbeeld van morele waardigheid. Hij zou een geordend leven geleid hebben, hij nam voldoende lichaamsbeweging, was altijd netjes op tijd en van onbesproken gedrag jegens de dames. Het leven van Kant is onder de handen van zijn biografen tot poster voor zijn eigen praktische filosofie gemaakt: hij zou zijn ethiek voorgeleefd hebben.

Dat was in zijn latere leven misschien min of meer waar, maar Kant was ook een dandy, een opgewonden standje dat buiten het huwelijk vrolijk met jonge dames uit de betere kringen gehupseflupst heeft. In zijn jeugd dronk hij behoorlijk, kwam te laat op afspraken en verdeed zeeën van tijd met biljarten. Op een gegeven moment, toen hij doorkreeg dat hij zo niet oud zou worden, heeft hij zichzelf bij zijn lurven gepakt en zijn gedrag veranderd. Als je dat verhaal weglaat uit de biografie, dan lijkt het of de temperantia, de juiste maat, Kant is komen aanwaaien. Ik vond het een verademing te lezen dat hij daar net zo'n moeite mee gehad moet hebben als ik."

Waarom is dat zo'n verademing?

"Het stelt mij gerust dat de grote man zich van alledaagse karakterloosheid heeft opgewerkt tot een zekere autonomie. Ik zou nog meer willen weten over zijn zwaktes. Niet uit sensatiezucht, maar omdat het mij bemoedigt. Door inzicht in Kants eigen worsteling zijn de termen 'plicht' en 'categorische imperatief' in zijn praktische filosofie niet afschrikwekkend. Het zijn geen buiten mijzelf liggende maatstaven, gedicteerd door een achttiende-eeuwse kleinburger uit Königsberg, maar voorwaarden die ik moet verwerven en laten gelden om greep op mezelf te krijgen. Vertoon van morele superioriteit maakt mij bij voorbaat moedeloos. De rookfoto geeft de tone of voice van het boek aan: ik wil zelf niet overkomen als een baken van morele hoogstaandheid, want ik ben er geen en ik heb ze zelf ook niet nodig.

Alle filosofen van wie ik houd zijn rare knakkers met wonderlijke eigenaardigheden, maar met een sterke drang om er daarmee niettemin iets van te bakken. Mijn lievelingstobbers zijn Aristoteles, Descartes, Kant, Wittgenstein en Sloterdijk. Wat een prachtig zooitje ongeregeld."

Toen kwam de foto van de boekcover ook bij de stukjes in de krant.

"En daardoor leek het vertoon van mijn slechte gewoonte een politiek programma te worden: ik rook, en ik eis mijn vrijheid op om te roken. Zoiets. Maar het is nooit mijn bedoeling geweest roken te promoten, ik word niet betaald door Big Tobacco en het is ook niet mijn bedoeling de strenge wet- en regelgeving ter discussie te stellen. Integendeel. Ik vind het goed dat er in openbare ruimtes niet gerookt mag worden. Tegen de hoge accijnzen op tabak heb ik ook geen bezwaar, ik mag graag de Nederlandse schatkist spekken, dat geld komt meestal heel goed terecht."

Intussen geeft u wel een slecht voorbeeld, vinden lezers.

"Uit de brieven van de lezers blijkt inderdaad een andere ethiek-opvatting. Van de meeste protesterende lezers hoef ik niet op te houden met roken, dat moet ik zelf weten, maar ik mag het niet laten zien. Ik breng anderen rondom mij nog steeds ernstige schade toe, niet meer door ze rook in het gezicht te blazen, maar nog wel door onschuldige niet-rokers in verleiding te brengen. Dat is ook een krachtige ethiek: je laat iedereen privé vrij, maar in de publieke ruimte verbied je het laakbare gedrag zoveel mogelijk, je weert afbeeldingen van rokers uit de media - of het moet in films zijn waar het slecht met ze afloopt - en je mobiliseert anti-rook peer pressure.

Deze methode om gedrag te beïnvloeden werkt heel goed. De samenleving stelt de standaarden waaraan het individu moet voldoen en toont diezelfde individuen liefst alleen goede voorbeelden. Dat dat werkt is wetenschappelijk bewezen. Mensen hebben spiegelneuronen en kunnen veel beter na-apen dan zelf apen."

Maar waarom doet u daar dan niet aan mee?

"De kosten van deze moraalmethode zijn aanzienlijk. Om te beginnen vallen de tot rolmodel gebombardeerde publieke figuren van het ene schandaal in het andere. Het is een riskante klus om voorbeeld te zijn, ik begin er niet aan. Maar belangrijker is dat het individu in deze benadering naar voren komt als iets dat tegen zichzelf beschermd moet worden door de staat en door de buren. Het is een heteronome ethiek."

Wat is dat?

"Nou, precies het tegenovergestelde van autonomie. Heteronomie is dat iemand jou de wet stelt, plichten voorschrijft, deugdoefeningen opgeeft en je de resultaten van je handelen onder de neus houdt. Dat is, als je in een prettig land woont, helemaal niet zo verschrikkelijk. Ik weet dat ik grotendeels het product ben van heteronome moraal dankzij mijn lieve ouders, mijn vrienden, mijn leraren, mijn werkgevers, mijn medeburgers en de overheid. Net als Descartes, die in de Gouden Eeuw in Amsterdam woonde, vind ik het helemaal niet erg om in de Nederlandse mal geperst te zijn. Het kon slechter, ik laat mij nog dagelijks door anderen vormen tot de Nederlander die ik ben. Puur heteronoom, sommige neurowetenschappers beweren zelfs dat het helemaal niet anders kan."

En u pleit niettemin voor een autonomie in de moraal?

"Ja, ik denk dat je, door de heteronome moraal door te krijgen, ruimte schept om een autonome moraal te ontwikkelen: een ethiek die bestaat in het ontwikkelen van eigen principes, eigen deugdoefeningen en het zelf inschatten van de gevolgen van je acties. Je beperkingen onder ogen zien en er, desnoods een heel leven lang, mee blijven worstelen. Als je dat type brekebeen-ethiek niet zichtbaar maakt in de publieke ruimte, dan wordt het steeds minder aardig om in de Nederlandse mal geperst te worden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden