Ik ben christen en ik wil in het Joodse leger

Israël heeft een volksleger waarin iedereen dient. Een uitzondering geldt voor Israëliërs van Arabische afkomst die zo'n 20 procent van de bevolking uitmaken. Beeld reuters

Terwijl ultra-orthodoxe joden in Israël strijden tegen de dienstplicht, zijn er christenen die juist het leger in willen. Hun tegenstanders: de eigen bevolkingsgroep, de Arabische Israëliërs.

Shadi Khaloul, 38 jaar, was vier jaar parachutist in het Israëlische leger. Hij vocht in Libanon, in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever. Het was halverwege de jaren negentig. Velen hier zouden zeggen: hij vocht tegen zijn eigen broeders, de Palestijnen. Shadi: "Ik ben geen Arabier, ik ben christen."

Jonathan El Khoury, 21 jaar, meldde zich ook aan bij het leger. Bij de inlichtingendienst waar hij het liefste heen wilde, werd hij als Arabier niet toegelaten ('Ik was een veiligheidsrisico. Niet leuk, maar ik snap het wel.') dus deed hij maatschappelijke dienst. Dat is in Israël een alternatief voor militaire dienst. Hij werkte twee jaar op de administratie van een ziekenhuis. "Ik noem mezelf geen Arabier, ik noem mezelf christen en Israëliër."

Balagan
Het zijn ogenschijnlijk simpele uitspraken over hun identiteit, maar ze hebben een explosieve lading. In dit land bepaalt je identiteit immers niet alleen tot wie je behoort, maar meer nog wie je moet haten. Joden zijn de vijanden van de Arabieren, Arabieren zijn de vijanden van de Joden. Wie die breuklijn over gaat, kan een hoop balagan (zoals dat met een mooi Hebreeuws woord heet) verwachten. In vijandschap moet je eenheid tonen.

"Als jij je laat zien in de straten van Nazareth, zullen ze jou daar een lesje leren", waarschuwde Knessetlid Haneen Zoabi (Arabisch, moslim) Shadi onlangs. Een ander Knessetlid, Basel Ghattas (Arabisch, christen), noemt Shadi Khaloul en de zijnen neerbuigend "marginale individuen die om een of andere reden ineens ontdekt hebben dat ze niet Arabisch zijn".

Bedreigingen en scheldpartijen, je naam besmeurd zien op Facebook; Shadi is niet anders gewend. "Verrader, collaborateur, zionist, noemen ze me. Bij een priester van onze organisatie werden de autobanden lek gestoken. Bij een andere priester is een handddoek voor zijn deur gelegd, doordrenkt met bloed."

De politie in Nazareth, de onofficiële hoofdstad van de Arabieren in Israël, ziet toenemende onrust. Politiecommandant Shlomi Cohen: "We zien bijeenkomsten over het leger, chats online. Dat bestond tot voor kort niet, niet in deze hoeveelheid, niet zo intens." Het aantal incidenten neemt navenant toe. Het afgelopen halfjaar kwamen bij de politie in Nazareth zo'n tien tot vijftien aangiften van bedreigingen en fysiek geweld binnen, van mensen die opteren voor de dienstplicht.

Vijfde colonne
Israël heeft een volksleger waarin in principe iedereen dient. Maar in praktijk ziet een groot deel van de Israëlische jeugd nooit een militaire basis van binnen. Tot voor kort gold een uitzondering voor ultra-orthodoxe joden, inmiddels bijna 10 procent van de bevolking. Het parlement nam vorige week een wet aan die bepaalt dat zij in de toekomst ook in de lasten moeten delen.

Een uitzondering geldt ook voor Israëliërs van Arabische afkomst - nakomelingen van de Palestijnen die in 1948 niet vluchtten. Zij maken zo'n 20 procent van de bevolking uit, en dat zij niet in dienst gaan was lang onomstreden. Zij zouden als Palestijnen immers een vijfde colonne vormen in het Joodse leger; een groep wiens solidariteit bij hun broeders (soms letterlijk familieleden) ligt, op de Westelijke Jordaanover of in Gaza.

Maar dat taboe wordt doorbroken. Allereerst door jongens als Shadi en Jonathan, die vrijwillig dienstnemen. Ze worden gesteund door de regering, die christelijke Arabieren aanmoedigt dat te doen. Onlangs is zelfs een controversiële wet in de Knesset aangenomen die christelijke Arabieren onderscheidt van de islamitische Arabieren, zoals ook Druzen al lange tijd als een aparte bevolkingsgroep worden benoemd en benaderd.

De initiatiefnemer van de wet, Yariv Levin (van de Likoedpartij) wil zo de integratie van christenen in Israël te bevorderen, zegt hij. "De christenen zijn onze natuurlijke bondgenoot, ze zijn anders dan de moslims die onze staat van binnenuit willen vernietigen." Christelijke en katholieke leiders in Israël, en ook wereldwijd, hebben de wet veroordeeld als een poging christenen af te snijden van hun culturele identiteit, tegen hun wil.

Maar Shadi Khaloul is juist blij, hij ziet de wet als een succes. Moslims zijn niet zijn broeders, integendeel. "Als het erop aan komt worden we eruit gegooid. Kijk naar Egypte, naar Syrië. Als er een Palestijnse staat komt, zal geen christen daar kunnen blijven, let maar op. In Gaza zijn de meesten al gevlucht."

Erkenning
De recente omwentelingen in de buurlanden van Israël maken op hem grote indruk, de verbrande kerken in Egypte, de lijken van christenen op het strand in Libië. Hij doceert er uit de losse pols een geschiedenisles: "Wij christenen waren hier al ver voor de Arabieren kwamen. Ze drongen ons hun taal op, hun cultuur. Maar nu worden we wakker en zeggen we: genoeg is genoeg! Ik wil als christen erkend worden. Ik wil niet meer gegijzeld worden door het conflict tussen Israël en de Palestijnen."

Dus ging Shadi in militaire dienst. "Israël geeft me mijn rechten, waarom zou ik dit land niet verdedigen? Als Israël verdwijnt, schoppen de moslims me eruit. Iedere christen met een beetje gezond verstand zou dit land moeten verdedigen."

Gezond verstand is ook: jezelf vooruit helpen. In Israël is het leger hét paspoort tot de arbeidsmarkt. Wie heeft gediend krijgt veel makkelijker werk dan degenen die dat niet doen, zoals veel Arabische-Israëliers moeten ervaren.

'Deel van het land'
Jonathan El Khoury heeft het ervaren: "In het ziekenhuis werkten ze met een compterprogramma dat in bijna alle kantoren in Israël wordt gebruikt. Doordat ik daarmee heb leren werken, kon ik heel makkelijk een baan vinden. Ik ben zo blij dat ik die stap heb gezet en probeer nu andere christenen te inspireren dat ook te doen. Als je in dienst gaat, word je deel van dit land."

Shadi Khaloul heeft na zijn diensttijd aan de universiteit gestudeerd en werkt nu voor een high-tech bedrijf. Belangrijker voor hem is zijn vrijwilligerswerk voor het 'Forum voor Israëlische Christenen in het Leger' (het woord 'Arabisch' komt in de naam niet voor).

De organisatie belegt bijeenkomsten in de dorpen in het noorden van Israël waar veel christenen wonen. Daar verspreiden ze het woord: 'wij zijn niet bang meer, wij durven christen te zijn'.

Ze trekken vaak samen op met het leger, dat ook propagandabijeenkomsten houdt in christelijke dorpen. Karen Azos, commandant van het wervingskantoor van het leger in Tiberias, vertelt dat ze op die avonden uitleggen wat er in het leger te doen valt, en wat de ervaringen van anderen zijn. Er wordt zelfs een kennismakingscursus van een week aangeboden.

Stille revolutie
Azos ziet een 'ontwaken' van de christelijke bevolking. Volgens haar beginnen de christenen te begrijpen dat het leger de manier is om te integreren in de samenleving.

De absolute aantallen zijn nog klein (bijna 50 in 2012, 60 in 2013 in militaire dienst, een veelvoud daarvan in maatschappelijke dienst) maar er lijkt een stille revolutie gaande.

"Natuurlijk zijn wij Arabieren", zegt Abid Hazzan, een gedistingeerde docent Arabische Literatuur in Nazareth, stellig. "De regering koopt deze jongens om en exploiteert hun angst. Ze houdt hen voor: 'Kijk wat er met de christenen gebeurt in Egypte, in Syrië, wapen je tegen de moslims!' Het is het aloude verdeel-en-heers-principe van Israël."

Ook hij ondersteunt zijn betoog met een historische les. "Onze taal, onze cultuur, onze geschiedenis is Arabisch", zegt hij, zelf ook christen. Hij vertelt hoe de christenen hier eensgezind met de moslims de wapens opnamen tegen de kruisvaarders. En zoals ze toen zij en zij stonden, moeten ze dat ook in de Joodse staat blijven doen.

Met zorg ziet hij hoe er in Nazareth onder de oppervlakte steeds meer spanning voelbaar is door "de pogingen van de regering de bevolkingsgroepen te scheiden". De christenen, ooit de grote meerderheid (80 procent) in Nazereth, zijn er nu de kleine minderheid (20 procent). Maar ze willen vreedzaam blijven samenleven zoals ze altijd hebben gedaan, zegt Hazzan, die er is opgegroeid. "Onze huisbaas was moslim, wij noemden hem oom Naami. We dachten er nooit over na wie christen was en wie moslim."

Hazzan is een van de velen in het koor van tegenstanders van militaire dienst. Dat het lsraëlische leger Palestijns land bezet en een soldaat dus moet vechten tegen zijn broeders, is voor de meesten het meest weerzinwekkend. Dat alle Palestijnen eenzelfde lot delen, als slachtoffer van Israël is minstens zo belangrijk. Bij de stichting van Israël in 1948 werden honderden Palestijnse dorpen weggevaagd, zo klinkt het veelvuldig; moslimdorpen én christelijke dorpen.

Valse beloftes, meer is het niet, meent Anwar Abdu van de Grieks-Orthodoxe gemeenschap in Nazareth - valse beloftes over een baan, een huis, een studie, wat al niet meer, die hun jongeren verleiden tot het kwade. De Druzen gaan al heel lang in dienst, zegt hij. "En kijk naar hun dorpen. Die zijn er niet beter aan toe dan Nazareth, minder zelfs."

Een priester van zijn gemeenschap, die zich opwierp als voorman van de nieuwe beweging, is inmiddels uit de kerk gezet, en uit Nazarath weggegaan. Hij ging in Griekenland studeren, maar misschien wel vooral om hier een tijdje niet te zijn. Hij is hier als een melaatse geworden. En hij werd bedreigd.

Gemeenschappelijke vijand
Voor Shadi Khaloul is dat het zoveelste bewijs dat je als christen je mond moet houden. "In Nazareth hebben ze een groot bord neergezet, tegenover de kerk, waarop staat dat de islam het enige geloof is. Iedereen moet dat bord zien, niemand mag er wat van zeggen. 'Broeders' (hij spreekt het woord met walging uit) - wij?"

Natuurlijk is er ook discriminatie door Joden, beaamt hij. Sterker: ook zijn familie werd verdreven, in 1948, uit de dorpen in het noorden van Israël. "Ik zou willen dat we daar naar terug kunnen keren. Maar anderen gebruiken dat politiek." Om hem te dwingen de eenheid te bewaren, bedoelt hij. Een eenheid die hij niet vertrouwt. Een eenheid die er volgens hem slechts is, zolang Israël de gemeenschappelijke vijand is.

Precies daarom wil hij dat christenen in dienst gaan en als een aparte bevolkingsgroep worden erkend. Zodat ze de regering kunnen vragen om eigen onderwijs, betere woningen, meer werk, eigen rechten. "Er moet nog een hoop gebeuren voor christenen in Israël. Maar we zitten hier beter dan in een moslimland. We zijn gezegend met de Joodse staat."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden