Iets beheersen maakt me ontspannen

Erik Vos regisseert, schrijft, speelt piano, geeft les, tafeltennist, zwemt. 'Ik vind het nog steeds heerlijk om te leren. Hoe beter ik iets kan en begrijp, hoe meer plezier ik erin krijg.'

'Ah, je denkt dat ik bijna doodga. Nou, heel lang kan dat niet meer duren, verreweg het grootste deel van mijn leven heb ik wel gehad. Wanneer wil je komen?" Aan de telefoon klinkt de stem van Erik Vos even vitaal en direct als vroeger. Later, bij hem thuis, stralen ook zijn priemende blik, beweeglijke gestalte en woester geworden haardos energie uit. Geen man om stil te zitten. Een leven lang al met theater bezig. En er nog niet op uitgekeken.

"Anderen zouden op zekere leeftijd misschien zeggen: 'Gelukkig, ik ben er vanaf.' Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik heb meer plezier in het leven als ik iets doe dan als ik niets doe. Zoveel levens om te leven heb ik niet. Spinoza zei het simpel: 'We leven voor de laatste keer.' In dat ene leven wil ik genieten, getuigen, bezig zijn."

Theatermaker Erik Vos mag inmiddels drieëntachtig zijn en al zestien jaar geleden het artistiek leiderschap van toneelgroep De Appel hebben overgedragen, zichzelf op non-actief stellen is hem wezensvreemd. Hij geeft masterclasses. Op drie toneelscholen. Hij regisseert opera en toneel. Ook in Amerika en Duitsland. Zijn laatste regie - 'Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran' naar het boek van Eric-Emmanuel Schmitt door De Nieuw Amsterdam - gaat na een succesvolle tournee de komende twee maanden in reprise. Op stapel staat een toneelbewerking van het laatste boek, 'Twee zusters', van zijn vrouw, schrijfster Inez van Dullemen.

En pas nog heeft Vos het derde boek van een serie over zijn zelf ontwikkelde improvisatiemethode voltooid. Trots legt hij het dikke, in een map bijeengehouden pak papier op tafel: "Ik moet alleen nog een nieuwe uitgever vinden". Sinds de uitgeverspoot is opgedoekt van het binnenkort wegbezuinigde Theater Instituut Nederland zit hij zonder: "Makkelijk zal het niet zijn. Inclusief alle illustraties zijn dit geen goedkope uitgaven, maar het moet lukken. Die serie moet toch compleet".

Aan Erik Vos zal het niet liggen. De bevlogenheid waarmee hij van zijn acteurs en andere medewerkers soms het haast onmogelijke wist te eisen, is legendarisch. Onorthodoxe wegen om zijn doel te bereiken heeft hij evenmin ooit geschuwd. Toen midden jaren zeventig toneelgroep De Appel meer ruimte behoefde en de bouwvallige paardentramremise aan de Haagse Duinstraat kraakte, riep de gemeente hem boos op het matje. Waarom dat niet eerst gevraagd?! Of er dan toestemming zou zijn gegeven, was de wedervraag. Nee? Daarom dus.

"Ik heb toen in die raadszaal zelfs Shakespeare geciteerd", zegt Vos met een tinteling in de ogen. "Die scherpe reactie van Pompejus, in 'Antonius en Cleopatra', op het heimelijke voorstel van een vertrouwensman om hem de macht te bezorgen door zijn drie rivalen, het heersende triumviraat, na een met drank overgoten gastmaal de keel af te snijden. 'Thou shouldst have done, and not have spoken on 't,' zegt dan Pompejus. In diezelfde lijn hebben wij, door te kraken, de gemeente de ruimte gegeven formeel boos te worden en later mee te werken zonder dat haar medeplichtigheid verweten kon worden."

Voor Erik Vos is repertoiretoneel zijn drijfveer en eeuwige inspiratiebron. Voor dynamische en vaak zinnelijke voorstellingen, als maatstaf voor bestaande verhoudingen, als citatenschat, als brug tussen vroeger en nu, als basis voor de improvisaties met acteurs of toneelschoolstudenten. "Het is zo'n enorme rijkdom aan taal en gedachtegoed. Het gaat over menselijkheid in alle facetten van goed tot kwaad. Dat op toneel te kunnen delen met een hedendaags publiek, daar gaat het om."

Dat in de recente bezuinigingsadviezen het belang van teksttoneel een lagere prioriteit heeft gekregen, vindt hij dan ook schandelijk: "Wat De Appel betreft, die in dat advies geen geld meer krijgt: de argumenten kloppen niet. Ik ben natuurlijk niet objectief, maar dat aan het doorgeven, in de vorm van theatermarathons, van de kennis van de verhalen van Ovidius en andere klassieke schrijvers geen belang wordt gehecht, vind ik beschamend. En dan zo'n grillig gezelschap in zo'n uniek en inspirerend theatergebouw er zomaar uitgooien."

"Dat de tijd van teksttoneel voorbij zou zijn, zo'n argument, daar wind ik me over op. Of over het feit dat men het Toneelmuseum gewoonweg laat verrekken. En het theater van het Tropeninstituut. Wat daar in Nederland is getoond aan niet-westerse theater- en muziekprojecten is juist iets om heel erg trots op te zijn. Het uitzonderlijke lijkt niet meer van belang. Het gaat alleen nog om geld, niet om inhoud. Wat een arrogantie, wat een suffe gehoorzaamheid aan die PVV in de platte bewering dat kunstenaars maar moeten leren dat ze gewone mensen zijn. Ik dacht bovendien dat het publiek juist kwam kijken naar ongewone mensen."

"Zoveel leerlingen aan wie ik in de afgelopen tien jaar les heb gegeven, raken nu werkloos. Doodzonde van al dat talent waarvan Halbe Zijlstra geen idee heeft. En straks is er dringend behoefte aan zo'n humuslaag. Ik vind het een voorrecht om met die jonge generatie te werken en mijn ervaring door te geven. Ik eis wel volledige inzet, geen afleiding van andere lessen tussendoor. Acht uur achtereen in één en dezelfde ruimte. Dat werkt. Heerlijk, zeggen ze vaak, de rust om je er helemaal op te kunnen concentreren."

"Het vak hangt voor negen tiende af van techniek. Talent heeft iedereen die daar zit, maar techniek brengt je verder. Ik doe dat vooral via improvisaties met behulp van klassieke teksten. Die hebben alles in zich om te ontdekken wat jij met een tekst kan doen en wat een tekst met jou kan doen. Met ruimtegebruik, emotie, expressie, interpretatie. Vroeger zei ik hóe je moest spelen, nu zeg ik hoe ik denk dat jíj moet spelen. Dat is een voordeel van ouder worden. Dat je nieuwe kanten in jezelf ontdekt, waarmee je het authentieke in mensen beter naar voren kan halen. De vrijheid om jezelf te zijn. Dat geeft die ruimte, waarin acteur én personage echter worden."

"Ik kreeg een briefje van een acteur: 'Er is een periode vóór Erik Vos en er is een periode na Erik Vos: ik ben een vrijer mens geworden.' Daar ben ik dan heel erg blij mee. Dat ik iets heb kunnen overdragen, hen heb kunnen leren hoe geen machine te worden. Want het is een zwaar vak."

Voor het zwarte gat is Erik Vos nooit bang geweest: "Ik ben een doener. Ook als dit allemaal wegvalt, blijft er genoeg over. Pianospelen, zwemmen, tafeltennis." Alles met evenveel inzet. Elke dag twee uur pianospelen plus nog lessen volgen en in een groepje alle sonates van Vivaldi instuderen. Bij zwemwedstrijden nabij hun buitenhuis in de Drôme de kampioen van boven de zeventig worden: "Tot groot enthousiasme van de kleinkinderen, al waren er maar een paar andere deelnemers."

"Ik vind het nog steeds heerlijk om te leren. Hoe beter ik iets kan en begrijp, hoe meer plezier ik erin krijg. Tafeltennislessen weigerden anderen met: 'Ik doe dit voor mijn lol'. 'Ik ook', zei ik, 'daarom wil ik die juist wel'. Iets beheersen maakt me ontspannener. Ook in mijn vak. Ik kan er soepeler mee omgaan dan vroeger. Belangrijk is dat je je er over kan blijven opwinden. Dat houdt je creativiteit op peil."

"Wel veel moeite in deze levensfase hebben Inez en ik met de dood van vrienden. Zeker driekwart is al weg. Dat is een heel nieuw aspect, dat zoveel kleur aan het leven onttrekt. Hoe je er toch plezier in kunt houden, is iets wat je helemaal opnieuw moet veroveren. Door positieve herinneringen. En door wat er nog wel is te koesteren."

"Elke ochtend, als we wakker worden, zeggen Inez en ik daarom: 'Nou, daar zijn we nog met elkaar.' Vast ritueel. We zouden beiden niet weten hoe we zonder de ander moesten. Na ruim zestig rijke jaren. Zij is mijn muze. Zij is intuïtiever dan ik en een creatief kunstenaar in de zin, dat zij iets origineels maakt. Ik ben meer een dienaar. Mijn talent is in dienst van grote geesten, maar daar kan ik mijn passie wel volledig in kwijt."

"Het meest trots - je verwacht dat ik een stuk ga noemen, maar dat doe ik niet - ben ik op de kinderen en kleinkinderen. Toen ze, na de adoptie, een paar jaar bij ons waren, zei Inez: 'Geef je wel om ze?'" Na een stilte waarin Erik Vos zichtbaar moeite doet zijn ontroering weg te slikken: "Dat zal ik nooit vergeten. Ik dacht: ze heeft gelijk. Ik werk en ik werk alleen maar. Toen heb ik het roer radicaal omgegooid en tijd vrijgemaakt om samen dingen te doen. Muziek maken, avonturen, spelletjes. We zijn een heel hechte familie geworden."

Op 30 augustus, bij de opening van het Theaterfestival, wordt de Erik Vos Prijs uitgereikt, een tweejaarlijkse prijs voor een bijzonder talent onder de nieuwe lichting theatermakers, ingesteld bij het afscheid van Vos van De Appel: "Dat is toch het mooiste cadeau dat een regisseur, die ooit als eerste aan de regieopleiding afstudeerde, zich kan wensen, dat in zijn naam een jonge veelbelovende theatermaker wordt gestimuleerd!"

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden