Ik ben een wandelende snaaier

Joost Zwagerman (Alkmaar, 1963) is schrijver, essayist, columnist en dichter. Hij maakte naam met de romans 'Gimmick', 'Vals Licht' en 'De Buitenvrouw'. Zijn dichtbundel 'Bekentenissen van de pseudomaan' wordt op 17 mei gepresenteerd.

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,De God die ik uit mijn kinderjaren ken, was een goedertieren God die het gezin Zwagerman bijeenhield. Die God heeft gezorgd voor de betere momenten uit mijn jeugd: momenten van eendracht, evenwicht en harmonie. Zo herinner ik mij de doop van mijn broer. Het gebeurde in huiselijke kring omdat de zus van mijn vader werkzaam was bij een pastoor in Den Helder - die ik dan ook 'oom Eef' mocht noemen. Ik was negen. Ik las een verhaal voor uit de kinderbijbel en mijn broer werd gedoopt. Het geloof vormde één van de weinige bindmiddelen tussen mijn ouders, op veel andere vlakken botsten zij. Maar dat God een bindende factor in huis betekende, was natuurlijk geen reden om aan te nemen dat hij ook werkelijk bestond.''

,,Mijn ouders waren en zijn katholiek. Zelf streng katholiek opgevoed, hadden zij zich voorgenomen om in hun religieuze opvoeding de teugels te laten vieren. Als ik op zeker moment zou besluiten dat het geloof niets voor mij was, zouden ze dat betreuren maar accepteren. Ik werd gedoopt en gevormd, kreeg bijbelles en zong in het kinderkoor.''

,,Halverwege mijn tienerjaren dwaalde ik volledig af van de kerk. De eerste de beste Prisma-pocket over wereldreligies leerde je dat het christendom in een veelheid van geloven toch een relatief plaatselijke en kleinschalige onderneming was. Ik vond dat er, in theorie, meer voor het boeddhisme te zeggen viel. Al weet ik niet of ik mij daar werkelijk toe aangetrokken voelde of dat het deel uitmaakte van het verzet dat ik pleegde tegen het ouderlijk huis, de school, de kerk: tegen het gezag. Er zijn, ondanks die overbewust losjes aangepakte religieuze opvoeding, wel stevige botsingen geweest met mijn ouders. Het waren de jaren van de polarisatie. Mijn moeder had een withete hekel aan Den Uyl, ik op mijn beurt moest niets hebben van Van Agt. Via ruzies over kraakrellen, arbeidsethos en de Evangelische Omroep kwamen we altijd uit op God. Als ik er niet over begon, deed mijn moeder dat wel want ze wilde toch op een of andere manier haar 'gelijk' halen.''

,,Haar beste voorbeeld werd mijn broer - het jongetje dat alles goed zou maken - die zich, mede omwille van de liefde voor iemand uit die groep, later diep in de krochten van de Pinkstergemeente zou nestelen. Soms probeerde ik mijn moeder duidelijk te maken dat je beter met mij, een atheïst, aan tafel kon zitten omdat het geloof van mijn broer gebaseerd is op de ontkenning van de heilige Maria-figuur - om maar iets te noemen - terwijl ik niets tegen haar verering heb zolang ik het zelf maar niet hoef te doen. Maar die kleinigheid zag mijn moeder liever over het hoofd want: mijn broer gelóófde tenminste nog iets.''

,,Uiteindelijk is God materiaal voor mij geworden. Dat klinkt misschien wel kil, maar dat is het allesbehalve. Het materiaal van de schrijver is alles wat hij heeft.''

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Op de keper beschouwd, staat hier: 'gij zult niet creatief zijn' terwijl ik in de kunst juist de verantwoording voor mijn bestaan heb gevonden. Ik zag hoe je in de literatuur het tweede gebod bijna heroïsch met voeten kon treden. Op de middelbare school las ik 'The Catcher in the Rye' en ben op basis van mijn enthousiasme voor dat boek ook het andere werk van J. D. Salinger gaan lezen. In een aantal verhalen beschrijft hij een soort wonder-familie, een gezin dat bestaat uit hoogbegaafde kinderen die allemaal gebukt gaan onder hun genialiteit. Zo is 'Franny and Zooey' het verhaal van een broer die een zus wil redden van haar religieuze identiteitscrisis. Franny leest een boekje - The Way of the Pilgrim - waarin staat dat het ware religieuze besef je alleen kan toevallen als je, ergens in een hoekje van je hoofd, onophoudelijk blijft bidden. Een mantra, dus eigenlijk. Zij neemt die boodschap letterlijk, probeert de pelgrim na te doen en eindigt met een kop kippenbouillon, rillend onder een grote molton deken, bij haar moeder thuis. Op een gegeven moment ontfermt Zooey zich over haar. Hij begint met haar over Jezus te praten. Hij zegt met zoveel woorden: je kunt toch zo niet omgaan met het godsbeeld? Je raakt ten prooi aan een soort nieuwtestamentische gekte, jij hoeft Jezus niet te worden en Jezus heeft evenmin de ambitie om in jou te incarneren. En dan begint Zooey blufpoker te spelen en vertelt dat hij een glas gemberbier met Jezus heeft zitten drinken. Jezus, met gemberbier! Een gesneden beeld in woorden. Ik vond dat zó ontroerend dat ik - in plaats van het boek weg te smijten, wat ik volgens dit gebod toch had moeten doen - besloot om schrijver te worden.''

3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Als ik mij in het gezelschap weet van mensen van wie ik het vermoeden heb dat zij er aanstoot aan zullen nemen, probeer ik op mijn woorden te letten, maar mocht ik hier, in mijn huis, in grote eenzaamheid verkerend, onverhoeds een achterwaartse koprol van de trap maken dan is er niets of niemand die mij verbiedt om Gods naam eens flink ijdel te gebruiken.''

4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Ik heb het meest rustige werk ter wereld en ik zal, zittend achter mijn computertje, andermans sabbatsrust niet ontheiligen. Wat dat betreft ben ik dus niemand tot last.''

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Ik denk dat ik één van de weinigen in jouw interviewreeks ben die vooraf zijn ouders heeft gebeld om te vragen of ik wel zou meedoen, juist vanwege het vijfde gebod. Vroeger vond met name mijn moeder het vervelend als ik iets zou zeggen over het ouderlijk huis, maar nu zeiden ze allebei: 'Je zegt maar wat je zeggen wilt'. Hoe bedoel je: mal? Ik wil hen gewoon niet kwetsen. Mijn vader en moeder hebben er niet om gevraagd dat ik schrijver zou worden. Sterker nog, mijn moeder heeft het zeer lang betreurd dat ik nooit voor een 'gewone baan' heb gekozen. En ze hebben er al helemaal niet om gevraagd dat ik iets over hen zou zeggen in interviews. Dat heb ik vrijwel altijd gerespecteerd, dus zo'n slechte zoon ben ik nu ook weer niet. Maar ik was een lastige puber, moeilijk te handhaven in de groep, vaak van school gestuurd en al op mijn zeventiende uit huis geplaatst nadat mijn moeder bij de gemeente Alkmaar duidelijk had weten te maken dat het voor het gezin beter zou zijn als ik op eigen benen ging staan.''

,,In zekere zin waren wij niet compatibel, terwijl we toch het beste met elkaar voor hadden. De situatie was explosief.''

,,Om mij heen ging het ene na het andere huwelijk van de ouders van vriendjes en vriendinnetjes stuk en tóch waren dat gezinssituaties die ik verkoos boven die van mezelf. Het waren spannende gezinnen waar niet, zoals bij ons, alles volgens regels, wetten en kleine, beknottende afspraakjes liep. Ik fantaseerde vaak kind te zijn van andermans ouders. Een decor zoals je dat nu bij mij - dankzij een huishouden met twee kleine kinderen - aantreft, was bij ons ondenkbaar. Het moest ordelijk zijn, netjes. Mijn moeder was eindeloos bezig het huis schoon te krijgen vóór de werkster kwam omdat ze bang was dat zij er anders 'iets' van zou denken. Ik heb echt gesnakt naar het moment waarop ik het huis uit kon. Toen ik eenmaal mijn intrek in een Hat-woning had genomen, werd de situatie thuis er helemaal niet beter op. Ik bleek niet de onruststoker te zijn.

De onvrede bleef, de aanvaringen werden alleen maar erger. Dat maakte ik niet meer mee, mijn broer wel. Het was voor mij ingrijpend om te ontdekken dat ik niet de aanjager van de ruzies en de wrijving was. Ik viel dus mee. Ik bleek aardiger en schappelijker dan ik had gedacht.''

,,Mijn ouders pasten niet bij elkaar. Ze voedden elkaars angst voor de buitenwereld; het was een negatieve vergroeiing. Pas na ruim dertig jaar huwelijk zijn ze uit elkaar gegaan. Ze hebben nu allebei een nieuwe partner en het gaat hen, naar omstandigheden, goed.''

,,Toen ik al lang het huis uit was, hoorde ik via mijn broer dat mijn vader lang geleden - toen ik een jaar of vier was - een buitenechtelijke relatie had gehad. Op een dag was hij verdwenen: briefje op de tafel, weg. Nooit iets van gemerkt, al die jaren. Ik herinner mij wel dat ik werd meegenomen door mijn moeder en een tijdje bij een tante heb gelogeerd. Ik voelde mij bepaald niet senang. Sterker nog: mijn moeder vertelde later dat ik daar twee weken ziek was geweest. Kennelijk voelde ik als kind aan dat er iets mis was. In die twee weken was het huwelijk van mijn ouders volstrekt onttakeld. Mijn vader leefde met zijn nieuwe geliefde. Toch is hij teruggekeerd, maar wel met de mededeling dat hij terugkwam om mij. En hij zei er ook nog bij dat hij de twee beste weken van zijn leven had gehad. Dat ze toen verder zijn gegaan is natuurlijk krankjorum, maar we hebben het nu wel over eind jaren zestig, toen scheiden nog een schande was, zeker in het milieu van mijn ouders.

Ik ben dus opgegroeid zonder enig besef van deze kneuzing. Voor mij is dit incident alles gaan verklaren. Mijn vader heeft met tegenzin zijn schouders eronder gezet en mijn moeder is al die jaren vol wrok gebleven jegens mijn vader. Ze voelde zich niet geliefd, niet geaccepteerd, niet gewaardeerd.''

,,Daar zaten ze dan met hun huwelijk, en ze hadden óók nog eens een moeilijke jongen. Voor hen was één en één twee. Tja. Ik weet het niet. Als het een huwelijk van grote harmonie was geweest had ik waarschijnlijk ook zo gerebelleerd. Onafhankelijk van elkaar zijn we vier uitgesproken individuen, maar samen waren we vier verliezers. Daar ben ik inmiddels wel achter.''

6. Gij zult niet doodslaan

,,Doodslaan? Daar heb ik zelfs geen gedachten over. In de literatuur leef ik op bij polemiek maar in het persoonlijk verkeer hecht ik aan het harmoniemodel, misschien zelfs op het manische af.''

7. Gij zult niet echtbreken

,,Ik ben nu negen jaar samen met mijn vrouw, Ariëlle. Maar we kennen elkaar al bijna vierentwintig jaar. Er zijn tijden dat we dapper theoretiseren over trouw, binding, overspel, enzovoort. Allebei weten we natuurlijk ook wel dat het in feite onnatuurlijk en gekunsteld is om na jaren je erotische belangstelling louter tot elkaar te beperken. En dat het krankjorum is om je huwelijkstrouw, je loyaliteit af te meten aan een willekeurige fysieke turbulentie ergens op een vrijdagavond, ik noem maar wat. Dat zijn de theoretische noties en gedachten. En die gedachten vinden wij dan erg stoer en verlicht van onszelf. Maar zodra die theorie zich dreigt te vertalen in praktische besognes en verwikkelingen, worden hoe dan ook direct van beide zijden de messen geslepen. Ik zou het tamelijk onverdraaglijk vinden als mijn vrouw mij zou bedriegen en je mag aannemen dat omgekeerd voor haar hetzelfde geldt. Natuurlijk, je kunt nooit voor de volle honderd procent instaan voor andermans trouw. Maar intussen zijn mijn vrouw en ik gemaakt naar wat ik noem het Leo-en-Tineke-Vroman-model, die sinds decennia bij elkaar zijn.''

8. Gij zult niet stelen

,,'Steal anything in sight,' zei William Burroughs al in 'Les Voleurs', een lofzang op de diefstal, de annexatie en het letterlijke citaat. Ik ben, als schrijver, een wandelende snaaier. Ik doe mijn best om, ter eer en meerdere glorie van het verhaal dat ik schrijf, zo geraffineerd mogelijk te stelen. Het is legitiem zo lang het past binnen de wereld van het kunstwerk en de biografie van de schrijver. Ik zal een voorbeeld geven, nu we het toch over Salinger hebben gehad. Aan het eind van een verhaal over de familie Glass zegt Salinger: 'Just go to bed, now. Quickly. Quickly and slowly.' Snel en langzaam is natuurlijk volstrekt onmogelijk - behalve voor wie zich ent op de oosterse religies. De kinderen Glass gaan gebukt onder het feit dat zij God willen zoeken aan de hand van een boeddhistische levensleer. Het boeddhisme vertelt ons dat je het Nirwana alleen via het achtvoudige pad kunt bereiken: de juiste opmerkzaamheid, de juiste concentratie enzovoort. Maar vind je op die manier ook God? En zijn God en Nirwana identiek en inwisselbaar? De laatste woorden in Salingers boek zijn verlossend; je kónt langzaam slapen, en als je dat kunt, kun je dus ook langzaam en snel tegelijk leven. En dat is dus een metafoor voor het Nirwana: bestendig, tijdloos, onbeweeglijk.''

,,Theo Altena, mijn eigen hoofdfiguur uit 'De Buitenvrouw', neemt aan het eind van het verhaal een slaappil. Bevangen door de dagelijkse stress en tegelijkertijd door de pil al enigszins verdoofd - een toestand tussen waken en slapen in - gaat hij het huisvuil buiten zetten. Als hij zijn huis verlaat, treedt de alarminstallatie die hij heeft aangebracht in werking. Daar staat hij dan, met het vuil van zijn leven in zijn hand, en hij hoort het alarm loeien en het zwaailicht werpt oranje likken in zijn achtertuin. In heel die alledaagsheid beleeft hij, op zijn manier, een zekere religieuze ervaring. En ik liet hem vervolgens teruglopen naar zijn huis. Snel en langzaam. Dat kan alleen als je, met de juiste opmerkzaamheid, op een hoger plan bent getild - of als je een slaappil hebt genomen en je in een roes verkeert die voor deze man het burgermans-Nirwana is. Snel en langzaam. Dat heb ik dus letterlijk van Salinger gepikt. Zijn slotzin is mijn slotzin. En daarmee verbind ik mij met de poëtica en de blik op de wereld van deze schrijver. Helaas wordt d t door niemand opgepikt. Dat is de paradox: een schrijver die plagieert in de ouderwetse zin van het woord is verschrikkelijk bang dat het uitkomt. Hij verschuilt zich en bidt dat die dag niet zal aanbreken. Terwijl de kunstenaar die annexeert en citeert bij wijze van beginselverklaring juist hoopt dat hij wordt 'ontmaskerd'; dat zijn lezers zullen zien uit welk gesteente zijn kathedraal is opgetrokken.''

9. Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Schrijver en lezer hebben, als het goed is, de stilzwijgende afspraak dat de één de ander valse getuigenissen levert. Maar chter die valse getuigenis wil de lezer een authentieke werdegang hebben, een sadder but wiser-achtig verhaal, bekentenisliteratuur en een zelfportret. Nou, d r doe ik dus niet aan mee. Ik vind het getuigen van hovaardij om echt puur autobiografische verhalen op te schrijven. Bovendien wil ik, sprak de ideale schoonzoon, het mijn omgeving niet aandoen. Maar het belangrijkste is wel: dan zou ik mijn verbeelding gaan beknotten terwijl ik nu juist vind dat het in de literatuur daarmee begint en eindigt: met het fabuleren.''

,,Mijn werk heeft wel eens te lijden onder mislezing, misvatting, onbegrip, inderdaad: domme reacties. Bij ieder boek sta ik toch weer versteld van de afgrondelijke onnozelheid van veel mensen. Ze lezen 'Vals Licht' als een soort letterlijk verslag van mijn leven en vragen dan meteen of ik autobiografisch veldwerk op de Wallen heb verricht. Als ze niet te horen krijgen dat ik al mijn geld naar de hoeren heb gebracht, zijn ze of teleurgesteld, of dubbel achterdochtig. Ze lezen 'De Buitenvrouw' en zeggen: 'O, hij zal zelf wel iets met een Surinaamse vrouw hebben gehad!' Het uitgangspunt: leven in een buitenwijk, de angst voor het vreemde, was autobiografisch, maar het verhaal dat ik vertelde volstrekt niet. Dat nuanceverschil wil men vaak niet zien. De angst voor het onbekende, zoals ik dat bij mijn ouders heb gezien, is de grondslag voor het verhaal in het boek. Het is eigenlijk een saluut aan de wereld van mijn ouders.''

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,O, daar ben ik zeer snel over uitgepraat. Ik hoef andermans dienstknecht niet in mijn huis. Ik ruim de rommel zelf wel op.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden