IJburg raakt aan fundament van samenleving

De auteur is freelance journalist, schrijvend over milieu, energie en ruimtelijke ordening.

De discussie over de inrichting van Nederland krijgt momenteel vorm rond een heel concreet conflict over een nieuwe woonwijk. Het is een botsing tussen gelovigen. Aan de ene kant staat de ploeg van 'Amsterdam Vooruit!': er is woningnood, het IJmeer is een prachtige locatie voor een woonwijk van de toekomst. 'We gaan iets nieuws doen', is hun motto; 'Voor alle daklozen', luidt de strijdkreet. Aan de andere zijde staan de natuurredders van Amsterdam, aangevoerd door de rijke adel van Natuurmonumenten. Uit naam van Jac. P. Thijsse binden zij de strijd aan met de kolonisten aan den Amstel, onder de leuze: 'Bescherm de schatten van het IJmeer.'

Natuurlijk gaat het niet om de woningnood in de werkelijke zin van het woord. Zonder de abominabele woonsituatie aan het begin van de eeuw te willen vergoelijken: in 1920 woonden in Amsterdam, dat toen een derde van het huidige oppervlak besloeg, 100 000 mensen meer dan in 1997. Het gaat nu om de exorbitante woonwensen van de hedendaagse stedeling: een voordeur in de stad, een achterdeur in de natuur. Wie, voordat hij of zij de wens te kennen geeft groter te willen wonen, eerlijk nagaat of alle ruimte in het nu bewoonde huis echt gebruikt wordt, zal die wens vrijwel nooit als hoofdzaak betitelen.

Het gaat er natuurlijk ook niet over of wij in Nederland in staat zijn een 'ecologisch verantwoorde' woonwijk te bouwen. Uit tal van experimenten en commerciële projecten is het inmiddels duidelijk geworden dat bouwen met verantwoorde materialen, een beperkte energievraag, in hoge woningdichtheid, met goede ontsluiting per openbaar vervoer geen enkel probleem oplevert. Dat Amsterdam in het ontwerp voor IJburg, met name op het gebied van mobiliteit en energiezuinig bouwen, bij lange na niet tot het uiterste gaat, is het gevolg van de onwil om werkelijk te investeren in de toekomst. Als de gemeente dan wil pronken met nieuwbouw op een toplocatie, laat ze daar dan wat extra centen aan uitgeven en er werkelijk een topwijk van maken.

En de natuur? Het gaat al evenmin om ongekende Natuur - met de hoofdletter van Natuurmonumenten - die alleen in het IJmeer te vinden is. De feitelijke natuurwaarde van deze plas is, en dat zal ook Natuurmonumenten toegeven, niet te vergelijken met tal van andere gebieden in Nederland. Als het IJmeer (deels) wordt volgebouwd zal de 'natuur' in Nederland heus niet met een klap instorten. Overigens is het argument dat we deze andere gebieden zouden sparen als we IJburg wel bouwen, een gotspe. Want, laten we eerlijk zijn, vrijwel geen gebied is gevrijwaard van de onbedwingbare dwang om Nederland vol te bouwen en plat te asfalteren.

Er zijn twee argumenten - een voor het bouwen van IJburg en een tegen - die hout snijden. Als argument voor kan gelden dat de leefbaarheid in de stad onvoldoende is om haar een aantrekkelijke vestigingsplaats te maken voor bedrijven en mensen. Ik besef dat ik - gebruiker van een woonkamer en deler van keuken, toilet en douche - niet een doorsnee-burger ben. Zeker voor mensen met kinderen is Amsterdam, met zijn intense drukte en gebrek aan rustige, veilige en gezonde openbare ruimte, allerminst een walhalla. Dit argument klopt en deze situatie behoeft een vooruitstrevende aanpak. In een nieuwe woonwijk is dat 'gemakkelijk' te realiseren, maar een oplossing buiten de huidige stad lost het probleem erbinnen niet op. Ook mét IJburg vraagt de binnenstad om een face-lift.

Het tweede argument heeft direct te maken met de politiek-bestuurlijke cultuur in Nederland. Het Referendum-comité in Amsterdam en Natuurmonumenten beroepen zich op de Vierde nota ruimtelijke ordening en het Natuurbeleidsplan, waarin de rijksoverheid een visie geeft op de relatie tussen natuur, landschap en stedelijk gebied. Deze nota's voorzien onder andere in de Ecologische Hoofdstructuur (de hoofdletters komen uit de nota en zijn niet door Natuurmonumenten ingebracht), een structuur van aaneengesloten gebieden, die niet allemaal op zich ecologische paradijzen hoeven te zijn, maar die collectief zorgen voor een zekere stabiliteit in de natuurwaarden.

De politiek-bestuurlijke cultuur in Nederland maakt dat het vrij gebruikelijk is om dergelijke ecologische en ruimtelijke visies op de schop te zetten, ter meerdere eer en glorie van 'Nederland vooruit'. Waar de discussie en het referendum over IJburg uiteindelijk om draaien, is de maakbaarheid, of beter het ontwerp van Nederland.

Het ontbreekt in ons land ten enen male aan een samenhangende visie over de inrichting van een duurzame samenleving of - minstens zo modernistisch - een samenleving met kwaliteit. Een aantrekkelijke woonomgeving, c.q. voldoende goede huisvesting, is een van de kwaliteiten die we moeten nastreven, maar er is meer. Verbetering van de kwaliteit van leven vraagt om een samenhangende aanpak van zaken als werkgelegenheid, inkomensverdeling, onderwijs, sociale cohesie, hoogwaardig wonen, werken en recreëren. Dergelijke kwaliteiten hebben alles te maken met de omgang met milieu en ruimte. Kunnen we al deze kwaliteiten tegelijk en in samenhang realiseren? Wie deze vraag op voorhand met 'nee' beantwoordt kan rustig voortgaan op de huidige weg: IJburg afwegen tegen het open IJmeer; een tweede luchthaven tegen de natuur in zee; een tweede Maasvlakte tegen het Voornse Duin; de HSL tegen het Groene Hart of de leefbaarheid in Prinsenbeek, de Betuwelijn tegen... enzovoort enzovoort.

Wie de pretentie heeft om economische groei op te vatten als een kwalitatieve groei, een investering in de vitaliteit van de Nederlandse samenleving, kan zich aansluiten bij het door het huidige kabinet meermalen met voeten getreden eigen pleidooi uit de regeringsverklaring: 'Wie kiest voor duurzaamheid beseft dat economische groei niet 'meer van hetzelfde' zal mogen zijn.'

IJburg is een voorbeeld van meer van hetzelfde, hoe vernieuwend de architectuur en de stedenbouwkundige structuur ook mogen zijn. Het is een vlucht vooruit, een vlucht de zee in. Angst domineert: angst om de hoge inkomens uit Amsterdam te zien verdwijnen, angst om werkgelegenheid kwijt te raken, angst om... Ja, waar is men eigenlijk bang voor. Het lijkt vooral angst om het vertrouwde idee dat vernieuwing vooruitgang is, meer beter is, los te laten; men is vooral bang om op zoek te gaan naar nieuwe vormen van groei.

IJburg valt daarmee binnen de discussie die minister De Boer onlangs heeft aangezwengeld. Kiezen voor kwaliteit is niet een eendimensionale keuze voor meer van wat we al hebben. Slechts PvdA-Kamerlid Duivesteijn, ooit verguisd om zijn nieuwbouwplannen in Den Haag, is de enige in de macho-cultuur van de Tweede Kamer die de minister daarbij steunt. Hij vraagt met De Boer om een afweging tussen milieu en economie. Let wel, geen keuze tussen economie en milieu. In een keuze tussen die twee, zo merken we met alle grote projecten, sneuvelt het milieu telkenmale onder het heffen van de strijdkreet 'het milieu heeft overwonnen'.

Het gaat om de keuze voor een economie die alle kwaliteiten van de samenleving integreert. Wellicht dat IJburg in zo'n geïntegreerde visie op de toekomst past, maar zonder samenhangende visie mag het antwoord tijdens het referendum slechts 'nee' luiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden