Ik ben blij dat ik zijn kaartje kocht

Je moet er maar opkomen: je visitekaartje verkopen voor geld. Voor vijf Deutsche Mark, om precies te zijn. Martin Zaidenstadt kwam op dit originele businessmodel. Ik ontmoette hem in het voormalige concentratiekamp Dachau, toen ik in de late jaren negentig voor het VPRO-radioprogramma 'Ongehoord' in München was om een documentaire te maken over het Oktoberfest.

Het beeld dat het Oktoberfest voor mij samenvatte, zag ik in de spoelkeukens van de feesttenten. De vloer bestond uit een metalen rooster waaronder zich afvoerputten bevonden. De serveersters in klederdracht die met handenvol afgeruimde bierpullen binnenliepen (de besten konden de oren van vier pullen in één hand houden) hoefden ze alleen maar boven de vloer om te keren om het restant aan bier te lozen. Efficiënt, die Duitsers.

Na een paar dagen Oktoberfest vond ik het tijd voor een bezoek aan het naburige concentratiekamp Dachau. Dat moest ook een plekje in mijn kritische documentaire krijgen.

Het kamp lag er keurig onderhouden bij. Er stonden zelfs parkbankjes tegenover het crematorium waarvan de deuren openstonden. Ik zat op een van die bankjes toen een oude, polyglotte man naast mij kwam zitten. Hij stelde zich voor als een oud-gevangene van Dachau en gaf mij een visitekaartje waarop de naam Martin Zaidenstadt stond, alsmede een adres en telefoonnummer in Dachau-Stad.

Hij was als Jood in het Poolse leger door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt en in Dachau gevangengezet. Na de bevrijding was hij in een jeep naar zijn Poolse geboortedorp gereden. Daar bleek dat alle Joodse inwoners waren vermoord. Hij besloot naar Dachau terug te keren en daar te blijven wonen.

Hij trouwde een Duitse vrouw en had thuis twee pistolen om zich tegen antisemieten te kunnen verdedigen. Vertelde hij. Voor vijf DM mocht ik zijn kaartje houden.

Ik vond dit allemaal zo krankzinnig dat ik graag betaalde. Vervolgens haalde hij een pak kleurenfoto's uit zijn jaszak. Het waren portretfoto's van hemzelf, bijna allemaal identiek, en hij liet ze één voor één zien, steeds dezelfde foto's. Daar wilde ik niet voor betalen.

Dat hij als oud-concentratiekampgevangene in de stad Dachau was blijven wonen vond ik ongelooflijk, de reis naar zijn Poolse geboortedorp ongeloofwaardig. In je eentje door de nog rokende puinhopen van Duitsland rijden en de Sovjet-zone in en weer uit gaan - dat kon niet.

Maar uit een film, 'Martin' van Ra'anan Alexandrowicz, en een boek, 'The Last Survivor' van Timothy W. Ryback, zou blijken dat hij uit het Poolse dorp Jedwabne kwam, waarvan de Joodse inwoners bij een door de nazi's georganiseerde pogrom waren vermoord. Daarentegen was er geen bewijs voor zijn gevangenschap in Dachau.

Ik heb het nummer op Martins kaartje nooit gebeld - tot een paar dagen geleden. Tegen mijn verwachting werd er opgenomen en ik kreeg zijn weduwe aan de lijn, want Martin bleek op 17 juni 2001 overleden. Ze vertelde dat hij wel degelijk in Dachau gevangen had gezeten en dat ze zo'n 30 jaar geleden naar Jedwabne waren geweest, waar ze niet welkom waren. Ook vertelde ze dat hij een vergunning had om een pistool te dragen.

Ik ben blij dat ik zijn kaartje heb gekocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden