Review

IJdel gebruik in de Ionische Zee

Is de moraal zoek? Niet de inspiratie van de tien geboden op kunstenaars. Jaren na het beroemde project Dekalog van de Poolse cineast Krzysztov Kieslowski nemen tien vakgenoten ieder met één gebod dat idee op maar helemaal anders.

Beelden van een stad waar het luchtalarm loeit. Belgrado waarschijnlijk. Een oude vrouw gaat van het balkon van haar huis naar binnen en sluit de deuren. Aan boord van het in de Ionische Zee gestationeerde Amerikaanse vliegdekschip de 'Theodoor Roosevelt' belt een piloot met zijn zoontje thuis: ,,Zorg je goed voor mama? En ga je morgen naar de kerk? Goed zo. Laten we dan nu even samen bidden.'' Eeven later gaat de piloot ook met zijn vrouw telefonisch in gebed.

Met haar documentaire 'God is my co-pilot', heeft de Nederlandse cineaste Karin Junger een indringende verbeelding gegeven van het derde gebod: 'Gij zult mijn naam niet ijdel gebruiken.' De film is bijna helemaal opgenomen aan boord van het immense vliegdekschip vanwaar dag in dag uit vliegtuigen vertrekken om doelen in Servië te bombarderen tijdens de oorlog om Kosovo. Junger laat zien dat er heel wat wordt afgebeden in de militaire gemeenschap op de 'Theodoor Roosevelt'. Piloten vertellen dat ze niet alleen trots en blij zijn dat ze hun opleiding nu eens in praktijk kunnen brengen - een kans die de meeste van hun collega's nooit krijgen - maar ook hoe bang ze zijn en hoe vaak ze daarom met God praten.

Ook gezamenlijk wordt er veel gebeden op het schip. Bemanningsleden die op het punt van vertrek staan en met z'n zessen nog even de handen vouwen. Informele bijeenkomsten waarop kleine groepen kerkelijke liederen en gospels zingen, en psalmen bidden (vooral psalm 92 is populair). En de massaal bezochte gebedsdiensten waar een van de geestelijke leidslieden voorgaat.

Waar Gods naam zo vaak gebruikt wordt als op een vliegdekschip in oorlog, zal die naam ongetwijfeld ook ijdel worden gebruikt. Misschien doet dominee Monahan, een centrale figuur in de documentaire, dat nog wel het meest. Aan het begin zorgt hij er zelf in zijn Amerikaans aandoende eerlijkheid voor dat hij de schijn tegenkrijgt: ,,Ik zou geen bom kunnen gooien. Ik ben blij dat er mensen zijn die dat wél kunnen, maar ik ben niet één van hen. Wat ik wel kan, is hen in mijn armen sluiten. En als ze ermee worstelen, kan ik hun de liefde van God brengen.'' Ieder z'n specialiteit.

Maar Monahan maakt het nog erger. Als de piloot die hij begeleidt naar zijn vliegtuig voor een bombardementsvlucht op Servië, is vertrokken, zegt de commandant van de piloot tegen de dominee: 'U verzacht de pijn die ik aanricht.' Waarop Monahan antwoordt: 'Ik moet ook af en toe proberen ze in de kerk te krijgen.' En wat zegt hij in die kerk tegen de gelovige militairen? ,,Saul heeft zijn duizenden gedood en David zijn tienduizenden. God gebruikte hen zoals hij nu jullie gebruikt: om vrede, veiligheid en vrijheid te brengen. Jullie zijn de rechterarm van God.'' Als zijn stem niet meer uitkomt boven het immense kabaal van opstijgende vliegtuigen, heft hij zijn vinger en zegt met een fijn glimlachje: 'Het geluid van vrijheid.'

Zondigt Monahan hiermee tegen het derde gebod? Gebruikt hij Gods naam ijdel? Mogen wij daarover oordelen? Als het vrije Westen, bij monde van de Navo, besluit tot bombardementen tegen een dictatuur, dan is het wel erg gemakkelijk de morele verantwoordelijkheid af te schuiven op degenen die de bommen laten vallen of op de dominees die hun moed inspreken. En werd Gods naam niet net zo ijdel gebruikt door de christelijke pacifisten die ageerden voor eenzijdige ontwapening van het Westen in voordeel van het Oostblok?

Karin Junger is één van de tien Nederlandse cineasten die zijn gevraagd met een documentaire één van de tien geboden modern te verbeelden. De anderen zijn Vuk Janic, Fiona Tan, Paul Cohen, Niek Koppen, John Appel, Fatima Jebli Ouazzani, Heddy Honigmann, Pieter Fleury en Jos de Putter. Jungers film is zo goed dat je hem graag helemaal zou navertellen. Hoe komt het toch dat de tien geboden zo vaak inspireren tot grootse kunstzinnige en journalistieke prestaties? En waarom is er nu zoveel belangstelling voor? In de jaren tachtig gebruikte de Poolse cineast Krzysztof Kieslowski (1941-1996) ze als inspiratiebron voor zijn Dekalog: tien tv-films die steeds één gebod als thema hadden. Daar zaten prachtige films tussen. Bijvoorbeeld die over het eerste gebod: 'Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.' Kieslowski laat een man zien die zijn zoontje enthousiast inwijdt in de wetenschap die hij aanbidt als een god. Het kind wordt er het slachtoffer van: de vader heeft de dikte van het ijs verkeerd berekend en het zoontje verdrinkt.

Na Kieslowski ging in de jaren negentig de Nederlandse journalist Arjan Visser voor deze krant bekende landgenoten interviewen aan de hand van de tien geboden. Dat leverde een lange reeks mooie stukken op. Vissers succes was zo groot dat de VPRO hem de kans gaf zijn formule te gebruiken voor tv-programma's. En nu is er dan de Ikon die, samen met drie filmproducenten, opdracht heeft gegeven voor tien documentaires. Het idee is van producer Paul de Bont en Ikon-man Wessel van der Hammen.

Van der Hammen vertelt dat ze voor dit thema gekozen hebben omdat ze benieuwd waren naar de visie van mensen die niet dagelijks met die geboden in de weer zijn. Zijn Ikon-collega Chris Doude van Troostwijk stelt een werkboek samen voor kerkelijke gespreksgroepen die met de documentaires aan het werk willen. De deelnemers moeten zich eerst afvragen waartoe de bijbeltekst van een gebod hem inspireert. Dan krijgt hij een kleine cursus in het analyseren van de documentaire over dat gebod om na te gaan of die film zijn oorspronkelijke opvattingen heeft gewijzigd.

Van der Hammen is bijzonder tevreden over het volgens hem hoge niveau van alle documentaires. Maar ligt dat nou aan de inspiratie die uitgaat van de tien geboden of aan de kwaliteit van de cineasten? ,,De tien geboden kun je zien als een hele mooie strik om een aantal goede films.''

Deze uitspraak tekent in elk geval de documentaire 'Eert uw vader en uw moeder' van Niek Koppen treffend. De film gaat over Roland, opgevoed door verschillende pleegouders omdat zijn natuurlijke ouders er niet toe in staat waren. Pas aan het eind van de film komt de vraag of Roland zijn ouders nu eert of niet. En ook nog heel expliciet, alsof de filmer ineens tot z'n schrik besefte dat hij nog niets aan dat gebod had gedaan.

Toch heeft Koppen goed werk geleverd. Hij had de toen tienjarige Roland in 1987 al eens gefilmd voor een kinderprogramma en doet dat, nu deze tweeëntwintig is, nog eens over. Geleidelijk wordt duidelijk dat Roland het maatschappelijk redt door zijn grote intelligentie, maar dat zijn gevoelsleven bijna angstaanjagend steriel is. Zijn vriendin zegt dat als het uit zou raken tussen hen, zij niet zou weten wat ze moest beginnen, maar dat het Roland waarschijnlijk niets zou doen. Koeltjes vertelt Roland dat hij in zijn jeugd zo vaak van pleegouder moest veranderen, dat hij er op een gegeven moment bewust voor koos geen echte bindingen meer aan te gaan.

Gek genoeg is zijn natuurlijke moeder de enige met wie hij wel een echte band lijkt te hebben. Filmer Koppen begrijpt daar niets van: 'Maar waar was je moeder toen jij in die pleeggezinnen zat?' Van die pleegouders heeft de kijker inmiddels begrepen dat Rolands moeder, een drugverslaafde, zich vaak in grote sleeën voor liet rijden, veel te dure cadeaus meebracht en voortdurend zelf aan het woord was, maar dat ze afspraken om hem te bezoeken meestal op het laatste moment afbelde. Maar Roland is het altijd blijven volhouden, op z'n tiende en op z'n tweeëntwintigste: 'Mijn moeder heeft binnen haar mogelijkheden goed voor mij gezorgd.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden