IJsberen moeten ijsberen

Zijn vechtende wilde katten ongelukkiger dan een huiskat? Vindt een varken het vervelend om te wroeten? Totaal niet, zegt etholoog Berry Spruijt. Het humeur van een dier vaart er wel bij als het een beetje moeite moet doen.

Wat zielig, die wilde katten tussen de rotsblokken op de pier van het Spaanse havendorp San José. Alle dagen vechten de arme drommels er om een graatje van de vissers. Nooit Whiskas!

„Uw medelijden is misplaatst”, zeggen ze zelf. „Rennen om een vissenkop en een medepoes ermee heen zien gaan: ’t is jammer, maar het was toch heerlijk. De volgende ronde win jij, en dan heb je je visje ook verdiend. Da’s nu al genieten. De beloning gaat voor de buit uit, net zoals jullie je pilsje na het werk al in het vooruit proeven.”

Nee, op de pier van San José aanschouw je de gelukkigste katten. Intussen ligt onze kat uit te buiken in het raamkozijn, na het stillen van dat beetje honger? Ze moest die pier maar op; heeft ze ook eens wat voorgenot.

Misschien zou dat verstandig zijn, beaamt prof. Berry Spruijt, hoogleraar ethologie en welzijn van dieren in Utrecht. „Je moet duidelijk onderscheid maken tussen de voorbereiding en het uiteindelijk voorzien in een behoefte: eerst jagen en daarna vreten. Beide moeten belonend zijn voor het dier. Wolven zouden er anders na negen missers niet een tiende keer voor gaan. En dan eten ze niet. Dus is het zaak dat ze ook aan sluipen en rennen genoegen beleven.”

„Nuttig is leuk”, vat Spruijt samen, en dat geldt ook voor de voorbereidende handelingen. Aan welke voorpret kunnen we denken: „IJsberen ijsberen, zelfs in de dierentuin. Ze moeten aardigheid hebben in veel lopen, willen ze af en toe bijtijds een wak passeren waar net een zeehond opduikt. Als het dier niet sterk gemotiveerd zou zijn om te blijven rondlopen, zou hij de moed opgeven en verhongeren.”

Dat steeds maar willen lopen is in een dierentuin nu net zijn probleem. Dat geldt voor meer voorbereidend gedrag: „Varkens wroeten. Vinden ze lekker, en ze komen nog eens een wortel tegen, al hebben ze dat vooraf niet bedacht. Daarom gaan ze toch wroeten, ook al is de trog gevuld. En als een varken dat per se in een weitje verderop wil doen en een hek door moet dat slecht scharniert, gooit hij zijn gewicht ertegenaan. Het kunnen wroeten daar moet erg leuk zijn.”

Met de mensenbril op concluderen we zo dat kippen gek zijn op stofbaden, paarden graag bijpraten met het paard van de buren, honden de poten willen strekken, ratten wroeten, en zelfs zwemmen leuk gaan vinden, en apen uren in conclaaf kunnen zijn, liefst vlooiend. En kraaien blijven maar blaadjes omdraaien, 99 van de 100 keer voor niks.

Blijkbaar is het prettig om te doen, en ook ergens goed voor. Hier wordt gewikt en gewogen, dus dalen we met Spruijt af in de besliscentra van het brein. Wat als het te veel moeite kost, of als honger en dorst met elkaar wedijveren? Eerst een hap, of een slok, of toch een hap Zie de hond dralen tussen voer- en drinkbak, want hoe vergelijk je appels met peren?

Moeder natuur bedacht iets: „Een boterham of een glas water, wat is meer? De hersenen komen eruit door de belonende waarde van die twee te vergelijken, oftewel het genoegen dat ze geven. Plezier is het centrale betaalmiddel. Hoe hongeriger het lijf, of hoe dorstiger, des te groter het effect als je je honger stilt of je dorst lest.”

Vandaar dat een wirwar van neuronale registratiesystemen ’s honds wensen turft. En uiteindelijk hakt de boekhouder in het brein de knoop door. Hij plust en mint, en dan beslist de ’cerebrale plezierteller’: „Drinken!”

Het klinkt naar een bewust piekerende boekhouder, en zoveel ratio schrijven we de hond niet toe. Dat rekenen is een kwestie van hersenchemie, van stoffen als dopamine en zelfgemaakte opiaten die het dier een prettig gevoel geven.

Spruijt: „Het brein signaleert welke behoeften er zijn en wat het ervoor over heeft. Dopamine is de motor van dit systeem. Heb je honger, of dringt de behoefte aan voortplanting zich op? Je hersenen geven je daarvoor dan zoveel brandstof als diezelfde hersenen denken dat het vervullen van die wensen waard is.”

Daarbij moet het varken natuurlijk niet meer calorieën aan het roestige hek spenderen dan het aan eten oplevert. Als het met honderden kilo’s tegen dat hek aan moet, houdt het een keer op. Dan gaat de dopaminekraan dicht en verdwijnt het uitzicht op beloning. Maar vóór die tijd wakkert de hersenchemie het verlangen aan. „Veel gedrag is heel efficiënt, maar sommige bijzondere, natuurlijke gedragingen, die op zichzelf al belonend zijn voor het dier, zijn dat juist niet. Een ijsbeer wil koste wat het kost lopen. Het zijn essentiële behoeften waar geen alternatief voor is. Zulk gedrag is slecht te verenigen met gevangenschap.”

Het dier wordt gedreven door vooruitzicht op genoegen. Dat vooruitzicht op zich kan heilzaam werken. Spruijt: „Je kunt hongerige ratten direct iets geven, een snoepje zo in hun kooi gooien. Maar je kunt het ook minuten van tevoren aankondigen, met een belletje. Eenzame dieren, met depressieachtige symptomen, blijken van dat laatste meer op te knappen.”

Zo worden muis en mens door een aangenaam vooruitzicht gedreven. Het verlangen naar plezier kan lang duren, maar het hebben ervan is als zand in je handen, weet Spruijt: „Maanden put je genoegen uit de komende vakantie, tot het zover is: dan sta je op Schiphol te chagrijnen omdat de rij erg lang is.”

Zo zijn mens én dier. „De rat verheugt zich op een nieuw nest met allerlei frutsels, en drentelt heen en weer. Wij verheugen ons maanden, hij minuten. En hij geniet er ook van, maar slechts een tijdje: net als uitgelaten kinderen in het speelkwartier, die even later rustig in groepjes staan te kletsen.”

Het grootste genoegen zit toch in het moment dat het taartje je nog aan zit te kijken, vóór de grote hap. Spruijt bestudeert het anticipatiegedrag van dieren in die fase, de drukte van de rat en de nervositeit van de hond als de baas alleen al naar zijn jas kijkt. „Of het zenuwachtige gedrag van het paard dat een soortgenoot van een halve kilometer hoort aankomen. Een leek denkt ’Wat een neuroot’, maar de behoefte aan sociaal contact zit diep.”

Geen wonder dat de evolutie ook het voorbereidende gedrag een positieve waarde meegaf. Maar daar kom je als dier alleen aan toe als je ook wat te wensen hebt. „Tja, als alles je al aangedragen wordt In de natuur is het schrapen: roofdieren zijn geëvolueerd om met tekorten om te gaan. Dus schrokt de wolf als ie wat vindt, want wat zal morgen bieden? Maar wij gooien de voerbak nog eens vol. Het zou verstandiger zijn ze een beetje te laten scharrelen. Zorg voor uitdaging, voor een gezonde trek. Dan kijk je als dier tenminste ergens naar uit.”

Dat zeiden die katten op de pier in San José ook. Spruijt wil niet beweren dat onze hond en kat ongelukkig zijn, maar: „In een stedelijke omgeving hebben ze weinig gelegenheid om plezier te beleven aan natuurlijk gedrag.” Spruijt beveelt daar de rat aan, een beter huisdier kun je je niet wensen. Sociaal, actief, eet alles wat je haar voorzet, hygiënisch, maakt haar eigen toiletje. Een huisrat ’blijft dicht bij zichzelf’, kun je zeggen.

„Vroeger dachten we: als dieren groeien en glanzen, en ze planten zich voort, dan is het goed. Lopen ze de hele dag rondjes of kwijlen ze voortdurend, dan is er iets mis. Maar wanneer voelen dieren zich echt plezierig? En hoeveel plezier hebben ze nodig? Ik weet niet hoeveel stofbaden een kip behoeft om goed in zijn veren te zitten.”

Eén ding is zeker: je moet niet te lang op het genoegen hoeven wachten. De rat knikt, ook bij hem gaat plezier dan over in frustratie. Spruijt: „Hij wil best voor iets lekkers een knop indrukken. Maar duurt het te lang, dan is het knauuww in dat ding. De boekhouder in zijn brein roept razend ’We worden getild’. Zo is het met ons ook: een half uur wachten in een restaurant, met een borrel, is genieten; na een uur slaat het om in ergernis.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden