Iedereen wil wat anders van een Europees leger

De troepenmacht EUFOR in Bosnië en Herzegovina voert al de Europese vlag.Beeld Hollandse Hoogte / Eyevine

Deze week klonk opnieuw de roep om een eigen krijgsmacht voor de Europese Unie. Maar zolang landen die term gebruiken voor totaal verschillende ideeën, zal er in de praktijk weinig van terecht komen.

 Ogenschijnlijk zijn Merkel en Macron het eens over de noodzaak van een Europees leger. De Duitse kanselier zei dinsdag in het Europees Parlement dat de Europese Unie uiteindelijk zijn eigen krijgsmacht nodig heeft. Daarmee viel ze de Franse president bij, die vorige week zijn oude roep om een Europees leger herhaalde. Maar achter deze gedeelde term gaan totaal verschillende visies schuil, die echte overeenstemming vrijwel uitsluiten.

Veelzeggend was Merkels argument dat een ‘Europees leger aan de wereld laat zien dat de Europese landen niet meer met elkaar vechten’. Normaal gesproken is de primaire taak van een leger om met veel gevechtskracht een tegenstander te verslaan of af te schrikken. Maar Duitsland houdt er door een voortdurend schuldgevoel over zijn oorlogsverleden een atypische opvatting over de rol van een krijgsmacht op na.

Een leger moet vooral strak ingesnoerd zijn door allerlei rechtsregels en parlementaire controlemechanismes, zodat één leider niet kan besluiten de krijgsmacht voor agressieve plannen te gebruiken. De Duitse regering mag zijn militairen alleen op missie sturen als er een volkenrechtelijk mandaat is, en als het parlement met allerlei operationele details heeft ingestemd.

Na jarenlange bezuinigingen investeert Duitsland sinds kort weer wat geld in de Bundeswehr. Het idee van een sterk autonoom leger is voor Duitsers nog steeds een schrikbeeld, dus Berlijn wil de extra middelen het liefst via internationale samenwerking investeren. Merkel begon dinsdag dan ook meteen over nieuwe bureaucratische structuren en politieke overlegorganen die zij graag wil oprichten. In een toekomstige ‘EU-veiligheidsraad’ zouden ministers bijvoorbeeld over missies moeten beslissen.

De volgende dag plaatse de Belgische generaal Marc Thys direct een spotprent van een ‘Europees leger’. Daarin marcheren één infanterist en één artillerist, gevolgd door tientallen bureaucraten in uniformen met een Europese vlag erop.

Souvereiner

Frankrijk zit op een andere lijn. Macron bepleitte vorige week dat Europa ‘op een meer soevereine manier’ militair kan optreden, zonder telkens afhankelijk van Amerikaanse steun te zijn. Parijs wil graag hulp van andere Europese landen bij zijn militaire missies in Afrika en het Midden-Oosten. Nu komt het land daar grondtroepen tekort, en is het vaak afhankelijk van Amerikaanse transportvliegtuigen of hightech verkenningsvliegtuigen.

Het laatste waar Parijs op zit te wachten, is die afhankelijkheid vervangen door een systeem met allerlei op Duitse leest geschoeide controlemechanismes. De Franse president heeft juist een grote mate van vrijheid om buiten zijn parlement om interventies te beginnen. Als dat vervangen wordt door een complex systeem waarbij wellicht ook de Europese Commissie of het Europees Parlement nog een vinger in de pap hebben, komt er van militaire actie waarschijnlijk nog maar weinig terecht.

Frankrijk organiseerde deze maand dan ook de eerste bijeenkomst van een zelfbedachte Europese interventiemacht. Dat is een informele coalitie van een tiental landen die willen dat hun nationale legers elkaar helpen bij militaire missies in de rest van de wereld.

Parijs heeft deze interventiemacht bewust losgekoppeld van de Europese Unie. Dat voorkomt niet alleen bureaucratische rompslomp, maar zorgt er ook voor dat Groot-Brittannië na de Brexit mee kan doen. Dat land is net als Frankrijk namelijk gewend zijn militairen wereldwijd gevaarlijke missies te laten ondernemen.

Beide landen proberen bijvoorbeeld eigen jihadgangers in Syrië en Irak uit te schakelen. Irakese militairen hebben zelfs toegegeven dat zij samen met Franse commando’s een dodenlijst van jihadgangers afwerken die Parijs liever niet ziet terugkeren. Het is moeilijk voorstelbaar dat in het kader van een ‘Europees leger’ Nederlandse commando’s ook een deel van het Franse lijstje voor hun rekening nemen, al dan niet met de zegen van het Europees Parlement. Een partij als D66, die nu Macron complimenteert voor zijn ideeën over een Europees leger, zou waarschijnlijk als eerste het Nederlandse kabinet ter verantwoording roepen.

Rusland

Wie ook de ideeën van andere Europese landen meeweegt, stuit op nog meer meningsverschillen. Frankrijk richt zich vooral op terreurbestrijding in Afrika en het Midden-Oosten, maar landen in Oost-Europa kijken juist angstvallig naar Rusland. Waar Parijs investeert in helikopters en lichte voertuigen voor in de woestijn, kopen de oostelijke landen liever de artillerie en zware pantserwagens die nodig zijn voor een gevecht tegen een ander leger.

Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de Navo, zei deze week ook dat leden van de EU vooral niet moeten denken dat zij samen een alternatief voor de Navo vormen. Begin dit jaar onderstreepte hij tijdens een toespraak bij de veiligheidsconferentie in München waarom dit het geval is. Een verdedigingsmacht van de EU heeft bijvoorbeeld een gapend gat in zijn noordelijke flank ten opzichte van de Navo. Want Noorwegen zit niet in de EU, Groot-Brittannië straks ook niet meer, en Denemarken doet binnen de EU niet mee aan defensieplannen. Binnen de Navo zijn deze drie landen juist wel erg actief.

Wie deze week wel positief reageerde, was Vladimir Poetin. “Europa is een economisch machtsblok. Het is vanzelfsprekend dat het op het gebied van veiligheid en defensie ook onafhankelijk wil zijn.” Die lovende woorden van de Russische president voor de ambities van Merkel en Macron zijn niet verwonderlijk. De Navo is een geduchte tegenstander die het in noodgevallen tegen Rusland kan opnemen. Maar een Europees leger dat aan de Franse wensen voldoet vecht vooral met lichte eenheden in Afrika, terwijl een op Duitse leest geschoeid Europees leger gemuilkorfd zal zijn door allerlei juridische en politieke beperkingen.

De fundamenteel verschillende ideeën van Parijs en Berlijn zijn niet nieuw. Helmut Kohl pleitte bijvoorbeeld al voor een Europees leger, terwijl oude Franse defensiedoctrines de Europese Unie al zien als een manier om onder leiderschap van Parijs interventies uit te voeren.  Het is dan ook onjuist om de gespannen relatie met de Amerikaanse president Trump te zien als oorzaak voor de roep om een Europees leger.

Praktische samenwerking

Ondanks alle kanttekeningen bij een Europees leger werken nationale krijgsmachten van Europese landen in de praktijk volop samen. Want terwijl de Belgische generaal Thys een spottende cartoon over EU-bureaucraten verspreidde, knoopt hij nauwe banden met Frankrijk aan. België gaat komend decennium Franse gevechtsvoertuigen kopen en op dezelfde manier trainen als de zuiderburen. Dan kunnen Belgische eenheden in de toekomst als onderdeel van een groter Frans geheel vechten. Want echt zelfstandig optreden is voor een klein land niet meer haalbaar, zo beseffen de Belgen.

Onder het vernis van retoriek over Europese legers is dit de manier waarop defensiesamenwerking vorm krijgt. Kleine groepjes landen die bij elkaar in de buurt liggen kijken op praktische wijze hoe zij samen kunnen trainen en vechten.

Een Nederlands marinefregat zal de komende jaren bijvoorbeeld onderdeel uitmaken van het vlootverband dat een Brits vliegdekschip beschermt. Het voordeel van deze informele werkwijze is dat het minder uitmaakt of een Europees land nou lid is van de Navo of van de Europese Unie.

Koopt Europees

Parijs en Berlijn zijn het er wel over eens dat ze hun eigen defensieindustrie willen steunen. Tijdens zijn pleidooi voor een Europees leger zei Macron ook dat Europese landen meer geld aan defensie moeten uitgeven, maar dan wel om wapens van eigen makelij mee te kopen, en geen Amerikaans spul.

Ook Duitsland ondersteunt graag zijn eigen bedrijven. De commandant van de luchtmacht werd dit jaar zelfs ontslagen omdat hij oordeelde dat de door de Verenigde Staten ontworpen JSF de meest geschikte nieuwe straaljager is. Minister Ursula von der Leyen wil liever extra toestellen bij het Europese Airbus bestellen, en in de toekomst samen met Frankrijk een nieuw vliegtuig ontwerpen.

Parijs en Berlijn krijgen hierbij steun van de Europese Commissie. Die heeft weinig bevoegdheden op militair gebied, maar is wel sterk als het gaat om wetenschap en industrieel beleid. De Commissie werkt dan ook aan een met miljarden euro’s gevuld fonds om onderzoek en ontwikkeling van nieuwe wapens door Europese bedrijven te subsidiëren.

Lees ook:

Merkel pleit voor Europees leger en veiligheidsraad

Angela Merkel valt de Franse president Macron bij: Europa moet een eigen leger krijgen.

EU-leger: koene krijgsmacht of papieren werkelijkheid?

Vanaf vandaag heeft de Europese Unie een versterkte defensiepoot. Is dit het begin van de door sommigen gedroomde Europese ‘defensie-unie’? In theorie misschien, maar in de praktijk ligt de macht vooral bij de nationale hoofdsteden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden