'IJs is een deel van wat we zijn'

Een vrouw loopt door Toronto tijdens een sneeuwstorm in 2013. Beeld REUTERS
Een vrouw loopt door Toronto tijdens een sneeuwstorm in 2013.Beeld REUTERS

In Nederland is het voorjaar begonnen, in Canada nog lang niet. In dit noordelijke land duurt de winter wel een half jaar, intens en onvermijdelijk. Hoe beïnvloeden ijs en sneeuw de Canadese cultuur?

Als winterliefhebber volg ik wekenlang temperaturen in steden als Montreal en Calgary. Als het cijfer tot nul of hoger stijgt, teleurgesteld. Hoe dieper de naald zakt, hoe groter de glimlach. Het middenin Canada in de prairie gelegen Winnipeg is steevast het koudst met temperaturen rond de -20 of minder. Zo'n temperatuur wil ik meemaken, het kan me niet bar genoeg zijn. Van winter in Nederland is geen sprake meer. Zelfs Scandinavische steden en de Alpen zijn onvergelijkbaar met Canada omdat de winter daar aanzienlijk langer en veel kouder is. 'Bundle up!' (Pak je goed in), waarschuwt een politicoloog uit Ottawa die ik ga interviewen per e-mail.

Een ijsbeer siert de twee-dollarmunt, een benzinemerk heet Husky. Dat doet vrolijk aan maar de eerste indruk van Canadese wintersteden is dat er een grauwsluier overheen ligt. Asfalt is door zout en vorst bleek uitgeslagen, gebouwen, gras en bomen zijn bruinig. Sinds een jaar of tien zetten Canadese steden erop in om dat grauwe eraf te halen, mensen uit hun huizen te krijgen en toeristen te trekken. Kortom, een wintereconomie en winterleefbaarheid op gang te krijgen. Op het Rideaukanaal in Canada's tweetalige hoofdstad Ottawa speelt zich wekenlang 's lands grootste winterfestival af: Winterlude. Het kanaal is door Unesco als werelderfgoed erkend en vormt met zo'n 8 km 's werelds langste ijsbaan. Het festival trekt honderdduizenden met een ijssculpturencompetitie, een sneeuwpark voor kinderen en optredens.

Als ik in Ottawa aankom is er net een halve meter sneeuw gevallen. In winkelstraten waarschuwen borden voor afbrekende ijspegels. Voetgangers lopen tussen sneeuwheuvels en over ijsresten. 's Nachts ruimen vrachtwagens de bergen op die naar de zijkant zijn geschoven. Tractors graaien sneeuw bijeen en spuiten die met een slurf in de laadbak. Overdag en 's avonds glijden de Ottawanen met hun onafscheidelijke tuque op (muts, spreek uit: toek) over het Rideaukanaal.

Het nabijgelegen Montreal heeft een lichtfestival, als variant op de eeuwenoude viering van de kortste dag. In het donker lopen ouders met baby's en kinderwagens rond. Jongeren staan ondanks een sneeuwbui in de rij voor 'Tire sur Neige', een inheemse lekkernij uit Québec van hete ahoornsiroop die op een bak ijs wordt gegoten en een lolly van koud en warm oplevert. En natuurlijk kun je in de luge: een lange glijbaan afdalen in een rodelbakje. Voeten vooruit en gillen maar.

Het wemelt inmiddels ook van kleinere winterfestivals: het Crashed Ice toernooi (shorttrackers op een ski-achtig parcours), Igloofest Rave, cirkelzaag-gooien aan de Yukon. Vijf uur vliegen naar het westen ontmoet ik stedenbouwkundige Beth Sanders in Edmonton, de hoofdstad van olieprovincie Alberta. Sanders bevestigt dat er de afgelopen vijf jaar een omslag in denken heeft plaatsgevonden. "Klagen over de lange winter is passé. Dit is onze realiteit. Men focust meer op goede dingen, er komen allerlei grappige initiatieven die oproepen tot buiten spelen." En ertoe aanzetten elkaar in creativiteit te overtreffen. Neem de iglobioscoop in iemands tuin, 'Hypothermische' halve marathons, of het pop-up restaurant waar je door een transparant dak het Poollicht kunt zien. Ook in Edmonton borrelt het: "Ik zit in de jury van 'Make Something Edmonton', die subsidieert de mooiste vondsten zoals de Fat Bike Chariot, een race van fietsen met dikke winterbanden die een strijdwagen voorttrekken."

Sanders rijdt mij in haar oude Honda langs mooie winterplekken in Edmonton. In een ravijn ligt Victoria Park aan de Noord-Saskatchewan rivier. Bij de ijsbaan van 400 m vieren basisschoolvriendinnetjes een verjaardag. Ze spelen een wedstrijd met een ei op een lepel. Het is -6 met een snijdende wind. "Hiernaast is een weg opgespoten met ijs, de Freezeway", wijst Sanders. Het rondje gaat tussen de bomen door. Terug in de stad stopt de stedenbouwkundige bij een opvallend kunstwerk.

Terug in de stad stopt de stedenbouwkundige bij een opvallend kunstwerk. In de sneeuw waaien tientallen rode jurken op houten kruizen rond het skelet van een tipi. In de vuurplaats ligt ijs. "Dit staat symbool voor de 1200 spoorloos verdwenen inheemse vrouwen. De politie heeft al deze moorden nauwelijks onderzocht." Dat is ook winter, ontheemde inheemsen. Een jonge First Nation- of Inuitvrouw die uit armoede gaat liften of geld verdient als prostituee en langs de snelweg uit de auto wordt gegooid om daar dood te vriezen.

Ook in galeries blijkt de Canadese kunst doordesemd van sneeuw en ijs. In Edmonton bezoek ik twee exposities van de 'Group of Seven'. Kunstenaars die er 100 jaar geleden in de provincies Ontario en Québec op uit trokken om het landschap met olieverf vast te leggen en een eigen Canadese stijl neer te zetten. Onze historische wintertaferelen staan vol schaatsers, molens en dorpen. De Groep van Zeven betovert met de barre natuur. Vaak gestileerd, met amper een figurant en boerderijen die eenzaam in de besneeuwde heuvels staan. Ze vermijden de opkomende industrieën en immigranten en creëren zo een imago van nu nog bestaande noordelijke wildernis.

Noorderlicht
Canada's invloedrijkste componist Harry Somers was ook zo'n kunstenaar die aan een nationaal bewustzijn werkte. Eén van zijn liederen gaat over het 'Noorderlicht' (1988). Luister naar het woordloze koorgezang en je ziet de aurora verschijnen. Vertolking van heimwee heeft in elke natie een eigen gezicht. In Canada staat de eenzaamheid van de mens in de wildernis centraal en het onvermijdelijke ijs.

Singer-songwriter Joni Mitchell uit Ontario verhuisde voor haar carrière naar het groene Los Angeles. Daar componeerde zij verlangend: 'I wish I had a river to skate away on' (1971). Alsof zij haar antwoord geven plaatsen Canadezen filmpjes op YouTube waarop zij tussen bergen schaatsen op rivieren en meren. De combinatie van al dat ijs en de stilte is jaloersmakend.

"Het ijs is een deel van wat we zijn", verklaart een Canadees-Chinese onderwijzeres. Dat cultuurverschil had mij thuis achter de computer al overrompeld. Op zoek naar de 400 m ijsbaan van Toronto vond ik de website cityrinks.ca die de 51 kunstijsbanen van de stad bijhoudt. 51? Ottawa heeft er volgens Google Maps een verbijsterende 250.

Ter plekke begrijp ik de impact. Het blijken kleine baantjes in woonwijken, zoals wij basketbalveldjes of voetbalkooien hebben. De Canadezen hebben het witte seizoen zo naar hun hand gezet dat ijs om op te bewegen alomtegenwoordig is. Elk kind of volwassene kan vlakbij huis of school de schaatsen onderbinden. Desnoods laat je je tuin onder water lopen. Door de overdaad aan ijs is een wintersport in Canada uitgegroeid tot dé volkssport: media tonen een overvloed hockeynieuws, de beste ijshockeyers krijgen hun eigen postzegel.

Als ik land in het oostelijke Toronto, met 2,6 miljoen inwoners de grootste stad, is het een gierende -22. Ik loop naar de dichtstbijzijnde baan, Natrel Rink, in de haven aan het Ontariomeer, waar op deze zaterdagavond ijsdisco is. Bij elke ademteug verspreidt een onbekende pijn zich in mijn longen.

Omdat het ook waait hebben de meeste inwoners van multicultureel Toronto zich thuis ingegraven. Een Aziatisch stel verlaat snel de ijsbaan. Er is een ijsveegmachine en een toezichthouder, de toegang is gratis. Een Thais restaurant bij de haven is zo koud dat ik mijn jas en muts aanhoud, net als andere gasten.

De volgende dag bezoek ik de vrouw achter website Cityrinks op haar thuisfront in Dufferin Rink. Jutta Mason migreerde in 1955 op haar negende vanuit Duitsland. Zij is hier al 22 jaar de drijvende kracht. Mason heeft deze twee ijsbanen omgetoverd tot een buurtcentrum dat bewoners uit de hele stad trekt. Het clubhuis is goed verlicht, de houtkachel knettert. Voor twee dollar kun je schaatsen huren en een hockeystick lenen. De toegang is gratis, er zijn jonge toezichthoudsters van Pakistaanse komaf. Buiten vieren kinderen en volwassenen rond een kampvuur een verjaardag. Het ijs is hier tot hart van de gemeenschap gemaakt.

Al die winterse buitenactiviteiten hebben een keerzijde. "Na elke sneeuwstorm zien wij een toename van breuken", zegt EHBO-arts Jennifer Leppard van het General Hospital in Ottawa. "Niet verder vertellen: wij noemen festival Winterlude rond het Rideaukanaal liever 'Fracturelude' vanwege de stroom dagjesmensen en schaatsers die dan ons ziekenhuis bezoekt", lacht zij. Daarover kan ik meepraten, want na een videointerview ben ook ik schaatsend op dat werelderfgoed-kanaal onderuit gegaan. Dat het EHBO-team van Rideaukanaal zo snel ter plekke is, spreekt boekdelen over de breukfrequentie. Twee vrijwilligsters maken van karton een spalk voor mijn onderarm, improviseren een mitella en rapen sneeuw voor mijn opzwellende pols.

null Beeld Sybilla Claus
Beeld Sybilla Claus

Hard gevallen
Mijn gips blijkt aanknopingspunt voor een praatje. Elke Canadees lijkt wel eens te hard gevallen: bij skiën, schaatsen, op straat. De stoepen worden slecht schoongemaakt en soms is er verraderlijk black ice, zoals Canadezen ijzel noemen. Het Canadese statistische bureau en een Nederlandse hoogleraar geven cijfers over botbreuken in 2010. Wat blijkt: in Canada loop je daarop vijf keer meer kans. Dat de Canadese groep Love Inc. in 1997 een liedje maakte dat 'Broken Bones' heet, kan geen toeval zijn. Als één op de 40 Canadezen jaarlijks een bot breekt, kruipt dat in je onderbewustzijn.

Nog een winterprobleem: het blijkt onmogelijk om er bij -20 een beetje sexy bij te lopen. Dikke parka's en een panorama aan waterdichte laarzen domineren het straatbeeld. Met permanent een muts op kun je je kapsel wel vergeten. Wellicht is dat de reden, naast de kou, dat zoveel mensen binnen hun tuque ophouden. In Toronto geven winkeldames eerlijk toe: "Zij heeft vet haar en ik moet naar de kapper. Uit luiheid houden we onze muts op."

Omdat je niet een halfjaar in verstandige dikke kleren wilt lopen, begrijp ik de dames die blootsvoets in hooggehakte sandalen in de metro zitten terwijl buiten het nulpunt nadert. Op een zaterdagavond zie ik zelfs iemand in korte rok met blote benen. Twee mannen die in Calgary op straat lopen in korte broeken zeggen: "Wij werken in een gym dus dit is handig." Toch blijft het verwarrend: mutsen binnen, ook als het daar warm is, en bloot buiten, ook als het daar koud is.

In dit winterland heten steden Thunder Bay en Red Deer. Dorpen Salmon of Destruction Bay. Leven met de elementen is gevaarlijk, zoals de 84-jarige merkte die in februari met zijn auto in de sneeuw kwam vast te zitten in een doodlopend straatje. Dagen later werd zijn bevroren lichaam gevonden. Canadezen die op pad gaan zullen eerst de kinderen dubbeldik inpakken en in de auto een schop hebben om zich uit te graven.

Wintersport is voor ons bijzonder omdat het kort duurt. Blijven beelden van een windvlaag die sneeuwwaaiers van het dak blaast endorfine opwekken als ze maanden aanhouden? Kun je aan deze barre winters wennen? De blanke joggers die over ijs en sneeuw hun rondjes rennen, lijken te zeggen van wel.

Wat vinden de vele nieuwe migranten? De Indische, Arabische, Ethiopische en Haïtiaanse taxichauffeurs die ik ontmoet lijken zich er eerder bij neer te leggen dan ervan te genieten - hoewel hun kinderen wel op de schaatsen staan. Als ik een Bengalees vraag of hij na 35 jaar Canada van de winter houdt, zegt hij volmondig ja. "Ik moet wel! Stel dat ik nee zeg, wordt het dan morgen warm?" Ook ik integreer ongemerkt. Als het tot -2 opwarmt, vind ik dat een lekkere temperatuur.

Het land is groot, maar 90 procent van de 35 miljoen Canadezen leeft in stedelijke centra langs de Amerikaanse grens. In de noordelijke provincie Nunavut waar de winter in september inzet, houden slechts 32.000 dapperen het uit. De rest knijpt er graag een week tussenuit om lagen af te pellen: op Cuba, Hawaï of in zijn warme thuisland. Een paar uur vliegen kan zestig graden Celsius schelen. Canadezen vluchten thuis in ondergrondse winkelcentra en overdekte wandelroutes. Ondanks al het oude en nieuwe buitenspelen houden velen een haat-liefde relatie met de winter.

Voor het vliegtuig uit Edmonton naar Nederland kan opstijgen, moet het ijs van de vleugels gespoten. Op Schiphol is het is een behaaglijke 5° en het zonnetje schijnt. Inmiddels is het in Edmonton (-15°) flink gaan sneeuwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden