Iets terugdoen, prima, maar papier prikken?

Rotterdammers in reïntegratietraject klagen over 'kampmethodes'

ISABEL BANEKE

'Pietje Prik', zo noemt hij zichzelf gekscherend. De naam verwijst naar het werk dat Pieter Wondergem (60) als nieuwkomer in de bijstand moet doen. Met een afvalzak in de rechterhand en de papierknijper in de linker, trekt hij wekelijks door de straten van Rotterdam om vuilnis te rapen. Met de komst van de Participatiewet luidt het uitkeringsbeleid in de meeste gemeenten: 'Voor wat, hoort wat'. En dus moeten werkloze Rotterdammers met een relatief goed baanperspectief aan de slag in WerkLoont. Maar loont het ook echt?

Een paar keer grijpt hij mis, maar dan wipt Wondergem een snoepwikkeltje van de grond. Hij bestierde 26 jaar een eigen recruitment-onderneming. Maar door een ongelukkige samenloop van omstandigheden klapte het bedrijf vijf jaar geleden uitelkaar, en belandde hij uiteindelijk werkloos thuis. Bijna vijf maanden geleden meldde Wondergem zich aan voor de bijstand.

Nu loopt hij met vijf anderen door de wijk Ommoord in het noordoosten van de stad. "Het is lekker om buiten te zijn en ik heb leuke mensen ontmoet tijdens het prikken, maar daar is ook alles mee gezegd." De hoogopgeleide Wondergem denkt dat hij elders van groter nut zou kunnen zijn. "Ik ben absoluut niet vies van de tegenprestatie en doe graag iets terug voor de samenleving, maar dit is bullshit. Laat me vrijwilligerswerk doen, hiervan reïntegreer ik echt niet sneller."

Want reïntegreren is het doel van WerkLoont. Het project begon in 2013, onder het vorige college. De huidige wethouder voor werkgelegenheid Maarten Struijvenberg van Leefbaar Rotterdam heeft de tegenprestatie uitgebreid. Uitkeringsgerechtigden moeten nu vijftien weken lang wekelijks acht uur werken, acht uur trainingen volgen en vier uur per week 'huiswerk maken', bijvoorbeeld zoeken naar vacatures. Volgens de wethouder wennen werklozen zo weer aan het arbeidsritme. Ook kan het traject mensen ervan weerhouden een uitkering aan te vragen. Sinds de start van WerkLoont kwamen er 12 procent minder aanvragen binnen.

Aan de andere kant van de stad loopt Wouter Oversluizen (57), voorheen werkzaam in de kunst- en cultuursector. Hij is teleurgesteld in 'zijn' Rotterdam. "Al drieënhalf jaar ben ik aan het solliciteren, maar het lukt me maar niet." Dus vulde hij drie dagen van de week met het vrijwillig begeleiden van activiteiten voor demente ouderen. "Nu ben ik eigendom van Rotterdam. Ik voel me een randdebiel hier op straat. Om verdringing te voorkomen, werken we waar de reinigingsdienst van de gemeente ook komt. Soms moeten we vechten om een blikje."

Niet alleen het werk vindt Oversluizen zonde van zijn tijd, ook de trainingen zouden volgens hem beter kunnen. "Ik wil heus wel iets terugdoen. Maar kijk nou eens naar de mens zelf. Zo heb ik jarenlang sollicitatietrainingen gegeven, maar morgen moet ik in de workshop mijn brief presenteren. Tja, order is order." Geagiteerd gooit hij nog een papiertje in zijn vuilniszak.

Wondergem en Oversluizen bevestigen het beeld dat de Rotterdamse ombudsman Anne Mieke Zwaneveld schetste. Onlangs schreef zij veel klachten te hebben ontvangen van de deelnemers van WerkLoont, die zich vernederd en geïntimideerd zeggen te voelen. Ze concludeerde: 'De ombudsman vindt niet dat de gemeente voor Sinterklaas hoeft te spelen, maar het andere uiterste is dat mensen die bijstand aanvragen zich door de gemeente behandeld voelen als hufters, losers of fraudeurs.'

Het advies van Zwaneveld om voor meer maatwerk te zorgen, legde wethouder Struijvenberg naast zich neer. "We gaan uit van het gelijkheidsprincipe. Vorig jaar namen 4700 mensen deel aan het traject. Die moeten allemaal hetzelfde werk doen. Bovendien mag het werk geen verdringing veroorzaken en moeten we iemand aan de hand van het werk uiteindelijk een beoordeling kunnen geven." Bij vrijwilligerswerk is dat volgens de woordvoerder niet mogelijk. Bovendien stelt hij dat wie zelf een betaalde baan of stage van acht uur vindt, niet hoeft te prikken. Vorig jaar lukte dat bijna één op de vijf uitkeringsgerechtigden. Wondergem en Oversluizen hebben dat naar eigen zeggen tevergeefs geprobeerd.

De mensen die het werk fysiek niet aankunnen, krijgen andere taken. Zo vouwt veertiger Simone Lim door een gebroken voet tijdelijk washandjes voor verpleeghuizen. Kampmethodes, noemt ze de manier waarop er met de uitkeringsgerechtigden wordt omgegaan. "Als je ziek bent, moet je alles kunnen bewijzen. En we staan machteloos." Lim is een van de weinigen die op de foto wil. "Ik schaam me niet hoor. Ik wil dolgraag werken, maar wél voor een normaal salaris."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden