'Ik ben een onruststoker'

Uitgever Jean Christophe Boele van Hensbroek, bekend van Lemniscaat, is allerminst somber over zijn vak. "Mooie boeken, met liefde en aandacht gemaakt, zijn nog steeds onverminderd populair."

Les 1

Het mooiste maak je voor kinderen

"Als kind was ik geen lezer, ik hield meer van bootjes knutselen en vuurtjes stoken in onze tuin aan de Bergse Plas in Hillegersberg. Ik ben wel opgegroeid met verhalen. Mijn moeder heeft ons - we waren met negen kinderen - eindeloos voorgelezen. Ik zat op de Vrije school waar ruim aandacht was voor cultuur, mythen en sagen. Pas op de middelbare school begon ik zelf te lezen, maar dat ik later mijn ouders in het uitgeefvak zou opvolgen had ik destijds niet kunnen bedenken.

Ik was dertien toen mijn ouders in 1963 Lemniscaat begonnen. Mijn vader had op 53-jarige leeftijd zijn baan bij Unilever opgezegd. Na de oorlog was hij daar in de oliën- en vettenhandel gerold, maar het werk kon hem niet erg bekoren. Hij vond dat je iets moest maken van je leven. Mijn ouders hadden een brede culturele belangstelling en richtten zich met hun uitgeverij op kinderboeken, opvoedkunde, psychologie en filosofie.

Ze vulden elkaar uitstekend aan. Mijn vader was zakelijk goed georganiseerd, mijn moeder kon zich, dankzij een onovertroffen kindermeisje dat zich over ons ontfermde, bezighouden met prentenboeken. Het werk was voor haar een vervulling. 'Het mooiste maak je voor kinderen', zei ze: een prentenboek moet niet zomaar wat plaatjes en een verhaal zijn, je moet je er anders uitkomen dan je erin ging.

De eerste zeven jaar waren heel onzeker. Een kinderboekencultuur bestond in Nederland nauwelijks, Lemniscaat was aanvankelijk aangewezen op buitenlandse auteurs.

De eerste uitgave was 'De leeuw en de muis' van Brian Wildsmith dat mijn vader zelf aan de boekhandels ging aanbieden. Wij leefden allemaal mee. Met het gezin liepen we langs de etalages om te kijken of het boek er stond. Pas toen na verloop van tijd schrijvers als Jan Terlouw, Thea Beckman en Anke de Vries zich meldden en succesvol bleken, begon de uitgeverij te lopen."

Les 2

Je bent speler, geen toeschouwer

"Veel illustratoren en schrijvers kwamen bij ons thuis. Er waren ook altijd vrienden over de vloer die weer vrienden meenamen. Iedereen bleef eten en er werd eindeloos gediscussieerd. Over alles. Het was een leuk milieu om in op te groeien: chaotisch, rijk aan ideeën, dat heeft mij gevormd. Wat ons gezin ook kenmerkte was het engagement van de jaren zestig: je bent geen toeschouwer maar speler. Je moet het leven voor een groot deel zelf maken. Hou op met denken dat je slachtoffer bent; als je vindt dat iets niet goed gaat, moet je er wat aan doen.

Na het staatsexamen hbs-b heb ik jeugdrecht en criminologie gestudeerd. In die periode besloot ik met mijn broer en een vriend op een zelfgebouwde zeilboot de wereld rond te varen. Maar in de Golf van Biskaje sloegen we tijdens een vliegende storm ondersteboven. We zijn in een reddingsvlotje gesprongen, dat heeft ons bijna het leven gekost want er kwam al direct een scheur in de onderkant.

Het ergste was de kou. Bovendien waren we buiten de scheepvaartroute, dus we wisten: dit is einde verhaal. Als een onontkoombaar gegeven hebben we dat onder ogen gezien. Maar na uren ontdekten we toch een lichtje: een schip dat wegens de storm van de vaarroute was afgeweken. We zijn gered doordat ze de enige vuurpijl die we bij ons hadden hebben opgemerkt.

Het gekke is, als je zeker weet dat je doodgaat voel je geen doodsangst. Ik dacht wel: mocht ik hier uitkomen, dan ga ik er iets echt moois van maken.

Ik ben geen held, maar wat ik aan deze ervaring heb overgehouden is een houding die mijn vader ook had nadat hij internering in een Jappenkamp had overleefd: kom op, laat je niet bang maken, zo snel ga je niet dood. We hebben later weer een nieuwe boot gebouwd."

Les 3

Word geen ambtenaar, word uitgever!

"Na mijn studie begon ik als jurist bij de Raad voor de Kinderbescherming. Te lullig voor woorden vond mijn vader dat: je wordt toch geen ambtenaar! In de acht jaar dat ik daar werkte kreeg ik te maken met veel ellende: kinderen van drugsmoeders, mishandelde kinderen, echtscheidingen, uithuisplaatsingen. Vaak waren het onoplosbare situaties waarin je het moeilijk goed kan doen.

Toch kwam de wereld van de kinderboeken geleidelijk dichterbij. Na de dood van mijn oudste zusje was ik de oudste en in die rol voerde ik met zekere regelmaat gesprekken met mijn vader over de toekomst van de uitgeverij. Hij was 74 en zocht een opvolger. Geen van mijn broers en zussen had belangstelling. Ik had het wel gezien bij de overheid en bood in een opwelling aan het bedrijf over te nemen. Ik was een totale nitwit in het boekenvak, maar mijn vader heeft dat risico genomen. We hebben een minimale tijd samengewerkt, daarna is hij nooit meer op de uitgeverij geweest. Wel ging ik eens in de twee weken naar mijn ouders om bij te praten. Emotioneel zijn ze altijd betrokken gebleven.

Het uitgeverswerk bleek mij goed te passen. Uitgevers zijn vaak mensen die zich graag met veel dingen tegelijk bezighouden. Dat kunnen details zijn: elk omslag dat de deur uitgaat wil ik gezien hebben; of grote zaken als de Maand van de Filosofie waar ik bij betrokken ben. Belangrijk is het persoonlijk contact met schrijvers en illustratoren. Het is een feest om al die individualisten bij mij aan de tafel te hebben. Zakelijk en privé lopen daarbij door elkaar. Charlotte Dematons is bijvoorbeeld peetmoeder van Lotje, mijn zesjarige dochter uit mijn tweede huwelijk."

Les 4

Een manuscript kan best wachten

"Ik ben nu 63, ik ga door tot het moment dat ik geen plezier meer heb in wat ik doe. Mijn volwassen kinderen hebben inmiddels hun eigen leven en werk, ambitie om hier het roer over te nemen hebben ze niet. Maar toen Lotje drie was zei ik al voor de grap dat ik mijn opvolgster had gevonden. Ze is een heel talig kind. Haar moeder, Jesse Goossens, is schrijfster en redacteur. Samen zijn wij het hart van de uitgeverij.

We hebben twee dochters, de jongste is bijna vier. Ik ben een oude vader. Hopelijk hebben ze daar later geen last van, nu klimmen ze boven op me en ren ik met ze rond. Het is prachtig om te zien hoe ze taal verwerven, ik let daar nu bewuster op dan destijds bij mijn oudste kinderen.

Door die twee kleine meisjes zijn mijn prioriteiten verschoven. Als je je realiseert waar het je eigenlijk om gaat, blijkt een manuscript best even te kunnen wachten. Naarmate ik ouder word, kijk ik met steeds meer verwondering naar hoe ze opgroeien, merk ik."

Les 5

Kijk met open blik en word vrolijk van wat er is

"Ik vind het mooi als je je kunt verwonderen over het leven. Kijk met open blik en word vrolijk van wat er is. Ik heb niet de behoefte om één theorie over de werkelijkheid als zaligmakend te zien. Een sleutelervaring was een reis naar India tijdens mijn studie. Ik ontmoette daar een gezin waarvan de vader een hoge positie had in het leger en de moeder slangenbeten genas met mantra's. Ik wist niet wat ik ervan moest denken. Maar haar man, een nuchtere korporaal, vond het heel vanzelfsprekend: het was een gave die ze van haar moeder had geërfd.

Hij beschreef ook een droom die hij had gehad over een vriend in het leger die was verongelukt. Daarin was hij met die jongen op de scooter naar een tentje gereden om wat te drinken. De volgende dag is de korporaal gaan kijken of hij dat tentje kon vinden. Hij vond het inderdaad en ontmoette de eigenaar die tegen hem zei: waar is uw vriend die er gisteravond bij was?

Toen besefte ik: er is niet één werkelijkheid. De korporaal leefde in een werkelijkheid waarin wondere dingen gebeuren, waarom kan die wereld niet naast de mijne bestaan?"

Les 6

Wacht niet af, pak aan!

"Een open blik, onorthodox durven denken, is belangrijk in dit vak. Morgen geef ik misschien iets uit dat ik vandaag niet kan verzinnen. Natuurlijk wil je herkenbaar zijn - we gaan niet opeens literaire thrillers uitgeven - tegelijk is gefixeerd zijn op wat je doet een keurslijf. Mijn vader zei altijd: een uitgeverij is een ideeënbedrijf, het is niet zorgelijk als je geen boekjes verkoopt maar als je geen ideeën meer hebt. Ik word heel onrustig als iedereen hier achter zijn beeldscherm zit. Volgens Marije Tolman ben ik de neushoorn die in haar prentenboek 'De boomhut' de boom schudt zodat alles gaat bewegen. Ik ben een onruststoker.

Het subsidiestelsel heeft boekverkopers lui gemaakt. Als wij willen dat kinderen opgroeien tussen de boeken, moeten we daar zelf iets aan doen, de overheid doet het niet. En daarbij gaat het vaak om iets dat groter is dan jezelf. Met boekhandels en uitgevers zijn we bijvoorbeeld bezig met een experiment om basisschoolbesturen over te halen een vast, klein bedrag per leerling aan boeken te besteden. Daarvoor krijgen ze via de boekhandel een basis klasse-bibliotheek geleverd waarin uitgevers investeren. Omdat wij vijftig jaar bestaan, geven wij bovendien vijftig openbare bibliotheken in Nederland een complete Lemniscaatbibliotheek. Het is welbegrepen eigenbelang, want als kinderen een boek lenen en leuk vinden, zetten ze het daarna vaak op hun verlanglijstje."

Les 7

Vertrouw op ieders ondernemingslust

"Ik geloof erg in ondernemerschap. Lichtend voorbeeld is voor mij Muhammad Yunus, de bedenker van het microkrediet. Hij begon met het verstrekken van een kleine geldlening aan arme vrouwen in Bangladesh zodat ze, onafhankelijk van woekeraars, een eigen nerinkje konden opzetten. Dat initiatief heeft de samenleving daar essentieel veranderd. Toen Jesse en ik een paar jaar geleden met de dochter van Yunus een aantal dorpen in Bangladesh bezochten, zagen we wat je met ondernemingszin en vertrouwen in mensen kunt bereiken.

De ontmoeting met Yunus heeft mij beïnvloed in het denken over het boekenvak. Wij hebben enthousiaste kinderboekenambassadeurs nodig, moeders bijvoorbeeld die als bijbaantje boeken willen verkopen op scholen, boekenmarkten organiseren, etc. Wie een leuk plannetje heeft, kan zich bij mij melden. Ik ben niet somber over het boekenvak.

Onze ervaring is dat mooie boeken, met liefde en aandacht gemaakt, nog steeds onverminderd populair zijn. We moeten ze alleen naar de mensen brengen."

Jean Christophe Boele van Hensbroek
Jean Christophe Boele van Hensbroek (1950) groeide op in Rotterdam-Hillegersberg en studeerde rechten en criminologie aan de Universiteit van Amsterdam waar hij zich specialiseerde in opvang van jeugdige delinquenten. Hij werkte aanvankelijk bij de Raad voor de Kinderbescherming in Rotterdam en is sinds 25 jaar directeur-uitgever van Lemniscaat. De uitgeverij, gevestigd in een sfeervol herenhuis in Rotterdam-Kralingen, heeft de afgelopen decennia naam gemaakt met mooie prentenboeken en veel klassiek geworden kinder- en jeugdboeken van schrijvers als Jan Terlouw, Thea Beckman en Evert Hartman. Daarnaast geeft Lemniscaat non-fictie voor volwassenen uit, gericht op filosofie, psychologie, mens & maatschappij en opvoeding. Boele van Hensbroek is initiatiefnemer van de Maand van de Filosofie. Hij is getrouwd en heeft zes kinderen uit twee huwelijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden