'Ik ben blijven staan, het politieke spectrum is verschoven'

“Toen ik als Kamerlid begon, werd net de CDA-fractiekamer verbouwd. Daarom vergaderde de fractie in een zaal waar normaal debatten werden gehouden. Aan tafel waren niet genoeg plaatsen. Alle nieuwelingen - daar zaten ook Gerrit Braks en Sytze Faber bij - moesten op de publieke tribune gaan zitten. Daar waren geen microfoons. Niettemin hebben wij meteen ons mondje geroerd. We werden hard aangepakt door fractiegenoten als Hannie van Leeuwen, Til Gardeniers en Dien Cornelissen. Cornelissen zei tegen mij: 'Zo werkt dat hier niet. Je moet eerst een tijdje je mond houden'. Maar ik heb veel van ze geleerd. Later ook van Kamerleden als Rie de Boois en Meinie Epema van de PvdA, en van Ineke Lambers van D66. Ja, inderdaad. Het waren altijd vrouwen.”

“Mijn eerste grote wetsvoorstel was de wet algemene bepalingen milieuhygiëne, wat nu de wet milieubeheer is. Ik moest mijn fractiegenoot Van Houwelingen vervangen. De wijzigingsvoorstellen ging ik zelf zitten schrijven. Ik werd in de Kamer afgeslacht door Epema en Lambers. Ik voelde me verschrikkelijk opgelaten. Kamervoorzitter Vondeling riep me bij zich: 'Heeft u die amendementen zelf gemaakt?' Ja, zei ik. 'Heeft u mijn klasje voor nieuwe Kamerleden dan niet gevolgd?' Ik zei: ik dacht dat het een PvdA-klasje was. Ik mocht dat dus nooit meer doen van Vondeling. Hij zei: 'Meneer Lansink, wetgeving is de hogeschool van de parlementaire democratie'. Ik ben die woorden nooit vergeten.”

“Ik ben er keihard tegen aan gegaan. Lezen, veel Kamerstukken lezen. Meer dan nu gebeurt, denk ik. Nu kom je 's avonds in het gebouw van de Tweede Kamer bijna niemand meer tegen. Dat geldt ook voor perscentrum Nieuwspoort. Het zal wel te maken hebben met de tijdgeest, met de individualisering en met de OV-jaarkaart waarmee Kamerleden makkelijk naar huis kunnen reizen. Je ziet het ook aan de werkbezoeken aan het land. Ook dat wordt minder. Nu wordt er vaak gevraagd aan mensen: 'Kunnen jullie niet naar Den Haag komen?' En als ze hier dan zijn, worden de Kamerleden voortdurend weggeroepen. Die afstand met de rest van het land heeft het parlement voor een deel zelf gecreëerd.”

“Er is minder saamhorigheid. En daardoor is er ook minder dualisme. Niet alléén daardoor. Het komt ook door de politieke combinatie, die nu regeert. Die heeft een geweldige spanwijdte. Van links tot rechts, en men houdt elkaar angstvallig vast. Er zou meer dualisme kunnen zijn bij een grotere saamhorigheid in het parlement. Die vind je nu eigenlijk alleen nog in parlementaire-onderzoekscommissies, zoals de klimaatcommissie, waarvan ik lid ben geweest. Twee jaar terug ontstond er een geweldig gedoe in die commissie. Ik wilde er uitstappen. Toen hebben ze op me ingepraat, en ben ik toch maar gebleven.”

Spons

“Ik heb altijd een dualistische positie ingenomen tegenover het kabinet. Toen ik nog in Nijmegen in de raad zat, was ik fractievoorzitter. Ik wilde geen wethouder worden. Ik heb altijd kritisch gestaan tegenover gezag. Ik ben een volksvertegenwoordiger pur sang. Een spons, die alles opneemt. Af en toe moet je dan jezelf leegknijpen in de hoop dat er helder water uitkomt.”

“Ik heb er dan ook nooit wakker van gelegen dat ik geen staatssecretaris ben geworden. Ik ben er te direct voor, niet diplomatiek genoeg. Velen die het wel zijn geweest, hadden er nadien vaak de grootste moeite mee om weer volksvertegenwoordiger te worden. Den Uyl (PvdA-premier) en Dees (VVD-staatssecretaris van volksgezondheid onder Lubbers II) waren een lichtend voorbeeld van hoe het wèl kon.”

“De samenleving kijkt meer op tegen een minister of staatssecretaris, en minder tegen een Kamerlid. Zelfs als die bewindslieden het niet al te best hebben gedaan. Ik ben echt beretrots dat ik zo lang met overtuiging mijn werk heb kunnen doen. Daarom had ik er aanvankelijk ook zo de pest in, dat ik moest ophouden. Inmiddels heb ik me er wel mee verzoend. Ik wil niet langzaam afbouwen. Ik heb me voorgenomen tot het laatst toe voluit te gaan.”

“Alleen in de milieusector had ik wel staatssecretaris willen worden. Maar je merkt dat milieu tegenwoordig minder telt. Dat geldt trouwens ook voor solidariteit. Ik merk het ook bij kennissen van me. Ik ben blijven staan, het politieke spectrum is verschoven. Het kan zijn dat ik te behoudend ben. Maar ik hecht aan rentmeesterschap. Neem ook de manier waarop soms al te makkelijk over Schiphol wordt gesproken. Maar ja, de mensen, ook van mijn partij, willen naar Bali. Je kunt ze moeilijk verplichten op de Drentse hei te gaan zitten. Zelf ga ik tijdens mijn vakantie liever naar de vierdaagse van Nijmegen.”

“Dat hebben mijn fractiegenoten en vrienden ook vaak gevraagd: waar komt die gedrevenheid van jou toch vandaan? Tja, ik weet het niet precies. Ik ben van nature iemand die samen met anderen iets wil doen, een sociaal beest. Dat is in de politiek niet anders dan bij het carnaval. Je ondergeschikt maken aan het geheel, dat zit er diep bij me in. De oorlogservaringen hebben daar beslist mee te maken. Ik herinner me nog goed hoe mijn vader zei: dit mag nóóit weer gebeuren. Zijn broer is in de oorlog door de SS doodgeschoten.”

Slag om Arnhem

“Bij de slag om Arnhem, in september '44, zat ik thuis op het dak en zag ik de para's naar beneden komen. Sommigen kwamen pijlsnel omlaag zonder parachute. Die waren al in de lucht doodgeschoten. Van de tienduizend geallieerde militairen zijn er maar tweeduizend levend naar huis teruggekeerd. Dat spookt altijd door m'n hoofd als we Nederlandse militairen uitzenden om ergens in de wereld een handje te helpen. Als je dat als Kamerlid besluit moet je de uiterste consequentie durven dragen. Dat deden de Engelsen destijds ook. Tegen collega's zeg ik altijd: ben je daartoe niet bereid, dan moet je je mond houden.”

“Misschien speelt ook wel mee dat we geen kinderen hebben. Ik weet het niet. Toen mijn moeder dement werd, hebben we haar veel geholpen. Wat gebeurt er straks met ons? Misschien dat ik daarom al sinds mijn schooltijd hang aan dat samen dingen doen. Dat werkt in alles door. In het debat over de orgaandonaties drie jaar geleden raakte ik op gegeven moment geëmotioneerd en riep ik: we zijn niet van onszelf, we zijn van elkaar. Ik wilde daarmee mijn pleidooi onderstrepen voor een systeem, waarbij je na je dood automatisch donor bent, tenzij je daartegen bezwaar aantekent. Bolkestein maakte ervan: het CDA wil na onze dood staatslijken van ons maken. Dat was demagogisch. Mijn collega's zeiden na afloop: je had moeten zeggen 'we zijn er vóór elkaar'. Ze hadden gelijk. Het was weer de emotie, hè...”

Niet beschadigd

“Nee, beschadigd ben ik in de politiek niet geraakt. Maar het is waar, in de politiek lopen nogal wat mensen met butsen en deuken rond. Dat heeft te maken met het verkeerde idee dat het in dit bedrijf alleen gaat om winnen en veel minder om de argumenten. Als je dan een keer iets niet haalt, wordt dat als een geweldige nederlaag ervaren. Voor mij heeft steeds vooropgestaan dat een debat dient om anderen op argumenten te overtuigen. Helaas, die opvatting is zeldzaam aan het worden. Je moet in de politiek je verlies kunnen nemen, zonder jezelf dat zwaar aan te rekenen. Je moet in staat zijn het ambt van je persoon te scheiden. Dat lukt nog maar weinigen. Een minister of staatssecretaris die moet aftreden, ervaart dat als een enorm debâcle.”

“Nee, ik heb de macht die het CDA had nooit als vanzelfsprekend ervaren. We waren er altijd bij en konden dus vanuit die positie dingen doen, maar voor mij was die positie niet onaantastbaar. Dat heeft te maken met de opvoeding die Willem Aantjes mij heeft gegeven tot een dualistische houding. Ik heb Aantjes maar een jaar meegemaakt als fractievoorzitter. Hij was een echte dualist, net als Jan Nico Scholten, Maarten Schakel en Willem de Kwaadsteniet. Bij de KVP was het veel meer blijmoedig achter de schermen zaken doen, de sfeer van we regelen het wel even onder elkaar. Ik ben niet in het zuiden, in een beschermd katholiek milieu, opgevoed. In Arnhem was het als katholiek jongetje altijd knokken tegen de protestanten en de lui die niks waren.”

“De directe protestantse stijl heeft mij altijd sterk aangesproken: flink bonje maken onder mekaar, maar als er eenmaal een besluit is genomen geen gedonder meer. Bij de KVP in Nijmegen had je altijd dat geklets achteraf aan de bar. Daar heb ik altijd een hekel aan gehad. Komt door m'n karakter. Ik ben recht voor z'n raap, niet diplomatiek genoeg. Ik maakte een collega-Kamerlid ooit uit voor 'laf' en kreeg meteen de wind van voren. Ik heb niet de neiging op zulke momenten te denken: je moet een beetje voorzichtig zijn. Ik ben met de inhoud bezig. Als ik een fout maak, dan erken ik dat ook.”

“Vandaag gaat het vooral om de uitstraling, hoe komt 't over. Politiek-inhoudelijk ben ik achter Ennëus Heerma blijven staan. Hij is afgerekend op zijn uitstraling. Wat de koers betreft heeft Enneüs goed zijn best gedaan. Kijk naar het programma. Dat is sociaal en uitdagend. Dat blijkt wel uit het feit, dat de ondernemers ons bekritiseren op het ontbreken van lastenverlichting. Ik denk de laatste maanden dat we op een breekpunt zitten, van een neo-liberaal klimaat naar meer sociale cohesie. Ik merk dat uit opmerkingen van mensen, zondagochtend op de hockeyclub, tijdens het carnaval.”

Coalitie

“De breuk tussen paars en een coalitie met het CDA erin, zit niet zozeer in het beleid. Alleen in de zorg hebben ze het behoorlijk laten zitten. Het verschil zit vooral in de wijze van werken, de conflicten, de zetelvastheid. Ik zie wel wat in een sociale coalitie van PvdA, GroenLinks en CDA. Maar ik denk dat dan wel een deel van onze achterban uitwijkt naar de VVD. Als je naar thema's als milieu en sociaal beleid kijkt, is die coalitie zelfs het meest voor de hand liggend, maar electoraal is het voor ons riskant.”

“Mijn mooiste tijd in de politiek was de periode 1982-86, het eerste kabinet-Lubbers. We kregen geweldig op ons lazer van de bisschoppen en de kerken. We deden te weinig aan het bestrijden van de armoede en we besloten tot het plaatsen van kruisraketten. In de fractie was toen een geweldige eensgezindheid, we hielden elkaar vast. Nu is er sprake van versnippering. In deze tijd is het ieder voor zich en al dan niet God voor ons allen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden