Column

Iemand die twintig kinderen doodt, kan niet 'een van ons' zijn

Maandag werd de 6 jaar oude Noah Pozner begraven. De auto met de kist rijdt weg bij het huis van zijn ouders, waarna de stoet met mensen volgtBeeld AFP

Acht jongens, twaalf meisjes. Allemaal zes of zeven jaar oud. Allemaal afgelopen vrijdag doodgeschoten door Adam Lanza. Dat niemand weet waarom precies, weerhield journalisten en experts er dit weekend niet van om te speculeren over zijn achtergrond en beweegredenen. Een kennis van de familie vertelde wat een goede mensen Lanza's ouders waren, en hoe ze altijd alles voor hun zoon wilden doen. Oud-klasgenoten meldden dat hij vroeger een tikje onaangepast was. Op zichzelf, zonderling, vaak als eerste de klas uit.

Al snel begon het te gonzen. Eerst op CNN, waar de redactie een psycholoog opduikelde die vaststelde dat Lanza waarschijnlijk aan autisme leed. Hij wist eraan toe te voegen dat het een symptoom van autisme is dat 'er iets mist in het brein, een aanleg voor empathie, voor sociale banden'. De New York Times kwam met een 'psychologisch profiel' van de dader. Deze topjournalistiek was gebaseerd op jeugdherinneringen van mensen die zelf toegaven dat ze Lanza nauwelijks hadden gekend.

In Nederland droeg onder meer Elsevier haar steentje bij: 'Hij was intelligent, maar sociaal zwakbegaafd', schreven ze. En: 'Volgens zijn oud-klasgenoten leed Lanza aan het Asperger-syndroom, een sociale stoornis waaraan ook onder anderen de Noorse terrorist Anders Breivik lijdt'.

Op zich begrijp ik de neiging om afstand te nemen van een man als Lanza. Iemand die twintig kinderen doodschiet, kan niet 'een van ons' zijn. Er is behoefte aan ruimte tussen het monster en de mensheid, en een psychische stoornis doet dan efficiënt dienst als wrikijzer: hij is niet als wij, hij is anders. Wat een opluchting.

Wat ik niet begrijp, is dat journalisten zich niet realiseren dat tegelijkertijd het beeld ontstaat dat mensen met autisme een soort halve psychopaten zijn. Dat het hier om gevoelloze, gevaarlijke en gewelddadige eenlingen gaat. Een ongefundeerd stigma: de wetenschap is er nog lang niet uit of mensen met autisme vaker delinquent zijn, laat staan of ze minder empathie voelen.

Zo ontdekten Utrechtse psychologen dat volwassenen met autisme onbewust juist té gevoelig zijn voor emotionele gezichtsuitdrukkingen. Dat maakt het lastig om op die emoties te reageren. Volgens veel onderzoekers is dit de reden waarom mensen met autisme moeite hebben met sociaal contact: in een doorsnee rumoerige situatie (denk: een café of een schoolplein) worden ze zo overweldigd door emotionele prikkels dat hun brein er geen raad meer mee weet. Steun voor dit idee komt van een Amerikaans experiment waaruit bleek dat kinderen met autisme in een rustige, stressloze omgeving niet noemenswaardig slechter waren in het herkennen van iemands emoties. Ze konden zich in die situatie ook prima in een ander inleven.

Wat mij bijbleef, was een blog van Emily Willingham, schrijfster en moeder van een autistische zoon. "Toen hij hoorde over de kinderen in Newton, was zijn eerste reactie om zich om te draaien in zijn stoel. Hij liet zijn hoofd over de rugleuning hangen. Mijn kind, dat zelden huilt, had tranen in zijn ogen. Terwijl we naar de school van zijn broer reden, zei hij wat ik ook al had bedacht: 'Laten we hem niet vertellen wat er is gebeurd. Het zou hem veel te bang maken'."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden