Ik ben er niet op uit om te provoceren

Ooit zou ze in Carré willen staan. Maar cabaretière Dorine Wiersma maakt zich geen illusies. "Wat ik maak is voor de liefhebbers van mooie muziek en ambachtelijke teksten, niet voor een heel groot publiek."

Les 1

Doe iets wat bij je past

"Laatst trad ik met mijn programma 'D&A' op in Tilburg. Het was een bijna magische avond zoals je zelden hebt. De interactie tussen mij en het publiek, mijn timing - alles was perfect. Maar er zijn ook avonden dat het niet lekker loopt. Twee van mijn drie try-outs in Bellevue in Amsterdam gingen best aardig, maar de derde avond leek het alsof ik voor een zaal schijndoden stond en dan word je je heel bewust van jezelf.

Voor een grote zaal optreden is makkelijker. Je hebt veel meer respons, het publiek zit verder weg. Het lijkt me geweldig een keer in Carré te staan, maar ik heb niet de illusie dat wat ik doe voor een heel groot publiek is; het is voor liefhebbers van mooie muziek en ambachtelijke teksten. Ik vind het fijn als het ergens over gaat. Wel zou ik graag een wat groter publiek bereiken. Maar om meer naamsbekendheid te krijgen, heb je televisie nodig en eigenlijk vind ik cabaret en kleinkunst daarvoor niet erg geschikt, dus dat is een dilemma.

Destijds veroorzaakte mijn lied 'Stoute Heleen' (een anti-ode aan schrijfster Heleen van Royen uit 2008, red.) een rel. Daarmee had ik de aandacht te pakken. Ik schreef het toen ik zwanger was van mijn zoon. Met een slaperig hormonenhoofd liep ik over straat en overal zag ik bladen en posters met een half ontblote Heleen van Royen. Ik ergerde me zo aan dat mens dat ik besloot er een grappig liedje over te maken.

Ik drijf graag de spot, dat hoort ook een beetje bij mijn vak, toch heb ik me toen bij het schrijven afgevraagd of ik niet te ver ging. Ik ben er niet speciaal op uit om te provoceren of media-aandacht te trekken. Dat het direct zo zou aanslaan had ik niet verwacht, kennelijk had ik een open zenuw geraakt. De reacties waren enthousiast, ik werd uitgenodigd bij 'DWDD' en een jaar later kreeg ik er de Annie M.G. Schmidtprijs voor. Dat was een grote verrassing."

Les 2

Het podium maakt mij rustiger

"Ik heb een klassieke muziekopleiding gevolgd. Dat ik als cabaretière zou gaan optreden en in mijn eentje op het toneel zou staan, had ik indertijd nooit kunnen bedenken. Ik wilde gitarist worden. Op mijn negentiende ben ik naar het conservatorium gegaan. Ik was handig op de gitaar en had een goed muzikaal gehoor, maar ik moest heel hard werken want technisch kon ik nog niks.

Maar ik vond het heerlijk om vijf uur per dag te studeren. Voor het eerst wist ik wat ik wilde, al had ik geen degelijk toekomstplan. Op de middelbare school probeerde ik altijd overal onderuit te komen. Zeven jaar heb ik over de havo gedaan. Mijn ouders hebben me er doorheen moeten slepen.

Twee keer ben ik van school gestuurd, dan had ik weer een stinkbommetje in de klas gegooid of een brutale opmerking gemaakt.

Ik wilde vooral lol maken, leven in de brouwerij. Ik zocht naar spanning: als er een hoge boom stond waar niemand in durfde te klimmen deed ik het juist wel. Nog altijd ben ik vrij extravert aanwezig, toch ben ik een stuk rustiger dan twintig jaar geleden. Ik kan nu veel kwijt op het podium.

Aan mijn jeugd heb ik goede herinneringen. Al was er, vooral in de eerste jaren, niet veel rust. Omdat mijn vader als geoloog op booreilanden werkte, leidden wij als expats een zwervend bestaan en maakten we mooie reizen. Op mijn achtste gingen we in Maastricht wonen, daarvoor woonden we in Taiwan, Indonesië en Engeland. Ik zat op Engelstalige scholen, in Taiwan ging ik naar een nonnenschool waar ze nog sloegen met een liniaal."

Les 3

Durf je grenzen te verkennen

"Al jong bleek ik muzikale aanleg te hebben, maar pas op mijn vijftiende ging ik op gitaarles. Eerder lukte niet omdat we steeds aan het verhuizen waren. Vier jaar later wilde ik naar het conservatorium. Daar begon ik met een jongen een gitaarduo dat later uitgroeide tot een instrumentaal bandje. We schreven stukjes waarin we stijlen als flamenco, tango en Braziliaanse muziek verwerkten. Nog steeds gebruik ik die verschillende stijlen graag, ze lenen zich goed voor cabaretteksten.

Op het conservatorium ontwikkelde ik me gaandeweg als een maker die op verzoek liedteksten van anderen op muziek zette. Ik herschreef weleens wat regeltjes en van lieverlede werd ik ook gevraagd teksten te schrijven. Cabaretteksten waren toen nog helemaal niet aan de orde, wel ben ik op een gegeven moment komische liedjes gaan maken voor een meidenband die ik wilde oprichten. Toen ik een repertoire van vijftien nummers bij elkaar had geschreven, bracht ik die liedjes samen met een vriendin van het conservatorium ten gehore in woonkamers en op feestjes. Iedereen vond ze heel grappig en raadde ons aan niet een meidenband te beginnen, maar als cabaretduo verder te gaan.

Dat was een heel nieuw perspectief, het leek me wel wat. Vrij impulsief heb ik ons toen voor allerlei cabaretfestivals ingeschreven. Ook voor het Cameretten-festival in 1999. We kwamen door de audities en stonden, na misschien vier keer tussen de schuifdeuren te hebben opgetreden, ineens in het nieuwe Luxor voor twaalfhonderd man. Ik deed het in mijn broek, maar het was een ongelofelijke ervaring. We haalden de finale niet, want in dat jaar deed Marc-Marie Huijbregts mee. Hij ging er lachend met alle prijzen vandoor. Een jaar later haalden we wel de finale op het Amsterdams kleinkunstfestival, waarna we werden uitgenodigd voor een tournee op Curaçao.

We hebben als duo twee jaar samen opgetreden. In die periode werd mijn vriendin zwanger. Ik heb weleens gekscherend gezegd dat ze de hele tijd kinderen kreeg terwijl er net iets op de rit stond. Cabaretier en goede vriend Kees Torn zei toen tegen mij: jij maakt en schrijft alles zelf, laat het niet door anderen zingen, doe het zelf.

Hoewel ik het doodeng vond, zag ik ook de voordelen als je onafhankelijk bent. En zo besloot ik de gok te wagen. Ik schreef me solo in voor het Leids cabaretfestival in 2003 en eindigde uiteindelijk in de finale. Ik heb last van gêne, ik kan niet naar mezelf luisteren en kijken; tegelijkertijd zoek ik graag grenzen op en kijk ik of het me lukt. Het was dan ook een sleutelmoment toen ik met mijn eigen maaksels het podium op durfde."

Les 4

Dingen moeten uit plezier ontstaan

"Sinds ik in 2009 voor mezelf begon heb ik ongeveer iedere twee jaar een nieuw cabaretprogramma gemaakt. Dat is behoorlijk zwaar. Ik ben nog met de reprise van het vorige programma bezig als ik aan een nieuwe begin. Het lukt altijd wel, maar het gaat in de laatste fase met veel stress gepaard. Het is mijn eigen schuld, omdat ik overal induik. Ik wil weer dat iets uit plezier ontstaat, dan raak ik geïnspireerd.

Nu ik ouder word leer ik mezelf beter kennen als maker. Ik ben geen snelle schrijver; tekst en muziek moeten precies samenvallen, ik ben niet gauw tevreden. Soms maak ik mijn eigen liedjes zo moeilijk dat ik ze pas na zes of zeven weken oefenen kan spelen. In 'D&A' komt zo'n lastig lied voor over grootouders die alles op tijd doen. Ik heb het op Renaissance-achtige muziek gezet, geïnspireerd op muziek van John Dowland."

Les 5

Een beschadigde jeugd hoef je niet door te geven

"Als ik de liedjes en een thema heb, komt wat mij betreft de grootste opgave: het vinden van een rode draad. In 'D&A' verbind ik de geschiedenis van mijn vaders familie - ik presenteer ze als gekke typetjes - aan die van mijn moeder en haar dramatische verleden in Nederlands-Indië en de jappenkampen. Mijn ouders zijn allebei in 1940 in Bandoeng geboren, maar hebben totaal verschillende levens gehad. Vijfentwintig jaar later komen ze elkaar in Nederland tegen. Dat vond ik een mooi gegeven, maar hoe breng je het samen in een programma? Ik heb vaak de verkeerde afslag genomen voordat ik wist hoe ik er een geheel van moest maken.

Mijn moeder vertelde altijd beeldend over haar verleden. De oorlog heeft veel kapotgemaakt. Het gezin is in die tijd totaal onthecht geraakt en uit elkaar gevallen. Het contact met de twee oudere zussen van mijn moeder is verloren gegaan. Voor mijn zus en mij was dat onbegrijpelijk, we waren altijd geïntrigeerd door die twee onbekende tantes.

Mijn moeder moest hard voor zichzelf vechten, maar ondanks haar beschadigde jeugd is ze er sterk uitgekomen. Met humor heeft ze het gered. Heel bijzonder vind ik dat. Ze heeft een theatrale, extraverte kant, daarin lijk ik op haar."

Les 6

In een grafzerk zit een prachtige toon

"Van mijn vader heb ik het vermogen me te focussen op steeds weer een nieuw doel. Ik stort me graag ergens in, net als hij. Zo ben ik bijvoorbeeld gaan uitvogelen hoe je steeninstrumenten maakt. Ik had een opdracht om muziek te schrijven bij een serie foto's over rotsen en stenen. Als geologendochter sprak me dat aan en het leek me grappig stenen te laten horen. Mijn vader vertelde toen dat je in het Centraal Massief in Frankrijk een steensoort kunt vinden die fonoliet heet, wat letterlijk klanksteen betekent. Afhankelijk van vorm en grootte hebben de stenen toonhoogteverschil.

Ik ben ernaartoe gereden en heb honderd kilo steen uitgehakt. Die ben ik met hulp van steenzagerijen gaan zagen en stemmen en met een haakse slijper gaan bewerken.

Als je er een stukje afhaalt, wordt de toon hoger, door de steen uit te hollen kun je hem lager stemmen. Het werd een soort Fred-Flintstone-xylofoon. Toen ik ontdekte dat ook in bepaalde marmersoorten en grafzerken een prachtige toon zit, raakte ik zo geïnspireerd dat ik meer instrumenten ben gaan maken. Als orkesten nu een heel enkele keer een lithofoon nodig hebben, komen ze bij mij, ik ben de enige in Nederland die dat maakt."

Les 7

Ga niet meteen in de zevende versnelling

"Op den duur hoop ik weer als schrijver aan het werk te gaan. Liedjes maken. Ik zou bijvoorbeeld graag een musical maken of een boek voor kinderen met komische gedichten, in de geest van Annie M.G. Schmidt. Ik geef nog af en toe gitaarles aan kinderen - om ze op een speelse manier te helpen met noten leren lezen heb ik een notenkwartetspel ontworpen.

Maar voorlopig ga ik door met mijn programma's. Met vallen en opstaan heb ik het vak geleerd; je moet vlieguren maken. Ik ben heel intuïtief en begin steeds ergens anders aan omdat ik denk: dit is leuk, dat doe ik wel even. Dat brengt me aan de ene kant heel ver, aan de andere kant ben ik op die manier vaak op mijn bek gegaan. Tegenwoordig handel ik met meer beleid, ik probeer niet meteen naar de zevende versnelling over te schakelen. Ik merk dat dingen daardoor veel beter gaan."

Dorine Wiersma

Dorine Wiersma (Harderwijk, 1967) studeerde klassiek gitaar aan het Hilversums Conservatorium. Ze speelde in verschillende ensembles en bands en schreef daarnaast liedjes (muziek en tekst). Ze profileerde zich aanvankelijk niet als zangeres, totdat ze zich met Barbara Tiggeler ging richten op kleinkunst. Als het duo De Doos traden ze tot 2002 op. Daarna ging Dorine Wiersma als soliste verder. Ze schreef twee seizoenen het wekelijkse themalied voor de radiorubriek 'Andermans Veren'. In 2009 won ze met haar lied 'Stoute Heleen' de Annie M.G. Schmidtprijs. Ze heeft inmiddels vier cabaretprogramma's gemaakt waarin ze met zang en gitaar een rijk repertoire aan muziekstijlen laat horen. Haar voorstelling 'D&A' is vanaf 26/9 op tournee. Ze bouwt daarnaast lithofoons, dat deed ze onder andere in opdracht van het Radio Filharmonisch Orkest en het Asko Ensemble. Recent verschenen een door haar ontworpen notenkwartetspel en het boekje 'Stoute Heleen en meer liederen' met de beste liedteksten uit vier theaterprogramma's.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden