IJzeren Okke leefde voor zijn werf

Okke Visser 1930-2016

Hij maakte zijn kinderen al jong duidelijk dat ze bij hun moeder moesten zijn als er iets was. Het gezinsleven liet hij helemaal aan haar over. "Je moeder regelt de Javastraat", waar ze woonden, "en ik het Ankerpark", waar het familiebedrijf stond. Toch greep hij thuis soms in, als een van de kinderen geen zin in school had. "Je moet leren. Je moet mijn fout niet overdoen."

Okke Visser was in de derde klas van de mulo van school gegaan en gaan werken in het bedrijf van zijn vader. Dat hij daar terecht zou komen, was voor hem vanzelfsprekend.

'De Hoop' was een kleine werf voor vissersboten, omringd door het marineterrein in Den Helder. Zijn vader Willem en diens broer Klaas hadden het bedrijf in 1923 gekocht en later namen ze in de buurt nog het bankroete werfje 'De Lastdrager' over. Zij waren de eerste generatie Vissers die niet in de visserij zelf zaten. De familie stamde van Urk, waar ze vissende voorouders tot 1600 kon traceren. Toen Willems vader verdronk, zochten zijn kinderen hun heil op de wal, in de bouw van vissersschepen. Dat deden ze in Den Helder, waar een grote gemeenschap Urkers woonde. Okke's moeder liep er tot zijn geboorte in Urker klederdracht en ze sprak met haar oudste kinderen in Urks dialect.

Willem en Klaas gingen ieder hun eigen weg na een verschil van inzicht. Klaas bleef bij de traditie van houten schepen wat hem de bijnaam Houten Klaas opleverde. Okke's vader Willem geloofde in een toekomst met staal en werd IJzeren Willem genoemd. Okke zou die naam erven om hem te onderscheiden van zijn neef Houten Okke.

Op de werf leerde de jonge Okke het vak van onderaf aan. Ook zijn twee jaar oudere broer Henk werkte er, maar hij had de lagere technische school gedaan. Okke deed alleen losse cursussen om gaten in zijn technische en administratieve kennis te vullen.

Voor zijn militaire dienstplicht moest Okke Den Helder verlaten. Zijn diensttijd bij de Pontonniers in Gorinchem zou gedenkwaardig blijven, want hij ontmoette toen de liefde van zijn leven, Gerrie de Moor, met wie hij trouwde in 1955. Ze kregen drie kinderen: Pim, Henk Jan en Aline.

Okke was altijd op de werf te vinden. Het bedrijf groeide voorspoedig met de bouw van kotters die ze in onderhoud hielden. Toen vader Willem in 1959 onverwacht stierf, stonden Okke en Henk er alleen voor. Al waren ze nog maar eind twintig en begin dertig, toch besloten ze het samen te wagen. Ze staken zich in de schuld om hun vier jongere zusters uit te kopen. Het pakte goed uit, want de jaren 60 waren gouden jaren. Er waren in Nederland wel twintig werven waar vissers terechtkonden, maar hun werf was de enige in Den Helder.

Bacon en kippers

Zolang het bedrijf goede schepen leverde en snel voor reparaties zorgde, bleven de vissers de werf trouw. Er kwamen goede vriendschappen uit voort. Okke begon ook een handelsmaatschappij om de oude schepen van zijn klanten te verkopen in Ierland en Engeland. Daarvoor leerde hij zichzelf Engels dat hij sprak met een Iers accent. Hij kocht in het Ierse Donegal een kleine werf en sindsdien ontbeet hij geregeld met gebakken bacon en lauwwarme kippers.

De twee directeuren hadden als kind samen in een tweepersoonsbed geslapen en ze vertrouwden elkaar. Aanvankelijk zat Henk op kantoor en Okke op de werf, maar na een rugblessure ruilden ze hun taken. Ze hadden hun meningsverschillen, die soms hoog opliepen, maar dat hielden ze binnenskamers. Uiteindelijk gaven ze elkaar de ruimte: "Doe het maar zoals jij denkt dat het moet".

De broers hadden alles samen, zelfs hun twee Mercedessen: één voor in Nederland en een grotere voor de vakanties.

Als Okke's gezin met vakantie zou gaan (nooit langer dan twee weken), werd soms vlak voor vertrek op zaterdag de auto weer uitgepakt omdat hij naar een klant moest. Alleen op zaterdag kon hij de vissers spreken aan hun keukentafel, want door de week waren ze op zee en op zondag zaten ze in de kerk.

Ook Okke zat op zondag met zijn gezin steevast in de gereformeerde kerk. Hij werd lid van het kerkbestuur en droeg als diaken een zwart jasje met een gestreepte broek. Ook toen dat allang niet meer gebruikelijk was, bleef hij zo in de kerk verschijnen want dat pak moest worden afgedragen.

In het nog verzuilde Nederland zocht hij samenwerking. Hij zat in het schoolbestuur van het oecumenische Johannes College en politiek volgde hij zijn protestantse ARP naar het CDA. Hij ging vaak naar partijvergaderingen, maar had geen ambitie om de politiek in te gaan. Zijn werf was hem te dierbaar.

Okke spande zich ook in voor de landelijke scheepsbouworganisatie. Daarvoor ging hij eind jaren zeventig naar India met een collega. Hij kwam terug met 35 contracten, waarvan er uiteindelijk 33 niet doorgingen. Maar hij had vooral een bredere blik op de wereld gekregen. Beelden van armoede en lijden waren in zijn geheugen geëtst. Sindsdien luisterde hij kritischer naar het zondagse radiopraatje van de liberale Mr. G.B.J. Hiltermann.

Als Okke ziek was, ging het werk door. Toen hij eens in het ziekenhuis belandde met een chronische ontsteking, zat hij op de rand van zijn bed de nieuwe lonen van het personeel uit te rekenen.

Toen de kinderen op de middelbare school zaten, voelde hij zich soms wat oud. Met Gerrie zou hij met sneeuwvakantie gaan, maar alleen om te wandelen, want skiën zou op hun leeftijd van begin veertig niet meer gaan, dachten ze. Tot hij een Duitser met één been op één ski de helling af zag komen. "Wat die kerel op één poot kan, moet ik op twee benen ook kunnen leren", zei Okke. En hij deed het.

Op de werf zocht hij naar nieuwe wegen, zoals zijn vader had gedaan toen die in de jaren 30 de klinknagels had verruild voor elektrisch lassen. In de jaren 80 liet de werf als eerste stalen platen computergestuurd snijden in Groningen. Ook werkte hij, met steun van de EU, aan innovatie van de Ierse en Engelse vissersvloot om krabben levend te houden aan boord.

Merknaam Visser

Toch concludeerde Okke begin jaren 90 dat zijn Scheepswerf Visser de concurrentie met de casco's uit Polen niet meer aankon. De schepen werden ook steeds duurder, zodat hun financiële risico tijdens de bouw gevaarlijk groot werd. Henk zag nog wel mogelijkheden en de broers discussieerden lang. In 1993 verkochten ze het bedrijf aan Damen Shipyards. Maar de merknaam Visser was zo sterk dat die nog achttien jaar op de werf bleef staan.

Op zijn 63ste was Okke gepensioneerd. Hij hield alleen een loodsje aan op zijn vroegere werf om eigenhandig zeilboten te renoveren. Okke kreeg wat problemen met zijn gezondheid en hij moest vetarm gaan eten. Radicaal als hij kon zijn, at hij voortaan alleen nog witte vis. Maar wel lekker gebakken. De kleinkinderen noemden hem 'opa van de bruine visjes'.

Met Gerrie ging hij veel op reis: Sri Lanka, Zuid-Afrika, Indonesië, Frankrijk, fietsen langs de Donau. Of ze gingen in hun eigen, gerenoveerde boot zeilen op de Waddenzee of Oostzee.

In 2007 moest hij na twee herseninfarcten weer leren lopen. Zijn fiets werd vervangen door een scootmobiel. Hij klaagde nooit. Op de vraag 'Hoe gaat het?', zei hij altijd: "Tel uw zegeningen".

Infarcten bleven hem teisteren, tot hij eraan bezweek. Op zijn graf werd een hortensia geplant. Geen roze, want dat paste niet bij hem. Met ijzer in de grond kleurt de bloem blauw. Dat kwam mooi uit voor IJzeren Okke.

Okke Visser werd geboren op 30 december 1930 in Den Helder. Daar stierf hij op 29 juni 2016.

Hij was nog maar 29 jaar toen hij plotseling het familiebedrijf moest gaan leiden. Zonder opleiding van betekenis.

naschrift

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Okke Visser

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden