Ik barst van de koppijn

Het 'Pim Fortuyn-hondje' heeft door gericht fokken zo'n kleine schedel gekregen, dat zijn hersenen er niet meer in passen. De weg terug naar een gezond ras is lang, maar heeft inmiddels wel een naam: fairfok.

Ach moet je kijken! Het Pim Fortuyn-hondje! Ja, het is een echte Cavalier King Charles-spaniël. En daar: een Engelse bulldog, moet je die platte snuit zien! En welke hond zit er achter deze huidplooien? Als dat de shar-pei niet is. En nu op naar de chihuahua's.

Op de hondenshows die door het jaar heen in het land worden gehouden, zijn ze de grote trekkers. Dieren met extreme uiterlijke kenmerken, zijn bij het publiek het meest geliefd. Door die vraag van kopers, gingen de fokkers tientallen jaren door met het 'pimpen' van hun ras en ze werden daarvoor beloond door de keurmeesters. De honden met de platste neus, de meeste rimpels en het kleinste hoofd vielen in de prijzen, waardoor juist de pups van deze extreme kampioenen op de markt drie keer zoveel waard werden.

Dat deze selectie op uiterlijke kenmerken ten koste is gegaan van gezondheid en welzijn van de honden, daarover zijn dierenbeschermers en fokkers het over het algemeen wel eens. De Cavalier King Charles-spaniël heeft zo'n kleine schedel gekregen, dat zijn hersenen er niet meer in passen. Hij heeft constant koppijn, en om de haverklap uitval die op een epileptische aanval lijkt. De bulldog heeft het voortdurend benauwd en als hij een kilometer loopt, is dat al veel. Door zijn enorme onderbeet kwijlt hij voortdurend.

"Maar er is nog een veel groter probleem dat minder zichtbaar is", zegt Frank Wassenberg, bioloog en werkzaam bij de Koningin Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren. "Om tot die extreme uiterlijkheden te komen, hebben fokkers verwante dieren die al een markant uiterlijk hadden, nog eens met elkaar gekruist, en nog eens, en nog eens." Daardoor is volgens hem de genetische basis van het ras enorm versmald, waardoor veel rashonden allerlei verborgen gebreken hebben. "Het extreme uiterlijk was een bedoeld effect van gericht fokken. Inteelt was de manier om snel naar dat uiterlijk toe te fokken", zegt Wassenberg. "Inteelt is echt de hoeksteen van de rashondenfokkerij. Maar door die werkwijze ontstaan ook erfelijke afwijkingen."

Elk mens of dier heeft kleine foutjes in het DNA, legt hij kort uit. Die vormen geen enkel probleem, zolang zij zich maar vermenigvuldigen met partners die diezelfde foutjes niet hebben. Vindt er een kruising plaats tussen twee mensen of dieren die aan elkaar verwant zijn en dus dezelfde afwijkingen hebben, dan krijgen die foute genen de overhand en ontstaat aanleg voor bijvoorbeeld een stofwisselingsziekte. "Die aanleg zie je niet altijd bij aankoop van de hond, maar na verloop van tijd duikt die ziekte op."

Wassenberg schat dat 40 procent van de rashonden een of meerdere verborgen gebreken heeft. De Cavalier King Charles-spaniël is het ras dat het best op aandoeningen is onderzocht. "Zo'n 95 procent van dit hondenras heeft een afwijking die tot uitval kan leiden, 50 procent wordt daadwerkelijk ziek."

Een triest voorbeeld van een ras dat met een gering aantal verwanten is doorgefokt, is volgens hem het mopshondje waarvan er in Engeland zo'n 20.000 rondlopen. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit ras een smallere genetische basis heeft dan de zwaar beschermde reuzenpanda, waarvan er nog maar 1600 over zijn, zegt hij.

Staatssecretaris Sharon Dijksma van economische zaken komt naar verwachting deze zomer nog met een rapport over het doorfokken van vijf hondenrassen, en één kat: de Perzische. Tot nu heeft haar departement zich op het standpunt gesteld dat de branche zelf dit probleem moet oplossen. Wassenberg vindt juist dat de overheid moet ingrijpen. De fokkers hebben volgens hem de problemen eerst ontkend, toen gebagatelliseerd, en komen nu pas met voornemens ze aan te pakken. Hij heeft er geen enkel vertrouwen in.

Volgens Ingeborg de Wolf is haar benoeming een jaar geleden als directeur van de 'Raad van Beheer op Kynologische Gebied' het bewijs dat de rasverenigingen het roer willen omgooien. Bij deze raad zijn nagenoeg alle rasverenigingen aangesloten. "Ik ben afkomstig uit de Raad voor Dieraangelegenheden en erg gericht op dierenwelzijn. Ik heb de intentie de zaken beter achter te laten dan ik ze een jaar geleden aantrof. Want dat de fokkers, keurmeesters en raad in het verleden steken hebben laten vallen, is duidelijk", zegt ze. "Het mag de tijdgeest zijn geweest of misschien wist men niet beter. Maar we erkennen dat er fouten zijn gemaakt en voelen de verantwoordelijkheid om die te herstellen."

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe kan het doorfokken van een hondenras over tientallen jaren worden hersteld? De Wolf denkt dat dit probleem niet binnen enkele jaren opgelost zal zijn, maar is ervan overtuigd dat met gerichte ingrepen bij specifieke rassen, algemene maatregelen die de hele branche raken en de hulp van het publiek een verandering moet ontstaan.

"Sommige rassen kennen acute problemen, die maatwerk vragen", zegt De Wolf. "De Engelse bulldog bijvoorbeeld heeft een relatief grote kop gekregen en een smal bekken, waardoor pups via een keizersnede ter wereld moeten komen. Daar willen we van af. Met de rasvereniging hebben we afgesproken dat een bulldog die gedekt wordt minstens een kilometer moet kunnen lopen om haar algemene gezondheid aan te tonen. Verder moet deze hond 'natuurlijk' bevallen. Is dat niet mogelijk, dan mag zij in de tijd maximaal twee keizersneden ondergaan. Daarna is het afgelopen met nakomelingen van deze hond."

Sommige rassen kennen een te smalle genetische basis die niet meer via terugfokken is te verbreden. "Daar moet via een 'out-cross' vers bloed bij, van een ander ras dat dezelfde uiterlijke en gedragskenmerken vertoont. Zo hebben we toestemming gegeven om de saarlooswolfhond te kruisen met de Zwitserse witte herder. Voor de wetterhoun bestaan ook plannen."

Zulke maatregelen betekenen een oplossing voor een individueel ras, maar er is meer nodig, vindt De Wolf. Een voorbeeld van een structurele verandering die de hele branche aangaat, is de invoering van een verplichte DNA-afname bij alle pups die na 1 juni zijn gefokt. Die jaarlijks 40.000 dieren krijgen allemaal een wattenstaafje in de bek, en dat monster gaat verzegeld naar het laboratorium.

Langzaam maar zeker moet er zo een databank ontstaan van alle rashonden, waarin niet alleen afkomst en verwantschap vastligt, maar er ontstaat ook een biobank. "Deze database wordt wetenschappelijk gezien een goudmijn, maar ook een zeer waardevol sturingsmiddel. Zien we afwijkingen toenemen of te nauwe verwantschappen ontstaan, dan kunnen we als raad direct actie ondernemen." Uiteindelijk moet deze databank leiden tot een algemene verbetering van de hondenfokkerij.

Die DNA-afstammingscontrole, gekoppeld aan de al bestaande identiteits-chip geven aan het huidige stamboomcertificaat een kwaliteitskeurmerk. "Ik heb laatst op een bijeenkomst met een knipoog het woord 'fairfok' geïntroduceerd, afgeleid van fairtrade, dat voor 'eerlijk' en 'kwaliteit' staat. Dat is de weg die de Raad van Beheer op wil. Het publiek moet straks het verschil zien tussen 'plofhonden' en 'fairfok', en voor de laatste kiezen.

Maar dan is er nog een lange weg te gaan. De Sophia-Vereeniging zijn vooral de hondenshows een doorn in het oog, waar juist de extreme rassen de prijzen in de wacht slepen. De winnaar wordt weer ingezet als fokdier, die voor honderden nakomelingen zorgt. Verbieden die shows, vindt Frank Wassenberg. Nee, juist niet, vindt De Wolf. Ze vormen de etalage waarbij fokker en klant elkaar ontmoeten. Juist daar moet de nieuwe omgang met honden worden tentoongesteld.

"Onze keurmeesters worden geïnstrueerd niet langer de extreme uiterlijke kenmerken van honden met punten te waarderen, maar de gezondheid en het welzijn van het dier als uitgangspunt te nemen. En daar wordt ook op toegezien." Een bulldog die amper kan lopen, mag nooit meer kampioen worden. "Op zo'n show is dat een heel duidelijk statement. Wint een minder extreem exemplaar de show, dan worden de andere fokkers gestimuleerd ook op welzijn te letten. Anders vallen ze een volgende keer weer buiten te prijzen." De shows kunnen ook worden aangekleed met tips over verzorging en gedragscursussen waardoor ze niet langer het podium zijn van extremiteiten, maar van gezonde en blije honden.

Zulke maatregelen kunnen een 'kwaliteitsimpuls' geven aan de wereld van de rashonden, denkt De Wolf, maar de meeste honden in Nederland zijn look-alikes van populaire rassen of zo breed gekruist dat er een vuilnisbakkenras is ontstaan. "We moeten ontzettend oppassen dat we niet zoveel eisen aan de fokker stellen, dat hij vervolgens voor het circuit buiten de rasverenigingen kiest, waar geen enkele wet nog geldt", zegt ze. "Je hebt dan ook niets meer aan een overheid. De echte oplossing ligt in de markt, bij de klant. Die moet weten dat een kwaliteitshond geld kost, en dat een goedkope versie problemen kan opleveren. Die scheiding moet veel duidelijker zichtbaar worden. En dan weten de rashondenverenigingen én hun klanten waarvoor ze het doen."

Hond blijft populair

Na de kat is de hond het populairste huisdier, blijkt uit het Trouw-publieksonderzoek 'De staat van het dier' dat vorige week verscheen. In Nederland lopen zo'n 1,5 miljoen honden rond, waaronder een half miljoen rashonden voortkomend uit 300 rassen. Volgens de Sophia-Vereeniging kent 40 procent van de rashonden door inteelt verborgen gebreken. Het fokken van honden op extreem uiterlijke kenmerken moet verboden worden, vindt 65 procent van de Nederlanders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden