Essay

Ik ben geen professor meer - waarom vind ik dat zo lastig?

Beeld SUZANNE DECHILLO, NYT/HH

GER GROOT   Paus Benedictus deed het. Marco van Basten ook. Ze zetten een stapje terug, het werd ze te veel. Filosoof Ger Groot legde deze maand zelf zijn professoraat neer. 'Dat was heel verstandig'. Toch knaagt het.

'Heel verstandig", zegt iedereen tegen mij. En soms: "Moedig ook." Er gaat een warme blik mee gepaard, vol sympathie voor mijn beslissing mijn hoogleraarschap neer te leggen. Sinds 1 september ben ik geen professor voor 'Filosofie en literatuur' in Nijmegen meer. Tot mijn spijt. Ik had het er goed naar mijn zin. Het vak was mij op het lijf geschreven. Maar de belasting werd me naast mijn andere verplichtingen te veel. Oververmoeidheid kende ik al, nu dreigde een burn-out. Dus ben ik gestopt. Heel verstandig.

Ligt het aan mij dat ik in al die meelevende blikken soms nog iets anders meen te zien? "Dapper hoor - maar ik had het niet gedaan." Of projecteer ik alleen maar wat in mijzelf resoneert? Over demotie, een stapje terugdoen op de beroepsladder, mag je wel nadenken, je mag er zelfs naar verlangen, maar uiteindelijk ben je wel gek als je het doet. Verlies aan inkomsten, verlies aan aanzien: weegt het wegvallen van een paar lesuren en de nodige reistijd daar tegenop? Handen uit de mouwen, laat je niet kisten, zegt de jongen van Jan de Witt in mij. Om te lanterfanten zijn we niet op aarde.

Stuivertje wisselen
Ook Marco van Basten zal dat soort gedachten gekoesterd hebben, toen hij besloot terug te treden als hoofdcoach van AZ. Een lagere plaats in de voetbalhiërarchie zou genoeg zijn, want ook hem was de werkdruk te zwaar geworden. Hartkloppingen en andere lichamelijke ongemakken luidden een alarmfase in. Waarom nam zijn assistent Alex Pastoor het stokje niet over, zodat hij voortaan onder hém zijn beste krachten kon geven?

Het was stuivertje wisselen op superieur niveau en ook Van Basten werd er uitvoerig om geprezen. Mensen die het hoogste - of in ieder geval iets zeer hoogs - bereiken en daar vervolgens publiekelijk afstand van doen: dat zie je niet vaak. Laat staan wanneer dat gepaard gaat met een bekentenis van onvermogen. Zoiets hoort niet bij de almacht en onaantastbaarheid van een Macher. Voor je het weet, stort zijn hele wereld in.

Toch begint er voorzichtig iets te veranderen. Zo'n twee jaar geleden trad topman Ton Büchner van AkzoNobel tijdelijk terug vanwege aanhoudende vermoeidheid. Ook hij - en zijn bedrijf - kregen er veel waardering voor. Waarom laten CEO's niet vaker merken dat ze ook maar mensen zijn? De reden daarvoor kwam per kerende post. De volgende dag bleek het bedrijf ruim een half miljard euro aan waarde te hebben verloren.

De wereld is in de praktijk niet altijd vriendelijk voor de eerlijkheid die ze zozeer zegt te waarderen. En dan zou Büchner nog maar een maandje uit de running zijn. Hoe zal het met Van Basten aflopen? Heel vanzelfsprekend is zo'n demotie in ieder geval niet. Je mag dan al assisent-trainer zijn geworden, je reputatie is nog altijd die van een superster, en dat wringt al snel met de nieuwe verhoudingen.

"Ik daal de trap af, terwijl ik - ook van mezelf - omhoog zou moeten gaan."Beeld Dean Forbes, Corbis, HH

Het probleem doet zich - lijkt mij - vooral in familiebedrijven gemakkelijk voor. De oudere generatie, soms de stichters van het bedrijf, maakt plaats voor een jongere, maar verdwijnt nooit helemaal. Zelfs wanneer de oude baas resoluut de kantoordeur achter zich dichttrekt, zal hij zijn opvolgers nog regelmatig tegenkomen op verjaardagen, trouwerijen, jubilea. En houd dan je wijze vermaningen maar eens vóór je - zelfs wanneer ze alleen maar als behulpzame suggesties bedoeld zijn.

In een familiebedrijf gaat iemand nooit helemáál weg. Demotie heeft hetzelfde probleem. Het kán goed gaan. Zelfs het Vaticaan, de oudste multinational ter wereld en tegelijkertijd ook een soort familiebedrijf, heeft dat inmiddels bewezen. Een paus die aftrad en zich onzichtbaar maakte bínnen de muren van de Kerkelijke Staat: zoiets was in twee millennia katholicisme nog niet eerder vertoond. Maar het experiment lijkt te werken. De behoudende kardinaal Ratzinger werd er op de valreep van zijn vertrek nog revolutionair door. Even revolutionair als Van Basten misschien. En vooralsnog even uitzonderlijk.

Voordelen
Want de populariteit van demotie is omgekeerd evenredig aan het enthousiasme waarop de schaarse voorbeelden ervan worden onthaald. Argumenten voor zo'n torenklokvormige loopbaan (eerst van laag naar hoog en dan geleidelijk aan weer terug) zijn er te over. De werkgelegenheid floreert erbij, zeggen overheid en bedrijfsleven eenstemmig. Arbeidskosten worden erdoor gedrukt, want demotie voel je wel in je portemonnee, en degene die je vervangt zit meestal nog een stuk lager in de loonschaal. Maar waar hebben die ouderen hun hoge inkomen nu helemaal voor nodig? De grootste uitgaven doet een gezin op jongere leeftijd: hypotheek, kinderen, studiefinanciering. Later weegt dat allemaal veel minder zwaar.

Toch geven we de voordelen van een hogere positie niet zo gemakkelijk prijs. Niet alleen vanwege het salaris en ook niet alleen vanwege het pensioen (tot voor kort berekend naar het laatste inkomen). Er is nog iets anders in ons dat zich tegen demotie verzet - ongrijpbaar maar juist daarom des te vasthoudender. Het heeft te maken met de manier waarop wij ons de spanne van onze levensloop voorstellen.

Shakespeare wist het al. In zijn monoloog 'The Seven Ages of Man' beschrijft hij op- en ondergang van ieder mensenkind, of liever: van de man. Van baby via schoolkind en soldaat tot rechter "vol fraaie spreuken en gestolen wijsheid, zoo speelt die zijn rol" - zo vertaalt Burgersdijk die passage uit 'As you Like it'. Maar daarna gaat het op 'het tooneel der wereld' alleen maar achterwaarts. De ouder wordende man wordt een "maag'ren Pantalon ... zijn zware stem / tot den discant van 't kind opnieuw verfijnd, / piept, fluit nu schril". Zijn einde is een "tweede kindschheid, suffen en vergeten, sans teeth, sans eyes, sans taste, sans everything: Gezicht en tanden, smaak en alles kwijt."

"Over de jaren van afdaling is het licht uitgegaan", aldus Douwe Draaisma.Beeld De trap des levens (1680), Kurhaus Museum Kleef

De anonieme schilder die rond 1680 'De Trap Des Levens' op het doek zette, nu in het bezit van het Kurhaus Museum in Kleef, onderscheidde liefst elf levensstadia, maar tot grotere vrolijkheid leidde dat niet. "Het eerste dat opvalt is dat alle licht gereserveerd is voor de eerste levenshelft", schrijft Douwe Draaisma, die het schilderij bespreekt in zijn boek 'De heimweefabriek'. "Over de jaren van afdaling is het licht uitgegaan." Er lijkt bovendien nauwelijks meer iets in te gebeuren. "Een oude man is gewoon een oude man, of hij nu zestig, zeventig, tachtig of negentig is. Alleen de honderdjarige doet nog iets nieuws: hij gaat dood."

Exitus-reditus
Shakespeares levenstoneel, de trap op het schilderij in Kleef, mijn eigen 'klokvorm': ze hebben allemaal dezelfde gestalte. Eerst is alles vol belofte, dan komt de ontluistering. Nieuw was dat inzicht in de zeventiende eeuw al niet. De Middeleeuwen stelden zich een mensenleven voor als een draaiend wiel, dat niet voor niets als twee druppels water leek op het rad van fortuin. Over het lot van de ouderdom maakten ook zij zich weinig illusies. Aan het eind keert ieder terug tot waar hij begonnen is. Liggend op de grond, eerst als baby, dan als lijk - zegt de zeventiende eeuw. Eerst bij God, en ten slotte terugkerend naar God - zeggen de Middeleeuwen nog. Exitus-reditus, noemen de theologen dat. Vertrek en thuiskomst: de geschiedenis van de mensheid als geheel zag er niet anders uit.

Tegenover het middeleeuwse rad vormt de vroegmoderne trap, klok of bel een subtiele verschuiving. Aan het eind van het leven ben je wel op hetzelfde niveau terug als vanwaar je vertrok, maar je bent niet meer op dezelfde plaats. De richting van het leven is een rechte lijn geworden, geen cirkel meer, maar die lijn gaat eigenlijk nergens meer heen. Niet dat Shakespeare of de schilder van Kleef al durfden denken dat het menselijk bestaan geen zin of bedoeling had. Onder de trap opent zich nog altijd het perspectief van hemel en hel. Maar leven en voortleven zijn al niet meer in dezelfde beweging opgenomen.

Dan is het nog slechts een kwestie van tijd of die poort zal gesloten worden - en dat plaatst de gang van het hele mensenleven in een ander licht. Hoe treurig de middeleeuwers en vroegmodernen de laatste levensfasen ook mochten afschilderen, ze vormden niet het einde van het bestaan zelf. Dat zou - bij een enigszins deugdzaam leven - alsnog worden afgesloten met de klaroenstoot van hemel en wederopstanding. De onttakeling van de ouderdom was niet het laatste woord, in tijdelijke én metafysische zin. De waarheid die het leven zou bezegelen en daaraan zijn betekenis verleende, stond nog uit.

"Ook Marco van Basten zal dat soort gedachten gekoesterd hebben, toen hij besloot terug te treden als hoofdcoach van AZ. Een lagere plaats in de voetbalhiërarchie zou genoeg zijn, want ook hem was de werkdruk te zwaar geworden."Beeld ANP Pro Shots

Die troost heeft de moderne tijd, voor zover ze het geloof in een hiernamaals vaarwel heeft gezegd, niet meer. En dus moet de betekenis van het leven in dat leven zelf worden gezocht. Godfried Bomans formuleerde het ooit subliem: "Vroeger was een bejaarde iemand die er bijna wás. Nu is het iemand die er bijna gewéést is." En voordat dat laatste zover is, moet de klaroenstoot hebben geklonken die het leven van het individu zijn ware betekenis geeft. Een klaroenstoot die nog decennia moet kunnen dóórklinken nadat de pensioengerechtigde leeftijd een punt achter de carrière heeft gezet. Of liever: dat eindpunt tot de waarheid van het leven heeft gemaakt waarop de gepensioneerde nog jaren teren moet.

Ontbrekende schakel
Laten we ons niet vergissen. Ook voor de 'ouden' was een stap terug in maatschappelijk aanzien vaak een hard gelag. Zij durfden nog uit te komen voor de behoefte die wij inmiddels achterhaald achten - al zijn wij er in het geniep niet minder behept mee dan zij: de hang naar eer. Maatschappelijk aanzien en succes zijn zelden door iemand versmaad.

De calvinisten wisten ze volgens Max Weber zelfs op ingenieuze wijze met hun religieuze ijver te verbinden. Hoe geslaagder een mensenleven was, des te gevalliger moest dat wel zijn in de ogen van God.

Achteraf gezien was dat misschien de ontbrekende schakel tussen het middeleeuwse levensrad (van God naar God) en de trappen van het bestaan in Kleef, die letterlijk over de hemelpoort heen gaan maar er zelf niet binnenleiden. Om dan de onttakeling van de ouderdom nog met vertrouwen te kunnen dragen, moet je veel geloof hebben. De meesten van ons brengen dat niet meer op. Wij willen onze klaroenstoot nú - en hij moet blijven doorklinken tot we 'er geweest zijn'.

Daarvan afzien vraagt veel deemoed. Of misschien wel het omgekeerde: een onverwoestbaar zelfvertrouwen dat het zónder uitwendige eretekenen meent te kunnen stellen. En soms komt het leven zelf tussenbeide en valt er niet veel meer te kiezen, op het gevaar af van catastrofe en burn-out.

Dan wordt het tijd om verstandig te zijn. Eerst zeggen sommige dierbaren het, daarna herhalen omstanders het met bewondering. Zo moet het Van Basten zijn vergaan; zo verging het ook mij. 'Moedig'. Ik heb het de afgelopen weken veelvuldig gehoord.

Maar ook dan eist het ongeloof zijn tol - niet met betrekking tot God maar met het oog op de loopbaanplanning: "Zou ík zoiets doen? Besef je wat je verliest?" Ik zie de twijfel en begrijp hem maar al te goed. Hij weerspiegelt wat ik ook in mijzelf niet kan miskennen.

Ger Groot (1954) was hoogleraar filosofie en literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is als columnist verbonden aan deze krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden