'Ik ben een stijve hark maar wil niet pathetisch naar mijn hart grijpen'

Vrienden zeiden al jaren tegen hem dat hij zo'n mooie stem had, diep, laag en doorleefd. Pas toen David Vos zichzelf op zijn antwoordapparaat hoorde, dacht hij: “Die stem, daar moet ik iets mee doen.”

MEREL THIE

Nu tourt hij met de chansons van Jacques Brel door het land, hij doet voornamelijk kleine theaters aan, zoals Pepijn in Den Haag. Maar ook een optreden op de Amsterdamse Uitmarkt met een publiek van tienduizend mensen en een miljoen tv-kijkers, kan Vos op zijn CV zetten. “Ik heb mensen aan het huilen gemaakt”, zegt hij, een beetje verbaasd.

David Vos (39) vindt zichzelf een laatbloeier, die eigenlijk nooit geweten heeft wat hij wilde. “Ja, ik wilde kapitein worden op een schip dat naar de Noorse fjorden zou varen.” Die droom is wel een beetje uitgekomen, hij is de kapitein van zijn eigen woonboot die in een van de Amsterdamse grachten ligt.

Vos werkte acht jaar in het theater als lichttechnicus voor onder anderen Youp van 't Hek. “Ik ben een goede lichtman, maar geen echte technicus. Er zijn twee soorten technici in de theaterwereld. Mensen die het echt voor de techniek doen en types zoals ik. Die hebben in de eerste plaats affiniteit met het theater. Ik weet wel hoe ik een lampje in moet draaien, maar verder zegt de techniek mij niets. Ik maakte lichtplannen, was bezig met kleurtjes en probeerde een artistiek product te maken. De techniek was daarbij een hulpmiddel, geen doel.”

“Ik dacht er stiekem wel eens aan om zelf in de schijnwerpers te staan, maar zette dat nooit in daden om. Ik vond het leuk om de soundcheck te doen, om een klein liedje te zingen, maar daar bleef het bij.” Een opleiding voor regisseur brak Vos na twee jaar af. “Dat was het toch niet helemaal.”

Toen pianist en goede vriend Johan Hoogeboom voorstelde om serieus aan de slag te gaan met Davids stem, kwam het enthousiasme. “Het eerste nummer dat bij me opkwam was 'Ne me quitte pas' van Jacques Brel. Omdat het zo mooi is en nergens anders om.” Vos nam zanglessen en ontdekte dat hij meer met zijn stem kon doen dan hij verwachtte. “Ik ben er overigens niet minder om gaan roken. Al merk ik dat het na een avond in de kroeg heel wat moet doen om mijn stem weer 'zangklaar' te krijgen.”

Het eerste optreden was in het open podium van theater de Engelenbak, met drie nummers van Brel. “Ik verstijfde, verkrampte helemaal toen ik daar in dat spotje stond. Ik keek strak over het publiek heen. Op het moment dat ik mezelf dwong om het publiek aan te kijken, raakte ik mijn tekst kwijt. Ik zong twee regels lalalala, wel op de goede melodie en toen was ik erdoorheen, toen ging het weer.”

“Maar nog steeds ben ik op het podium een stijve hark. Als ik zing, concentreer ik me helemaal op mijn stem, bewegen is er dan niet bij. Ik krijg daar veel kritiek op, maar ik wil mezelf geen bewegingstrucjes aanleren, ik weiger pathetisch naar mijn hart te grijpen als ik toevallig over gevoel zing.”

“Deze muziek leent zich ook niet voor overvloedige bewegingen. Ik zag eens een opname van Brel van 'Ne me quitte pas'. De laatste twintig seconden was zijn gezicht close-up in beeld. Ik zag in die paar seconden alle pijn, al het verdriet dat in het lied besloten ligt, over zijn gezicht trekken. Mooier kan het niet, dan is elke beweging overbodig.”

Aangemoedigd door enthousiaste reacties op het optreden in de Engelenbak, schreef Vos zich in voor het Concours de la chanson Française in theater de Kleine Komedie. Vos won niet, maar kreeg wel nieuwe aanbiedingen om op te treden.

Bij de inleiding die Youp van 't Hek gaf aan Vos voor zijn optreden op de Uitmarkt, merkte deze op dat het onmogelijk was om Brel te evenaren: “Wie een lied van Brel zingt, heeft een probleem, want niemand kan dat mooier dan Brel zelf. Maar Brel is dood en David Vos komt er dicht in de buurt met zijn geheel eigen stijl.”

“Ik heb tot nu toe alleen nummers van Brel gezongen. Daar is het mee begonnen en dat ben ik uit gaan bouwen. Ik was voorheen geen speciale Brel-aanhanger, maar ik vond het wel altijd heel bijzonder en dat is het ook.”

“Dat een lied van Brel altijd tegenvalt als een ander het zingt, vind ik geen juist uitgangspunt. Ik wil niet op Brel lijken. Ik zou zijn werk nooit hetzelfde kunnen zingen. Ik gebruik het materiaal, de tekst en de melodie. Doordat ik mijn gevoel en mijn stem erin leg, is het anders. Ik breng mijn emotie over, dat kan ik. Als mensen mij een imitator noemen word ik boos, dat is de bedoeling niet. Het is geen soundmixshow. Het materiaal van Brel is perfect, maar David Vos doet er wat mee.”

Hij neemt ruim de tijd om nummers in te studeren. “Ja dat duurt lang, ik wil me de liedjes helemaal eigen maken. 'Marieke' van Brel gaat over een voorbije liefde. Dat kun je verdrietig zingen, maar ook vrolijk, het was immers een mooie tijd met haar. Voor mij moet dat nummer allebei die gevoelens in zich hebben, de wanhoop, het geluk. Daar ga je mee aan de gang en op een gegeven moment voel je dat het klopt. Dat het alle kleuren in zich heeft.”

Bij optredens heeft Vos nauwelijks de neiging om zich met zijn voormalige professie, het licht, te bemoeien. “Ik ben dan veel te veel bezig met het zingen en laat het licht graag aan anderen over. Voor de show waar ik nu het land mee doorga, heb ik wel nagedacht over het lichtplan, maar op het moment zelf gaat het compleet langs me heen of de spotjes goed staan.”

Vos, die een voorzichtige prater is, geeft toe dat hij niet snel het achterste van zijn tong laat zien. “Met zang kan ik de emotie die deze liedjes in me oproepen wél overbrengen, voor mijzelf is het een uitingsvorm. Dat ik andere mensen daarmee ook ontroer, is wel de bedoeling, maar toch verrassend.”

Zelf teksten schrijven is nog toekomstmuziek. “Ik ben nog geen muzikant, zal het misschien ook nooit worden, ik ben een zanger, mijn stem is mijn instrument.” Wel wil Vos in zijn programma waar hij komend seizoen de theaters mee afreist, ook Nederlandstalige chansons gaan brengen. Vrienden en bekenden schreven nummers voor hem, die hij in enkele Amsterdamse cafés al ten gehore bracht.

“De onderwerpen liggen in het verlengde van Brel. Ze gaan over liefde, dood verlangen, dromen en teleurstellingen.” Hij lacht: “Hoe verdomde moeilijk het allemaal wel niet is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden