Ierland wordt kleiner zonder Roche en Kelly

BORDEAUX - Drie groten uit de hedendaagse wielergeschiedenis hadden zich voorgenomen morgenmiddag op de Avenue des Champs Elysees in de legende te treden, zoals de Vlamingen dat zo fraai en letterlijk uit het Frans hebben vertaald. Een sterke generatie zou ongeveer zijn 'laatste' vaders verliezen: Laurent Fignon, Pedro Delgado en Stephen Roche.

JOHAN WOLDENDORP

Alleen de laatste heeft de afgelopen dagen gezegd woord te zullen houden. Delgado voelt zich nog te fris en te goed (negende in het algemeen klassement) om de handdoek in de ring te gooien, Fignon gunt zichzelf een afscheid met meer klaroengeschal dan het haast anonieme afstappen in de Alpenetappe naar Isola 2000. De Parijzenaar meent voldoende krediet te hebben om na het afhaken van Gatorade als sponsor nog een broodheer voor een rustig afscheidsjaar te vinden. Dat zal Fignon ongetwijfeld lukken. Hij is in het peloton vol grijze muizen een van de weinigen met charisma.

Roche stopt en is na dit jaar met geen stok meer op de fiets te krijgen.

Althans dat beweert hij. Met de eeuwige, jongensachtige glimlach om zijn mond, zegt hij de goegemeente in stijl vaarwel: strijdend, niet versagend en in de top twintig van het algemeen klassement. Vorig jaar voerde de Ier in de Ronde van Frankrijk nog een sterk nummer op. In het sinistere decor van La Bourboule, daar waar eerst harde slagregens en later een ondoordringbare mist voor een apocalyptische sfeer hadden gezorgd, dook hij ineens juichend en huilend van geluk op uit het niets.

Het was overwinning nummer 57 in zijn loopbaan, en waarschijnlijk ook diens laatste. Want een slokop als zijn eveneens stoppende landgenoot Sean Kelly (met 189 overwinningen in zestien jaar fietsen om den brode de onbetwiste topscorer onder de hedendaagse beroepsrenners) is Roche nooit geweest.

Het afscheid van Roche en Kelly - de laatste werd ten faveure van Rooks uit de Tourploeg van Festina gelaten - betekent meteen het failliet van het Ierse profwielrennen, dat buiten de beide dertigers geen beroepscoureurs telt. Dat vinden ze jammer, maar ze willen er ook niet al te lang bij stilstaan. Daarvoor heeft hun beroepsleven zich de afgelopen jaren te ver van het ouderlijk huis afgespeeld. Een keer viel Roche in zijn vaderland een grootse huldiging ten deel. Dat was in 1987, toen de Ier de Tour de France won, in audientie door de paus werd ontvangen en Dublin, zijn stad, leegliep om hem te huldigen. Dat jaar won Roche ook nog de Giro d'Italia en de wereldtitel, een glansstuk waarvoor - in 1974 - slechts een renner voor hem tekende: Eddy Merckx.

Op Kelly's kwantitatief veel imposantere palmares ontbreken weer zulke glinsterende parels. Hij won wel viermaal de groene trui in de Ronde van Frankrijk, maar droeg slechts een dag de gele trui: in 1984.

Platteland Stephen Roche is een man van de stad, van Dublin. Sean - eigenlijk John - Kelly komt van het platteland, van Carrick on Suir. Roche was altijd meer berekenend, Kelly eerder een avonturier. Kelly kende en hoefde geen luxe. Hij klaagde ook nooit. Of de hotelkamer nu klein, groot, warm of koud was, het interesseerde hem niet. Regen of zon, het deerde hem niet.

Kelly was opgevoed in de leer van niet zeuren en handelde daarnaar. Als hij in het seizoen op het continent verbleef, liet hij zich opsluiten op een klein zolderkamertje in huize Driessens te Vilvoorde. Of hij liet zich vernederen en kleineren door de luisterrijke burggraaf Jean de Gribaldy, de excentriekeling die alle fietsende 'zwervers' van de straat plukte en ze in zijn profploeg stopte. Kelly is de in 1987 verongelukte Fransman altijd blijven waarderen als de man van wie hij het meest heeft geleerd, maar die hem ook veel 'schade' berokkende. Kelly reed op een gegeven ogenblik tweehonderd wedstrijden per jaar. Als hij wilde minderen, kreeg hij onmiddellijk De Gribaldy op zijn dak. “Moe word je in je hoofd, niet in je benen,” was diens lijfspreuk.

Fietsen was voor Sean Kelly van jongsaf aan een passie. De boerenzoon hoefde evenwel niet zo nodig profwielrenner te worden. Bij zijn eerste communie kreeg hij van zijn ouders een fiets. De belofte zwerend dat hij zijn zondaagse kleren niet vuil zou maken, mocht hij meteen een rondje door het dorp rijden. Hij wilde een rijwiel om naar school te kunnen fietsen, en dan met name om van een colletje van de vierde categorie af te kunnen razen. Later werd hij lid van de plaatselijke wielerclub en leerde er zijn vrouw Linda, de dochter van de voorzitter, kennen. Het ging vervolgens snel. Kelly mocht Ierland vertegenwoordigen in de Milk Race. Hij zat in Engeland te bibberen op zijn fiets - van sturen in het peloton had hij geen weet - maar won wel een etappe. In 1976 reed Kelly een wedstrijd in Zuid-Afrika. Hij wist dat hij in overtreding was, verzon ook een schuilnaam, maar wilde graag reizen en veel van de wereld zien. Een carriere als wielrenner had hij toen nog steeds niet gepland.

Met tegenzin tekende hij in '77 toch een profcontract. De Gribaldy hing vrijwel dagelijks aan de lijn. Kelly hield even vaak de boot af en zwichtte toen de burggraaf persoonlijk naar Carrickon-Suir reisde om zijn zin te krijgen. Hij tekende, louter om van het gezeur af te zijn.

Stephen Roche wilde niets anders dan prof worden. Hij erfde die passie van zijn ouders, die elkaar - hoe kon het ook anders - tijdens een fietstocht hadden leren kennen. Stephen nam een baantje als loodgieter in een machinefabriek om geld voor de oversteek naar Frankrijk te kunnen sparen. Vrijdagsavonds stapte hij dan op de boot en kwam zondagsnachts weer terug. Maar echt succesvol was Roche niet. Totdat hij de Franse amateurcoach Lucien Bailly tegen het lijf liep. Die adviseerde hem een regelmatiger leven te lijden - in casu een half jaar onbetaald verlof te nemen - en maakte hem lid van de destijds befaamde wielerclub ACBB in Boulogne-Billancourt, bij Parijs. Nog reed Roche geen 'platte' prijs.

Het begeerde profcontract lag ver weg in een kluis. Het tij keerde toen de Ier met de babyface in 1980 de amateurversie van Parijs-Roubaix won.

Hij tekende een marginaal contract (1400 gulden per maand) bij Peugeot en sloeg meteen aan het winnen. Het meest versteld stond 'iedereen' van zijn triomf in Parijs-Nice in zijn debuutjaar '81.

Conflicten Kelly reed en won veel maar niet altijd even mooie wedstrijden, de loopbaan van Roche was er een met hinderlijke onderbrekingen (als gevolg van blessures), conflicten met ploegleiders en relatief weinig, maar haast stuk voor stuk glanzende overwinningen. De knie, gekwetst bij een val tijdens de Zesdaagse van Parijs in 1984, speelde zo vaak op dat Roche een vieze smaak van het topjaar '87 overhield. Hij had prachtige ideeen over een onbezorgde 'oude' dag - een fraai landhuis in Ierland, voor zijn vrouw een boetiekje in hartje Dublin - en handelde dienovereenkomstig. Roche moest 'alleen' nog een paar jaar voor een mooi salaris doorfietsen. Toen begin 1988 de ellenlange lijdensweg met zijn knie naar een pijnlijke climax voerde, verkocht hij zijn 'oude dagreserves' weer en bereidde zich voor op een vroegtijdig einde van zijn loopbaan. De vele omzwervingen langs specialisten brachten hem bij toeval bij de Duitse arts Wolfarth-Muller. In de wachtkamer trof Roche grootheden als Boris Becker, Soren Lerby en Daley Thompson. In de kliniek verrichtte Wolfarth-Muller vervolgens wonderen.

Roche kon weer fietsen, kreeg ook weer ruzie met sponsors - achteraf veroorzaakt door zijn goeroe-verzorger-intrigant Patrick Valcke, met wie hij later wijselijk brak - en beleeft aan de zijde van kamergenoot Chiappucci zijn laatste Tour. De schaapjes liggen op het droge. Geld interesseert hem niet echt meer, zegt hij. “Anders had ik twee jaar geleden wel voor een andere ploeg gekozen dan Carrera. Maar ik had genoeg ellende meegemaakt om nog eens het kopmanschap op mijn schouders te nemen. Ik wilde liever minder geld en een gedeelde verantwoordelijkheid.”

Kelly wil in Ierland het liefst hereboer worden met genoeg vrije tijd om te vissen, Roche hoopt zich in de journalistiek te bekwamen. Hij oefent alvast met een dagelijkse column in een Frans dagblad. “En ze veranderen weinig aan mijn tekst”, vertelt hij trots.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden