'Ik ben een sceptisch mens'

Het Franse Front National wil een gewone partij worden. Een partij die volgend jaar bij de presidentsverkiezingen voor de hoofdprijs gaat. Oprichter en erevoorzitter Jean-Marie Le Pen (83) dicht zijn dochter en opvolger Marine goede kansen toe. Zelf blijft hij voor ophef zorgen.

Voorzichtig schuifelt de oude leider door de gangen van het anonieme partijkantoor in de Parijse voorstad Nanterre. Aan de wanden hangen oude verkiezingsaffiches waarop hij ons breed toelacht: Le Pen, stem van het Franse volk.

Erevoorzitter is hij, sinds zijn dochter Marine in januari het leiderschap van het Front National (FN) overnam. Op zijn bureau staat een foto waarop hij aan het roer staat van een zeilboot, de blik op de einder gericht. Zijn tweede vrouw Jany leunt op zijn schouder. Le Pen, zoon van een Bretonse visser, is een geoefend zeiler die de Atlantische en de Stille Oceaan overstak.

Naast de foto een kunststof beeldje van een Gallische haan. "Mooi ding hè", lacht hij. "Maar draai het eens om. Wat staat daar? Nou? Hij is gemaakt in China! Dát is ons grote probleem, de industrie, de werkgelegenheid die wij verliezen."

Over dat thema, de gevolgen van de globalisering voor Frankrijk, gaat hij straks een zaaltje partijleden toespreken. Eerst nog even dit interview.

Via de juridische beslommeringen van oud-president Chirac en DSK en Libië ('een vergissing, nu krijgen islamisten het voor het zeggen') komt het gesprek op de herdenking van de aanslagen van 11 september. Hij is er nog altijd niet van overtuigd dat dit geheel en al het werk van Al-Kaida was. "Ach, wat wilt u, ik ben een sceptisch mens. Dat vliegtuig dat op het Pentagon viel bijvoorbeeld, dat is toch wel een heel erg raar verhaal. Er is daar niets gevonden, geen vleugel, geen lichamen, geen staartstuk, geen stoelen, nog geen band van het landingsgestel. Maar er zat wel een gat in het gebouw. Dat moet dus een spookvliegtuig zijn geweest."

Le Pen, aanhanger van een 9/11-complottheorie. Het verbaast eigenlijk niet van een man die zoveel conflicten, schandalen en provocaties opeenstapelde. Het meest berucht is zijn Holocaustontkenning. Het aantal vermoorde Joden schatte hij op 'honderdduizenden, misschien een miljoen'. Hij twijfelde of zij waren omgebracht in gaskamers. Die 'vraag' leek hem een 'een detail in de geschiedenis van de Tweede wereldoorlog'. Hij bood er zijn excuses voor aan, maar herhaalde het daarna nog een paar keer.

Nog altijd begrijpt hij niet waarom daar zoveel herrie van kwam, zegt hij. "Een detail kan essentieel zijn of van te verwaarlozen belang. Mijn censoren hebben altijd beweerd dat ik het laatste bedoelde. Dat is natuurlijk niet waar." Hij heft de handen omhoog. "Een detail! Zoals dit bureau een detail is van het meubilair in deze kamer, een detail dus in de zin van een belangrijk element. Het is belachelijk dat wij om die reden zo zijn gedemoniseerd."

De detailkwestie en andere incidenten, zoals een vechtpartij met demonstranten waarbij hij ook een vrouwelijke socialistische burgemeester belaagde, hinderden zijn opkomst nauwelijks. Daarbij werd hij geholpen door een onmiskenbaar charisma en de fletsheid van zijn tegenstanders. Door de onwil ook van andere partijen om klachten over de nadelen van immigratie en zorgen over de eigen identiteit serieus te nemen. Zijn beste resultaat behaalde hij in 2002, toen hij doordrong tot de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Het land werd bevangen door schaamte en hier en daar aan hysterie grenzende ontreddering. Le Pen zelf wist dat zijn doorbraak te laat kwam: hij was 74 en veel kader was er vandoor gegaan bij een scheuring.

Hoe was het om de meest gehate man van Frankrijk te zijn? Hij schudt het hoofd. "Gehaat door wie? Door de maffia die het land regeert? U zult verbaasd zijn, maar immigranten reageren altijd enthousiast als ze me zien. Waarom? Dat zal ik u vertellen. Immigranten, moslims of zwarten herkennen in mij un chef, een leider. En ik ben recht door zee, daar hebben zij respect voor."

"Ik heb me nooit tegen immigranten gericht maar tegen degenen die massa-immigratie mogelijk maakten en aanmoedigden. In de afgelopen dertig jaar kregen wij er twaalf miljoen mensen bij, waarvan negen miljoen met een sterk afwijkende cultuur. Mijn boodschap aan immigranten was: wij kunnen u niet allemaal ontvangen."

Een kwestie van gezond verstand, zegt hij. "Met Amerikanen, Nederlanders, Portugezen of Spanjaarden waren er veel minder problemen geweest. Daarbij vind ik dat we zelf kinderen hadden moeten moeten maken. Is ook veel aangenamer trouwens." Hij moet hard lachen om zijn eigen grap.

Dan staat hij op, de mensen beneden in de zaal kan hij niet langer laten wachten. De volkstribuun stemt in om later verder te praten in zijn villa in Saint-Cloud, op een heuvel boven de Seine.

Een week later is Le Pen opeens weer ouderwets groot nieuws. Hij zou, net als Chirac, geld hebben gekregen van de twee jaar geleden overleden Afrikaanse president Omar Bongo van Gabon. In het Europees Parlement riep hij 'pedofiel!' naar Groenenvoorman Daniel Cohn-Bendit, die in de jaren zeventig seks met kinderen verdedigde.

De dag na die aanvaring wachten in de salon van zijn huis in het Parc de Montretout, een ommuurde enclave, twee tv-journalisten. Ook zij nemen het niet alledaagse interieur in zich op. Op een stoof staan beeldjes van Jeanne d'Arc, er ligt een enorme bijbel op een commode in Louis XV-stijl en aan de muur hangt onder andere een geschilderd portret van een jonge Le Pen in een wit officiersuniform van het Vreemdelingenlegioen, 1e Bataljon Parachutisten. Le Pen vocht in Indo-China, later in Algerije.

Het huis, en veel geld, erfde hij in 1976 van Hubert Lambert, een steenrijke geestverwant. Zijn eigen Parijse woning was enkele weken eerder opgeblazen bij een nooit opgehelderde aanslag. Ook Marine Le Pen woont op Montretout met haar drie kinderen. Net als Yann, een van haar twee zussen. Le Pens eerste vrouw Pierrette is weer in genade aangenomen en betrok een bijgebouw achterin in de tuin. Pierrette verliet in 1984 plotseling haar man en dochters voor een man die werkte aan een biografie over Le Pen. Er volgde een jarenlange strijd die in de media werd uitgevochten: Pierrette poseerde in Playboy en gaf veelbesproken interviews over haar leven met de beroemde nationalist.

Een butler gaat voor op de trap naar de studeerkamer op de eerste verdieping. De deuren naar het balkon zijn open, het uitzicht op het westen van Parijs met de Tour Montparnasse is adembenemend. Hij steekt van wal over Cohn-Bendit. Het Europees Parlement herdacht de doden van de Breivik-aanslag in Noorwegen. Omdat Le Pen die in verband bracht met immigratie, noemde Cohn-Bendit zijn aanwezigheid een schande. "Ach wat, niet ik, maar onze Duitse vriend is een schande voor het Europees Parlement. Ik heb de regering van Noorwegen naiëf genoemd omdat de Noren falen in de bescherming van hun eigen burgers. De politie loopt daar onbewapend rond! Ik heb daar een politiek oordeel over gegeven."

Had hij het dan niet ook over immigratie gehad? Zuchtend: "Ik doelde op de ambiance die is ontstaan. Immigratie van deze omvang zorgt voor problemen, spanningen, een gevaarlijk mengsel waar zo'n moorddadige gek op reageert. Het is aan de overheid om te voorkomen dat het zo uit de hand kan lopen."

En wat Bongo betreft: "Dat is echt ongelooflijke onzin. Waarom zou ik geld van Bongo krijgen? Ik had geen enkele kans gekozen te worden, hij had er niets aan gehad." Het maakt ook allemaal niet uit, bromt hij. "Die affaires...Twee, drie dagen later hoor je er niets meer over."

Hoe word je eigenlijk Jean-Marie Le Pen? Hij omschrijft zichzelf als een typisch enig kind. "Ik heb altijd een enorme behoefte gehad aan een broeder- en zusterschap. Daarbij had ik altijd al een sterke neiging de leiding te nemen."

Veertien was hij toen zijn vader met zijn Persévérence op een Duitse mijn voer. Van het jezuïeteninstituut waar hij zat werd hij twee jaar later verwijderd. Ze vonden hem lastig en om er zeker van te zijn dat hij nooit meer terug zou komen, kreeg hij te horen dat hij snel naar huis moest omdat zijn moeder was overleden. Toen hij 30 kilometer fietsen later buiten adem aankwam in La Trinité-sur-Mer, zag hij haar in de tuin. Ze hing de was op. "De pastoor die het later allemaal kwam uitleggen heeft mijn moeder niet binnengelaten, terwijl ze elke ochtend naar de mis ging en elke middag naar het kerkhof. Jarenlang heb ik de kerk gehaat, pas later begreep ik dat dit alleen te maken had met lafheid en domheid."

Tegen het eind van de oorlog pakte hij het geweer van zijn vader en meldde zich bij het verzet. "Omdat het allemaal weinig zin meer had, stuurden ze me weg. Toen ik thuis kwam kreeg ik een paar rake klappen." Zijn eerste politieke daad stelde hij meteen na de bevrijding. Hij hing in La Trinité zelfgemaakte plakkaten op waarop hij nep-verzetslieden aanklaagde die meisjes kaalschoren en vermeende verraders opsloten. Aan communisten ('die voerden nooit iets uit') had hij instinctief een hekel.

Zijn temperament, zegt hij, bracht hem later als student rechten in Parijs in de 'rechts-nationale hoek' waar de verliezers van de oorlog zich ophielden. "Dat waren de mensen die de kant van Vichy hadden gekozen (het pro-Duitse regime dat een deel van Frankrijk regeerde, red.). De executie van de 35-jarige dichter Robert Brasillach maakte een enorme indruk op mij, ik vond dat stuitend." Het woord collaborateurs gebruikt hij niet. "Ze hebben naar eer en geweten maarschalk Pétain (leider van het Vichy-regime, red.) gevolgd en werden daarna monddood gemaakt."

Als politicus ging het hem niet om het baantje, maar om overtuigingen. Hij bestrijdt dat hij eigenlijk nooit macht wilde, zoals vaak over hem wordt gezegd. "Dat zeggen mensen die doen alsof ze in je hoofd kunnen kijken. Ik heb het echt geprobeerd, maar verder dan 18 procent ben ik nooit gekomen."

Vergeefs was het in ieder geval allemaal niet, stelt hij vast. Zijn idee van de natiestaat heeft nog altijd toekomst: "De natiestaat is, ook in de 21ste eeuw, nog steeds de beste manier om de veiligheid, onafhankelijkheid, welvaart, vrijheid, cultuur van een volk te verdedigen. De landen van de Europese Unie hebben soevereiniteit ingeleverd, we zien nu wat daar van komt." Daarbij heeft het familiebedrijf met Marine een talentvolle opvolger, er is een toekomst voor het merk Le Pen.

De presidentsverkiezingen van mei 2012 zullen draaien om de staatsschuld, de euro, de veiligheid en immigratie, voorspelt hij. "Ik denk dat Marine de tweede ronde haalt en zelfs dat ze daarna een goede kans maakt om president te worden. Maar dat hangt ook van de conjunctuur af, wij hebben deze crisis voorspeld. Marine heeft part noch deel aan het wanbeleid dat is gevoerd, dat is haar voornaamste troef."

Zou Marine haar kansen niet vergroten als hij zich helemaal terugtrok uit de politiek? "Hahaha, nee, ik geloof niet dat ik haar voor de voeten loop. Weet u, hij is nog steeds erg populair, Jean-Marie Le Pen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden