'Ik ben de allerbeste

Vandaag begint de verkiezings campag ne in Italië als opmaat naar de verkiezingen van 13 mei. Eén man weet zich al zeker van de overwinning: Silvio Berlusconi. De verguisde zakenman-politicus heeft het hoog in de bol. En Italië lijkt in hem te geloven.

,,Je weet nooit wat er in een verkiezingscampagne voor onverwachts kan gebeuren, maar als ik heel eerlijk ben moet ik zeggen: ja, ik ga deze verkiezingen winnen.'' De Italiaanse oppositieleider Silvio Berlusconi (64) twijfelt er niet aan: zijn centrum-rechtse coalitie gaat bij de landelijke verkiezingen op 13 mei een knallende overwinning behalen. Binnenkort zal il cavaliere (de ridder) wederom premier van Italië zijn.

De opiniepeilingen versterken de zelfverzekerde glimlach van Berlusconi alleen maar: al maanden ligt zijn coalitie Huis van de Vrijheid dik voor op de centrum-linkse Olijf-coalitie. Die loopt onder de jeugdige Francesco Rutelli weliswaar langzaam in, maar de voorsprong van Berlusconi lijkt te groot.

Het is een opmerkelijke comeback van een man die aan de rand van de politieke afgrond heeft gestaan. Zijn regering ging in 1994 al na zeven maanden ten onder aan intern geruzie. Coalitiegenoot Umberto Bossi van de Lega Nord voelde zich te ondergeschikt aan die andere coalitiepartner Gianfranco Fini van de postfascistische Nationale Alliantie en noemde hem openlijk fascist. Bovendien vond Bossi het maar niks dat Berlusconi zijn media-imperium (waaronder drie van de zes nationale tv-kanalen) gebruikte om zijn politiek te verkopen.

Bossi hield het voor gezien en stapte over naar links, Berlusconi ging af... Bij de verkiezingen in 1996 probeerde Berlusconi opnieuw een hoofdrol te spelen in Italië. Hij legde het echter af tegen de centrum-linkse tegenstander Romano Prodi.

Sindsdien voert de mediamagnaat de oppositie aan en is hij als zodanig nooit helemaal van het politieke toneel verdwenen. En uit het theater dat Italië is al helem l niet. Want Berlusconi heeft een zakenimperium waar je u tegen zegt. Hij bezit via zijn niet-beursgenoteerde bedrijf Fininvest het grootste commerciële tv-station van Italië, Mediaset. Berlusconi en zijn familie zijn ook nog eens eigenaar van een voetbalclub (AC Milan), de grootste uitgeverij van Italië (Mandadori), een dagblad (Il Giornale), een invloedrijk weekblad (Panorama), tientallen bioscopen en een supermarktketen. Het maakt Berlusconi tot de rijkste man van het land: zijn belastbare inkomen was vorig jaar 18 miljoen gulden, zijn vermogen wordt geschat op 30 miljard gulden. Als hij na een dag hard werken thuiskomt, doet hij dat dan ook in een Milanese villa met 70 kamers en een huiskapel waar orgelmuziek klinkt zodra het licht aangaat.

Als ondernemer gaat het il cavaliere voor de wind. Maar dat hij als politicus ook nog pal overeind staat is verbazingwekkend gezien de vele rechtszaken die de afgelopen jaren tegen hem zijn aangespannen. Ging het niet om belastingfraude of geknoei met de boekhouding, dan werd hij wel beschuldigd van het omkopen van rechters en belastinginspecteurs. Berlusconi is meerdere malen veroordeeld maar heeft daarvoor niet achter de tralies gezeten. Zijn rijkdom zal hem daarbij geholpen hebben: hij kon topadvocaten inhuren die hem keer op keer wisten te redden van de ondergang. De zaken losten op in het niets wegens gebrek aan bewijs in hoger beroep, wegens verjaring of procedurefouten.

Dat Berlusconi, ondanks de zweem van corruptie die hij maar niet van zich kan afschudden, nu wederom afstevent op een verkiezingsoverwinning heeft hij maar gedeeltelijk aan zichzelf te danken. Het mag dan een klein manneke zijn (1,64 meter, vandaar de hakken), hij heeft een groot ego. Hij is zo zeker van zichzelf dat hij waarschijnlijk nooit heeft getwijfeld aan zijn comeback. ,,Ik ben de enige die Italië kan veranderen'', zegt hij zonder een greintje zelfspot. En: ,,Er is in Europa geen politiek personage dat zich met mij kan meten. Wanneer ik een minister, premier of staatshoofd ontmoet, zijn zij het die moeten proberen beter te zijn dan ik. Ik ben altijd in het voordeel.''

Dat hij zichzelf de allerbeste vindt bleek ook al tijdens zijn premierschap. Toen zei hij dat de stem van het volk in een democratie gelijk staat aan die van God. Met andere woorden: ik ben Jezus Christus. Zijn politieke partners noemt hij wellicht daarom 'mijn apostelen' en Bossi was 'Judas' toen die zijn regering liet vallen.

De meeste Italianen stoort die arro gantie niet. Integendeel, Berlusconi wordt gezien als een uiterst succesvol man die het land goed zal besturen zoals hij dat ook met zijn zakenimperium heeft gedaan. Berlusconi presenteert zich ook als zodanig. Op de gigantische billboards die hij overal in het land heeft neergezet staat een stralende, licht-kalende Berlusconi naast de woorden: un operaio-presidente per l'Italia. Een arbeider als president van de raad van ministers (premier) dus, en geen carrièrepoliticus. Daar bovenop doet Berlusconi dan wat vage beloftes over betere pensioenen, meer politie op straat, een strenger immigratiebeleid en minder bureaucratie. Het werkt, de Italianen vallen ervoor.

Dat komt ongetwijfeld ook doordat Berlusconi de onbetwiste leider van zijn coalitie is. Die bestaat uit vier partijen: zijn Forza Italia (Hup Italië) is de grootste daarvan, het kreeg in 1999 bij de Europese verkiezingen ruim een kwart van de stemmen. De tweede partij is de Alleanza Nazionale van Fini, een partij die voortkomt uit de fascistische MSI. Populist Bossi is met zijn Lega Nord ook weer van de partij. Onmisbaar omdat de Lega zeker zo'n 5 procent van de stemmen in het noorden krijgt, moet Berlusconi gedacht hebben. Bovendien is Bossi, sinds het verraad van 1994, politiek gezien nader tot de grote baas gekomen: zo heeft hij bijvoorbeeld zijn radicale ideeën over een afscheiding van Noord-Italië geheel laten varen.

Hekkensluiter van de coalitie is de kleine Christen-Democratische CCD van knappe kop Pierferdinando Casini, de netste van het stel want hij is keurig katholiek. Het is Berlusconi steeds gelukt om zijn coalitie bij elkaar te houden en enigszins eensgezind over het voetlicht te brengen. Berlusconi's wil is wet e basta.

De centrum-linkse coalitie daarentegen is een allegaartje van acht partijen die aan één stuk door met elkaar overhoop lagen en liggen. Er zijn in vijf jaar tijd maar liefst drie premiers doorheen gejaagd. Die voortdurende verdeeldheid bij links heeft rechts alleen maar in de kaart gespeeld.

Centrum-links heeft ook een steek laten vallen door Berlusconi na diens nederlaag in 1996 geen politieke doodsteek toe te brengen. De mediamagnaat lag destijds zwaar onder vuur met al die corruptiezaken tegen hem en met zijn verschillende belangen als politicus en zakenman. Maar centrum-links haalde de oppositieleider juist aan boord om mee te denken over hervormingen van de constitutie en het kiesstelsel. Daar kwam uiteindelijk niets van terecht, net zo min als van de wet over belangenverstrengeling waarover oneindig is gekissebist in het parlement.

Berlusconi zal dan waarschijnlijk een vette overwinning behalen, makkelijk zal hij het van begin af aan niet krijgen. Nieuwe rechtszaken hebben zich al aangediend. De Spaanse rechter Baltasar Garzón, bekend vanwege zijn kruistocht tegen de Chileense dictator Pinochet, heeft nu Berlusconi in het vizier. Garzón wil Berlusconi pakken op belastingfraude bij de Spaanse tv-zender Telecinco, voor een groot deel in handen van Fininvest.

En twee rechters op Sicilië zijn bezig met onderzoeken naar Berlusconi's vermeende banden met de maffia. Vermoed wordt dat Berlusconi zijn startkapitaal in de jaren zeventig via de maffia heeft gekregen. Hij zou maffiageld hebben witgewassen en geïnvesteerd. De oppositieleider heeft nooit opheldering verschaft over de miljoenen die destijds via Zwitserland bij hem terechtkwamen.

Dan is er nog het ongeleide projectiel Bossi. Die baart vele Europese leiders grote zorgen vanwege zijn xenofobie, zijn homofobie en zijn vriendschap met de Oostenrijker Jörg Haider.

Berlusconi zal op veel Europees verzet stuiten als hij een aantal van zijn verkiezingsbeloftes daadwerkelijk gaat waarmaken. Zo wil hij, terwijl Italië door zijn Europese partners wordt gewaarschuwd voor zijn groeiende begrotingstekort, de belasting verlagen van 47 procent naar 37 procent. Bovendien heeft Berlusconi enorme kostbare projecten op het gebied van infrastructuur op het programma. In de rest van Europa lopen ze daar niet zo warm voor.

Als premier zal Berlusconi ongetwijfeld last blijven houden van zijn overduidelijke belangenverstrengeling als politicus/zakenman/mediamagnaat. Ook nu weer gebruikt hij zijn goed bekeken televisiekanalen om zichzelf te promoten. Zo wordt er in de nieuwsprogramma's van de Mediasetkanalen wel drie keer zoveel aandacht besteed aan het Huis van de vrijheid als aan de Olijf-coalitie. Het gerucht gaat dat Berlusconi, om tegemoet te komen aan zijn critici, van plan zou zijn om Mediaset (althans gedeeltelijk) te verkopen aan collega-mediamagnaat Rupert Murdoch of geheel over te dragen aan twee van zijn kinderen. Berlusconi zelf wil daar geen commentaar op geven.

Veel centrum-linkse politici hebben zich reeds neergelegd bij een verkiezingsnederlaag, al komen ze daar natuurlijk niet allemaal openlijk voor uit. Ze zijn daarom al druk bezig zich voor te bereiden op il dopo - 'het erna', oftewel de post-Berlusconi-tijd. Want, zo denken ze, die kan nooit ver weg zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden