'Ik ben er weer, mijn hoofd werkt nog'

(Trouw)Beeld Marco Hofste

’s Morgens om half acht zette zijn vrouw hem af bij het ziekenhuis voor een kleine ingreep. ’s Avonds zouden ze al weer naar een concert gaan. Maar het liep anders: door een ziekenhuisbacterie belandde Wytze Patijn, decaan van de Delftse bouwfaculteit, op het randje van de dood. „Er zitten ook positieve kanten aan zo’n ingrijpende gebeurtenis.”

Wytze Patijn kan inmiddels heel goed koffie zetten. En dat demonstreert hij meteen maar in de keuken van zijn huis in Rotterdam. Zonder morsen zet hij het kopje op een dienblad. En met dat dienblaadje kan hij ook al twee trappen omhoog lopen, kondigt hij aan. Een beetje houterig en moeizaam gaat dat nog wel, maar hij staat erop zelf de kopjes te dragen.

Alle handelingen die vroeger zo vanzelfsprekend waren dat hij er nooit over nadacht, moet Wytze Patijn (61) weer aanleren. De sportieve en kerngezonde man die een paar keer per week van zijn huis in Rotterdam naar de Technische Universiteit in Delft fietste, was bijna dood. Lag weken in coma. Was totaal verlamd. En dat allemaal door een ziekenhuisbacterie. „Niks bijzonders, zeiden ze. Het was een hele gewone bacterie. Maar alles viel bij mij uit toen hij via de narcosevloeistof in mijn bloed was gekomen.”

Hij heeft nu ’oudemannenbenen en oudevrouwenarmen’, zegt hij. „Mijn armen en benen zijn net lege zakjes. De spieren zijn weg. Dat gaat heel snel als je een paar weken in bed ligt en niets doet.” Ook zijn hersenen moet hij weer trainen. „Weet je dat hersenactiviteit heel veel energie vraagt? Mijn broer, die neuroloog is, heeft me dat uitgelegd. Kapot was ik de eerste keer toen ik weer buiten kwam. Alleen al van het verkeer op straat, dat je normaal moeiteloos registreert. Nu zijn die prikkels gewoon te veel. Dat moet ik weer helemaal opbouwen. Pas over een jaar is waarschijnlijk duidelijk of ik er iets aan overhoud. Vooral mijn nieren hebben schade opgelopen en het is onzeker of die volledig herstellen.”

Op vrijdag 26 september van het afgelopen jaar zette zijn vrouw Els hem ’s morgens af bij het ziekenhuis. Er moest een vetbultje op zijn rug worden weggehaald. Een simpele ingreep, die hij bewust vroeg in de ochtend had gepland. Want dan kon hij gewoon ’s avonds met Els naar een concert in De Doelen.

Wat is er gebeurd?

„Zelf houdt mijn herinnering op toen ik op de stoep voor het ziekenhuis stond. Later is het me allemaal verteld. Els heeft familie en vrienden in totaal twaalf mails gestuurd om hen op de hoogte te houden en die heb ik naderhand allemaal doorgelezen. Ze geven een goed beeld van hoe het mij is vergaan.”

Passage uit de eerste mail die Patijns echtgenote verstuurde: ’Vrijdagochtend om 7.30 uur moest Wytze zich melden in het ziekenhuis voor het verwijderen van een lipoom (vetbult). Omdat ie te groot was voor plaatselijke verdoving moest deze onder algehele narcose verwijderd worden. Alles leek normaal, maar binnen twee uur had hij hoge koorts en gaf hij al aan die dag niet meer naar huis te mogen. De koorts bleef erg hoog; tweede operatie was nodig om een enorme zwelling door bloeding te verlichten. Daarna heeft men hem op de intensive care gelegd omdat de bloeddruk veel te laag was en hij verder alle verschijnselen van een infectie vertoonde en in shock geraakte. Er was verbazing over het snelle proces. Desondanks had hij nog wel praatjes hoor, met zusters en dokters, vertellen over koffieproeverijen voor de nieuwe koffiebar van Bouwkunde en de inrichting van ziekenhuizen: hoe het beter kan. En grappen maken: mooie boel – krijg ik zeker twee operaties voor de prijs van één? Omdat totaal onbekend was op dat moment waar de infectie vandaan kwam, is er overlegd met andere ziekenhuizen en werd in de loop van de avond besloten Wytze over te brengen naar een ander ziekenhuis. Dat gebeurde om 22 uur. Daar is hij geïnstalleerd, zoals dat heet, op de ic, was erg ziek, maar aanspreekbaar. Om 24 uur ben ik naar huis gegaan’.

De volgende dag heeft u zelf naar huis gebeld om te zeggen dat het niet goed ging.

„Ja, ik weet het niet, maar dat heb ik ook gelezen in de mail van Els. Ik was zo kortademig geworden, dat ik aan de beademing moest. Ik ben in slaap gebracht en een half uur later is ook de nierdialyse aangesloten. Tegen de avond werd duidelijk dat ik besmet was op de operatiekamer. Er waren meer mensen ziek geworden, maar niemand was er zo slecht aan toe als ik.”

Els mailt de volgende dag: ’Inmiddels is er ook een bloedtransfusie nodig. Iedereen zal begrijpen dat ik niet meer persoonlijk kan reageren op alles, maar te weten dat jullie allemaal zo dicht bij Wytze en mij zijn is goed en ik ben jullie daar heel dankbaar voor’.

Dagenlang is uw toestand kritiek. Op 3 oktober laat het ziekenhuis weten dat de bron van de infectie was gevonden, namelijk dat de bacterie via de anesthesievloeistof direct in de aders is gekomen. Stelt u het ziekenhuis aansprakelijk?

„Ja, dat is al gebeurd en ze erkennen dat er fouten zijn gemaakt. De narcosevloeistof was verontreinigd. Het is domme pech dat mij dat treft, maar ik vind dat het ziekenhuis nu wel goed voor me moet zorgen, omdat ik het slachtoffer ben van onverantwoord slordig handelen.”

Heeft u wraakgevoelens?

„Nee, ik ben niet op wraak uit, maar de schade die ik lijd doordat ik lange tijd mijn werk niet kan doen, moet wel vergoed worden. Daarbij speelt ook nog de onzekere factor in hoeverre ik hier blijvends iets aan overhoud.”

Bent u bitter gestemd?

„Hoe gek het misschien klinkt, er zitten ook positieve kanten aan. Mensen zijn zo blij om me weer te zien, dat is hartverwarmend. In mijn kamertje in het ziekenhuis had ik letterlijk een ’muur van liefde’, zoals een goede vriendin zei, zoveel bloemen, brieven en kaarten kreeg ik. Els zei toen ik net bijgekomen was: Je moest eens weten hoeveel mensen van jou en mij houden. Het was hartverscheurend hartverwarmend. Natuurlijk had ik dit liever niet meegemaakt, want voor mijn werk kwam het erg beroerd uit, omdat ik ook nog met de nasleep zat van het afbranden van de bouwfaculteit. Maar het positieve is dat ik nu wel maanden kan nadenken over mijn leven, maar ook over de toekomst van het bouwkundeonderwijs in Nederland en de nieuwe bouwfaculteit. In zoverre is dit ook haast een sabbatical.”

„Wat ook bijzonder is om mee te maken, is dat alles weer nieuw voor me is. Kijk, zei ik op een dag tegen Els: Ik kan dit theepotje nu ook weer met mijn linkerhand optillen. Het lijkt alsof je de wereld opnieuw leert kennen. De eerste traptrede, de eerste keer zelf zitten, de eerste keer buiten in een rolstoel. Alsof je weer een kind bent dat alles moet leren. Ik ben nu pas met de trein naar Wageningen gereisd. Daarna was ik wel kapot, maar ik heb dat toch maar gedaan. Ook een onvergetelijk moment is voor mij de dag dat ik bijkwam uit coma. Het eerste wat ik zag was een stralend blauwe lucht. Ik werd er vrolijk van. Als er mensen van de intensive care vertrokken, dacht ik dat ze naar het strand gingen. En ik zag de toren van Delft.”

Die kun je toch niet zien vanuit dat ziekenhuis in Rotterdam?

„Nee, maar ik zag hem echt. Later is me verteld dat dat door de medicijnen kwam. Maar ik voelde me die eerste periode heel gelukkig en vrolijk. Ik had het idee dat ik daar – zeer tot mijn genoegen overigens – in een soort etalage lag. De kamers met bedden lagen in een carrévorm. In het midden zat het personeel om de patiënten aan al die slangen en apparaten in de gaten te houden. Als architect vond ik dat een hele geslaagde oplossing. Ik heb daar echt met de ogen van de vakman liggen rondkijken. Iets anders had ik toch niet te doen. Toen ik later van de intensive care naar een gewone afdeling verhuisde, had ik gewoon een beetje heimwee naar de ic.”

U ligt drie weken in coma en wordt compleet verlamd wakker. En u bent vrolijk en gelukkig. Geen spoor van paniek of angst dat u helemaal niets meer kon bewegen en aan allemaal slangen lag?

„Ik sta van nature optimistisch in het leven. Mijn eerste gedachte was: ik ben er weer, mijn hoofd werkt nog, ik kan praten en ik heb ook mijn herinneringen nog. Maar natuurlijk was ik ook wel bezig met al die ledematen die het niet meer deden. Ik voelde voortdurend of ik al iets met mijn voet kon of met mijn hand. Het moment dat ik voor het eerst mijn pink weer kon bewegen: een onbeschrijflijke emotie. Maar je vergeet gauw hoe erg het was en richt je op de dingen die je wel weer kunt. Toch ben ik nooit bang geweest dat ik niet meer zou kunnen fietsen. De artsen hadden gezegd dat je een redelijke kans maakt om er goed uit te komen als je jong bent. Nou, dat ben ik niet. Maar ik heb een goede conditie en ben vrij sportief, dat werkt ook in je voordeel. Uiteindelijk heeft de familie het veel moeilijker gehad dan ik. Die hebben een paar weken rekening moeten houden met de mogelijkheid dat ik dood zou gaan.”

Uit de vierde mail van Els: ’Wytze is zeker niet achteruitgegaan, maar het blijft onverminderd een ernstige situatie. Elke dag hopen we dat hij de bocht neemt, zoals de Vlaamse chirurg die hem heeft geopereerd dat noemt. Ik heb haar vandaag verteld dat Wytze een fietser is, dus dat ze dat wel heel treffend heeft uitgedrukt.’

Had u ook nooit een terugslag tijdens al die weken die u daarna nog in het ziekenhuis lag?

„Ik moet het ook niet mooier voorstellen dan het is. Een paar weken heb ik het erg zwaar gehad. Dat was in de periode dat ik om de dag nierdialyse kreeg. Dat was zo vermoeiend. Toen dacht ik: als ik zo verder moet de rest van mijn leven, nou dat weet ik niet. Mijn broer heeft me toen vreselijk op mijn ziel gegeven en dat hielp. Eigenlijk heb ik me maar over één ding echt zorgen gemaakt en dat is of ik weer piano zou kunnen spelen, wat ik al vanaf mijn tiende jaar doe. Toen ik nog helemaal verlamd was, legde de verpleegkundige ’s morgens mijn handen op de lakens en strekte de vingers een voor een uit, om te voorkomen dat die zouden vergroeien. Toen ik weer een klein beetje gevoel in mijn vingers kreeg, ben ik meteen op de lakens piano gaan spelen. Mijn spiergeheugen bleek gelukkig nog intact. Ik kon nog allerlei stukken spelen op de lakens. Toen het wat beter ging, heeft een vriend een keyboard meegenomen en dat vond de fysiotherapeut een geweldig hulpmiddel. Ik luisterde ook veel naar muziek. Toen ik nog helemaal niets kon bewegen, leek het net of mijn gehoor intenser was. Ik luisterde als een recensent naar de compositie, hoorde bijvoorbeeld dat Schubert bij een bepaalde sonate toch niet zo’n goede dag moet hebben gehad. Ik hoorde ook alle instrumenten naast elkaar en onderscheidde zelfs het verschil tussen een gewone hobo en een bijzondere oude hobo.”

Muziek als therapie?

„Els heeft me naderhand verteld dat ze muziek is gaan afspelen toen ik nog half in coma was.”

Uit de mail, verzonden op 16 november: ’In de week dat Wytze langzaam wakker werd (vanaf maandag 13 oktober) heb ik via een cd-speler op zijn kamer een paar keer muziek uit zijn eigen collectie laten horen. Op woensdag was dat ’Lieder ohne Worte’ van Mendelssohn.’

Patijn: „Ze had die muziek gekozen omdat ik die soms zelf speel. Toen ik wakker werd, zat er een heel energiek en opgeruimd muziekje in mijn hoofd, dat ik niet meteen herkende. Het klonk als: ik kom eraan, ik kom eraan... Later bleek het nr 14 opus 30 nr 2 van ’Lieder ohne Worte’ te zijn, dat Els had gedraaid in mijn schemertoestand.”

Hoe lang heeft u in het ziekenhuis gelegen?

„Ik ging er op 26 september in, op 24 december mocht ik naar huis. Ik zou eerst naar een revalidatiecentrum gaan, maar ik ging zo hard vooruit dat ze me wel naar huis durfden te sturen. Thuis ga je ook sneller vooruit, omdat je daar gedwongen bent meer dingen zelf te doen.”

Els mailt: ’Er waren nog een paar bochten door de optimist te nemen – kleine complicaties, waardoor niet eerder dan vanmorgen besloten kon worden dat het echt kon: naar huis.’

Patijn: „Met de Kerst kon ik nog niet veel, maar toen we daarna dezelfde mooie blauwe vrieslucht kregen als op de dag dat ik wakker werd, wilde ik naar buiten. Omdat wij goede schaatsers zijn, moest en zou ik het ijs op. Els zei: Ga nou eerst maar eens een beetje lopen op het ijs. Ik ben toen op de gang gaan oefenen of ik de slag nog kon. Met een stoel ben ik het ijs opgegaan. Ik was niet bang om te vallen, maar maakte me vooral zorgen of ik wel weer overeind zou kunnen komen. Uiteindelijk heb ik een half uur geschaatst. De rest van de dag kon ik niets meer, maar dat maakte me niet uit.

Met fietsen ben ik eerst op de stoep gaan oefenen. Fietsen gaat nog steeds beter dan lopen, wel stop ik nu voor elk stoplicht. Ik ben ook erg afgevallen. Ik vond mezelf wel lekker strak, maar de diëtiste zei: U bent ondervoed. Elke dag doe ik één ding, zoals nu bijvoorbeeld dit gesprek, of een bezoek aan de fysio. En verder klungel ik wat rond in huis, speel wat op de piano.

Ik kan nog niet veel dingen tegelijk doen, wat toch wel een vereiste is in mijn baan. Dat moet ik allemaal weer opbouwen. Ik hoop na de zomer weer te kunnen beginnen. Natuurlijk vraag je je ook af of je niet moet stoppen met werken, maar dat wil ik niet.”

Bent u al weer naar een concert geweest?

„Naar het Concertgebouworkest in De Doelen, Strawinsky. Een concert om nooit meer te vergeten. Het gekke is dat niet alleen mijn gehoor intenser is geworden, mijn smaak was ook veranderd in het begin. Zo raakte ik erg geëmotioneerd bij Beethoven. Ik kon daar toen helemaal niet naar luisteren, te veel noodlot en melancholie. Wel Mozart, omdat zijn muziek zo helder en hemels is. Elke toon is raak bij hem.”

U ervaart dingen intenser en ziet ze scherper. Heeft dit ook invloed op uw blik als architect?

„Ik denk dat ik me nu nog meer bewust ben van het feit dat je bouwt voor de gebruikers, al is dat altijd belangrijk geweest voor mij. Ik kijk kritischer naar de inrichting van ziekenhuizen én hun interne organisatie. Ook vraag ik me af waarom we standaard lage wc’s plaatsen, terwijl de bevolking steeds langer en ouder wordt. Ik kijk ook anders naar lage banken zonder leuningen, nu ik zelf moeilijker kan opstaan, en fietsenstallingen, waarin je je fiets een stukje moet optillen. Net voordat ik ziek werd, had ik in Alphen aan den Rijn een fietsenstalling ontworpen. Het eerste wat ik vroeg toen ik weer bij mijn positieven was, was hoe het met die fietsklemmen zat die ik speciaal had laten ontwikkelen. Zelf heb ik inmiddels een lichtere fiets besteld, omdat ik toch wat minder kracht in mijn handen heb.”

Al met al was 2008 een rampzalig jaar voor u. Eerst brandde de bouwfaculteit af, vervolgens wordt u zelf uitgeschakeld....

„Van de gedachte aan grote sturende handen moet ik niks hebben. Het was gewoon twee keer domme pech. Maar zoals ik al zei: ik sta optimistisch in het leven. De brand biedt ook nieuwe perspectieven. Ik heb onlangs in een rolstoel de ideeën bekeken die zijn ingestuurd voor de prijsvraag die ik had uitgeschreven voor de nieuwe bouwfaculteit. Een jury onder leiding van rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol heeft daaruit de beste gekozen. Ik kreeg daar ontzettend veel energie van, want uit die ideeën proef je dat door die brand allerlei ontwikkelingen in een stroomversnelling komen. Uit die ideeën komt naar voren dat het nu gaat om de essentie. Het belangrijkste van een bouwfaculteit is dat studenten er samen kunnen oefenen in het ontwerpen. Dat moet weer centraal staan in het onderwijs, dat nu te veel versnipperd is in kleine kennisvakken. Ook is de tijd van iconen en grootse megalomane gebouwen voorbij, nu we niet meer alle ballen in de lucht kunnen houden en we ons moeten richten op wat werkelijk essentieel is in de architectuur.”

Dat geldt ook voor u persoonlijk?

„Moeilijke omstandigheden werken louterend en dwingen je om je op de essentie van het bestaan te richten. De eerste keer dat ik Els bijvoorbeeld weer thee op bed kon brengen, was heel bijzonder.”

Uit de laatste mail die Els rondstuurde: ’Deze meer dan dertien weken stonden in het teken van eerst vreselijke angst en later grote spanning, maar ook van geluk. Schoonheid en verschrikking liggen dicht bij elkaar en hoe dan ook heeft deze periode ook veel moois gebracht’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden