IHC-topman: Zaken en politiek scheiden

SCHIEDAM - “Dit is een fraai contract. Het levert ons vijftien jaar lang een mooie cash flow op.”

INEKE NOORDHOFF

J. Bax, topman van IHC Caland, steekt er een goede sigaar bij op als hij vertelt wat zijn concern voor de kust van Burma voor geweldige opdracht in de wacht heeft gesleept. Dat het Burma Centrum het concern erom hekelt, deert hem niet. “Wij blijven binnen de wet. Ik ben geen dominee die vermanend zijn vinger opsteekt. Ik ben zakenman.”

Bax, een gedistingeerde man met grote snor, is net terug komen vliegen uit Monaco, waar de IHC-dochter zit die bij de order van Premier Oil in Burma is betrokken. Het concern gaat een drijvende olieopslag ontwerpen, laten bouwen en exploiteren, 120 zeemijl uit de Burmese kust. Bax is nooit in Burma geweest.

“Dat hoeft ook niet, wij hebben de opdracht gekregen van het Britse Premier Oil. Er zijn wel mensen van ons ter plaatse wezen kijken, in verband met de logistiek. Het schijnt een mooi land te zijn, aardige mensen ook”, weet hij onder meer van familie. “Mijn dochter is er geweest, en mijn vader heeft er in krijgsgevangenschap gezeten. Toen de Birma-spoorlijn werd gebouwd.”

Zakendoen en politiek moet je scheiden, vindt Bax. “Als mens kan ik wel vinden dat het niet helemaal comme il faut is, wat daar in Burma gebeurt. Maar als ik zaken doe, moet ik me aan de wet houden, en niet aan interpretaties. Zodra de Nederlandse regering zegt 'Doe geen zaken met Burma', dan doen we dat niet.”

Het Nederlandse ministerie van economische zaken moedigt het zakendoen met Burma niet aan, maar verbiedt het evenmin. Bax vinnig: “Zo kun je toch geen kind opvoeden.”

IHC Caland heeft dan ook geen moment overwogen om de opdracht voorbij te laten gaan vanwege het feit dat het Burmese regime mensen onderdrukt. “Als ik die opdracht niet aanneem, doet de concurrent het.”

Bax raakte gisterochtend even uit zijn humeur toen bleek dat G. Hillenius van het Burma Centrum voor de radio met hem in debat wilde gaan over de omstreden opdracht. “We hadden net afgesproken dat we elkaar zouden ontmoeten, belt hij terug direct vanuit de uitzending.”

Afgezien van de irritatie over die overval, hindert het hem niet dat het Burma Centrum IHC Caland en zijn bestuursvoorzitter zo aanvalt. “Als er wantoestanden zijn in een land, is het een goede zaak als dat aan de orde wordt gesteld, en er publieke opinievorming over plaatsvindt. Laten ze proberen hun gelijk te halen bij de politiek”, verwijst hij door.

- Vervolg op pagina 7

IHC Caland 'te klein' voor principes over Burma

Vervolg van pagina 1

Topman Bax van IHC Caland vindt dat hij verantwoording moet afleggen aan de aandeelhouders en 'employees', zoals hij zijn werknemers noemt. De opdracht in Burma is nieuw, maar IHC Caland zit ook in andere omstreden landen zoals Nigeria. Zijn er nooit kritische vragen over gesteld?

“Op aandeelhoudersvergaderingen of in de ondernemingsraad is het nooit ter sprake gekomen”, verzekert Bax. “Het hemd is nader dan de rok”, verklaart hij. IHC Caland verdient geld in die gebieden. “Het gaat ons nu goed. Maar - ik werk hier sinds 1969 en zit nu dertien jaar in dit bestuur - in tijden dat het minder goed ging, kregen we de wind van voren.”

Zodra de aandeelhouders of werknemers kritisch worden over de aanwezigheid van IHC Caland in Burma, wil hij daar serieus naar kijken. “Ik zou daar wel naar luisteren, ja. Ik weet mijn plaats.”

Na lang nadenken herinnert Bax zich dat IHC Caland enige tijd geleden een brief kreeg van de gouverneur van de Amerikaanse staat Maryland. “Dat het tegen hun ethiek inging om zaken te doen met Burma of zoiets. Wij hebben daar toen nota van genomen.” Met een brede lach vertelt Bax vervolgens dat een van zijn grootste concurrenten in Maryland zit. Die zal er dus wat meer mee moeten doen dan IHC Caland.

Vooralsnog zit Bax er helemaal niet mee dat zijn bedrijf met de exploitatie van het gasveld de Burmese dictatuur aan een inkomstenstroom helpt. “Als ik me principieel opstel, help ik onze concurrenten. U ziet dat aan Premier Oil. De concessie voor dit veld was eerst van Texaco. Dat heeft het moeten afstoten in verband met Amerikaanse wetgeving. Nu doet het Britse Premier Oil het.”

IHC Caland is te klein voor kritische geluiden, vindt Bax. “Kijk, Shell is in Nigeria een machtsfactor. Als die iets zegt, heeft dat impact. Maar wat zijn wij? Een scheepje buitengaats.”

Daarom overheerst in het Schiedamse kantoor vreugde over de nieuwe order. Het drijvende olieopslagsysteem voor het gasveld in Burma is een van de negen langer lopende contracten van de offshore-poot van het concern. “Zeventig procent van onze winst komt uit de offshore, dertig uit de baggerpoot.”

De Internationale HandelsCombinatie Holland, in 1965 ontstaan toen zes familie-werven samen naar de beurs gingen, draait met 3000 werknemers een omzet van 1,5 miljard gulden. Voor de Burmese opslag gaat IHC Caland een tanker ombouwen tot drijvende olie-opslag. Het ontwerp wordt door eigen ingenieurs gemaakt. De tanker wordt onder leiding van eigen mensen elders op een werf omgebouwd, en gesleept naar de Burmese kust. Daarna zijn ter plaatse ongeveer dertig personeelsleden nodig om de olie-opslag draaiend te houden. “Onze officieren zijn vaak Brits, verder werken er doorgaans veel Filippino's. Dat zijn de werkpaarden van de zeevaart. Alleen het huishoudelijk personeel komt vaak uit de regio zelf.” Het project levert de Burmese bevolking dus nauwelijks werk op. Wel int de regering geld voor de olieconcessie. Het Burma Centrum wijst erop dat 60 procent van de Burmese begroting opgaat aan wapens.

Bax: “Ik heb respect voor de critici op het gebied van de mensenrechten. Maar dacht u dat het in Indonesië zoveel beter was. Of in China? Ik ben het wel met Clinton eens: je kunt beter met ze praten dan ze isoleren. Vorig jaar is Burma lid geworden van de Asean. Als de Aziatische buurlanden hun neus niet voor Burma optrekken, waarom zou ik dat dan wel doen?”

Idealisten als bij het Burma Centrum heb je nodig, vindt Bax. “Zo verander je dingen in de wereld”, zegt hij verzoenlijk. Zelf is hij geen 'man van de barricaden', geeft hij aan. Maar maatschappelijke idealen heeft ook hij. Welke? “Ik ben beroepsofficier geweest bij de marine”, klinkt het aarzelend. En: “Ik ben vrijzinnig christelijk opgevoed, maar ben daarin niet meer actief. Daaraan heb ik natuurlijk wel bepaalde maatstaven overgehouden.”

Op zakelijk vlak kan hij zijn idealen heel wat vlotter tevoorschijn halen: “Hier een sterke toko van maken. Dat we met zijn allen goed verdienen, en plezier hebben. En dat er continuïteit zit in het bedrijf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden