Column

Ik ben dan wel wielrenner, maar ik ben geen man

Een amateur wielrenner beklimt de Muur van Geraardsbergen. Beeld epa
Een amateur wielrenner beklimt de Muur van Geraardsbergen.Beeld epa

MARIJN DE VRIES   Onder een dekentje op de bank kijk ik naar het wielerjaaroverzicht van de NOS en ik herbeleef ook mijn wielerjaar. De ijzige kou in het voorjaar die niet leek te willen wijken, met stromende regen en striemende wind. Sneeuw in een etappekoers in de Pyreneeën, terwijl de mannen sneeuw in de Giro hadden. Hitte in onze Giro, terwijl de mannen het warm hadden in de Tour de France. De beelden van de WK in Florence, de herinnering aan langs die prachtige Duomo rijden. Op een fiets.

Het lijkt allemaal al weer zo lang geleden. Zo ver weg. In een andere wereld bijna, nu ik mijn fiets een kleine drie weken niet heb aangeraakt en ziekjes op de bank hang. Ik zit nu niet als wielrenner te kijken, realiseer ik me, maar als fan.

O yes, denk ik bij het zien van de heroïsche beelden. Cancellara die met zijn beresterke demarrage op de Oude Kwaremont zijn concurrenten verpulvert. De tot ijspegels bevroren renners tijdens Milaan - Sanremo. De epische overwinning van Dan Martin in Luik-Bastenaken-Luik. De waaieretappe in de Tour de France die het algemeen klassement onverwacht volledig opschudde. Dit is wielrennen, dit is wat ik er zo mooi aan vind. En meteen daarna besef ik: zo zal ik het nooit meemaken. Want ik ben dan wel wielrenner, maar ik ben geen man.

Heksenketel
Ik ruik er wel eens aan. In de Ronde van Vlaanderen bijvoorbeeld. Toen ik die voor het eerst reed, zat de Muur van Geraardsbergen er nog in. Wij vrouwen rijden in de Ronde even voor de mannen uit. De Muur stond vol wielerfans, juichend, ook voor ons. Op het steilste stuk, ik kon het kapelletje op de top al zien, zag ik mezelf als het ware fietsen, stoempend over dat door dranghekken leeg gehouden stuk kasseien, aangemoedigd door duizenden mensen - en realiseerde ik me dat ik dit tot dan toe alleen op tv had gezien. Even waande ik me een echte renner. Ik kreeg er kippevel van.

Net als in de Waalse Pijl, waar wij voor de mannen uit door de heksenketel van juichende mensen, klapwiekende helikopters en braadworstwalmen heen de Muur van Huy op fietsen. Weer kippevel. Maar het echte werk is het niet. Wij zijn het voorprogramma.

Wreed
De gele trui is het summum in de wielersport, vertelt Marcel Kittel in de seizoensterugblik. Iets heiligs, zegt hij, terwijl hij naar beelden van zichzelf kijkt in die gele trui, met ongeloof en trots en ontroering in zijn ogen. Dat zullen wij vrouwelijke wielrenners nooit meemaken, die beleving, dat gevoel van het allerbijzonderste in de sport bereikt te hebben. Eigenlijk is het wreed dat wij af en toe voor de mannen uit rijden in grote koersen. We zien een glimp van hoe het is om een échte renner te zijn. We mogen eraan proeven. Proeven maakt hongerig. Maar onze honger, mijn honger, wordt niet gestild.

Het gaat me niet om geld. Of roem. Ik hoef geen held te zijn. Het vrouwenwielrennen hoeft niet koste wat kost gelijkgetrokken te worden met het mannenwielrennen. Maar ik zou er wel heel wat voor over hebben om één keer te mogen voelen hoe het nu écht is om de Ronde van Vlaanderen te rijden. Parijs-Roubaix. De Tour de France. Die beleving, dat lijkt me ultiem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden