’Ik ben geen betweter, maar een weter’

’Koetsier Herfst’, de langverwachte roman van Charlotte Mutsaers, voert de lezer langs de meest uiteenlopende zaken:

Haar vorige boek, de bonte bundel verhalen, essays beeldend werk en gedichten ’Bont’, verscheen al weer zes jaar geleden. Haar laatste roman, ’Rachels rokje’, zelfs veertien jaar geleden. Maar nu is daar dan de langverwachte nieuwe, vuistdikke roman van Charlotte Mutsaers, ’Koetsier Herfst’. Wat is er in de tussentijd gebeurd? „Wat denk je dat er is gebeurd?” Mutsaers schudt meewarig het hoofd. „Ik heb zitten werken, natuurlijk! Steady on. Zes jaar werken aan een boek, dat vind ik volstrekt normaal.”

Mutsaers was dus allerminst getroffen door een writer’s block, zoals de held van haar nieuwe roman, de eenzelvige, vereenzaamde schrijver Maurice Maillot. „Welnéé.” De lach van Mutsaers klatert tegen het plafond van haar Amsterdamse woning. „Een boek schrijven kost tijd, zo simpel is het. Een boek is geen baby, de geboorte valt niet te voorspellen. Het ene boek groeit nu eenmaal sneller dan het andere.”

Ze buigt samenzweerderig voorover. „Ken je de krankzinnige theorie die je tot vervelens toe hoort, dat een boek zichzelf schrijft? Ha! Dat zal ik nooit uit mijn strot krijgen. Natuurlijk, de gang van het verhaal ontstaat vaak al doende, maar je krijgt niets gratis. Of nu eens de bewering van Renate Dorrestein dat ’een boek in de lucht hangt en de schrijver uitzoekt’. Kan het gekker! Alsof de schrijver een soort medium is. Als een boek in de lucht hangt, moet iemand het daar toch hebben neergehangen. En wie zou dat dan wel kunnen wezen? Precies!”

’Koetsier Herfst’ is een wervelende roman die vol wonderlijke ideeën en gebeurtenissen staat. Hoewel het boek in wezen bijzonder tragisch is, zit de lezer voortdurend hardop te grinniken. Dat zit ’m in de tintelende taal: ’Zo eerlijk als een gouden kunstgebit.’ Of als er plotseling staat: ’Wat was er nu in haar gevaren? Een van de galjoenen?’ Of als hoofdpersoon Maurice Maillot op vier opeenvolgende vragen antwoordt: ’Graag’, en de repliek van zijn geliefde luidt: ’Voor een schrijver is uw woordenschat tamelijk beperkt. Of bent u zenuwachtig?’ Mutsaers knikt. „Lachen mag altijd, als alles maar serieus wordt genomen.”

De roman bevat de tragische liefdesgeschiedenis tussen Maurice Maillot en Do, alias Adolphe Klein, alias Dora, een vrouw die hij op het spoor komt nadat hij een mobiele telefoon in het Vondelpark heeft gevonden. Over de telefoon denkt Maurice: ’Meteen toen ik hem zag, toen ik háár zag bedoel ik, ging het door me heen: mijn leven neemt een andere wending.’

In zijn leven zullen inderdaad nog vele wendingen volgen. ’Koetsier Herfst’ voert je langs de meest uiteenlopende zaken: dennenlucht, de vagina als abstractum, de kattenbiografie, de zee, het portret van Osama bin Laden op een nachtkastje, een dingenpoëet, de telefoonfabrikant Nokia, stadsjutten, Amsterdam en Oostende. „Ik heb in dit boek een monument voor Amsterdam en Oostende willen oprichten. Ik heb lange tijd op het platteland geleefd en ik houd van de natuur, maar heb daardoor juist ontdekt dat ik een echt stadsmens ben.”

In de roman is een belangrijke rol weggelegd voor het museumschip de Amandine in Oostende, waar Maurice ’kabeljauwen in bedsteden’ aanschouwt. „Ik heb herhaaldelijk op de Amandine verkeerd. Ik woonde er nog net niet, maar ik was er niet weg te slaan. Dat deed ik niet voor mijn boek. Dat gebeurde gelijktijdig. Ik was in een bepaalde stemming, en dan komen de dingen aan. Dat vind ik een van de interessantste dingen van het creatieve proces. Dat de wereld om je heen gaat overlopen in je boek.”

Mutsaers lijkt wel van bijna alles in de wereld veel te weten. „Maar ik weet ook heel veel. Vroeger hadden we een tijdschrift thuis, dat heette Je sais tout. Een Je sais tout, dat wilde ik altijd al zijn – en dat is ook gelukt. Pas op: ik ben geen betweter, maar een weter. Geen allesweter, maar ik heb toch genoeg kennis opgedaan om me niet te hoeven documenteren voor een roman. Ik heb een heel gerichte belangstelling.”

Die gerichte belangstelling voert de lezer langs opmerkelijke plekken en inzichten. „Vaak is de consensus een regelrechte moordenaar”, zegt Mutsaers. „In een tijd van watervrees voor terrorisme mag dat ook wel eens gezegd worden. Wat moeten we aan? Wat moeten we vinden? Wat is een mannetje, wat is een vrouwtje? Wat is een mens, wat is een dier? Wat is goed en wat is slecht? Wat is ernst en wat is ironie? Mijn medelijden treft in de eerste plaats de slachtoffers van de consensus.”

„De kern van het boek lijkt me dit”, zegt de schrijfster: „Hoe overleef je als je door je aard en de omstandigheden aan de zijkant van de maatschappij bent geraakt?” Beide hoofdpersonen van de roman zijn getroffen door dit lot. Maurice Maillot door een gebrek aan liefde en treurnis over zijn gestorven kat Grappa, en Do door een teveel aan medelijden voor de dieren. Zij maakt deel uit van het Lobster Liberation Front, een groep dierenactivisten die kreeften redt van de wisse dood in restaurants. „Een kreeft is een prachtig dier”, zegt Mutsaers. „Je zult maar geboren worden met zo’n sterk pantser en schitterende voelsprieten en dan levend worden gekookt!”

Haar roman is niet voor niets opgedragen aan alle prisoners of compassion. „Ja”, zegt ze, „dat is geen heel bekende term. Hij is afkomstig uit het dierenactivisme. Op letterlijk niveau verwijst hij naar mensen die gevangen zitten omdat ze gedreven door medelijden met gemartelde dieren een misdaad hebben begaan. En op figuurlijk niveau bedoel ik er de mensen mee die gevangen zitten in hun medelijden, doordat ze van dat medelijden niet meer af kunnen komen. Je zou kunnen zeggen dat de vrouwelijke hoofdpersoon ook tot die mensen behoort. Daarom kan Do ten slotte ook niet meer doorleven. En daarom ook aanbidt ze Osama bin Laden.”

„Do”, doceert Mutsaers verder, „bewondert Bin Laden niet alleen om zijn schoonheid (’baard boven baard’) maar ook om zijn dichtkunst. Van hem citeert ze, behalve een gedicht (waarvan de eerste regels luiden: ’Koetsier Herfst, o vermoeide oude man, / neem mij maar mee naar de raadselachtige wegen’), met vuur de zin: ’Is uw bloed bloed en het onze water?’ Deze laatste zin past als twee druppels water op Maurice Maillots levensleus ’Gelijke monniken, gelijke kappen’.” Mutsaers kan zich in die leus wel vinden. „Iedereen die geboren wordt – hetzij mens, hetzij dier – heeft voor mij evenveel recht op leven.”

Op zijn beurt aanbidt Maurice Maillot de bestuursvoorzitter van Nokia, Jorma Ollila. ’Jorma Ollila, mijn redder in nood, Jorma Ollila, de god der verlatenen’, dreunt het in de roman. „Het aanroepen van Jorma Ollila als God vind ik niet vreemder dan het aanroepen van de gewone God”, zegt Mutsaers ferm. „Ik kan me die aanbidding wel voorstellen. Ik ben zelf ook stapelgek op mijn Nokia. Ik kreeg mijn mobiele telefoon toen ik net met mijn roman was begonnen. Hier ligt ie”, zegt ze, en wijst op de tafel. „Het is nog steeds dezelfde oude knol, geen modern ding met snufjes, maar o, wat houd ik van hem. Alleen al het opladen van mijn Nokia vind ik een schitterende handeling.”

De vondst van de oude Nokia, gehuld in een jasje van zebrabont, brengt, zoals gezegd, het verhaal van ’Koetsier Herfst’ in beweging. Het verhaal waarin vervolgens het ene beeld het andere oproept.

„Deze roman is rechttoe-rechtaan”, zegt Mutsaers. „Ik vind het heel belangrijk dat mijn boek zich ook als een sterk verhaal laat lezen. Al is een verhaal alleen natuurlijk niet genoeg. De lezer moet op allerlei fronten worden verwend. Door de sfeer, de opvattingen, de couleur locale, de taal. Het onverwachte zit ’m in de beleving van de twee hoofdpersonen, niet in de gebeurtenissen zelf.”

Ze hecht er overigens sterk aan dat alles klopt. „De meest onwerkelijke dingen zijn nu net niet gefantaseerd. Wist je dat het Lobster Liberation Front in 1969 is opgericht in Charlottesville? Zoek maar na. En de ’telefoonengel’, de gsm die ons in staat stelt te bellen met een dierbare overledene, die bestaat ook. Die zou ik niet eens kúnnen bedenken, zo waanzinnig is het. Op diezelfde site heb ik trouwens het prachtige woord Trauerbewültigung ontdekt, dat Maurice Maillot het mooiste woord vind dat hij kent.”

Maar een Nokia die op de bodem van de Bloemgracht wordt opgenomen, en het geruis van het water laat horen, is dat dan niet onwerkelijk? „Nee”, zegt Mutsaers. „Het zou best wel eens kunnen dat Maurice het verlies van zijn dierbare telefoon niet kan verwerken en zich daarom iets in het hoofd haalt. Immers, de verbeelding is nooit onwerkelijk.”

Voor de lezer is de wereld van ’Koetsier Herfst’ zo werkelijk als het maar zijn kan. „Dat kan ik me voorstellen”, zegt Charlotte Mutsaers. „Ik zie ze voor me, Maurice en Do. Het is alsof ik het hele verhaal zelf heb meegemaakt: hun ontmoeting, de vondst van het hondje Slava, de reis naar Oostende, Hotel Polaris, de Kerstdagen aan zee, de opgedofte kreefteneters, de kreeftenbevrijding en de Ensor-achtige sfeer. In technicolor heb ik het allemaal voor me gezien. De kleuren spatten van het scherm. Komt dat zien.”

8LETTER & GEESTRecensie: ’Een liefdesverklaring aan hemelbestormers’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden