Column

Iemand die ik heel goed ken ligt in het ziekenhuis

Erik Jan Harmens Beeld Jörgen Caris
Erik Jan HarmensBeeld Jörgen Caris

Iemand die ik heel goed ken ligt in het ziekenhuis. Ik heb haar nog niet om toestemming gevraagd om in deze column te figureren en vind dat ik dat vanwege de privacy wel hoor te doen.

Erik Jan Harmens

Ze is aanspreekbaar, maar ik vind het niet het moment om het over mijn stukje in de krant te hebben, omdat ze iets belangrijkers aan haar hoofd heeft, namelijk overleven.

De bezoekuren zijn van twee tot vier en van half zeven tot acht uur. ’s Avonds is het rustig, maar ’s middags is het filerijden voor de slagboom. Daar druk je op een knop en dan spuugt de automaat een kaartje uit, zoals sommige patiënten ook de hele dag dingen uitspugen, in niervormige kartonnen bakjes. Dan kijk ik de andere kant op, maar nooit snel genoeg om niet een glimp op te vangen van wat in het bakje werd achtergelaten.

Goor gerochel

Er zijn verschillende manieren om de andere kant op te kijken. Ten overstaan van de spugende patiënt draai ik mijn hoofd langzaam, omdat het anders lijkt of ik het gerochel goor vind. Dat vind ik ook, maar ik wil het er niet te dik bovenop leggen, vandaar dat ik me langzamer omdraai dan als ik in de rij sta voor de kassa en de klant voor me gaat pinnen. Dan wil ik zo duidelijk maken dat ik niet meekijk, dat ik mijn hoofd met een zwiep omdraai, alsof ik van de andere kant een fanfare hoor aankomen.

Als iemand in zee dreigt te verdrinken kijken mensen vaak ook de andere kant op, maar dan doen ze alsof ze de hele tijd al die andere kant op keken. Ze ontkennen dat wat gebeurt ook echt gebeurt. Misschien zijn ze bang zelf in de problemen te komen en hopen ze dat iemand anders (m/v) wel zijn mannetje staat en het water in rent. Is dat het geval, dan kunnen ze alsnog de goede kant op kijken en zeggen: ‘Huh, wat is er aan de hand, ik keek net de andere kant op’.

In het ziekenhuis kijk ik vaak naar buiten, waar behalve een industrieterrein niets te zien is. Dat is beter dan wat ik zie als ik de kamer in kijk, waar de persoon ligt die ik nog niet om toestemming heb gevraagd om in deze column te figureren. Op haar borst wiebelt een kartonnen niervormig bakje. Ik wil er niet in kijken, wat moeilijker is dan het lijkt.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. Lees hier meer van zijn columns.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden