IJburg begint last te krijgen van de natuur

De natuurontwikkeling rond de Amsterdamse nieuwbouwwijk IJburg verloopt zo voortvarend, dat een deel van de bewoners niet langer gebruik mag maken van het water. Ze verstoren de kuifeend.

Ze moesten ruim een ton meer betalen dan elders in de hoofdstad, maar dan had je ook wat. Rik van Veen ging een aantal jaren geleden met zijn gezin aan de Nico Jessekade op IJburg wonen. Met vrij uitzicht op het water. Waar heb je dat nog?

Hij zag het helemaal voor zich. Schaatsen in de winter, en zwemmen in de zomer. Misschien kon er wel een klein bootje komen. Picknickmand erin, en dan over het IJmeer naar Pampus. "Nou dat kunnen we voorlopig wel vergeten", zegt Van Veen. "In 2011 hebben we met toestemming van Waternet en Rijkswaterstaat meerpalen laten slaan langs onze kade, maar die hebben we deze zomer weer moeten laten verwijderen. De gemeente stelt dat ze niet in het bestemmingsplan passen, en kreeg gelijk van de Raad van State. Van Veen wil nu alsnog een vergunning aanvragen, maar voorlopig is de afgifte daarvan uiterst onzeker. "Door onze vaarbewegingen zou de aangelegde natuur te zeer worden aangetast. Maar zou in de stad mens en natuur niet moeten samengaan?"

Dat lijkt een terechte vraag, en daarop heeft wethouder Thijs Reuten (ruimtelijke ontwikkeling) van het Amsterdamse stadsdeel Oost ook een antwoord, maar eerst een schets van het ontstaan van IJburg, én het probleem dat daar tussen mens en natuur lijkt te ontstaan.

Amsterdam besloot na een referendum in 1996 tot de aanleg van IJburg. Op zes eilanden werden de afgelopen tien jaar 18.000 woningen gerealiseerd. In fase 2 worden in de toekomst nog eens vier eilanden ten oosten van het huidige IJburg aangelegd en in fases volgebouwd.

Ten zuiden van IJburg heeft de gemeente gelijktijdig met de aanleg van de nieuwe wijk, vuilstortplaats de Diemerzeedijk laten isoleren en voorzien van een afdeklaag. Het park dat daar nu is ontstaan, in combinatie met de natuurmaatregelen die moesten worden genomen om de bouw van IJburg te 'compenseren', heeft gezorgd voor een enorme toename van de biodiversiteit. Tientallen vogelsoorten waaronder de blauwborst laten zich daar horen, en op veel plekken langs de oevers komt de ringslang voor.

Op en onder het water van het IJmeer is het niet anders. In 2009 werd de oude strekdam die het IJmeer inliep doorgestoken zodat er een vogeleiland ontstond, en voor de oever van IJburg werden mosselbanken aangelegd die watervogels van voedsel voorzien. De oevers zelf zijn over kilometers lengte aangeplant met riet, waardoor het water helderder wordt. Het wemelt er van de waterplanten waarin vissen hun eitjes kunnen afzetten. Wat stadsecoloog Remco Daalder vorig jaar tot de conclusie bracht: "De aanleg van IJburg is goed geweest voor de natuur."

Dat is een belangrijke vaststelling, en ook bemoedigend. Wil Nederland de komende twintig jaar de biodiversiteit laten toenemen, dan zal dit vooral in en rond de steden moeten gebeuren. In het buitengebied is de natuur zoveel mogelijk 'geoptimaliseerd' en valt er als het om soortenrijkdom gaat nog maar weinig winst te behalen. Maar in ruigtes tegen de stad aan, en bij de aanleg van nieuwe waterpartijen en groene stroken bij stadsuitbreidingen kan natuurkwaliteit worden 'aangelegd'. IJburg is een goed voorbeeld van de mogelijkheden. Maar nu lijkt dat succes de bewoners in de weg te gaan zitten.

Amsterdam moest de mosselbanken die verloren gingen bij de bouw van IJburg, vervangen door nieuwe. Die driehoeksmosselen zijn belangrijk voedsel voor diverse watervogels. Omdat die compensatie op eigen grondgebied moest plaatsvinden, zijn die banken dicht tegen de IJmeer-oevers aangelegd. Ze zijn een enorm succes, ecologisch dan. De rijke mosselbanken trekken zoveel vogels, dat Amsterdam minder hectare hoeft aan te leggen dan eerst gepland, om toch dezelfde compensatie te bereiken.

Die populariteit onder watervogels dwarsboomt nu de uitbreiding van steigers op IJburg. Met de aanleg van de eilanden zijn bij verschillende wijkjes steigers met in totaal 880 plaatsen voor particulier gebruik aangelegd, en is er een jachthaven gerealiseerd met honderd plaatsen waarvoor liggeld moet worden betaald. Die heeft inmiddels een wachtlijst van tien jaar.

Bewoners die niet over een privé-steiger beschikken, willen nu dat het stadsdeel aanlegplaatsen voor algemeen gebruik gaat aanleggen, of willen dit per straat zelf gaan doen. Ze hoeven geen jacht voor de deur, maar willen met een klein bootje wel het water gaan gebruiken. Het aantal steigers zou daartoe in totaal met tien procent worden uitgebreid.

De gemeente heeft op andere plekken dan de kade van Van Veen daar ook toestemming voor gegeven, maar afgelopen jaren is die discussie over de steigers volkomen gejuridiseerd, omdat sommige bewoners juist géén steigers in de buurt willen en procedures aanspanden. Het stadsdeel zag zich vervolgens genoodzaakt een 'natuurtoets' te laten uitvoeren, waarin onderzocht wordt of de extra bootbewegingen geen schade toebrengen aan de natuur. Hangende dat onderzoek mag er geen paal in de grond, en kan ook de vergunningaanvraag van Van Veen niet worden behandeld. "De gemeente is doodsbenauwd voor een precedentwerking", zegt Van Veen. "Onze meerpalen zijn in die angst een obsessie geworden."

Wethouder Thijs Reuten heeft de conclusies van de natuurtoets inmiddels op zijn bureau liggen, maar veel ruimte bieden die niet. "De conclusie is dat er nader onderzoek nodig is. De gemeente moet nóg specifieker aantonen dat door de uitbreiding van het aantal steigers en het aantal vaarbewegingen de natuur níet wordt aangetast. Ga er maar aan staan."

Het probleem op IJburg is vooral dat de eilanden en omliggende wateren níet Europees beschermd zijn, maar wel voedselgebied zijn voor een naastgelegen gebied dat die status wel heeft. De watervogels uit dit gebied komen bij IJburg eten, en vliegen dan weer terug. "We hebben het hier over de externe werking van Natura 2000, het Europese beschermingsplan", zegt stadsecoloog Remco Daalder. "Dat schept meer verplichtingen."

De natuurtoets heeft het niet alleen over het aantal steigers, maar rept ook over eventuele vaarverboden, en verboden voor vissers en windsurfers die rond IJburg hun baantjes trekken en voor verstoringen van watervogelconcentraties kunnen zorgen. "Ik ben erg voor natuurbescherming, ook in en net buiten de stad", zegt wethouder Reuten. "Maar ik ben ook voor de vitale stad. Die twee moeten kunnen samengaan, maar de huidige regelgeving eist van mij dat ik tot op het niveau van de mus uitwerk. Dat is toch bizar!"

"Toch kan het ook niet zo zijn dat alles wat we de afgelopen tien jaar in ecologisch opzicht hebben opgebouwd, nu weer wordt afgeknabbeld", antwoordt Remco Daalder. "Amsterdam heeft kunnen bouwen in zeer kwetsbaar gebied, en daar waren compenserende maatregelen voor nodig. Daar moet je dus zorgvuldig mee omgaan. Het is niet anders." Maar, zegt hij, het was mooi geweest als er bij de bouw van IJburg een plan voor het héle IJ- en Markermeer zou zijn gemaakt. Maar daar wilde de provincie niet aan. "Dan hadden we die mosselbanken elders kunnen aanleggen".

Misschien zit in de regionale samenwerking ook de oplossing voor de recreatie rond IJburg. Hij overweegt het kabinet een brief te schrijven met de vraag of Nederland de Europese regelgeving niet te strikt in de nationale wetgeving heeft verwerkt. In de tussentijd wacht Reuten op de uitkomsten van het vervolgonderzoek dat nu is ingesteld. Hij verwacht de resultaten dit voorjaar.

Bewoner Rik van Veen hoopt tegen die tijd zijn steigerplan dat inmiddels een burgerinitiatief is, bij de deelraad toe te lichten. "Ooit was het hier een dooie plas aan een vuilnisbelt, laten we nu vooral van de huidige natuur genieten."

Verder lezen over IJburg
Hoe een zandplaat tot leven kwam
De Amsterdamse stadsecoloog Martin Melchers had een 'hartgrondige afkeer' van het idee om midden in het IJmeer een woonwijk te bouwen. Weg was het uitzicht, en weg was de duisternis: zeldzame fenomenen aan de rand van de hoofdstad. Toen zijn verzet op niets uitliep en uiteindelijk het besluit tot aanleg viel, besloot hij de veranderingen nauwgezet te volgen en vast te leggen. De weerslag van zijn verslagen destijds gemaakt, heeft Melchers nu opgenomen in zijn boekje 'Van Eiburg naar IJburg' dat deze maand is uitgekomen. De titel verwijst naar het grote aantal watervogels dat op de opgespoten zandplaten hun eieren verzorgden.

Melchers was de eerste die op het nieuwe land bivakkeerde, en verbleef tussen de visdiefjes, kluten en bontbekplevieren. Hij zag de eerste rugstreeppadden, ringslangen en opeens was daar de vos. Met de bebouwing van IJburg namen de pioniersoorten weer af, en ontstaat er langzaam maar zeker 'stadsnatuur'. Maar de fervente tegenstander van IJburg geeft op de laatste pagina's toe: "Kort door de bocht kun je zeggen dat het mogelijk is een nieuwe woonwijk in het IJmeer te bouwen én een positieve ontwikkeling van de natuur teweeg te brengen. Dat is niet leuk voor een tegenstander van deze wijk, maar wel een feit."

Van Eiburg naar IJburg, Martin Melchers, uitg IJburg, prijs €21,50.

Kleine eilandjes hebben samen meer oever
Stadsecologen hebben een belangrijke adviserende rol vervuld bij het ontwerp van IJburg, vertelt Remco Daalder in het zojuist verschenen boekje 'IJburg, uit schuim geboren'. Eerst was het plan om één groot eiland aan te leggen, maar de gemeentelijke dienst waarbij Daalder was aangesloten, adviseerde de nieuwe wijk uit meerdere eilanden te laten bestaan. Zo zou er namelijk meer oppervlakte aan oevers ontstaan, en daar groeien de waterplanten waarin vissen hun eitjes afzetten.

De stadsecologen kregen ook de kans mee te beslissen over het soort oever dat werd aangelegd. Daardoor is er nu veel riet op IJburg. Het houdt het water helder, en er komen vogels op af.

In het boek naar aanleiding van tien jaar IJburg komen naast Daalder 'bekende bewoners' aan het woord, zoals saxofoniste Candy Dulfer, acteur Peter Faber en rapper Willie Wartaal. Ze willen er nooit meer weg.

'IJburg, uit schuim geboren', door Linda van den Dobbelsteen, uitg IJburg. Prijs €21,50, ISBN 978-90-819991-0-6

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden