Review

'Ik bejubel mijzelf!'

Hij gooide zijn emoties direct op papier, en voelde zich een dichter van het volk, ondanks zijn weidse, kosmische visioenen.

Zo werd de Amerikaan Walt Whitman (1819-1892) een voorbeeld voor 'talloze dichters uit poëtische ontwikkelingslanden', schrijft Rob Schouten. Maar wat heeft deze 19de-eeuwse bard het poëtisch-beschaafde Nederland nog te melden? En wat deed 22 dichters van naam besluiten mee te werken aan een vertaling van zijn fameuze 'Leaves of Grass'?

W erd het weer eens tijd voor de grote slechte Amerikaanse dichter en mensenvriend Walt Whitman (1819-1892)? Volgens schrijver Kees ' t Hart wel. In zijn dichtbundel 'Kinderen die leren lezen' uit 1998 probeerde hij de danig getaande belangstelling voor de megalomane, ronkende, Amerika en zichzelf bezingende Amerikaanse oerdichter uit de 19de eeuw weer aan te wakkeren. En alsof ' t Hart iets voorvoelde haalde Whitman met zijn befaamde bundel 'Leaves of Grass' even later vanzelf het wereldnieuws. Want president Bill Clinton bleek zijn liefje Monica Lewinsky een exemplaar van Whitmans 'Leaves of Grass' te hebben gegeven. De Amerikaanse media lieten niet na opgewonden te vertellen dat Whitman daarin nogal eens de orale seks verheerlijkte. Alsof ze daar zelf net achter waren gekomen.

Kees ' t Hart liet het niet bij zijn eigen Whitman-oprisping. Volgende week woensdag wordt tijdens Poetry International in Rotterdam een uniek, door hem aangesticht Whitman-project gepresenteerd. Een 22-tal Nederlandse en Vlaamse dichters vertaalde allerlei passages uit 'Leaves of Grass', dat in het Nederlands 'Grasbladen' werd. In de vorige Nederlandse vertaling, uit 1917 van Maurits Wagenvoort, heette het overigens nog 'Grashalmen'. Volgens mijn woordenboek bestaan 'Grasbladen' helemaal niet, maar de samenstellers, Kees ' t Hart en Jacob Groot, wilden zo vooral het, ook door Whitman zelf met zijn 'leaves' duidelijk gesuggereerde verband met boekbladen aangeven.

Deelnemers aan dit unieke project zijn onder anderen: Anneke Brassinga, Simon Vinkenoog, Rutger Kopland,

Judith Herzberg, Hans Verhagen, Anne Vegter, Menno Wigman, Hagar Peeters, Huub Beurskens, Geert Buelens, Ilja Pfeijffer, Gerrit Komrij: zeg maar rustig dat alle hoeken en gaten van de Nederlandstalige dichtkunst zijn vertegenwoordigd. Dus hebben we hier behalve een veelkleurige vertaling ook een soort dwarsdoorsnede van onze eigen poëzie in handen.

De vraag of Whitmans gedichten zelf al die moeite nog wel waard zijn, is misschien niet eens zo opportuun. Zijn poëzie heeft immers een heel contingent dichters direct of indirect geïnspireerd die met weidse armgebaren de mens of de aarde bezingen: dichters vol grote en dichterlijke vrijheidsgevoelens als Ezra Pound en Pablo Neruda, maar ook talloze dichters uit poëtische ontwikkelingslanden die in de profetische figuur van Whitman het grote voorbeeld voor democratische dichtkunst zagen.

Whitman schreef geen gedichten voor de preciezen en de intellectuelen onder ons, die moeten hun inspiratie maar halen bij nadenkende en fronsende dichters als T. S. Eliot. In de literatuurgeschiedenis wordt hij dan ook gezien als het grote voorbeeld van 'onzuivere' poëzie, grofgezegd dichtkunst die zich niet alleen met taal en symboliek bezighoudt maar met de hele wereld en de maatschappij.

Walt Whitman, de dichter uit de wereldstad New York, was iemand voor het volk, of hij deed althans zijn uiterste best dat te zijn. Zijn eigen nederige afkomst (zoon van een timmerman) is ongetwijfeld van belang voor de gedichten die hij schreef. Geen klassieke middenklasse-poëzie maar rauwe, ongelikte en in zekere zin primitieve emoties smeet hij op papier.

Uit zijn verzen spreekt niet alleen gevoel voor de gemeenschap van mensen maar ook een haast onbegrensd zelfvertrouwen. Zijn beroemdste

gedicht 'Song of Myself' begint als volgt: 'I celebrate myself, /And what I assume you shall assume, /For every atom belonging to me as good belongs to you.' Anneke Brassinga, die het bal van de Nederlandse vertaling mag openen, vertaalde 'Ik bejubel mijzelf, /En waar ik me mee tooi, wees jij ermee getooid, /Want elk atoom dat mij behoort is evengoed van jou.' Zo vergrootte

Whitman zichzelf tot de hele wereld en betrok hij de hele wereld op zichzelf.

Whitman lijkt met zijn tegelijkertijd egocentrische en kosmische roep om vrijheid en zelfontplooiing de dichter bij uitstek om het Amerikaanse gevoel van vrijheid, dat zeker in de 19de eeuw nog heerste, vorm te geven. Dat hij allicht nog meer dan dat een persoonlijke worsteling met zijn, in het Victoriaanse Amerika van die tijd natuurlijk niet acceptabele homoseksualiteit uitdrukte, doet voor de werking van zijn gedichten niet zo terzake, maar het zegt wel iets over de man achter deze gedichten. In tegenstelling tot wat je zou vermoeden bij de aartsvaderlijke figuur die hij graag speelde, las hij op publieke bijeenkomsten zijn werk met een hoog stemmetje voor, en de kring van bewonderaars en vooral bewonderaarsters die naar de patriarch met de witte baard kwamen luisteren, kwam hij in latere versies van zijn 'Leaves of Grass' tegemoet met allerlei heteroseksuele amendementen. Zo veranderde hij her en der 'Hij' en 'Hem' in 'Zij' en 'Haar' en bakte hij van het kennelijk te dubbelzinnige 'My love'

het seksueel correcter ogende 'My girl'.'Niet zonder reden hebben Kees ' t Hart en de zijnen voor de meest onbesmuikte oerversie van deze gedichten gekozen, toen Whitman nog niet ingekapseld was door die stroopsmerende dameskransjes zeg m a a r.

Het resultaat is met al die verschillende vertalers wel erg heterogeen geworden, maar dat kan juist een rekkelijke dichter als Walt Whitman wel hebben. Anne Vegter bijvoorbeeld vertaalde, na de consciëntieuze Anneke Brassinga, opeens weer heel vrij en losjes en maakte van regels als 'I peeringly view them from the top': 'Ik stalk ze vanaf de top', te weten een vrijend stel. Overigens stemt dat ietwat voyeuristische beeld van de dichter dan weer opmerkelijk overeen met wat Allen Ginsberg, ook zo'n kosmische nazaat van Whitman, ooit over de oude dichter schreef: 'een eenzame ouwe scharrelaar, snuffelend tussen de vleesproducten in de ijskast en loerend naar de kruideniersjongens'. Wie ernaar op zoek gaat ontdekt in de extatische dichter die uitziet over Amerikaanse land- en gemeenschappen en over zijn eigen ziel, ook een soms ietwat treurige man die zijn existentiële eenzaamheid effectief wist te overschreeuwen.

In Hans Verhagens Whitman-versie lijkt 'Leaves of Grass' opeens werk van Verhagen zelf: Heel de nacht dwaal ik door mijn droombeeld, Lichtvoetig stappend, snel en geruisloos stap ik en stop, Met ogen wijdopen buig ik over de gesloten ogen van de slapers; Verdwaald en verward, in mezelf verloren, niet op m'n plaats, ten prooi aan tegenstrijdige gevoelens, Ik houd stil en staar en buig voorover en stop.

Het lijkt me overigens geen toeval dat juist Walt Whitman het voorwerp van al die aandacht is. De afgelopen twintig jaar is de Nederlandstalige poëzie steeds ruimer en vrijer in z'n vel komen te zitten en de poëzie van Whitman past op een bepaalde manier wel bij dat prismatische, wereldomspannende beeld.

ï Whitman raaskalt en zijn held komt daar vervolgens rond voor uit. Als een man uit één stuk verbrokkelt hij, spreekt uit veler naam en is van alle markten thuis. Zijn portret is een subliem model van de poëtische collage of montagé¿ , schrijven de samenstellers. Niet de goede smaak of de verfijnde observatie bepalen het aanzicht van Whitmans gedichten maar de tomeloze inzet, de zelfvergroting, de roes.

De eerste versie van 'Leaves of Grass' verscheen honderdvijftig jaar geleden, op 4 juli 1855, op naam van 'Walt Whitman, een Amerikaan, een van de wilde jongens, een kosmos'. In de tussentijd zijn de biografen er wel achter gekomen dat Whitman niet echt 'one of the rogues' was waar hij zo op viel, maar zijn gedichten ademen wel een grootse en meeslepende vitaliteit. Je proeft er als het ware de oerdrift in van de grootse, profeterende dichter: mij!

Wat de opstandeling zei, terwijl hij de strop om zijn nek opgewekt rechttrok...

Wat de wilde op het schavot riep, zijn oogkassen leeg, vloeken van woede en verachting uitspugend...

Wat de reiziger zijn hoofd doet buigen voor de schrijn op Mount Vernon...

Wat de jongen uit Brooklyn stil maakt als hij kijkt langs de kust van de baai van Wallabout en zich de gevangenisschepen herinnert...

Wat de keel van de Roodjas in Saratoga dichtsnoerde toen hij zijn regimenten overgaf...

Zij worden allemaal mij en van mij, en zij zijn maar klein, Ik word zoveel meer, zoveel als ik maar wil...

Eigenlijk is het hele werk van Whitman een voortdurende revolte tegen het wijze en bedaagde credo van de klassieke Goethe met zijn 'In der Beschrünkung zeigt sich erst der Meister'. Door de geschiedenis en de na hem volgende kosmische zelfvergroters en poëtische wereldverbeteraars is zijn poëzie in een ietwat verdacht daglicht komen te staan. Maar wie hem gewoon durft te zien als een uitzonderlijke dichter die in een preutse en geborneerde tijd met een veelvoud aan stemmen en stemmingen eruitgooide wat hem beroerde, voelt dat hij op een vreemde manier ook nog een dichter van onze tijd kon worden:

Hij vervult de dingen met allure, Hij vervult de dag met zijn persoonlijke buigzaamheid en liefde, Hij definieert zijn eigen stad, periode, herinneringen, ouders, broeders en zusters, verbanden nijverheid en politiek, zodat niets het achteraf zal overschaduwen, noch meent het zijn wil te kunnen opleggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden